Het Kolpinghuis

Het Kolpinghuis:

In de eerste helft van de 19de eeuw waren de werkomstandigheden voor de arbeidersklasse veel slechter dan nu. Arbeiders maakten lange uren, deden vaak vuil en gevaarlijk werk en kregen slecht betaald. Stemrecht hadden ze niet en vakbonden bestonden nog niet. De Duitse priester Adolph Kolping (1813-1865) merkte dit alles op en zette zich actief in om het lot van met name jongere katholieke arbeiders te verbeteren. In 1849 richtte hij in Keulen de eerste Gezellenvereniging op (een gezel is een jonge arbeider of leerling). Deze vereniging had als doel om arbeiders te vormen, met elkaar in contact te brengen en te laten ontspannen door gezamenlijke activiteiten.
Het zogeheten Kolpingwerk verspreidde zich als een vlek over katholiek Europa en bereikte ook Nijmegen. Op 25 maart 1880 werd hier de Katholieke Gezellenvereniging opgericht, die zich al snel op een hoop leden kon verheugen. Het ledental groeide zo, dat men binnen twee jaar genoodzaakt was een eigen verenigingsgebouw te bouwen.
Het verenigingsgebouw verrees in 1882-1883 op een wigvormig perceel tussen de Smetiusstraat en de Van Berchenstraat en kreeg de naam Sint-Josephshof. Architect was de bekende P.J.H. Cuypers. Het gebouw bestond uit twee vleugels: een lage brede vleugel met vergaderzaal en daarachter een kleinere vleugel met twee bouwlagen. In die laatste vleugel, die sindsdien vrijwel ongewijzigd is, wijst een fraaie gevelsteen op het bouwjaar en de functie van het gebouw.
Een paar jaar na de oplevering bleek het gebouw niet groot genoeg te zijn en in 1890 werd de Sint-Josephshof fors uitgebreid naar een ontwerp van A. van den Boogaard. De lage vleugel van één bouwlaag werd met drie verdiepingen verhoogd. Onder het uit 1883 daterende heiligenbeeld van Jozef (dat kon blijven zitten) werd een grote gevelsteen met inscriptie aangebracht ter herinnering aan de uitbreiding.
De architect probeerde de massaliteit van het gebouw enigszins af te zwakken door de grote gevelvlakken te laten verspringen en te voorzien van vele ramen of versieringen in baksteen. Daarnaast doorbrak hij de logge gestalte van het gebouw door het trappenhuis met een torentje te bekronen. Desondanks is het niet een van de fraaiste voorbeelden geworden van laat-19de-eeuwse bouwkunst. In de vorige eeuw werd het gebouw nog enkele malen op kleine schaal uitgebreid.
De naam van de Katholieke Gezellenvereniging veranderde in de tweede helft van de 20ste eeuw in de Kolpingvereniging, waarna de Sint-Josephshof snel bekend werd onder de naam Kolpinghuis. Tegenwoordig is het een zalen-, vergader- en congrescentrum, dat voor uiteenlopende doelen wordt gebruikt. Ook de Kolpingvereniging is nog een vaste gebruiker.

terug

Reactiepagina
Reactie 1:

Andre Kersten, 28-10-2014: kerkbouwer en beeldhouwer P.A. de Leeuw (1833-1909) heeft in zijn Nijmeegse periode begin tachtiger jaren van de 19e eeuw op het Kolpinghuis nog les gegeven in het vak tekenen en beeldhouwen. Hij was grootvader van de literator dr. Gerard P.M. Knuvelder (1902-1982).

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: