gevbedr36

Tegeltableaus aan de sporthal in Bottendaal:

Bij de sloop van de verpakkingsfabriek van Maertens aan de De Ruyterstraat in 1982 werden deze tegeltableaus bewaard en ingemetseld in de nieuwe sporthal die op dezelfde plaats werd gebouwd. Van boven naar beneden zijn de stadswapens van Den Haag, Rotterdam, Zutphen en Amsterdam te zien.

Reactie 1:

Rob Essers, 27-09-2009: Ik mis bijgevoegde afbeelding met de tekst:

Wie het oude
niet eert
is het nieuwe
niet weerd

1 9 8 5

De volgorde van de tegeltableaus komt niet overeen met de volgorde waarin ze in aan de kant van de de Ruyterstraat zijn aangebracht. De juiste volgorde is: Amsterdam - Zutphen (?) - Rotterdam - Den Haag.

Maertens was geen verpakkingsfabriek, maar een Tricotage en Confectiefabriek. Op de foto uit 1978 is een gedeelte van Maertens' Tricotage- en Confectiefabriek te zien. De panden links op de foto staan nog altijd aan het einde van de Jan de Wittstraat (tegenover het zogenaamde Thiemepark). Waarschijnlijk zaten er drie tableaus aan weerszijden van het koninklijke wapen.

Bron: RAN

De overgebleven tegeltableaus zijn niet afkomstig van de firma Maertens, maar van de Koninklijke Parapluiefabriek E. Meulenberg & Zonen. De tableaus in de zijgevel van de Sporthal Bottendaal zijn van dezelfde firma als de verdwenen gevelschildering in de van Berchenstraat; zie
/gevschil38.htm.

In Reactie 1 schreef R.J. Meulenberg op 17-08-2009 dat de nieuwe fabriek op 18 november 1923 werd geopend. Ik neem aan dat hij 1913 bedoeld. In het telefoonboek van 1915 staat (ook) het adres van de parapluiefabriek in de de Ruyterstraat 53-57 vermeld.

Op de foto uit 1920 is de ingang van de parapluiefabriek te zien met boven de deur het jaartal 1913. Dezelfde ingang en het jaartal 1913 zijn ook te herkennen op de foto uit 1978. De reusachtige parapluie boven de ingang laat er geen twijfel over bestaan dat het in 1920 niet om een Tricotage- en Confectiefabriek ging!

Bron: RAN

Ik neem aan dat het koninklijke wapen te midden van de tegeltableaus ook een overblijfsel was van het predicaat "Koninklijk" dat de Parapluiefabriek E. Meulenberg & Zonen in 1908 kreeg. De fabriek is in 1924 opgegaan in de N.V. Nijmeegsche Parapluiefabriek v.h. Koninklijke Parapluiefabriek E. Meulenberg & Zonen, die in 1931 surseance van betaling aanvroeg.

In 1933 zat Femina Schoenfabriek N.V. in het pand, maar die fabriek ging in 1936 failliet. Volgens het adresboek uit 1940 deed het pand de Ruyterstraat 53-57 toen dienst als "Hulpkazerne". De firma Maertens nam pas omstreeks 1950 haar intrek in dit fabrieksgebouw dat in 1982 werd gesloopt.

Reactiepagina
Reactie 2:

Rob Essers, 16-03-2015: hulpkazerne
Op 29 maart 1938 trok het 2e Bataljon van het 11e Regiment Infanterie (II-11 R.I.) van de Krayenhoffkazerne naar de nieuwe tijdelijke kazerne, de Ruyterstraat 53-57 (zie De Gelderlander, 29 maart 1938). In een krantenbericht van 28 maart 1940 is sprake van de voormalige hulpkazerne in de Ruyterstraat (Meulenbergfabriek).

Redactie: uit het vermelde krantenartikel een stukje dat het nieuwe onderkomen beschrijft:
Hoe de hulpkazerne er uit ziet
Wie de vroegere Parapluiefabriek der firma Meulenberg aan de Ruyterstraat kent, weet, dat daarin groote ruimte is - zoowel parterre als op twee verdiepingen.
Daarom heeft men er nog geen geschikte hulpkazerne.
Maar daarvoor is gewerkt.
In vier en een halven dag zijn hier wonderen gedaan. Er is gezorgd voor alles, wat noodig was, tot in de perfectie. Van commandant tot fourier en korporaal, van makelaar tot eenvoudig timmerman - allen hebben zonder uitzondering van vroeg tot laat gearbeid. Vooral de commandant en zijn adjudanten en de kapiteint der Genie Ir. H.J.L. Hornix, hebben in veel moeten voorzien en heel wat orders moeten geven.
Maar men was heden dan ook kant en klaar.
Ruim driehonderd man zijn hier zeer goed onderdag gebracht.
De vraag der slaapzalen was allereerst urgent. Deze is zeer practisch opgelost. Er kon voor lichte en luchtige zalen gezorgd worden. Beneden is een groote hooge ruime slaapzaal gekomen met 150 bedden en boven op de eerste en tweede verdieping zijn nog vier ruime slaapzalen ingericht, waar de manschappen zich best thuis zullen gevoelen.
Beneden is de groote waschzaal met de noodige waschgelegenheden met stroomend water.
Het binnengedeelte van het groote gebouw is tot kantine ingericht.
De keuken, welke uitkomt op de binnenplaats naar de zijde van de St. Stephanusstraat is frisch gelegen.
Voor den wachtcommandant is bij den ingang der kazerne der St. Stephanusstraat een wacht- en aanmeldingsgebouw geplaatst. Het was een moeilijkheid om de latrine z te bouwen, dat zij doelmatig geplaatst waren en toch niet hinderlijk zouden zijn.
Ook hier werd een goede uitweg gevonden en kon men het geheel zoo boven en ter zijde afschermen, dat zij niemand tot ergernis kunnen zijn.
Boven is nog een kleine geneeskundige afdeeling ingericht; zijn de kamers voor commandant en administratie ingericht en tikte reeds de klok, het geschenk van de Zeeheldenbuurt.
De hoofdingang voor de soldaten blijft aan de zijde der St. Stephanusstraat en die voor officieren, kader en gasten aan de De Ruyterstraat.
De eerste indruk is, dat 2de Bataljon van het 11de Ret. Infanterie tijdelijk goed is gehuisvest. Het gebouw is voor elfmaanden gehuurd - met telkens een maand verlenging.
Men vermoedt, dat de duur van deze huur wel naar anderhalf jaar zal loopen, wijl de kazerne bij Grave nog moeten aanbesteed worden.
In ieder geval II 11de R.I. is voorloopig goed onderdak. En wat ook al veel zegt, er heerscht een goede geest tusschen officieren en manschappen.
De burgerij kan den gezelligen toon in de kazerne der Zeeheldenbuurt nog verhoogen door te zorgen voor nog wat warme aankleeding van het interieur.
Reactie 3:

Wil Struike, 05-10-2015: Maertens Tricotage heeft ook een atelier gehad in Grave, de bedrijfsnaam staat nog op het gebouw of bord.
Reactie 4:

Boy van Pelt, 07-10-2015: volgens mij was de naam van Maertens tricotage fabriek vroeger ,,MARTABEL,, zij zaten in de de Ruyterstraat. Een broer Maertens is in die tijd verhuisd naar Africa, met name naar Boelewayo. Dat zal omstreeks jaren 60 62 geweest zijn.
Zij woonden vroeger in Ubbergen huize Maertenshof. Het huis staat er nog steeds, erg schuin tegenover Leenders taxi.
Reactie 5:

Wil Struike, 07-10-2015: Boy, Martabel was de merknaam.
Reactie 6:

Hessel, 08-10-2015: Hoewel de naam het mogelijk wel enigszins suggereert, daar stond ik eerder niet bij stil, woonde textielfabrikant M.C. Maertens niet op Rijksstraatweg 48: rijksmonument de Maartenshof voorheen genaamd de Marsch, maar wel hier een paar huizen vandaan op Rijksstraatweg 56: rijksmonument Bronhuize. In de Maartenshof woonde in 1955 dr. G.F.J.M. Br, de geneesheer-directeur van de Maartenskliniek.

Maertens Tricotage- en confectiefabriek was in 1946-1948 gevestigd op Vondelstraat 3 in Nijmegen; in 1949 op het adres de Ruyterstraat 53-57.
Aardig om te zien welke kandidaten hier zoal uitgenodigd werden te solliciteren: 'enkele jongens van 16 tot 18 jaar' (1946), 'nette meisjes' (1955), 'stiksters, naaisters' (1948), 'zoomsters, overlocksters, afwerksters' (1950), 'geroutineerde spoelsters', 'enige bekwame repasseersters' (1949), 'een allround lintmessnijder' (1969) enz. Maar daarnaast ook een 'directrice' (1952), 'goed ingevoerde vertegenwoordigers' (1954-55), een 'ervaren naaimachinemonteur' (1961), 'chef voor de afdeling mechanische administratie' (1970), een 'assistent(e)- cheffin' en ...o ironie in de laatste advertentie die ik zag staan (1978) een hooggekwalificeerd 'commercieel manager met ondernemerskwaliteiten' - waardoor bij mij toen de vraag rees, kwam deze voor succes in de Nederlandse situatie dan toch te laat binnen?
Bij de opening van de nieuwe vestiging van Maertens in Grave in november 1962, betoogde dr. Swarttouw -toen 'directeur van het bureau van tricotfabrikanten in Nederland'- dat deze industrietak bescherming verlangde van de Nederlandse regering tegen marktverstoring waarbij bv. 'het buitenland' eigen problemen zou afwentelen op de EEG. Al een noodkreet!
Het handelsmerk Martabel betrof relatief goedkoop in de markt gezette producten waarmee in de periode tussen 1959 en 1978 door de winkeliers heel wat werd geadverteerd.

En wat Bulawayo betreft, dat zou zeer goed kunnen kloppen, want daar in Zimbabwe zijn familieleden -zelfs met dezelfde voorletters- terechtgekomen!!
Reactie 7:

Boy van Pelt, 10-10-2015: Bulawayo klopt 100%, ik heb meerdere malen naaimachine onderdelen voor de privemachine van mevr Maertens naar africa verzonden. Dat was een Fridor met knikarmsysteem, de weerstand ging vaak kapot. Wat Dr.Bar aangaat die woonde op de hoek van de Rijkstraatweg en de Kasteelselaan recht tegenover het Frans pensionaat.
Reactie 8:

Dick van Meurs, 26-12-2015: Ik heb van october 1964 tot januari 1966 als exportassistent bij Maertens in Nijmegen gewerkt. Martabel is inderdaad een merknaam. Een van de Maertens heeft in Mook gewoond. Wij importeerden tricotage/confectie van Maertens in Rhodesie.
Reactie 9:

J.H. Rijnaarts, 06-01-2016: Ik ben de jongste dochter van A.C. Rijnaarts en ben geboren in 1933 in de van Spaenstraat. Een gezin van 11 kinderen. Mijn vader en moeder zijn in augustus 1911 getrouwd en ze woonden eerst in de van Berchenstraat, daarna boven de fabriek in de de Ruyterstraat.
Mijn vader was reiziger, ook in het buitenland, en heeft in Duitsland de opkomst meegemaakt van Hitler en de nazi's. Dus ook de Jodenvervolging waaronder veel van zijn klanten de dupe werden.
Zo ver ik gehoord heb als kind kwamen er grote orders in de jaren dertig voor de Duitse wehrmacht zoals parachutes en capes. Mijn vader weigerde en werd op wachtgeld gezet en ze verhuisden toen naar de van Spaenstraat. Een Rijksduitser nam de leiding over maar ik weet niet zeker of dat Dickman was.
Het predicaat Koninklijke werd enorm gevierd en er liep een rail vanuit de fabriek Ruiterstraat naar het station voor vervoer van goederen.
Ik heb nog wel herinneringen aan de dag dat mijn vader 50 jaar in dienst was, in 1950.
Hij is eigenlijk nooit officieel ontslagen. Na de oorlog kwam de afrekening voor het leveren aan Duitsland en werd mijn vader gevraagd de zaak te helpen afwikkelen. Hij vond zich inmiddels te oud. En hij wilde zich niet confronteren met alles wat in de oorlog was doorgewerkt.

Aanvulling: Helaas leven mijn oudere broers en zussen niet meer en ik als jongste (82) moet het hebben van herinneringen en verhalen van vader en de rest van het gezin.
Vader was vertegenwoordiger, boekhouder, en gaf leiding aan het personeel. Was alleen thuis van vrijdagavond tot maandag en had abonnement op de trein 1e klas. Hij sprak heel veel talen en dat merkte ik pas bij de bevrijding omdat hij vloeiend Frans sprak met Frans-Canadezen en Duits in alle dialecten omdat we tijdens de oorlog veel invallen kregen thuis omdat mijn broers waren ondergedoken en ze op zoek waren naar hen. Zowel tijdens de 1e als de 2e wereldoorlog was export niet mogelijk.
Parasols gingen naar Arabische staten en sheiks en ook naar Zuid-Afrika.
Op zolder hadden we grote koffers met monsters met bewerkte handvatten voor parasols en paraplu's. Die zijn waarschijnlijk opgekocht na het overlijden van mijn vader (geb. 25 juni 1879 te Gouda en overleden 11 juli 1952 in Nijmegen). Moeder was van 1889 geb. in Den Haag en ze zijn gehuwd 25 augustus 1911.
Ik heb wel foto's van mijn vader maar niet op het werk of in de fabriek.

Met vr. groet. mevr.J.H. Rijnaarts en ik hoop dat ik wat heb kunnen bijdragen aan Noviomagus.
Reactie 10:

JAM.Willems, 18-08-2017: Voor wat betreft de tegeltableaus: Op het pand de Ruyterstraat 53-57 zaten 7 tegeltableaus, waarvan er 4 zijn teruggeplaatst op de zijmuur van de Sportzaal Bottendaal (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Leeuwarden). Het Koninklijk Wapen en de stadswapens van Nijmegen en Den Bosch zijn verdwenen. Wie weet waar deze zijn gebleven ?
Reactie 11:

Rob Essers, 18-08-2017: De paraplufabriek van de Koninklijke Parapluie-Fabriek E. Meulenberg en Zonen (bouwjaar 1913), de Ruyterstraat 53-55, was voorzien van de stadswapens van Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdam, het Koninklijk Wapen, de stadswapens van Nijmegen en 's-Hertogenbosch, en een onbekend wapen dat mogelijk is toegevoegd uit het oogpunt van symmetrie. Dit laatste wapen lijkt op het stadswapen van Leeuwarden waaraan schildhouders zijn toegevoegd. De paraplufabriek had filialen in slechts vijf verschillende steden. Dezelfde vijf stadswapens zijn aangebracht op het winkelpand Stikke Hezelstraat 2-4.

Als ik mij niet vergis, zijn overblijfselen van een of meer andere tegeltableaus gebruikt bij de inrichting van het Wijkcentrum Burghardt, Burghardt van den Berghstraat 114. Bij een bezoek aan het wijkcentrum kwamen de tegels aan de onderkant van de bar mij bekend voor. Nadere informatie hierover heb ik niet kunnen vinden.
Reactie 12:

JAM.Willems, 19-08-2017: Beste Rob, hartelijk dank voor je antwoord. We weten weer iets meer.
Maar de onderkant van de bar in het Wijkcentrum Bottendaal bestaat uit FOTO'S van 2 bestaande tegeltableaus op de Sportzaal, die van Rotterdam en van Den Haag. Dus de tegeltableaus van Nijmegen en Den Bosch zijn daar niet te vinden. Wie weet er meer vanaf ?
Reactie 13:

Mark van Loon, 12-01-2018: De 7 tableaus zijn te zien op foto RAN F78882 uit de beeldbank van het Regionaal Archief. Detail:

Het Bossche stadswapen hangt nu boven de trap in de sporthal:

Reactie 14:

Ren Martens, 28-09-2018: Bij de bevrijding van Nijmegen werd het schoolgebouw van de NSV Nijmeegse Schoolvereeniging (aan de Driehuizerweg) gevorderd door de Engelse militairen en moesten de klassen uitwijken naar de Ruyterstraat (of Vondelstraat 3?), in de kantine van de Maertens tricotagefabrieken aldaar, volgens oud-leerling Leen Verburgh.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: