Gedenksteen van Jan van Hoof op het Joris Ivensplein

Gedenksteen van Jan van Hoof op het Joris Ivensplein:

Op 19 september 1944 leidde Jan van Hoof een verkenningswagen van de geallieerden door de stad. Op de Nieuwe Markt - het huidige Joris Ivensplein - werd het voertuig in brand geschoten. Jan van Hoof overleefde dit, maar werd alsnog gepakt en vervolgens gedood. Op de plaats waar de 'redder der Waalbrug' zijn leven liet, werd op 19 september 1945 deze steen in het plaveisel geplaatst.

Reactie 1:

Rob Essers: Hierbij stuur ik de conclusies van de Commissie die in 1949 door de Minister van Oorlog werd ingesteld en tot taak had om een deskundig en nauwgezet onderzoek in te stellen terzake het vraagstuk van de redding van de Waalbrug te Nijmegen in september 1944.

I. SAMENSTELLING EN TAAK VAN DE COMMISSIE.

Bij Beschikking van de Minister van Oorlog van 8 Juni 1949, Geheim Litt. D 112, werd een Commissie ingesteld, welke tot taak had een deskundig en nauwgezet onderzoek in te stellen terzake van het vraagstuk van de redding van de Waalbrug te Nijmegen in September 1944.

Tot leden dezer Commissie werden daarbij benoemd:

Luitenant-Generaal b.d. J.J.G. BARON VAN VOORST TOT VOORST, Adjudant in Buitengewone Dienst van Hare Majesteit de Koningin, tevens Voorzitter,
Reserve-Generaal-Majoor b.d. H. KOOT, Kanselier der Nederlandse Orden, en
Generaal-Majoor tit. b.d. D.A. VAN HILTEN, Hoofd van de Krijgsgeschiedkundige Afdeling van de Generale Staf.

Bij Beschikking van de Minister van Oorlog van 17 Mei 1950, D.G. Litt. C 111, werd de Commissie uitgebreid met:

Luitenant-Generaal b.d. W.F SILLEVIS en
Generaal-Majoor b.d. J. ZWART.
Als Secretaris van de Commissie trad op Luitenant-Kolonel C.M. OLIFIERS.

(...)

C o n c l u s i e s.

De Commissie heeft, in haar voorafgegaande uiteenzetting en in de bijlagen A en B dezes, de feiten en reconstructies in hun onderling verband en gevolgen beschouwende, gemeend terwille van een logische ontwikkeling reeds hier en daar enigszins vooruit te moeten lopen op haar eindconclusies. 

Zij vat deze hieronder puntsgewijze samen.

1. Voor de Commissie is komen vast te staan, dat de vernieling van de brug door de Duitsers grondig was voorbereid en dat de ladingen met geleidingen en ontstekingsmiddelen waren bevestigd met uitzondering van die voor de lading op het brugdek. De lading onder de brug is door een Brits pionierofficier na de verovering van de brug nog intact en voorzien van de ontstekingsmiddelen bevonden, terwijl de lading op het brugdek ongevaarlijk in losse onderdelen in de goot lag.

2. Aangezien de Duitsers de brug nodig hadden voor een voorgenomen tegen-offensief mocht deze niet worden vernield.

3. Gebleken is dat sabotage aan de op de brug aanwezige springlading is gepleegd, welke sabotage door de Duitsers werd ontdekt, waarbij de saboteur ternauwernood ontkwam. De schade is daarna door de Duitsers hersteld.

4. Uit het onderzoek is overtuigend gebleken:

dat JAN VAN HOOF zich zelfs met zijn leven vrijwillig wilde inzetten voor het behoud van de brug;

dat voor een dergelijke uiterst gevaarlijke sabotage van de eerste aanvang af de plannen en verkenningen door hem zijn beraamd, besproken of verricht.

Weliswaar kan JAN VAN HOOF niet met absolute zekerheid als dader van de in punt 3 bedoelde sabotage worden aangemerkt, doch de mogelijkheid is niet buitengesloten, dat het JAN VAN HOOF is geweest, die deze sabotage en wel op 18 September tussen 11.00 en 14.00 tot uitvoering moet hebben gebracht, daartoe gebruik makende van de enige door de Commissie op grond van feiten erkende mogelijkheid voor hem om deze sabotage, ondanks de daaraan verbonden imminente gevaren, te verrichten, waarbij het geluk hem zeer moet hebben gediend.

Daarbij komt:

dat hij blijkens de gegeven karakterbeschrijving tot een dergelijke daad in staat was en als gelovig Rooms-Katholiek zich daartoe geestelijk had voorbereid;

dat de uitlatingen van JAN VAN HOOF op 18 en 19 September, als "de brug is gered", bewezen zijn door hem te zijn geuit en deze uitlatingen niet anders kunnen slaan dan op een door hem persoonlijk verrichte sabotagedaad, waarvan althans hij de vaste overtuiging had, dat deze effectief was en hij zich dus daarover kon uitlaten in de bewoordingen, althans met de strekking, zoals verscheidene getuigen onder ede hebben verklaard.

5. Ook de toestand waarin hij, zo lichamelijk als geestelijk, op 18 September omstreeks 14.00 in de Museum Kamstraat terugkeerde, wijst op het mogelijke van een door hem onmiddellijk tevoren uitgevoerde sabotagedaad.

6. De Commissie erkent het verwonderlijke in het stilzwijgen van JAN VAN HOOF op Sionshof in de namiddag van 19 September over zijn daad, temeer daar dit stilzwijgen ernstig afbreuk aan zijn daaraan voorafgaande uitlatingen kan doen.

Hiertegenover stelt de Commissie echter in de eerste plaats VAN HOOF's uit verschillende getuigenissen van derden en uit zijn eigen daad onmiskenbaar gebleken Godsvertrouwen, betrouwbaarheid en trouw, eigenschappen welke haar opperste beproeving en vervulling vonden in het zich geven tot in de dood. 

Voor dit vreemd aandoende stilzwijgen zal VAN HOOF voor zichzelf zijn werkelijk goede redenen hebben gehad, waaromtrent men echter in het duister tast.

7. De Commissie is dan ook op grond van de door haar vastgestelde feiten, zomede van de logische reconstructie van de mogelijke handelingen van JAN VAN HOOF overtuigd, dat JAN VAN HOOF met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid sabotage aan de springlading van de brug heeft gepleegd en dat zulks in de mutatie voor een onderscheiding als zekerheid tot uiting dient te komen. 1)
____________________
1) Het lid der Commissie D.A. VAN HILTEN is van mening dat, aangezien de Commissie niet met zekerheid heeft kunnen vaststellen dat JAN VAN HOOF de sabotage heeft gepleegd, hij zich niet kan verenigen met het voorstel zulks toch met zekerheid tot uiting te brengen in de mutatie op grond waarvan aan JAN VAN HOOF bij K.B. de M.W.O. 4e kl. posthuum blijft toegekend. Overigens is dit lid van oordeel dat, voor wat betreft de verrichtingen van JAN VAN HOOF op 18 September tussen 11.00 en 14.00, geen positieve conclusies kunnen worden getrokken uit:

a. de beweringen van een onbekend gebleven Duits militair, waarvan de Commissie uit de tweede hand kennis kreeg en welke zij niet heeft kunnen controleren.

b. de verklaring van een Duits onderofficier van de pioniers, die tijdens de strijd noch op de brug, noch in de nabijheid van Nijmegen aanwezig was en zich niet kon herinneren wanneer de door hem bedoelde sabotage zou zijn gepleegd.

Dit gevoegd bij VAN HOOF's onverklaarbaar gedrag op Sionshof en de ongelofelijke moeilijkheden voor een burger om tijdens de gevechtshandelingen op de bewaakte brug door te dringen tot de springlading, deze onklaar te maken en wederom zonder ongevallen te ontkomen maken het dit lid niet mogelijk de conclusie te aanvaarden dat JAN VAN HOOF met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de sabotage heeft gepleegd. JAN VAN HOOF heeft nimmer gezegd, dat hij persoonlijk de brug heeft gered of daartoe een sabotagedaad heeft verricht en aangezien de bestaande twijfel hierover naar het oordeel van dit lid ook niet door het grondig onderzoek van de Commissie is weggenomen kan dit lid slechts aannemen, dat VAN HOOF op 18 September tussen 11.00 en 14.00 daartoe waarschijnlijk een poging heeft gedaan, hetgeen dan ook naar zijn mening, op grond van de door de Commissie vastgestelde feiten, alleen in aanmerking zou kunnen komen om in 3e alinea van de bij punt 10 van de Conclusies bedoelde mutatie tot uiting te worden gebracht.


8. De Duitsers hebben echter de aanslag bemerkt en VAN HOOF's mogelijke daad werd niet gevolgd door het naar de brug doorstoten van de op 18 September voor deze actie aanvankelijk ingezette compagnieën Amerikaanse parachutisten. Derhalve hadden de Duitsers de gelegenheid het tot springen brengen van de brug opnieuw te verzekeren. Tenslotte zijn zij op grond van de terzake gegeven bevelen op het beslissende ogenblik niet tot vernieling van de brug overgegaan. 

Daarom kan JAN VAN HOOF niet worden beschouwd als "de Redder " van de brug. Wel komt hem onvergankelijke eer toe voor hetgeen hij tot behoud van de brug als uitstekende daad van moed, beleid en trouw heeft verricht met inzet van zijn leven.

9. Ten aanzien van zijn optreden op 19 September, o.m. als gids van een Britse verkenningswagen, waarbij hij die dag te 17.30 is gesneuveld, moge de Commissie verwijzen naar hetgeen hierover in Bijlage A onder II, 5 is vermeld. Hierbij onderscheidde hij zich door bijzondere moed en voortvarendheid.

10. De Commissie is derhalve unaniem van mening dat hem posthume inschrijving van Ridder der 4e klasse in de registers der Militaire Willems-Orde ten volle blijft toekomen.

Evenwel dient de derde zinsnede van de mutatie op grond waarvan bij K.B. van 19 Juli 1946, No. 5, Jan, Jozef, Lambert VAN HOOF is ingeschreven in de registers van de Kanselarij der Nederlandse Orden als Ridder der 4e klasse der Militaire Willems-Orde te worden gewijzigd, terwijl in de tweede zinsnede het woord "levensgevaar" zou dienen te vervallen en de laatste zinsnede ware aan te vullen.

Immers de derde zinsnede luidt:

"Heeft in September 1944, terwijl deze brug gedurende anderhalf uur onder zó hevig artillerievuur der Geallieerden lag, dat de Duitse bewakingsafdeling van de brug was teruggetrokken, zich geheel alleen daarheen begeven en het ontstekingsmiddel (een lont) zeer kort vóór dit tot het detoneren van de springlading werd aangestoken, doorgeknipt".

Gewijzigd en aangevuld zou de omschrijving thans kunnen, luiden.

"heeft zich door het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw onderscheiden door in Augustus 1944 plannen te beramen en te bespreken om te beletten, dat de Duitsers de grote verkeersbrug over de Waal te Nijmegen, welke voor de Geallieerde legerleiding van veel belang was, tot springen zouden brengen. 

Heeft zich daartoe op de hoogte gesteld van de plaats van de springlading, van de ligging en samenstelling van het daarheen leidende ontstekingsmiddel en van de mogelijkheden deze buiten werking te stellen.

Heeft op 18 September 1944 met grote voortvarendheid, voorbeeldige moed en vastberadenheid van de gedurende enkele uren op en om de brug heersende gevechtsomstandigheden gebruik weten te maken om onder imminent levensgevaar en geheel alleen zijn vrijwillig op zich genomen taak tot het buiten werking stellen van het ontstekingsmiddel te volbrengen.

Heeft zich de volgende dag beschikbaar gesteld als gids van een Britse lichte verkenningswagen, welke, ver voor het eigen front doorgedrongen zijnde, door de vijand buiten gerecht is gesteld. Is daarbij gesneuveld."


's-Gravenhage, 21 November 1951.

DE COMMISSIE:

w.g.
Luitenant-Generaal b.d. J.J.G. BARON VAN VOORST TOT VOORST, Voorzitter,
Luitenant-Generaal b.d. W.F. SILLEVIS,
Generaal-Majoor b.d. J. ZWART,
Reserve-Generaal-Majoor b.d. H. KOOT,
Generaal-Majoor tit. b.d. D.A. VAN HILTEN,
(Onder het voorbehoud tot uiting gebracht in de noot 1) op punt 7 van de Conclusies)

Reactie 2:

Rob Essers: Niet onvermeld mag blijven dat ook de twee inzittenden van de verkenningswagen om het leven kwamen. Het gaat hierbij om
Lance-Sergeant William Thomas BERRY (zie http://www.cwgc.org/search/casualty_details.aspx?casualty=2645105) en 
Guardsman Albert SHAW (zie 
http://www.cwgc.org/search/casualty_details.aspx?casualty=2646853).

Reactie 3:

A.W. Kuiken: Op 19 september 1944, laat in de middag, leidde Jan van Hoof een gepantserde verkenningswagen van de Britse Grenadier Guards door de stad. De wagen was geleend door Lance-Sergeant Berry (commandant) en Guardsman Shaw (chauffeur), beiden behorend tot de Royal Engineers. (Men neemt aan dat ze opdracht hadden de spoorbrug over de Waal te verkennen, maar zeker is dit niet). Zittend op een voorspatbord wees Jan van Hoof de weg naar de spoorbrug. Op de kruising Lange Hezelsstraat - Nieuwe Markt, ter hoogte van de rechterzijde van het toenmalige Terminus, werd de wagen geraakt door 20mm granaatvuur. Dit vuur was afkomstig van een geschutsopstelling die zich op de hoek van de Lange Hezelstraat bevond. 
De wagen werd aan de achterzijde getroffen en vloog onmiddellijk in brand. De commandant en zijn chauffeur kropen uit de wagen, brandend als fakkels en overleden ter plaatse. Jan van Hoof was van de wagen gesprongen toen het schieten begon. Hij werd door Duitsers gegrepen, mishandeld en uiteindelijk door het hoofd geschoten. De drie lichamen bleven op de straat achter. De volgende morgen werden deze gevonden en tijdelijk begraven in het Kronenburgerpark.

Bijlage: Foto van het wrak van de Humber Scout Car. Men heeft het wrak naar de kant geschoven. Plaats: stoep langs de Veemarkthallen aan de Nieuwe Markt. 

Reactie 4:

Rob Essers: WAAR viel Jan van Hoof??? Bij de oorlogsmonumenten op www.4en5mei.nl staat de steen vermeld als "monument aan de Lange Hezelstraat". Op bijgevoegde foto is niet te zien of dit exact dezelfde plaats is als waar de steen nu ligt. 

De uitgebrande verkenningswagen stond een eindje verder op de Nieuwe Markt aan de achterzijde van Terminus.

Op de foto uit 1990, gemaakt door Theo van Zwam (Bron: Regionaal Archief Nijmegen, documentnummer F22278) , is te zien dat dezelfde gedenksteen destijds aan de Voorstadslaan lag. Is de huidige locatie van de gedenksteen op het Joris Ivensplein wel helemaal juist?

Reactie 5

Rob Essers: HIER EN DAAR VIEL JAN VAN HOOF...

"(...) Wel is de herdenkingssteen voor verzetsheld Jan van Hoof alvast een eindje verplaatst, zodat die straks geen auto's op zich hoeft te dulden." (De Gelderlander, maandag 14 januari 2008)

Uiteraard kon ik het niet nalaten om ter plekke te gaan kijken waar Jan van Hoof dit maal gevallen is. De steen ligt nu weer een stukje dichter bij het kruispunt Nieuwe Markt en Lange Hezelstraat.

Mijn verzameling van foto's van de herdenkingssteen wordt steeds groter. De archieffoto uit 1975 laat zien dat er vroeger minder omzichtig mee werd omgegaan. Waarschijnlijk staat hierop nog de originele steen uit 1945. Uit welk jaar de (nieuwe) steen op www.4en5mei.nl stamt, heb ik 
nog niet kunnen achterhalen.

Links; de steen in 1975 Rechts; de oude situatie (foto 2004)

De nieuwe situatie (foto 2008)

Reactie 6:

A.W. Kuiken: Toevoeging op reactie 3.
De Humber Scout Car van de Royal Engineers vertrok vanaf het hoofdpostkantoor. Vermoedelijk was Lance-Sergeant Berry de mening toegedaan, dat hij met zijn technische kennis op aanwijzing van Van Hoof in staat zou zijn het ontstekingsmechanisme van de spoorbrug onklaar te maken. Van Hoof was er van overtuigd, dat dit zich bevond in een café op de Nieuwe Markt. De Scout Car volgde de Ziekerstraat, Houtstraat en de Lange Hezelstraat, dwars door het tijdens het bombardement zwaar getroffen stadsdeel. Nauwelijks op de Nieuwe Markt aangekomen, werd de wagen door een 20mm luchtafweerkanon, nu ingezet tegen gronddoelen, beschoten. Dit kanon stond opgesteld in de tuin van het huis van de familie J. Daniëls
(1) . Het was toen even over half zes in de middag. Vanuit de Scout car werden nog enige salvo's afgevuurd, maar de benzinetank werd getroffen en de wagen vloog in brand. Berry en Shaw zagen nog kans het voertuig te verlaten, maar zij vielen, brandend als fakkels, zielloos neer op het trottoir bij drogisterij Schott (2). De Duitse wachtpost, die aanvankelijk het café van B. van Hees (3) was binnengevlucht, schoot nu toe. Jan van Hoof sprong van het spatbord. De Duitsers riepen hem aan. Hij antwoordde zoiets als: “Hollander, Vrij Nederland”, en deed hinkend een paar stappen naar voren. Op het pleintje (4) zakte hij ineen. Duitsers ontrukten hem zijn portefeuille en oranje armband, al schreeuwend: “Du, Partisan”. Ze sloegen en schopten hem en één van de soldaten schoot Van Hoof in het achterhoofd. Hij stierf ter plaatse. De Duitsers lieten de lichamen op de Nieuwe Markt liggen. Woensdagmorgen om 7 uur werden de stoffelijke overschotten overgebracht naar Terminus, waar een Ierse aalmoezenier de absoute verrichtte. De drie gesneuvelden werden, samen met twee Duitsers, begraven in het Kronenburgerpark. Op vrijdag 22 september werd het stoffelijke overschot van Jan van Hoof opgegraven en op de r.k.-begraafplaats aan de Daalseweg ter aarde besteld.

(1) Hoek Lange Hezelstraat – Kronenburgersingel
(2) Hoek Lange Hezelstraat – Nieuwe Markt
(3) Lange Hezelstraat 135
(4) Vermoedelijk het stuk trottoir, rechts van Terminus en tegenover drogisterij Schott

RAN-F30236 Hoek Kronenburgersingel en Lange Hezelstraat.
Tuin van waaruit de Scout Car werd beschoten.

RAN-F71036 Onthulling gedenkteken voor Jan van Hoof in het trottoir van de Lange Hezelstraat voor Terminus en de Veemarkthallen. Rechts op de foto vader van Hoof, verder v.r.n.l. zijn moeder, twee zusters en een broer. 19 september 1945.

Algemeen:
De straatnamen ter plaatse waren in 1944 anders dan nu. De Lange Hezelstraat liep door tot aan de Hezelpoort en de Nieuwe Markt liep links en rechts van Terminus en de er achter liggende veemarkt.

RAN-F27549 Zie reactie 3. De witte auto bij de grote ingangspoort (rechts) markeert de plaats 
waar het wrak van de Scout Car na het incident uiteindelijk terecht kwam.

Conclusies of “zo zou het gebeurd kunnen zijn”:

De Scout Car, komende uit de Lange Hezelstraat, is op de hoek met de Nieuwe Markt rechtsaf geslagen. De mogelijkheid bestaat dat men hierna een moment is gestopt om de situatie te bestuderen en een beslissing te nemen. Feit is dat de manschappen van het Duitse 20mm kanon genoeg tijd hadden om hun stuk te draaien en opnieuw te richten op de onverwacht verschenen Scout Car. Men kan aannemen dat het kanon gericht stond op de Hezelpoort, omdat vanuit de Oude Heselaan/Kraayenhoflaan gevechtslawaai te horen was. Een andere Brits/Amerikaanse aanvalsgroep deed namelijk tegelijkertijd van die zijde een aanval op de Spoordijk/brug. De Scout Car werd aan de linker-achterzijde getroffen en vloog in brand. De Duitse wachtpost aldaar vluchtte omdat er in hun richting werd geschoten (eigen vuur). De Britse bemanning zag nog kans het voertuig te verlaten, maar viel, brandend als fakkels, neer op het trottoir bij drogisterij Schott. Jan van Hoof zat hoogstwaarschijnlijk op het linker voorspatbord, omdat de Scout Car “rechtse” besturing had en de chauffeur door zijn kijkspleet anders niets kon zien. Jan van Hoof, hoewel ontsnapt aan het vuur, moet toch iets meegekregen hebben want hij hinkte en zakte op het trottoir rechts voor Terminus in elkaar.
Daar is hij uiteindelijk omgebracht. De Duitsers trokken die nacht zich terug richting Valkhof.

Waarom het wrak van de Scout Car zo ver van de plaats des onheils is terecht gekomen (±100m) is niet meer te achterhalen.

Bronnen: 
1. Privé archief
2. Corridor naar de Rijn – 1988
3. Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen

terug

Reactiepagina
Reactie 7:

Rob Essers, 19-04-2018: "Monument voor verzetsheld Jan van Hoof verhuist" (De Gelderlander, 19 april 2018). De gedenksteen komt niet meer terug op de oude plek op het Joris Ivensplein. In een bericht van de streekomroep RN7, gepubliceerd op 19-04-2018 14:49, staat bij een afbeelding van de verkeerde steen:
NIJMEGEN – De gedenksteen van Jan van Hoof keert niet meer terug op zijn oude plek op het Joris Ivensplein. Leo Aelberts was ooggetuige van de dood van de verzetsheld, en gaf tijdens de werkzaamheden aan het Joris Ivensplein aan dat de locatie van de gedenksteen niet klopte met de plaats waar Van Hoof om het leven kwam.

Daarom is nu besloten te bekijken of de steen 50 meter verderop kan worden geplaatst. Daar komt binnenkort een terras, met de eigenaar wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn.
Als de 86-jarige Leo Aelberts gelijk heeft, dan is de gedetailleerde beschrijving van A.W. Kuiken (zie Reactie 6) niet juist. Waarom heeft de ooggetuige meer dan 70 jaar gewacht met de melding dat de steen op de verkeerde plek lag? Wist men bij de onthulling van de steen op 19 september 1945 al niet meer waar Jan van Hoof gevallen was?

Behalve archieffoto F71036 heb ik een tweede foto gevonden met de oorspronkelijke steen; zie GN6334. Het blijkt te gaan om een ander exemplaar dan de steen met de barst uit 1975. Bij mijn zoektocht naar een foto waarop te zien is waar de steen aanvankelijk lag, vond ik archieffoto GN7874 (Datering: 1953). Bij het inzoomen op auto die rechts vooraan staat, is bij de stoeprand links van de trolleypaal volgens mij de gedenksteen te zien. Op foto F27295 (Datering: 27/11/1971) is de steen niet te zien, maar wel een deel van de bestrating tussen de steen en de oostzijde van de Nieuwe Markt.

De oorspronkelijke locatie van de gedenksteen lag mogelijk op 50 meter afstand van de zijgevel van Lange Hezelstraat 108. Als mijn inschatting klopt, is de steen bij de aanleg van het Joris Ivensplein al eens in oostelijke richting opgeschoven.

In het bericht in De Gelderlander van 19 april 2018 staat: "Aelberts stond ruim 73 jaar geleden met zijn ouders te schuilen in autogarage Van Bon op nummer 10 van de Nieuwe Markt en zag het door een raam gebeuren. „Het is mooi dat de steen nu op een betere plek komt te liggen, hopelijk is dat terras geen al te groot probleem”, zegt Aelberts.

Op archieffoto F26523 (Datering: 1950-1955) is de Centraal-Garage van Th.W.H. van Bon te zien. Bij Street View (aug. 2017) is het pand waar de garage gevestigd was, te herkennen aan de rode kleur. De foto roept de vraag op wat de 12-jarige Leo vanuit het raam op een van de bovenetages gezien kan hebben. De rijbaan lag in 1944 met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op de plaats waar nu de fietsenrekken staan.

Ik acht het niet erg waarschijnlijk dat een ooggetuige op 19 september 1944 vanuit het raam van Nieuwe Markt 10 zicht had op trottoir voor het pand aan de Nieuwe Markt, waar nu nog barbershop Nozems 6511 is gevestigd.

Een deugdelijke onderbouwing voor de verplaatsing van de gedenksteen naar het terras van het (toekomstige) café ontbreekt. Er is mijn inziens onvoldoende reden om de steen niet terug te plaatsen op de zuidoosthoek van het Joris Ivensplein.
Reactie 8:

Gerard Centen, 21-04-2018: Jan van Hoof, heb ik later gehoord van een bewoner uit de Hezelstraat, zat op een verkenning humber en die trok met de antenne slingers van de straat die door de bewoners al waren opgehangen, helaas het liep allemaal voor hem droevig af.
Reactie 9:

Hans van Meteren, 07-05-2018: "Er is mijn inziens onvoldoende reden om de steen niet terug te plaatsen op de zuidoosthoek van het Joris Ivensplein." Lastig die dubbele ontkenningen, wat is nu precies de juiste en duidelijke conclusie?
Reactie 10:

Rob Essers, 07-05-2018: @Hans van Meteren: Nog veel lastiger dan (mijn) dubbele ontkenningen is het vinden van het antwoord op de vraag WIE bepaalt waar de steen wel/niet komt te liggen en op grond waarvan. In de plannen voor de herinrichting van het Joris Ivensplein heb ik niets over de gedenksteen en/of de verplaatsing ervan aangetroffen.
Reactie 11:

Gerard Centen, 08-05-2018: Reactie op Hans van Meteren. Ik was in september 1944 10 jaar en woonde in de Wolfskuil. Het verhaal van Jan van Hoof als redder van de Waalbrug deed al gauw de ronde. Hoewel in de de vliegende Hollander (door de geallieerde luchtmacht verspreide pamfletten) stond hoe de Amerikanen de Waalbrug bij Nijmegen veroverden, werd niets vermeld over Jan van Hoof. Maar hoe dan ook, Jan van Hoof was een verkenner en is ook het slachtoffer geworden van de rampzalige geallieerde militaire operatie in september 1944, Market Garden.
Trouwens, er zijn al veel boeken over geschreven dat het een heel slecht plan was van legerlijders zoals veldmaarschalk Bernard Mondgomery en luitenant generaal Frederick Browning. Mondgomery is geloof ik tot ereburger van Nijmegen gedecoreerd, en hier word gezanikt in de gemeente waar de gedenksteen van verkenner Jan van Hoof geplaatst zal worden. Wat een gelul, gewoon op de oude situatie van 2004.
Reactie 12:

Rob Essers, 08-05-2018: @Gerard Centen - De Waalbrug is veroverd door de Britse 1st and 2nd battalions Grenadier Guards. Zij kwamen de eerste Amerikanen pas tegen bij het spoorwegviaduct over de Griftdijk Noord in Lent (bij het huidige station Nijmegen Lent). The Battle of Nijmegen is een van de 47 Honorary Distinctions ('Battle Honours') die de Grenadier Guards sinds 1680 hebben ontvangen. 'Nijmegen' is een van de veldslagen die vermeld staan op 'The Colours'. De No 2 Company, 2nd Bn Grenadier Guards heet sinds 1994 'The Nijmegen Company'.

De Slag om Nijmegen is een gewonnen veldslag die een aantal Grenadier Guards het leven heeft gekost, onder wie Guardsman Albert Shaw (23 jaar), die de verkenningswagen bestuurde met Jan van Hoof als gids. Op 18 september 1994 is op het Grenadier Guardsviaduct een bronzen plaquette onthuld ter gelegenheid van de 50-ste verjaardag van de Slag om Nijmegen en de verovering van de verkeersburg door de 1st and 2nd battalions Grenadier Guards in september 1944. De tekst is nog nauwelijks leesbaar door de misplaatste kasten die er tussen juli 2015 en juli 2016 voor gezet zijn.


Street View - aug. 2017

Redactie: een recente foto van de plaquette:

De tekst luidt:

THIS PLAQUE WAS UNVEILED ON 18TH SEPTEMBER 1994
TO COMMEMORATE THE 50TH ANNIVERSARY
OF THE BATTLE OF NIJMEGEN
AND THE CAPTURE OF THE NIJMEGEN ROAD BRIDGE
BY 1ST AND 2ND BATTALIONS GRENADIER GUARDS
IN SEPTEMBER 1944

DEZE GEDENKPLAAT WERD ONTHULD OP 18 SEPTEMBER 1994
TER GELEGENHEID VAN DE 50-STE VERJAARDAG VAN
DE SLAG OM NIJMEGEN EN
DE VEROVERING VAN DE VERKEERSBRUG DOOR DE
1ST AND 2ND BATTALIONS GRENADIER GUARDS
IN SEPTEMBER 1944


REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: