Molenstraat 53

Door de verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog en de grootschalige afbraak van de benedenstad in de jaren 1950-1980 hebben weinig straten in de middeleeuwse binnenstad hun vooroorlogse karakter kunnen behouden. Vooroorlogse bebouwing is vooral bewaard gebleven aan de rand van de binnenstad, zoals in de Lange Hezelstraat, Molenstraat, Ziekerstraat en Hertogstraat. Achter de voornamelijk 19de- en begin 20ste-eeuwse voorgevels gaan soms veel oudere kernen schuil, zoals uit onderstaand voorbeeld blijkt.

Bijna was Molenstraat 53 begin deze eeuw tegen de vlakte gegaan, maar net op tijd bracht (bouw)historisch onderzoek de bijzondere geschiedenis van het pand aan het licht, waarna het gedeeltelijk als monument werd beschermd. Bij dat onderzoek werd onder andere een middeleeuwse kelder met een tongewelf (een halfrond plafond) onder het rechter deel van het huidige voorhuis aangetroffen, evenals laat-middeleeuws muurwerk in de linker zijgevel. Ook namen de onderzoekers de historische ontwikkeling van de achterhuizen onder de loep.

De oorsprong van het huidige woonwinkelpand gaat terug tot de 15de eeuw, de eeuw waarin de Molenstraat binnen de stadsmuren werd opgenomen. Op twee smalle, diepe percelen stonden tot laat in 19de eeuw twee afzonderlijke woningen van vrijwel gelijke breedte. Achter beide woningen verrezen in de loop der eeuwen meerdere achterhuizen. De voorhuizen aan de straat hadden een zadeldak met de nok evenwijdig aan de straat. Waarschijnlijk werd het linkerpand in de 18de eeuw opgehoogd.

Na de sloop van de vestingmuren in 1880 bloeide de Molenstraat op als nieuwe verbinding tussen enerzijds de binnenstad en anderzijds de nieuwe uitbreidingswijken en het station. Vele ondernemers lieten hun woningen en winkels verbouwen of geheel vernieuwen en ook Molenstraat 53 zou de dans niet ontspringen. Omstreeks 1892 was de heer M. Knipscheer eigenaar van het rechterpand en bestierde hij er een stalling en logement. Hij kocht het naastgelegen pand aan en opende daar een café, terwijl hij zijn eigen logement tot koetshuis liet verbouwen. In de volgende jaren werden de twee oorspronkelijke voorhuizen zowel van binnen als van buiten steeds meer tot één geheel gesmeed en werd het een hotel, ‘Stad Cleef’ genoemd.

In 1912 vond een zeer ingrijpende verandering plaats: eigenaar F. Egbers liet het hotel flink verhogen het geheel voorzien van een nieuwe voorgevel, dit alles naar een ontwerp van B.J.C. Claase, die enkele jaren eerder de kerk aan het Keizer Karelplein had gebouwd. De nieuwe voorgevel kreeg een mengeling van Jugendstil en rationalistische stijlkenmerken. In de pui op de begane grond was de oude stalling aan de rechterzijde nog herkenbaar aan de dubbele deur. Het hoogteverschil tussen het linker- en rechterdeel markeerde de scheiding tussen de twee oorspronkelijke percelen. Binnen kregen de kamers fraaie stucplafonds met jugendstilornamenten.

Egbers zette hotel Stad Cleef voort, maar verkocht het pand tussen 1916 en 1919 aan de rijwielhandelaar H. Kersten en diens compagnon Janssen. Zij lieten de oude pui in 1926 vervangen door een nieuwe winkelpui in art déco, ontworpen door P.J. Wouters. Kenmerkend zijn de brede etalagevensters, de diepe portiek en het glas-in-lood aan de bovenzijde, waarin de namen van de eigenaars en het huisnummer zijn verwerkt.

Het enigszins vervallen historische pand stond op de nominatie om geheel door nieuwbouw te worden vervangen, met de bescherming is behoud van de voorgevel en kelder nu verzekerd. In het pand is een lampenzaak gevestigd.

 

01.jpg 02-DSC05323.jpg 03-DSC05316.jpg 04-DSC05215.jpg 05-DSC05212.jpg
06-DSC05217.jpg 07-DSC05207.jpg 08-DSC05209.jpg
Info:

Ria van Eldonk-Kersten, 16-03-09: De tekening (afbeelding 1) die ik stuurde laat zien hoe de twee panden er uit zagen toen Opa en Oma die panden kochten. Aan de rechterkant was een lange gang waar de hotelgasten hun paarden konden stallen. Dit was nog ver voordat wij er woonden, we waren nog niet eens geboren. Later noemde wij dat nog vaak de Stal, hoewel er toen al niets meer van te zien was. Opa heeft van beide panden op de begane grond een geheel gemaakt voor de winkel waar Verlichting, Electriciteit, Fietsen, Huishoudelijke artikelen ect. ect. werd verkocht. Als je naar de voorkant van het huis kijkt woonde mijn Opa en Oma (de vader en moeder van mijn Vader) in het linker gedeelte van het huis. In het rechtse gedeelte wat Hotel was geweest met dat balkon op de tweede verdieping, daar woonde wij met ons gezin met drie kinderen. Wij zijn daar geboren en opgegroeid. Het is nu wel jammer dat de naam van het Hotel niet meer te achterhalen is. Toen Oma was overleden nam onze vader de volledige taak van zijn vader over de winkel over. Dat was de tweede generatie. 

De Molenstraat was in die tijd altijd gezellig, want de gezinnen in die tijd waren talrijk en ook wat het aantal kinderen betreft. Je kende elkaar. De jongens gingen meestal naar de Petrus Canisius School en de Meisjes naar de Zusters JMJ Oude Stadsgracht. s' Avonds als om zes uur de winkels waren gesloten, was de straat van ons, we mochten dan nog een uurtje buiten spelen. Het was dan spelen meestal op de Poel, dat was in de hoek waar ook het taxi bedrijf van de Rijdt was. Daar maakte we dan soms een hinkelpot, die een vrouw die daar woonde niet zo geweldig vond, dat geschrijf op de stoep. Het gevolg was dat je dan een emmer water over je heen kreeg. Ook werd er wel een belletje getrokken, maar dat was de enige kattekwaad wat we uithaalden. Er zijn nog foto's dat we in de sneeuw speelde, die staan al op de Noviomagus site

Het boven de winkel wonen was best fijn, want de ouders waren altijd in de buurt. Als het druk was in de winkel, was het alle hands aan dek. En dan moest je je ook vermaken. Later hielp je vaak wat mee. We hadden op de trap een klein luikje waar door je in de winkel kon kijken. Toen ik nog klein was zat ik daar vaak om te wachten tot mijn moeder weer naar boven kwam. Ja leuke herinneringen. Als je zo aan het schrijven bent komen er steeds meer herinneringen boven. Er staan nog twee foto's op de site NR 391-400 van mijn broer en mij in de sneeuw voor de winkel in de Molensraat. Op de zelfde site 1-10 staat een foto van de auto van mijn Opa toen hij de dorpen afging om films te vertonen. Hij heeft ook de eerste bioscoop gehad in Nijmegen op de Grote Straat, (dat was nog de stomme film). Ook de oprichter van NZC de Nijmeegse Zwemclub was mijn Opa, ik heb een boekje in mijn bezit daarvan. Ook heeft hij een wielerbaan gehad op de plaats waar later de Robinson schoenfabriek heeft gestaan. Ja het was erg leuk om hem daarover te horen vertellen. Na de Oorlog organiseerde hij een hardloopwedstrijd, waarvoor de eerste prijs een radio was dat was uniek voor 
net naar de oorlog. Ja het is geweldig als je zo'n Opa heb gehad.

Info:

Ria van Eldonk-Kersten, 10-11-10: Hierbij een foto van mijn Opa Kersten. Ik vond deze foto, en dacht die hoort bij alles wat op de site van Noviomagus staat. Hij was de grondlegger van het bedrijf, zoals de panden aan de Molenstraat die hij toen gekocht heeft.

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: