© copyright Paul Nas, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

The Flying Stars

Hoofdstuk IV ; “The Flying Stars” in Duitsland.

Toen wij in januari beslisten om naar Duitsland te gaan, wisten wij niet voor welk een haast onoverkomelijke moeilijkheden wij zouden komen te staan, Dikwijls waren wij al bijna zeker, dat er niets van een reis naar Duitsland zou komen, maar telkens weer dook vrouwe Fortuna op, om ons de helpende hand te bieden, doordat de een of ander weer een gunstig bericht meebracht dat bij ons de moed deed herleven. 
Direct na onze beslissing begon onze leider met het werk hiervoor. Hij zocht contact met de Nederlandse consul in Kleef, die ons nog kende van de uitvoering voor de Duitse kinderen. Hieraan legde onze leider ons plan voor, wat bij de consul direct een goede indruk maakte. Dit alles geschiedde in maart / april.

Spoorbrug Velbert, 80 meter.

Er volgden nu enkele besprekingen met de consul over het onderzoek dat deze gedaan had. We werden nu verwezen naar het Ministerie van Buitenlandse zaken, die ons na meerdere briefwisselingen verwees naar de Engelse officier, die weer rechtstreeks in verbinding stond met de Engelse bezettingsautoriteit in Duitsland. Het was ondertussen weer juni geworden en we begonnen er langzamerhand aan te twijfelen of verdere pogingen nog wel nut zouden hebben. 
Ons plan was om een reis van 10 dagen te maken, namelijk van 18 tot en met 28 augustus. En gezien het feit dat alles zo langzaam vorderde, geloofden we nooit dat we nog zouden gaan.
Van de Engelse officier ontvingen we papieren, waarop van alles over ons moest worden ingevuld, o.a. naam, geboorteplaats, datum, etc.; nationaliteit en de pasnummers. Wij vonden het echter te riskant om nu reeds voor ons allen passen aan te schaffen. Dit was een dure geschiedenis en financieel stonden we er niet zo goed voor. We stuurden de formulieren in, echter zonder pasnummers. We kregen half juli nieuwe formulieren en ons werd dringend verzocht de pasnummers in te vullen. 
Tussen al deze bedrijven door had onze leider met zijn broer reeds verschillende bezoeken afgelegd op de Engelse ambassade in Den Haag, waar hem van alles over het doel van deze reis werd gevraagd. Hij kreeg ook te horen dat we voor 99% kans hadden geen visum te krijgen, aangezien dit slechts in bijzondere gevallen verstrekt werd. Ook briefwisselingen met de voorzitters der Nederlandse Verenigingen in Duitsland vonden ononderbroken plaats. Dit alles met de organisatie aldaar. 
Her bureau der band werkte op volle kracht met steeds 4 man personeel nl. R. vd Loo, T. vd Loo, J. Nas en ego. Vele Engelse brieven heb ik in deze maanden geschreven aan de Engelse ambassade. Onder deze bedrijven door vonden dan nog de vele repetities plaats, dus men kan zich indenken wat een werk er verzet moest worden.

Zandafgraving bij Wuppertal

Gelukkig slaagde ik voor mijn eindexamen H.B.S. en kon daarna al mijn krachten voor de band geven. 
Ondanks al het harde en voortdurende werken hadden wij twee weken voor ons vertrek nog geen positief resultaat en stonden de zaken somberder dan ooit. 
Ook van Duitsland hoorde we niet veel en wat we hoorden, bleek niet in overeenstemming met onze plannen. Wij hadden slechts zekerheid over één uitvoering namelijk in Menklim am Rhein bij Dusseldorf en dan nog wel op 4 september. Later konden wij deze datum ten onzer gunste veranderen. Een zekere heer Gerrits uit Krefeld, die zou komen praten met de leider, verscheen niet.

Swebebahn in Wuppertal

Vlak voor 18 augustus ten slotte begaf F. van de Loo zich wederom naar Den Haag. Ik herinner me die avond nog goed; die avond van de 18 augustus 1948 ten huize van onze leider. Al de deelnemers aan de reis, waaronder ook Henk Kramer, waren er bijeen. We waren allen zeer teneergeslagen en hadden nog slechts een sprankje hoop dar F. v/d Loo eindelijk goed nieuws mee zou brengen. Eindelijk verscheen hij, was volgens eigen zeggen terechtgekomen bij een leidend persoon in Arnhem en we hadden wel kans dat we binnen enkele dagen een visum konden krijgen. Deze man zou zich persoonlijk achter de zaak zetten. Er had nog een reisje naar Kleef plaats, dat niet veel resultaat opleverde. Maar eindelijk kwam dan omstreeks 26 augustus de toestemming voor het visum. Pasfoto’s werden gemaakt, inlichtingen aan de Burgerlijke Stand verschaft en toen hadden we dan de passen. De nummers werden ingevuld op de formulieren en deze werden direct weggestuurd. De 27ste augustus werden de visa in Den Haag opgehaald en de 28ste vertrokken we naar Duitsland, hoewel we slechts zeker waren van één uitvoering. Waarom maakten we dan zo een grote onkosten voor één dag naar Duitsland te gaan? We moesten gaan. Er had namelijk over ons een groot stuk in de krant gestaan. Hierin stond alles over ons plan om naar Duitsland te gaan. Hoewel we het echter zonde van het geld vonden, gingen we toch.

Wuppertal

Alleen de passen en het visum bij elkaar voor 18 personen kostten ons f 324,=. Daarbij kwam nog de voeding voor 18 personen, en de onkosten in Duitsland. We gingen dus alleen maar om ons prestige te redden en met de hoop dat we eenmaal in Duitsland zijnde er wel iets op zouden vinden. 
Ook financieel stonden we er slecht voor. We waren er niet in geslaagd ook maar één uitvoering te geven tussen het Paasseizoen en ons vertrek naar Duitsland. En de kas bevatte nog slechts weinig van de Paasuitvoeringen, wegens grote onkosten gemaakt voor Duitsland. Er moest echter geld komen. Onze leider liet nu, na toestemming van de Commissaris van Politie een circulaire verspreiden waarin doel etc. van onze reis werd uiteengezet (brief achteringesloten) en vroeg in deze circulaire om een kleine bijdrage voor dit goede doel. Het resultaat van deze actie was een bijdrage van f 2,= tot
f 300,= dankzij de spontane medewerking van vele Nijmegenaren. We betaalden onze eigen passen en van de Honig fabrieken ontvingen wij gratis grote hoeveelheden levensmiddelen. Van andere zaken ontvingen wij talrijke goederen gratis of tegen inkoopsprijs. Ook al om de circulaire actie en het ontvangen van gratis van levensmiddelen voor dit doel, waren wij wel verplicht naar Duitsland te gaan.
Ook onder ons waren de meningen over het wel of niet gaan naar Duitsland voor één dag sterk verdeeld en er volgden nog hevige debatten in ons repetitielokaal, waar steeds druk werd gerepeteerd. Maar ook hier waren we het tenslotte met elkaar eens dat niet gaan onze naam, die reeds veel bekendheid genoot in de stad, een gevoelige klap zou krijgen, ofschoon we na Duitsland toch als band zouden ophouden te bestaan.
De voorbereidingen voor ons tournee naar Duitsland, wat betreft verzamelen en inpakken van levensmiddelen, kleding, instrumenten en andere belangrijke voorwerpen namen twee volle weken in beslag. Alles werd genummerd en zodoende precies na te kunnen gaan of alles steeds aanwezig was. Dit was te controleren naar aanleiding van een kaarten systeem waarop alle spullen die onder een bepaald nummer vielen, waren geregistreerd. Maar toen we zaterdagochtend 28 augustus vertrokken was alles in orde. De moeilijkheden waren zowel bij de Nederlandse als Duitse Douane uiterst gering. De Nederlandse Douane registreerde enkel de instrumenten. De Duitse douane vroeg enkel of we meer dan 10 pond koffie en 10 pond tabak bij ons hadden en verlangde zelfs geen inzage in het materiaal, wat overigens ook geen doen zou zijn geweest. Achttien personen, waaronder de heer Vermeer, vader van onze accordeonist J. Vermeer, namen aan deze reis deel. En deze reis werd een succes, niet alleen door ons, maar vooral dank zij de Nederlandse en Engelse bezettingsautoriteiten die, ondanks dat wij voor eigen risico reisden, toch hun volle medewerking verleenden. Vier maanden moesten wij vechten, om het zo absoluut noodzakelijke visum te krijgen. En al kregen wij het vrij laat, het kwam niet tevergeefs. Vanaf zaterdags tot en met donderdags kregen wij niet alleen de kans onze landgenoten in het zwaarbeproefde Duitsland een, hun zo hard nodige ontspanning te brengen, maar tevens was het voor ons een voorrecht om, als een der eerste Nederlanders na de oorlog het door de Nazi’s in de afgrond gestorte Duitsland persoonlijk te aanschouwen. We zagen in het door ons bezochte gebied overal hetzelfde beeld. Kapotte vuile steden, waarbij zelfs nog geen puin was opgeruimd; ondervoede, slecht geklede kinderen, meestal op blote voeten. We zagen nu pas goed hoe de Geallieerde vliegtuigen hier in de oorlog waren opgetreden. Op de straten verder het bekende beeld uit onze bezettingstijd namelijk auto’s met gasgeneratoren. Van de andere zijde echter was er Gods schone natuur, ongerept door het oorlogsgeweld met hier en daar verspreidt, vliegtuigwrakken en kapotte tanks, die ons er als het ware aan wilde herinneren dat niet alles even mooi was in het Duitsland van na de oorlog.
Wij hebben getracht om in de korte tijd ons een beeld te vormen van de toestanden en door de bevolking vragen te stellen over allerlei onderwerpen kwamen wij veel te weten. Soms voelden wij ons als de Amerikanen. Wanneer wij ergens kwamen, dan werd ons gevraagd naar chocolade, sigaretten en kauwgom.

Op weg naar Velbert

Over het algemeen was het niet zo erg best, misschien nog wel slechter dan in onze bezettingstijd. Over het algemeen heerst er armoede en de meeste mensen leven in toestanden en woningen waarbij de crepeergevallen in ons land niets te betekenen hebben. Alles ziet er verwaarloosd uit en het mag dan wel geen wonder zijn als we zeggen dat er bijna niemand is die nog lust heeft om deze chaos te boven te komen. Het lijkt wel of men moreel te veel geknakt is om er nog bovenop te komen. En toch zag men er ook tekenen van herstel. Verschillende gebouwen stonden in de steigers, maar er was nergens nieuwbouw te bespeuren. Al met al een sombere toestand. Alhoewel er na de geldzuivering wel vele lang verwachtte artikelen waren te krijgen. Jaren zal het echter nog duren voordat er weer enigszins normaal levenspeil in Duitsland is bereikt. 

Ik zal nu de reis zelf in bijzonderheden vertellen.
Op 28 augustus trokken we na de bovenvermelde douaneformaliteiten via de grensplaats Beek, Duitsland in. We konden direct reeds merken dat we in Duitsland waren, want dit was wel te zien aan de puinhopen langs de wegen. Al gauw kwamen we door het verwoeste Kranenburg en later door Kleef, dat er al niet veel beter uitzag. Het enigste dat uitstekend was dat waren de wegen door Hitler aangelegd voor en tijdens de oorlog. Veel auto’s kwamen we niet tegen en die we tegen kwamen, waren al behoorlijk oud. Wanneer we een “slee” tegen kwamen, dan wisten we al zonder naar het nummerbord te kijken, dat het geen Duitser was. Bij Kleef reden we vlak langs het zo beruchte “Rijkswoud”.
Na Kleef verlaten te hebben reden we over een brede weg door laagland in de richting van Düsseldorf. Op verschillende plaatsen troffen we vernielde tanks en vliegtuigen aan. In een restaurant langs de weg lieten we koffie zetten en aten we haastig ons brood. Daarna ging het weer verder. De stemming in onze auto was opperbest en we zongen alle bekende Nederlandse wijsjes. Via Krefeld en nog enkele andere steden bereikten we tenslotte Düsseldorf om ongeveer 13.00 uur. Hier aanschouwden we nu de zware verwoestingen, aangericht door de Amerikaanse en Engelse vliegtuigen. Eens prachtige cultuurmonumenten waren nu vormloze steenklompen. Andere monumenten en oudheden waren zwaar beschadigd en de minst erge, droegen overal de sporen van bomscherven. Maar ook de woonhuizen waren deerlijk aangetast. Hele straten en zelfs wijken waren weggevaagd en nu niets anders meer dan stinkende, stoffige puinhopen. Toch hebben we nog gelukkig vele mooie bouwwerken en monumenten van vele jaren terug kunnen bewonderen. 

Jos en Jan bij Essen

Na een kort verblijf in de stad reden we Düsseldorf weer uit over de machtige Rijn. Het terrein, na Kleef laag, werd nu heuvelachtig en meer bosrijk. Ongeveer een uur na ons vertrek uit Düsseldorf arriveerden we op onze bestemmingsplaats Monheim am Rhein. Dit is een zeer schilderachtig plaatsje met veel oude en leuke huizen. Ook hier was veel kapot maar in ieder geval opgeruimd. We stopten voor Hotel “Schmickler” dat gelegen was aan beide zijden der straat. Aan de ene zijde het Hotel met eetzaal, aan de andere kant de zaal voor uitvoeringen met kleedkamers en een bar. Direct werd door ons alles in gereedheid gebracht. 

Bij de spoorbrug van Velbert

Een vijftal van ons zouden de nacht moeten doorbrengen in een op 3 kilometer afstand gelegen Hotel. Het waren José Nas, Henk Kramer, John Gijsberts, Canisius Beukering en Ego. We werden er de heer Vermeer in zijn wagen gebracht en het bleek een klein leuk hotelletje te zijn, gelegen aan de Rijn. José Nas en Ego sliepen op één kamer die een prachtig uitzicht bood op de Rijn en het daarachter gelegen land. De weg van het stadje naar het hotelletje liep door vlak land en zodoende konden we in de verte een blik werpen op het Leisteenplateau. 
Na terugkeer in de stad werd er eerst een diner klaargemaakt door het personeel van onze eigen voorraad, daarna werd een kleine wandeling ondernomen door het kleine amusante plaatsje. Verschillende Duitse kinderen liepen met ons mee en vroegen om sigaretten, chocolade en kauwgom. Na een vluchtig souper werd het toneel in orde gebracht en om halfacht begonnen we met de uitvoering voor een stampvolle zaal. De stemming kwam er al direct in, vooral door het bekende liedje Cheerio Holland, dat we die avond meerdere malen moesten spelen. 

Voor het gymnasium in Velbert

Zowel de band als de tonelisten en andere medewerkers oogstten veel succes. Na de pauze werd een verloting gehouden waaraan ook door ons talrijke levensmiddelen waren toegevoegd, die natuurlijk als hoofdprijzen golden. Om ongeveer 10 uur werd en een reuze speech gehouden tot besluit van de Cabaret avond en waarin de voorzitter van de Nederlandse Vereniging Neerlandia in Düsseldorf ons bedankte voor het gebrachte programma. Toen gingen de tafeltjes in stoelen aan de kant en begon het bal waaraan ook de polonaise natuurlijk niet ontbrak. Verschillende personen waren behoorlijk lollig en ook wij lieten ons de Rijn- en Moezelwijn uitstekend smaken. 
Om 3 uur vertrokken we met een oorlogsbus naar ons hotelletje, waarbij het Leisteenplateau in het maanlicht bijzonder goed te zien was.

Voor leisteenwand nabij Velbert

We kwamen om ongeveer halfvier aan. Onze José, de fouragemeester, had nog een lekkere cake en een fles meegesmokkeld en zo zaten we om 4 uur ’s nachts met zijn vijven gezellig op onze kamer tor ongeveer halfzes ’s morgens.
Toen kropen we onder onze “monsterpelars”, want die hebben ze in Duitsland. Een laken om onder te liggen en verder geen dekens, maar een groot kussen, gevuld met veren. Om 9 uur werd er aan de deur geklopt. Ik werd direct wakker, maar kon mijn hoofd haast niet opbeuren. Zo zwaar als lood was het. Gevolg van de koppige Rijnwijn. De heer Vermeer wilde ons komen halen voor de kerk. Maar we vroegen hem om 10 uur terug te komen. Om 10 uur stapten we in en op de auto (2 voor op de spatborden) en daar ging het door Monheim naar een school, die dienst deed als kerk. Na afloop wandelde we nog wat door het stadje en bezochten nog even de kindervoorstelling, gegeven door F. en J. v.d Loo met hun marionettentheater. De kinderen werden getrakteerd op krentenbollen en limonade meegebracht uit Nederland. Ze lieten het zich goed smaken. 

Monheim

Na afloop dineerden we weer in de eetzaal en ’s middags vertrokken we per grote autobus (behalve de heer Vermeer en zijn zoon Jan onze accordeonist) naar Velbert, achter Wüppertal. 
Op onze weg hierheen kwamen we weer door en langs diverse steden en stadjes, waaronder ook Getwich, dat schilderachtig gelegen was in de diepte. We reden overigens op ons verzoek, door de meest wonderlijke landschappen. Nu eens vlak, dan weer plotseling zeer hoog en bebost, met leuke woninkjes op prachtige buitenverblijven te midden van dit natuurschoon. Het was een tocht, die uitmuntte in wonderlijke afwisselingen de natuur betreffende en we zullen deze reis van Monheim naar Velbert niet gauw vergeten. 

We stopten onderweg dan ook op verschillende plaatsen om foto’s te nemen van dit alles, die echter grotendeels mislukten door een fout in de camera.
In Wüppertal had de oorlog ook behoorlijk huisgehouden. Alleen de hoofdstraat was nog bijna geheel in tact maar de zijstraten waren deerlijk gehavend. De “Schwebebahn” trok natuurlijk onze belangstelling en we knipten er dan ook een foto van. Het was werkelijk een wondermooi gezicht, als je meerdere trambaan zich via de Wüpper om een heuvelbrug zag slingeren. 
Na Wüppertal werd het terrein hoger met veel leisteenwanden en hier en daar kwarts. Leuke, in allerlei kleuren geschilderde huisjes verhieven zich tegen heuvels op lagen verscholen in dalen en wij allen genoten van dit alles.
Ten slotte arriveerden we in Velbert. een flink stadje met mooie omgeving. We borgen onze spullen op in een groot restaurant aan de hoofdstraat. Reeds 2 uur na aankomst traden we op in een gezellig zaaltje.
Ook hier verliep alles weer vlot en in de pauze werd door ons gekegeld in de kegelzaal, waarbij natuurlijk de Rijnwijn niet ontbrak.
Na afloop der “Bonte middag” werd er voor ons een uitgebreid diner klaargemaakt, dat we ons goed lieten smaken. Na een uurtje onder de mensen in het restaurant te hebben doorgebracht, volgde in hetzelfde zaaltje een gezellig dansavondje, waarbij vooral de “Good old Lady” het moest ontgelden. Daarna gingen we voor de nacht uiteen. José Nas, John Gijsberts, George Haanraads, Canisius Beukering en Ego in een Hotel, de rest werd ondergebracht bij Nederlandse families in Velbert, waar zij een zeer goede gastvrijheid genoten. In het Hotel sliepen we met twee personen op één kamer met 2 vaste wastafels! Het waren zeer propere kamers en het was er best.
’S morgens gingen we naar het huis van de voorzitter der Nederlandse Vereniging Oranje, waar ook de anderen reeds aanwezig waren. Hier woonde ook een schilder wiens vrouw in Nederland had gestudeerd voor gymnastieklerares. In de grote kamer gebruikten we ons ontbijt en werd er nog wat van gedachte gewisseld. Hierna gingen we met de oude heer des huizes op stap, om de stad en de omgeving te bezichtigen. In de stad zag het er gezellig uit, met goed gevulde winkels. We bezochten het gymnasium en later het stadhuis, dat werkelijk mooi was. Ook liepen we nog langs de enorme sleutelfabrieken van de stad. De villawijk was werkelijk van een prachtige bouwstijl en we genoten er met volle teugen van.

Daarna kwam de omgeving aan de beurt en ook hier was alles even prachtig. Dalen, heuvels en zelfs kleine bergen en dat alles bedekt met een weelderige bomengroei. Prachtig was de ligging van de 80 meter hoge Eisenbahnbrücke tussen twee heuvels. Achter deze heuvels lag een kerkhof waar ook nog wat gesneuvelde militairen lagen. Tussen enkele andere heuvels lag nog een openluchtzwembad.
Even buiten Velbert, maar op een andere plaats kwamen we tenslotte bij een bebost terrein, waarop een reuzen gedenkplaat een adelaar zijn machtige klauwen uitstrekte. Rechts hiervan bevonden zich op geregelde afstand grote marmeren platen, waarop de namen van 8000 gesneuvelden waren gegraveerd uit de oorlog 1914 – 1918. Dit monumentaal geheel was hoog gelegen. Wanneer we omkeken, zagen we veel lager gelegen de straat en aan de andere zijde daarvan weer oplopend tuinen vol bloemen met daarachter mooie villa’s. 
Om ongeveer twee uur waren we weer terug om te eten. ’S middags gingen enkelen de stad in, de anderen gingen naar het atelier om wat naar de kunstschilder te kijken.
Jan Gijsberts en Ego tikten nog Amerikaanse sigaretten en sigarettenpijpjes op de kop voor een klein flesje peper, dat daar niet verkrijgbaar was. We gingen ‘s avonds laat naar bed, omdat we de avond gezellig hadden doorgebracht. 
De volgende morgen gingen we wat op stap door de stad. ’S middags na de maaltijd gingen we met de tram naar een klein bedevaartsplaatsje in de buurt, Nevigens geheten. Het was hier nog mooier dan in Velbert en we genoten hier weer opperbest. De natuur was hier zeer prachtig en temidden van dit natuurschoon lagen leuke geheel aparte huizen, opvallend leuk geschilderd en bedekt met dunne lagen leisteen.
Na een prettige wandeling kwamen we weer in een winkelstraat. Hier stonden we in beraad of we de tram zouden nemen of niet. Ondertussen kwam deze aan. De helft sprong er op, de rest in grote consternatie er achter hollend. De tram begon steeds meer vaart te krijgen en dus lieten we haar maar schieten. We hadden natuurlijk veel bekijks, want we waren erg opvallend met onze kleine loodwitblauwe petjes. Even later verschenen de vluchtelingen weer. Ze waren iets verder op weer uitgestapt. Een drietal van ons verkoos nog een kostbare fles Rijnwijn, na veel moeite veroverd. We stapten nu maar op de tram in een s-bocht en kwamen tegen zevenen terug en aten allen flink. Na wat praten gingen we weer naar bed.

De volgende dag gingen we om ongeveer twaalf uur weer op de terugweg. Maar ook deze keer ging het weer door schitterend terrein, waar steeds weer iets nieuws opdook en zo kwamen we tegen de middag aan in Teraats bij Düsseldorf.

Kasteel Teraats bij Dusseldorf

We namen hier onze intrek in een soort kasteeltje, dat eens gebouwd werd door een Nazi-fabrikant. Dit gebouw was modern maar ook middeleeuws ingericht en deed dienst als Rode Kruis post voor de Nederlanders. Er waren twee “moord” badkamers en we maakten er dankbaar gebruik van. 
We hadden reuze gezellige slaapzaaltjes voor acht personen met lectuur en we maakten alles voor de nacht in orde. We maakten vervolgens kennis met de gastvrouw en gebruikten daarna en de Middeleeuws ingerichte eetkamer de maaltijd. ’s Avonds speelden we nog wat nummertjes op het bordes en dronken in dezelfde eetkamer met onze gastvrouw een glas Vermouth. Daarna gingen we naar onze slaapplaatsen. Maar slapen deden we nog niet. Onze conferencier Henk Kramer bracht nog een vrolijke noot door met ons in de gangen geheimzinnig rond te dolen tot grote ergernis van Ruud van de Loo. Maar even later was alles in diepe rust in de “Muggenburcht”. 
De andere dag werd alles ingepakt en kwam een auto ons halen voor de terugtocht. Deze ging over diverse steden, waaronder Krefeld en München-Gladbach waar we nog enkele kerken bewonderden om hun schitterende houtsnijwerk. Dan ging het weer verder en zongen we bekende liedjes. Tenslotte kwamen we aan in Kevelaer waar we besloten enige tijd te blijven. We bezochten hier de grote kerk, waar veel herinneringen aan bedevaarten waren opgehangen, de Genadekapel en we maakten nog een wandeling door het stadje. Onze namen werden in het kerkboek geschreven omdat we de eerste Nederlandse pelgrims waren sinds 9 jaar. 
Toen gebruikten we nog een maal van macaroni en vermicelli met stroop en gingen, na nog wat vermicelli en andere eetwaren te hebben rondgestrooid, weer op de grens aan. Om ongeveer 7 uur waren we weer thuis, en zo kwam dan het einde van een prachtige tocht en van een succesvol tournee 1948.
Op 2 oktober volgde tot slot een contactavond bij H. Parmet, waar onze vriendenclub als band werd geliquideerd, maar als vriendenclub zou blijven bestaan, door op geregelde tijden contactavonden te organiseren. 
En hier eindigt tevens dit hoofdstuk, dat een overzicht gaf van de voorvallen onder de naam van “The Flying Stars”.

Theo Hermens en Jan Vermeer; Accordeonisten

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: