Herinneringen Oorlog

Oorlogservaring van een kind

Ingezonden op 06-06-2011 door Eddy Waltman

 

Als ik over een kind spreek bedoel ik dat ik zelf dat kind was in 1943. De oorlog in Nederland was amper een week oud toen ik in Duitsland werd geboren, op 16 mei 1940 in Bielefeld. Mijn ouders vertrokken naar Bielefeld vanuit Nijmegen.
Mijn vader had werk gekregen op de bakmeel- en puddingpoederfabriek Dr. Oetker, de fabriek die nog steeds dezelfde produkten maakt als 75 jaar geleden. Omdat mijn ouders in 1938 al 3 kinderen moesten onderhouden en voeden van een slordige 5 gulden per week lukte dat van geen kant. Schulden bij verschillende winkeliers konden van dat geld niet betaald worden met gevolg dat geen enkele winkelier op deze manier nog goederen wilde leveren. Dat mijn vader toen werk kon krijgen bij Dr. Oetker was een hele opluchting. Ook een woning was beschikbaar, helaas niet geschikt voor een gezin. In feite was het een bejaardenwoning met een woon- en een slaapkamer. De 3 kinderen werden ondergebracht bij gastgezinnen. Mijn zussen als kleuters van 3 en 2 jaar in 1938 kwamen helemaal in SileziŽ terecht dat bijna Pools gebied is. Toen ik in 1940 geboren werd moest ook mijn broer van 3 jaar naar een gastgezin.
Doordat er geen andere woning beschikbaar kwam besloten mijn ouders, ook vanwege de oorlog terug te gaan naar Nijmegen. Tenslotte konden mijn ouders ook hun oude schuld inlossen zodat ze weer iedereen in de ogen konden kijken.

Nijmegen 1943 aanloop naar frontstad

Alhoewel ik slechts 3 jaar was in die tijd heb ik heel wat meegemaakt en onthouden. De aankomst op het station van Nijmegen met een grote stoomlocomotief die in een tijd van een mum het hele perron in een rook en stoomgordijn veranderde en de lucht die je opsnoof was al zeer indrukwekkend, zoiets vergeet je nooit. En ik genoot er zelfs van, het was in ieder geval geen nare ervaring.

Mijn vader had inmiddels een baan gevonden bij Riesenbeek drankhandel. Deze Riesenbeek was ook de eigenaar van onze huurwoning in de Pater van Hooffstraat. Om te beginnen met mijn verhaal in de P. v. H. straat ik kwam daar en ik zat onder de zweren, mijn benen althans. Toen mijn zussen terug kwamen uit Duitsland, stond ik boven aan de trap en het eerste wat ik zei was "kijk es allemaal zweren... ". Ze lachten alletwee en ze waren natuurlijk blij dat ze eindelijk weer thuis waren bij hun vader en moeder. Even later sloot mijn moeder haar dochters liefdevol in haar armen.

Iedere dag was er wel een paar keer luchtalarm en gingen we het kleine keldertje in onder de trap. In het voorjaar met hoog water stond er dikwijls water in de kelder maar we hadden daarmee wel geluk want er was geen water in de kelder als we de kelder in moesten. Of steeds het luchtalarm werkte betwijfel ik, want ik kon vaak die escorte bommenwerpers met eigen ogen aanschouwen. Wat steeds weer indrukwekkend was. Volgens mij was de rivier de Waal een gids naar het westen, omdat ik dichtbij de Waal woonde kwamen die colonnes steevast over onze huizen.

Ondertussen werden de dagen weer korter en ging het licht vroeger aan. Om die tijd kwam een buurman Pollo Wessels, die blokhoofd van de luchtbescherming was met rollen zwart verduisteringspapier dat voor de ramen bevestigd moest worden omdat de bommenwerpers ook s'avonds en s'nachts over onze huizen dreunden. Ook had ik inmiddels een nieuw zusje gekregen, die in augustus geboren was, haar naam was Trudie.

De winter was in aantocht en dat betekende dat het fornuis in de woonkamer vaker en langer branden moest. Sinterklaas en Kerstmis werden niet gevierd, dus we gingen met rasse schreden naar het nieuwe jaar. En dan was er de sneeuw. . . tot grote vreugde want ik vond het prachtig, ik liep tot aan m'n knieen in de vers gevallen sneeuw, want pakken sneeuw van 30 of 40 cm was heel gewoon in die tijd.

Het nieuwe jaar was begonnen en 1944 zou heel wat verandering in mijn jonge leven brengen. In deze periode hadden we het druk met kolen rapen. Het was ons bekend geworden dat je op de hoek Waterstraat - Weurtseweg kolen kon rapen wanneer de kolenauto op weg naar de centrale daar express een scherpe bocht nam en zodoende veel kolen van de overvolle truck op straat belandde. De zinken emmer die we daarvoor bij ons hadden was dikwijls tot driekwart gevuld. Het mooiste was nog dat deze kolenraperij vlak voor de ogen van Duitse soldaten plaats vond. Juist daar was een Duits legerdepot gevestigd maar gelukkig waren het geen fanatieke Hitler aanhangers. . . in het vervolg van mijn verhaal kom ik nog terug op deze legerplaats aan de Weurtseweg.

Dat er veranderingen in aantocht waren was zelfs voor mij duidelijk waarneembaar. Vlogen er eerst alleen maar Duitse vliegtuigen over op weg naar het westen, nu kwamen er Engelse vliegtuigen over op weg naar het oosten. In de avonduren en s'nachts zag ik allerlei lichtbundels van de schijnwerpers die bij Lent en de bruggen over de Waal gestationneerd waren. Als er dan spitfyers of andere vliegtuigen in de buurt waren, hoorde ik het afweer geschut en dat gebeurde regelmatig. Inmiddels was er een avondklok ingesteld en mocht je na 8 uur s'avonds niet meer de straat op. En juist in die sperperiode werd het burgerlijk verzet zichtbaar. Op een avond stond ik in het donker voor het raam van de kleine kamer toen ik aan de overkant een man met een zakdoek voor het gezicht gebonden en een revolver in de hand voorbij zag sluipen.

En toen kwamen de Tommy's

Nijmegen was inmiddels frontstad geworden en dat was te merken ook. Op een goede dag belde een Engelse officier bij ons aan en vertelde mijn moeder dat we twee Engelse Tommy's in huis moesten nemen. Inderdaad de volgende dag melden ze zich bij ons thuis met bij zich ieder een veldbed, die werden gebracht in de slaapkamer van m'n zusjes. Waar ze ook zouden slapen. Tommy en Bill waren de namen van onze gasten.
Een gebeurtenis wil ik wel vertellen. Beiden waren nog in bed s'morgens en Bill zou ons een truukje laten zien. Hij had een doosje lucifers, nam er 4 uit en sloot toen het luciferdoosje weer. Hij stak 2 lucifers boven aan beide kanten van het binnendoosje en de derde lucifer moest geklemd worden tussen die andere twee lucifers. Met de 4de lucifer moest hij de 3de lucifer aansteken en zou die 3de lucifer wegspringen. Vol spanning keken we toe en de 3de lucifer werd aangestoken en op het moment dat die lucifer zou wegspringen klapte het veldbed in elkaar en zat Bill lachend op de grond en wij lachten mee vanzelfsprekend.

Op de hoek van onze straat werd in de tuin van de bewoner een Engelse gaarkeuken geinstalleerd waar ik vaak te gast zou zijn. De oorlog nam in hevigheid toe en op verschillende plaatsen werd gevochten. In de Lijnbaanstraat was ik ooggetuige van een gevecht met een Engelse tank, natuurlijk stond ik er ver genoeg vandaan maar ik heb alles kunnen volgen. Op een gegeven moment ontplofte er een rookbom bij de tank en werd de tank voor mij onzichtbaar. Diezelfde tank heeft de aanslag niet overleefd, de volgende dag stond hij uitgebrand als obstakel op dezelfde plaats maar nu als schroot. Die tank was echter niet het enige dat de aanslag niet overleefd had, dertig meter verder stond een uitgebrande personenauto.

Bij ons thuis bleek de verandering ook invloed te hebben. Mijn vader scheen tijdens z'n werk ook louche zaakjes te hebben. Drank ruilen tegen een slof cigaretten was er een voorbeeld van. Op een dag komt ie lachend thuis met een hele kist blikjes cornedbeef. Dit alles had gevolg dat mijn vader een gezocht persoon werd. Door wie of wat weet ik niet maar er werd regelmatig gepost voor onze deur. Het was zelfs zo erg dat mijn moeder niet eens meer naar buiten durfde gaan. Toen mijn moeder hoognodig wat boodschappen moest doen, gingen mijn moeder en ik via het platdak van de onderburen naar onze buurman Recourt op no 4 de straat op. Zelf woonden wij op nummer 10.

En dan in februari het bombardement van Amerikaanse vliegtuigen, die Nijmegen als Kleve beschouwden en hun bommen dan maar dropten boven Nijmegen omdat ze hun werkelijke doel niet bereiken konden. Wij waren op dat moment allemaal thuis en vroegen ons af wat er gaande was. Mijn vader snelde de trap op naar het platte dak en zag daar hoe de St. Stevenstoren geraakt werd en naar beneden stortte. Uiteindelijk waren er vele slachtoffers en driekwart van de binnenstad lag in puin.

Maar goed buiten dit incident ging de bestaande oorlog in hevigheid toenemend door. Op een zonnige morgen zat ik lekker in de lentezon in het open raam op de vensterbank. Omdat het platdak van de onderburen onder dat raam lag was er voor mij geen gevaar. En toen gebeurde het een enorme knal gevolgd met een hele wolk stof waren het gevolg dat 2 huizen van ons vandaan getroffen werd door een granaat. De granaat sloeg in op nummer 18 en ging dwars door de vloer van familie Hendriks om uiteindelijk te landen bij familie Theunissen in de kelder die op nummer 16 woonden. Op het moment van die ontploffing gristte mijn moeder mij van de vensterbank want dat was toch wel even schrikken.
Buiten deze granaat die vanaf een tank wordt gelanceerd krijgen we nu te maken met het nieuwste wapen van Duitsland, de V1 oftewel de vliegende bom. Die bommen waren helemaal onberekenbaar, als de brandstof op was viel de bom, zo ook in de Waterstraat tegenover de Theresiakerk. Ook die ontploffing heb ik meegemaakt.

Een berg wc-papier als speelplaats

Op een goede dag zouden we naar mijn opa en oma gaan die op de Broerdijk woonde. En zat ik voor de eerste keer in de tram van het centrum naar de Berg en Dalseweg. Het mooiste vond ik dat de tram precies door het Hunerpark reed en het park in twee delen splitste. Na het bezoek aan mijn grootouders ging het totaal mis. Op weg naar huis werden mijn moeder met baby en ik van de straat geplukt door militairen in een jeep omdat er groot alarm was gegeven en wij van de straat moesten, een passerende jeep nam ons dus mee en even later waren we in de kazerne. Mijn moeder kreeg voor de schrik een kop koffie en was inmiddels in druk gesprek met de aanwezige soldaten. Ik zocht mijn eigen weg in dat grote gebouw en kwam dan terecht in een soort magazijn. Daar lag een berg wc papier dat reikte zowat tot het plafond, en ik zou Eddy niet geweest zijn als ik die berg wc papier niet beklommen zou hebben, dat gebeurde dus ook en ik liet me lekker van boven naar beneden glijen. Na een paar keer besloot ik om weer terug te gaan naar mijn moeder. Toen alles veilig was konden we onze weg naar huis voortzetten.

Dat een wiel van een tank minder geschikt is om te hoepelen heb ik ook ondervonden. Tijdens het spelen bij die uitgebrande tank vond ik ook een losgekomen tankwiel, daar kon ik wel mee hoepelen dacht ik, mooi niet tijdens het hoepelen viel dat tankwiel precies op mijn grote teen en ik ervaarde gelijk het gewicht van dat massieve wiel. Dat was het einde van mijn hoepelavontuur.

Het was een zonnige dag in juni toen ik met mijn vader meemocht naar het volkstuintje in de Biezen. Nadat we wat groente in onze emmer hadden gingen we op weg naar huis. Tijdens die tocht kwam een jachtvliegtuig een paar keer over ons heen scheren en mijn vader vertrouwde dat niet dus we gingen plat op onze buik in een droge sloot liggen en ja hoor na een paar salvo's vanuit dat vliegtuig verdween het.
Toen we dan bij dat Duitse legerdepot aankwamen werden we opgewacht door een Duitse militair, mijn vader die goed Duits sprak werd naar binnen geleid en daar hadden ze een grote verrassing voor me. Ik kreeg ongelooflijk 2 grote jutezakken vol met allerlei modelvliegtuigen allemaal van hout en beschilderd in orginele kleuren. Dit moest wel een teken zijn dat ook de Duitsers het einde van de oorlog verwachtten.

Na hevige gevechten en aanslagen bleek dat de veiligheid van Nijmegen niet meer telde. Toen mijn moeder met ons op visite waren bij mijn tante in de Kanariestraat moesten we ineens naar de schuilkelder op het Nachtegaalplein. Toen het weer veilig was en we terugkeerden naar de Kanariestraat zagen we massa's parachutisten in het luchtruim die gedropt werden in de richting van de Ooy en de Waalbrug. Ook dit was een indrukwekkend gebeuren in mijn jonge leven.

Eind oktober 1944 werd mijn vader opgenomen in het Canisiusziekenhuis. Een granaatscherf moest uit zijn rug verwijderd worden. Toen mijn moeder met Jos mijn zus van 9 jaar op bezoek zouden gaan bij mijn vader zat ik met m'n zus Mia en baby Trudie in de kelder. Tegen vijf uur werd er aan de deur gebeld en daar was de pastoor en Pollo Wessels van de luchtbescherming om ons te melden dat mijn moeder was omgekomen door een granaatscherf die de slagader in haar been geraakt had, dat er op dat moment geen ambulance beschikbaar was kwam alle hulp daarna te laat. Ze had teveel bloed verloren en zodoende overleden. Mijn zus die onder mijn moeder lag omdat mijn moeder haar wilde beschermen mankeerde niets.
Op dat moment waren we dus wees, mijn vader in het ziekenhuis en mijn moeder overleden. Wij moesten dus bij familie of andere mensen opgevangen worden. Mijn jongste zus en ik gingen eerst naar het nonnenklooster aan de Biezenstraat. Vervolgens werd ik opgehaald door mevrouw Weustink die in de Waterstraat woonde. Eenvoudig was dat hiet want ik verzette mij hevig maar uiteindelijk moest ik de strijd opgeven. Na een week of twee kwam mijn vader, steunend op een wandelstok mij ophalen om naar huis te gaan. Achteraf had ik het niet slecht bij familie Weustink.

Ook in deze winter was het precies als vorig jaar kolen rapen op de Weurtseweg. En ook weer flinke sneeuwval en iets wat ik minder leuk vond, mijn mooie houten modelvliegtuigen werden als brandhout verstookt. Dat was echt dom want die vliegtuigjes zouden hun gewicht in goud waard zijn geweest. Maar ik had hier geen invloed op. Dan de dag dat er een legerjeep voor ons huis staat. Leuk toch, ik kruip er in en trek aan een van die knoppen, het bleek de starter te zijn en de jeep stond nog in de versnelling dus die jeep rijdt zachtjes verder en komt tot stilstand tegen de lantaarnpaal.

Toen er een grote legertruck stopte op de hoek van de Marsstraat bleken er Canadezen in te zitten. Omdat ik toen behoorlijk lang haar had en op Sjors van de Rebellenclub leek vroeg een Canadees of ik een jongen of een meisje was, wist ik veel van boys of girls, uiteindelijk trok hij me in de truck deed z'n hand in m'n broek en z'n vraag was beantwoord. Toen ze eenmaal wisten dat ik een boy was, kreeg ik mijn eerste cigaret in mijn leven.

Nu was het alleen nog wachten op de bevrijding. Toen het zover was werd er druk feest gevierd. Alle straten bij ons in de buurt werden versierd met papieren vlaggetjes, lampions en slingers. Ook konden we op een groot wit laken dat bevestigd was op de woning van Tax een film in de openlucht bekijken. De volgende dag mochten alle kinderen uit de buurt mee met een versierde wagen van Schraven een transportonderneming van de Weurtseweg en trokken we door het waterkwartier met paard en kar.

Dit is in grote lijnen mijn herinnering na 65 jaar.

Eddy Waltman

terug

Reactiepagina
Reactie 1:

Ronald Ruijters, 21-03-2015: Beste Eddy, ik kwam jouw bijdrage net tegen en lees dat je de V1 bominslag in de Biezenstraat hebt meegemaakt. Ik heb interesse in de informatie, die je hierover beschikbaar hebt.
Reactie 2:

Eddy Waltman, 24-03-2015: De V1 bominslag was meer Waterstraat dan Biezenstraat. De bom viel precies tegen over de Theresiakerk. Het was het pand van slagerij Nas gevestigd in de Waterstraat, ongeveer 20 meter vanaf kruising Biezenstraat. De slagerij was dusdanig vernield, dat het pand na de oorlog niet meer als slagerij gebruikt werd.
Reactie 3:

Hans van den Heuvel, 24-03-2015: Op deze plek staat nu ongeveer het klooster en er naast wat nieuwere bebouwing.
Op het pleintje bij de voormalige kerk stond jarenlang een monument voor de slachtoffers maar dat is toen stilzwijgend verwijderd, opzij van het klooster (Biezenstraat) hangt nu een muurplaat met de afbeelding van het monument.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: