Wederopbouwarchitectuur in Nijmegen

© 2004 Hylke Roodenburg en Henk Kersten Stichting Noviomagus.nl

Wederopbouwarchitectuur

door Hylke Roodenburg (tekst) en Henk Kersten (foto's)

Oorlog · Wederopbouwplannen · Uitwerking · Architectuur · Buiten het centrum · Waardering · Foto's


Hoofdstuk 1: De Tweede Wereldoorlog

In 1944 wordt Nijmegen tweemaal zwaar getroffen door het oorlogsgeweld. Een geallieerd bombardement leidt op 22 februari tot de verwoesting van grote delen van het stadscentrum en het stationsgebied. Zeven maanden later leggen de Duitsers bij hun aftocht nog eens een deel van de stad in de as. Wederom worden het stationsgebied en het centrum zwaar getroffen, maar ook de woonwijk ten oosten van het Traianusplein moet het ontgelden: de statige villa's en herenhuizen op de heuvelrand gaan allemaal in vlammen op. Na de bevrijding op 20 september 1944 wordt de stad nog gedurende een half jaar regelmatig onder vuur genomen. Ook hierbij worden huizen verwoest en vallen slachtoffers.

In totaal worden er in de oorlog zo'n 4500 woonhuizen, 600 winkels, 75 kantoren, 40 cafťs, vier bioscopen, vijf kerken en 17 scholen zwaar beschadigd of verwoest. Jarenlang herinneren kale vlakten in de binnenstad en rond het station aan de oorlogshandelingen.

Hoofdstuk 2: Wederopbouwplannen

Reeds op 1 maart 1944, net een week na het geallieerd bombardement, geeft het gemeentebestuur ingenieur A. Siebers de opdracht om een wederopbouwplan voor de Nijmegen te maken. Siebers presenteert zijn plan op 11 augustus. Als traditionalistisch architect brengt hij in het ontwerp de vooroorlogse kleinschaligheid van de binnenstad terug, onder meer met een pittoresk Middeleeuws pleintje ter plaatse van de Stikke Hezelstraat. Dit eerste plan bevat al enkele stedenbouwkundige elementen die daadwerkelijk zijn uitgevoerd, waaronder een centraal winkelplein, een directe noord-zuidverbinding tussen de Grote Markt, Bloemerstraat en Smetiusstraat en een tunnel onder het station door, die een directe verbinding vormt tussen het centrum en de westelijke stadswijken.

Op 28 september 1945 - het oostelijk deel van het stadscentrum is dan ůůk verwoest en Nederland is bevrijd - komt Siebers met een nieuw wederopbouwplan (Plan A). Het vertoont veel overeenkomsten met zijn eerste plan en heeft als meest opmerkelijke verschil dat de belangrijke noord-zuidverbinding is verschoven: deze begint nu bij de Blauwe Steen en loopt in een rechte lijn naar de Smetiusstraat. Hoewel dit plan uiteindelijk geen doorgang vindt, wordt ťťn onderdeel ervan wel gerealiseerd, namelijk de doorsteek van het MariŽnburg naar het Hertogplein (Klein-MariŽnburg).

Op 8 december 1945 presenteert de jonge stedenbouwkundige B. Fokkinga zijn wederopbouwplan (Plan B), dat onder toeziend oog van zijn collega's Siebers en P. Verhagen tot stand is gekomen. Het plan gaat uit van meer openheid en moderne architectuur in de binnenstad. Fokkinga, die duidelijk is beÔnvloed door de modernistische Verhagen, breekt op die manier met de traditionalistische ideeŽn van Siebers. In Plan B loopt tussen het Kronenburgerpark en het Hertogplein een brede ruimtelijke strook, waarin (van west naar oost) ruimte is gereserveerd voor een geestelijk centrum, een amusementscentrum, een bestuurlijk en een zakelijk centrum.
Plan B wordt in maart 1946 als Basisplan voor de wederopbouw gepresenteerd. Het krijgt veel kritiek van de bevolking te verduren, met name omdat de vooroorlogse situatie in het plan teveel wordt aangetast. Daarop komt Fokkinga op 16 november van dat jaar met Plan C, een compromis tussen de twee eerdere plannen. Plan C, waarin de ruimtelijke strook is geschrapt, wordt na enkele aanpassingen op 2 mei 1947 door de gemeenteraad goedgekeurd.

Hoofdstuk 3: Uitwerking van de plannen

In tegenstelling tot de eerste wederopbouwplannen, die vooral terugblikken op de vooroorlogse knusheid en kleinschaligheid, richt het definitieve plan zich meer naar de toekomst. In een moderne city is geen plaats meer voor smalle, bochtige straten en gassen, waarin nauwelijks ruimte is voor het verkeer. En dus worden brede straten ontworpen, die het centrum overzichtelijker maken en bovenal beter bereikbaar voor de bezoekers. Om het bevoorradingsverkeer zoveel mogelijk uit het straatbeeld te weren, worden bevoorradingshoven aangelegd binnen de grotendeels gesloten bouwblokken.
De benedenstad, die al vůůr de oorlog grotendeels verkrot is, wordt slechts gedeeltelijk bij de herbouwplannen betrokken. Honderden panden in de oostelijke benedenstad worden afgebroken voor de aanleg van het Groene Balkon (1953-1954), dat al tijdens de realisatie een grote stedenbouwkundige misser blijkt te zijn.
Van de gebouwen die in de oorlog zwaar gehavend maar niet onherstelbaar beschadigd zijn, worden alleen de Sint-Stevenskerk en het stadhuis gerestaureerd. Over het behoud van de Sint-Dominucuskerk aan de Broerstraat wordt lang gediscussieerd en uiteindelijk gaat het middeleeuwse bouwwerk in 1951 onder druk van de winkeliers in de straat tegen de vlakte.

Een snelle herbouw van het stadscentrum heeft voor de gemeente de grootste prioriteit, want alleen dan kan Nijmegen haar regionale verzorgingsfunctie behouden. De daadwerkelijke wederopbouw, die in 1947 begint, verloopt aanvankelijk echter zeer traag door een gebrek aan geld en bouwmateriaal. Om het winkelapparaat de eerste jaren na de oorlog toch draaiende te houden, worden in 1946 noodwinkels gebouwd aan het MariŽnburg, het Kelfkensbos, Wintersoord en de Bisschop Hamerstraat. De grote bouwhausse begint pas in 1952, nadat het Rijk de gemeentelijke plannen heeft goedgekeurd en er meer geld is vrijgekomen.
Op 17 september 1956 wordt de voltooiing van de wederopbouw plechtig gevierd, al wordt er dan nog volop gebouwd en telt de stad nog verschillende open plekken. De grote gebouwen van de Sociale Dienst en het politiebureau aan het MariŽnburg worden pas in de jaren '60 gebouwd en de bebouwing in het stationsgebied is zelfs pas rond 1980 helemaal voltooid.

Hoofdstuk 4: Architectuur

Op de architectonische uitwerking van het wederopbouwplan wordt toegezien door de Arnhemse architect W.J. Gerretsen. Ondanks de eerder genoemde schaarste aan geld en bouwmateriaal direct na de oorlog streeft hij naar een zo groot mogelijke diversiteit in de architectuur (compositie, kleur en materiaal). Om toch een evenwichtig geheel te verkrijgen, legt Gerretsen vooraf vast welke maximale hoogte en breedte de panden aan de straatzijde mogen hebben. Verder krijgen platte daken de voorkeur boven de traditionele puntdaken.
Terwijl de vormgeving van de voorgevels zorgvuldig wordt geregisseerd, worden er weinig eisen gesteld aan de achterzijden van de winkels. Die vormen een schijnbaar ongeordende afwisseling van in- en uitspringende bouwvolumes. Toch heeft dit een duidelijke reden. Winkeliers die hun zaak in de oorlog zijn verloren, kunnen aanspraak maken op zogenaamde herbouwclaims. Deze geven hen het recht op een vloeroppervlak dat gelijk is aan dat van vůůr de oorlog. Omdat de hoogte en breedte van de winkels aan de voorzijde zijn vastgelegd, is het resultaat dat veel panden aan de achterzijde worden uitgebreid tot het rechtmatige aantal vierkante meters wordt bereikt.

In de eerste jaren van de wederopbouw verrijst een aantal panden in de traditionele stijl van de Delftse en de Bossche School. Kenmerkend zijn de bakstenen gevels, natuurstenen lijsten en de pannendaken. Voorbeelden hiervan zijn te vinden aan de Pauwelstraat, Hertogstraat, rondom de Parkdwarsstraat en naast het oude stadhuis aan de Burchtstraat. Ook het kloostercomplex De Carmel aan de Doddendaal, waarvan de kerk in 1981 is gesloopt, is een belangrijk traditioneel gebouw. De traditionele panden worden afgewisseld door modernere gebouwen, waarbij voornamelijk 'nieuwe' materialen als beton, glas, aluminium en staal worden toegepast. De Hema aan de Grote Markt, bioscoop Carolus aan Plein 1944 en Broerstraat nummer 31 zijn sprekende voorbeelden. De meeste panden worden gebouwd in de zogenaamde 'shake hands architectuur', waarin moderne en traditionele elementen op harmonieuze wijze met elkaar worden gecombineerd.
Naast de vele afzonderlijke winkelpanden met bovenwoning, zoals die voornamelijk in de Broerstraat en Pauwelstraat te vinden zijn, verrijzen er in diverse straten grote woon-winkelblokken met een minder opvallende architectuur. Ze zijn voornamelijk te vinden aan de Stikke Hezelstraat, Houtstraat Plein 1944 en Bloemerstraat.
Extra aandacht is er voor enkele grote winkels en warenhuizen, met name de Hema en V&D aan de Grote Markt, Peek & Cloppenburg (nu Hennes & Mauritz) en Gerzon (nu Modern Electronics) in de Burchtstraat en modehuis Voss (nu Bakkerij Bart) op de hoek Broerstraat-Ziekerstraat. Deze gebouwen zijn gesitueerd nabij de kruisingen van belangrijke winkelstraten en steken vaak letterlijk en figuurlijk boven de omliggende bebouwing uit. Overige opvallende wederopbouwpanden in en nabij het centrum zijn de Sint-Canisiuskerk, het stationsgebouw en de Stadsschouwburg.

Hoewel veel panden uit de wederopbouwperiode op het eerste oog een sobere indruk maken, zijn er bij een meer gerichte blik vele ornamenten te ontdekken, variŽrend van geperforeerde ronde gaten in de balkonhekken tot mozaÔeken en een kunstwerk in sgrafitto. Daarnaast verschillen de panden ten opzichte van elkaar wat betreft vorm, materiaal (baksteen, natuursteen, hout, staal, glas) en kleur (bijvoorbeeld door het gebruik van verschillende soorten baksteen). Al met al kan worden geconstateerd dat in de wederopbouwperiode met schaarse middelen toch een gevarieerd stadsbeeld is gerealiseerd.

Hoofdstuk 5: Buiten het centrum

De herbouw van het stadscentrum krijgt van de gemeente de absolute prioriteit, met als gevolg dat er minder aandacht is voor het adequaat oplossen van de enorme woningnood. Om de ergste nood te lenigen, worden direct na de oorlog noodwoningen gebouwd op de Kopsehof, de Kwakkenberg en aan de Driehuizer- en Hatertseweg. Een aantal van deze huisjes (aan de Hatertseweg en de Bosweg) is tot op de dag van vandaag bewaard gebleven.
Het ontbreekt de gemeente aan een samenhangend uitbreidingsplan. Nieuwbouw vindt eind jaren '40 en begin jaren '50 versnipperd plaats op diverse open terreinen aan de rand van de stad, zoals in de Wolfskuil, Biezen en op het Broersveld (Hengstdal). De architectuur is veelal traditioneel en eenvoudig, maar er zijn uitzonderingen. Zo wordt in het wijkje Jerusalem in Heseveld geŽxperimenteerd met geprefabriceerde bouwelementen en besteden de architecten A. Evers en G.J.M. Sarlemijn veel aandacht aan de vormgeving van de woningen in de Bouwmeesterbuurt, eveneens in Heseveld gelegen.
Grootschalige wijken met duizenden woningen in een zakelijke stijl verrijzen pas vanaf eind jaren '50. Grootstal, Hatert en Neerbosch-Oost zijn de belangrijkste voorbeelden. Hier overheerst de monotonie, zowel in de stedenbouwkundige opzet (herhaling van stratenpatronen) als in de architectonische invulling (honderden identieke woningen).

Hoofdstuk 6: Omgang met en waardering van de wederopbouw

Zowel de stedenbouwkundige opzet van het naoorlogse stadscentrum als de wederopbouwarchitectuur weerspiegelen de ideeŽn die kort na de Tweede Wereldoorlog bestaan over de vormgeving van binnensteden. De gedachte dat de auto en het openbaar vervoer ruim baan moeten krijgen leidt tot ingrijpende wijzigingen in het vooroorlogse stratenpatroon, zoals het rechttrekken en verbreden van straten.
Als de binnenstad eenmaal is herbouwd, blijken niet alle beoogde effecten te zijn bereikt. De verbreding van de straten heeft geleid tot sfeerverlies en het MariŽnburg en de Doddendaal zijn geen volwaardig onderdeel van het centrum geworden. Daarnaast zijn sommige ideeŽn uit de wederopbouwtijd snel achterhaald. Krijgt de auto in de eerste jaren nog alle ruimte, eind jaren '60 ervaart men het verkeer in de binnenstad voornamelijk als hinderlijk. Een andere kwestie betreft het wonen boven winkels. In de jaren '50 is het nog gebruikelijk dat de winkelier boven zijn winkel woont, maar onder andere door de toenemende filialisering worden steeds meer bovenwoningen als magazijn in gebruik genomen. De levendigheid en sociale controle in de binnenstad nemen hierdoor af.
De gemeente pakt de problemen op zeer uiteenlopende manieren aan. Eind jaren '60 wordt de Broerstraat als eerste winkelstraat afgesloten voor verkeer. Later volgen andere winkelstraten en in 1996 wordt tenslotte bijna de hele binnenstad door middel van 'roadbarriers' afgesloten voor auto's.
In een poging de levendigheid en sociale controle in het centrum te vergroten, wil de gemeente het wonen boven winkels met beleid stimuleren. De vervallen bevoorradingshoven worden opgeknapt.
Ingrijpender van aard zijn de aanleg van de Marikenstraat en de herstructurering van het MariŽnburg in de jaren 1998-2000: noodzakelijke vernieuwingen die een stukje van de vooroorlogse intimiteit in het centrum terugbrengen. Momenteel worden plannen uitgewerkt voor de herstructurering van Plein 1944, dat een belangrijk onderdeel van het wederopbouwplan is. Vast staat dat een gedeelte van het plein wordt bebouwd.

Over het algemeen wordt de wederopbouwarchitectuur tegenwoordig ervaren als sober, goedkoop en eentonig. Een nauwkeuriger bestudering van de gebouwen leert echter dat er veel aandacht is besteed aan variatie en ornamentiek, zij het misschien niet zoveel als bij vooroorlogse panden. Bedenke men hierbij wel dat de wederopbouw met een beperkt budget en in een betrekkelijk korte periode van vijftien jaar heeft plaatsgevonden. Belangrijk is verder dat de vele bouwwerken uit de jaren '50 nog een dagelijkse herinnering vormen aan de enorme verwoestingen, die de stad in 1944 heeft ondergaan.
De praktijk leert dat er een behoorlijke tijd - tenminste zo'n 50 jaar - overheen moet gaan, wil men de (monumentale) waarde van een nieuw gebouw of een stadsbeeld kunnen inschatten. De waardering voor wederopbouwarchitectuur neemt dan ook pas sinds enkele jaren toe en steeds meer mensen worden zich bewust dat het een karakteristiek onderdeel van het Nijmeegse stadsbeeld vormt.

Fotocatalogus

De fotocatalogus vindt u op een aparte pagina.

terug naar Beeldbank


REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: