Herinneringen Verzet

Herinneringen aan de oorlogsjaren

Ingezonden op 06-12-2010 door Leo Verhees

 

In februari 1941 verhuisde ons gezin, vader, moeder, zusjes Mimi, Jetty, Lous en Hannie, broer Wim en ondergetekende van Den Bosch naar Nijmegen. De reden voor deze verhuizing was omdat mijn vader en oom een cliché-en stempelfabriek (anno 1881) in Den Bosch en sinds 1934 een filiaal hadden in Nijmegen aan de St.Annastraat nr. 72. Mijn vader reisde tot de verhuisdatum, met uitzondering van de mobilisatietijd waarin hij compagniescommandat was in Zuid-Limburg, dagelijks per trein op en neer naar Nijmegen hetgeen door de oorlog ongewis werd, vandaar dit verhuisbesluit.

Wij gingen wonen op de Hazenkampseweg nr. 19 en ik werd geplaatst in de 2e klas van de St.Josephschool aan de Bijleveldsingel. 

De eerste oorlogsjaren gingen in mijn herinnering vrijwel ongestoord voorbij in een buurt waar veel gezinnen met ook veel kinderen woonden, dus heel plezierig. De enige extra bezigheid (opdracht?) was om op gezette tijden per stoomtram vanaf het “St.Anna-viaduct” naar Gennep en Heijen te reizen om bij de grote familie Peters die in Gennep een molen en een bakkerij, in Heijen een kruidenierswinkel en in Siebengewald een boerderij beheerden, enkele tassen met levensmiddelen op te halen. I.v.m. contröles door de “E.C.D.” werd altijd de tram vanuit Gennep terug genomen op het tijdstip dat veel jonge dames die in Gennep werkten, ik geloof op een distributiekantoor, ook naar Nijmegen gingen. Dan was de controle meestal minder bij het uitstappen. Echter op een dag voor Pasen werd ik “gepakt” met o.a. eieren, boter, melk en boter welke ter plaatse in beslag werden genomen, de eieren kapot gegooid, de flessen melk leeggegoten en ik een paar uur op het politiebureau moest doorbrengen waar mijn moeder mij heeft opgehaald en een boete van zeven gulden moest betalen. 

Vanaf 22 februari 1944 werden we meer bij de oorlog betrokken door het bekende bombardement van Nijmegen waarbij veel doden en gewonden vielen. Rond het middaguur werd het sein veilig gegeven na een luchtalarm waarbij wij in de school in de gangen hebben doorgebracht, mochten we naar huis. Lopende op de St.Annastraat werden wij ooggetuige van het bombardement en zijn we eerst het kantoor van de zaak op nr. 72 binnengevlucht en toen het na een uurtje rustiger werd en mijn moeder geïnformeerd was, snel richting huis gegaan. (helaas kan ik mij, wellicht door de spanning van het moment, niet meer herinneren wie er bij mij was). Gaandeweg kwamen op en in auto’s en door paarden getrokken karren met gewonden langs richting Canisiusziekenhuis. Vanaf het viaduct konden wij duidelijk zien dat de stad en ook het station in brand stonden, gepaard met grote zwarte rookwolken. Na enige tijd konden we weer naar school tot de grote vakantie waarna de overgang naar de zesde klas werd verstoord door de landing van parachutisten op 17 september 1944. Door de daarop volgende oorlogshandelingen konden we niet naar school, mede doordat de scholen allemaal werden bezet door geallieerde militairen en doorlopend granaatvuur was het niet mogelijk naar school te gaan tot maart 1945. Om welke reden weet ik niet, maar ik ging alsnog naar de zesde klas van de St.Antoniusschool aan de Verlengde Groenestraat.

Mijn vader was in oktober als reserve-officier weer in actieve dienst opgeroepen met de opdracht de mijnopruimingsdienst op te richten en daarvoor officieren en onderofficieren in het zuiden weer in dienst op te roepen. Later werden daarvoor manschappen aangetrokken en Duitse krijgsgevangenen onder dit commando geplaatst die de mijnenvelden moesten ruimen.

De tussenliggende tijd tussen de bevrijding in 1944 en het einde van de oorlog in mei 1945 was voor ons jongeren een spectaculaire en avontuurlijke tijd in de wijk Hazenkamp. We papten graag aan met de Engelse en Canadese militairen die zowel in de scholen als in de huizen werden ingekwartierd. (zelf woonden wij op de benedenverdieping en sliepen in de kelder) De onderdelen wisselden regelmatig vanwege verplaatsingen waardoor het voor kwam dat je de ene dag Engelse of Schotten en de volgende dag (Frans)Canadezen in de straat en in huis had. De Reestraat en Hermelijnstraat zijn een tijd lang de uitvalsbasis geweest van een Canadese tankeenheid waarvan in de avond een aantal tanks vertrokken o.a. in de richting Mook. De volgende morgen kwamen die dan veelal onder de modder terug en moesten dan, zo goed en kwaad als het ging, schoon- en weer gevechtsklaar gemaakt worden. Met een paar jongens hadden wij “het voorrecht” dat we zorgvuldig de granaten mochten poetsen die weer in de tanks gingen. Dit hield in dat je ook in de tanks mocht en als beloning sigaretten, chocolade en tins e.d. mee naar huis kreeg. Een groot nadeel van deze tanks was wel dat door het (proef)rijden de straten volledig werden omgewoeld.

Doordat er geen of weinig gas was voor de huishoudens konden de buurtbewoners gebruik maken van de gaarkeuken op de hoek van de Tollensstraat en de Thijmstraat. Bij toerbeurt reden we met een bolderwagen naar de gaarkeuken om voor een aantal gezinnen een ketel met hete bliksem, soep, macaroniepap e.d. te halen hetgeen wel een karwei was vanwege de onbegaanbare trottoirs en straten die bovendien ook nog werden versierd door grote hoeveelheden telefoonkabels die ieder onderdeel kennelijk opnieuw spande langs de straten en bij vertrek vervolgens lieten hangen. Naast vliegende bommen was het zaak te luisteren naar de door de Duitsers op Nijmegen geschoten granaten waarvan er een aantal in de buurt terecht zijn gekomen. Begin oktober 1944 viel er op klaarlichte dag een bom op de huizen naast ons op de nrs. 15 en 17 van de Hazenkampseweg waarbij de bom in de kelder van nr.15 tot ontploffing kwam, het huis optilde en daarna kompleet met dak schuin op de zijgevel van nr. 17 bleef hangen. Hierbij kwamen twee meisjes van Roukens en Smeets om het leven. Wat me altijd is bijgebleven dat toen het stof nauwelijks was opgetrokken er een groot aantal soldaten vanuit de school aanwezig waren en met blote handen het gehele dak, dat op de grond lag van nr. 15, een meter of meer optilden om te stutten en onder het puin kropen om de in de kelder aanwezige mensen te redden.

Gedurende de maanden januari en februari werden de voorbereidingen getroffen voor de grote operatie in februari waarbij meer dan 200.000 geallieerde militairen richting Duitsland slag gingen leveren om de noodzakelijke doortocht te forceren naar het Oosten en het Noorden welke geresulteerd heeft in het einde van de oorlog op 5 mei 1945. Gedurende deze maanden werden grote voorraden brandstof en munitie aangelegd en gewoon langs de weg geplaatst hetgeen uiteraard een groot risico is geweest maar voor zover ik weet is er niets ernstigs gebeurd, wellicht omdat de slagkracht van de Duitsers niet groot meer was door de vele bombardementen van de geallieerden op de gehele grensstreek.

Nijmegen, 6 december 2010

terug

Reactiepagina
Reactie 1:

Rien Vermeulen, 17-02-2014: Het verhaal hierboven kan ik me ook nog goed herinneren. Ook ik zat in die tijd op de St Joseph school op de Bijleveldsingel. In die tijd kragen we een juffrouw als onderwijzeres omdat er een tekort was aan onderwijzers die weer opgeroepen werden om weer in krijgsgevangenschap te moeten. Het stoomtrammetje ook dat kan ik me nog goed herinneren waar we veel gebruik van hebben gemaakt daar wij familie hadden wonen in Gennep. Met dat stoomtrammetje gingen we ook naar de Plasmolen waar we gingen waterfietsen en zwemmen.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: