Zuuk 't mar uut - Wim Janssen

Nimweegse liedjes 9

1979

Op 20 februari 1905 werd over de Nederlandse grens, in de Heksendans -een meertje op de Duivelsberg- het lijk gevonden van een vrouw. Merkaanduidingen en firmanamen in de kleding wezen uit dat zij een Belgische dienstbode was geweest. Naast het lijk werd een wandelstok gevonden met daarop de initialen J.C. De door verdrinking om het leven gekomen vrouw was 19 februari omstreeks 11 uur 's morgens nog gezien toen zij met een knappe, in het zwart geklede, man met een kneveltje, die Nederlands sprak met 'n vreemd accent, wandelde in de richting van de onheilsplek. Een uur later was de man alleen teruggekomen en had gevraagd naar de tram naar Nijmegen. De politie dacht - gezien deze verdachte omstandigheden - niet aan gewone verdrinking maar aan moord.

De Duitse justitie begon een grootscheeps onderzoek en liet zelfs de Heksendans droog leggen. De Nijmeegse Hotelier Mulder (Smetiusstraat), waar het echtpaar blijkbaar had gelogeerd onder de naam van de heer en mevrouw Loosevelt, werd verhoord. Het lijk werd in Wyler ter aarde besteld. Ondertussen speurde men ook in Nederland intensief naar de moordenaar. Verschillende verdachte personen (vooral die met de initialen J.C.) werden aangehouden en verhoord. 

De Gelderlander schreef dat de moordenaar 'n „kelnersgezicht" had. Maar daar protesteerden de gezamenlijke Nijmeegse kelners heftig tegen. Zij vroegen zich af waarin zo'n kelnersgezicht dan wel verschilde van een gewoon gezicht en wezen er bovendien op dat de Gelderlander er waarschijnlijk ook grote bezwaren tegen zou hebben als 'n andere krant geschreven had dat de moordenaar 'n „pastoorsgezicht" had.

Uit Luik kwam plotseling het bericht dat de moordenaar Jules Cherpion was en dat de vermoorde Catherine Droixhe moest zijn. Haar broer had haar herkend van 'n foto van het lijk. Cherpion zou met de dienstbode Droixhe, „met wie hij ongeoorloofde betrekkingen had aangeknoopt en die hij beloofd had te zullen trouwen", een afspraak hebben gehad voor een ontmoeting in Nijmegen.
Cherpion, kort voor de dramatische gebeurtenis benoemd tot leraar aardrijkskunde aan de „Ecole des Cadets" te Namen, was nog niet gearresteerd en er gingen geruchten dat hij naar Zwitserland was gevlucht.

Na enige tijd meldde Cherpion zich zelf bij de Luikse politie. Hij was op bezoek geweest - zo zei hij - bij zijn ouders in Jodoigne en had bij zijn terugkomst het verhaal in de krant gelezen. Hij beweerde dat hij geen wandelstok had en dat hij een alibi had in de vorm van een verklaring van zijn hospes Carlier die hem op de dag van de moord 's avonds in Luik zijn souper had gebracht. Cherpion werd voorlopig in hechtenis gehouden. 

De kleren van de vermoorde vrouw werden opgestuurd en verschillende personen uit Nijmegen en omgeving werden in Luik verhoord.
23 mei 1905 werd er door Belgische en Duitse autoriteiten een onderzoek ingesteld op de plaats van het misdrijf. Aangezien de bevolking dacht dat ook de verdachte Cherpion bij de reconstructie aanwezig zou zijn had zich op de hellingen rondom de Heksendans een grote menigte verzameld, „ongeveer zoals toeschouwers in een paardenspel rondom de diepte der manege". Cherpion werd echter niet ten tonele gevoerd maar het talrijke publiek vermaakte zich best omdat de aanwezige Duitse en – Franssprekende – Belgische autoriteiten elkaar slechts zeer moeizaam verstonden wat tot allerlei geestige verwikkelingen leidde. De hilariteit steeg nog toen met een forse knal, die op een pistoolschot leek, een band klapte van een fiets die achter het publiek in de zon lag.

Het lijk van het slachtoffer werd in Wyler opgegraven, via Nijmegen naar België vervoerd en daar in Herstal, onder grote publieke belangstelling, herbegraven. 

In Luik vorderde het onderzoek ondertussen maar langzaam. Cherpion leek zeker van zijn zaak omdat hij een alibi had. Hij werkte in de gevangenis aan een wetenschappelijk werk en op een tentoonstelling in Luik werd werk van hem geëxposeerd. Het bewijsmateriaal was echter dermate belastend dat Cherpion begin november 1905 tot levenslange dwangarbeid werd veroordeeld. Zijn hospes werd in december van datzelfde jaar veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens meineed.

Daarmee kwam dan een einde aan wat bekend werd als de opzienbarende „moord op de Duivelsberg". Zoals gebruikelijk bij opzienbarende gebeurtenissen waren er ook nu weer mensen die probeerden enig voordeel te halen uit deze zaak. Zo had hotelhouder Mulder foto's van de dader en zijn slachtoffer ter inzage gelegd in zijn hotel wat zijn klandizie zeker ten goede moet zijn gekomen en P.A. Geurts gaf een ansichtkaart uit van de Duivelsberg waarbij vermeld werd: „De plek waar den 19 febr. 1905 M. Dreix is vermoord" (bedoeld is M. Droixhe).

Ook verscheen er een straatlied over het gebeurde. Dat de dichterlijke vrijheid ook in die dagen een groot goed was, bewijst wel het feit dat het lied niet helemaal in overeenstemming is met de werkelijkheid. Zo blijkt uit de kranten uit die tijd ook niet duidelijk of de vrouw nu zwanger was of niet en er is in het lied sprake van dat de vrouw vermoord werd met een mes.

Rene van Hoften, Franc Jansen, Wim Janssen

MOORD OP DE DUVELSBERG

Een jongeling van 18 jaren 
zou aan een meisje zijn liefde verklaren 
Maar toen hij haar van haar eer had ontrukt 
liet hij haar zitten in een diepe zucht

Des morgens kwam hij om haar te spreken 
Hij zag de tranen van droefheid blinken 
Zij sprak jongeman ziet wat gij doet 
Hetgeen ik draag is Uw eigen vlees en bloed

Hij nam haar dadelijk mee naar buiten 
in 't groen bos waar de vogels fluiten 
Hij nam haar mee naar een stille rivier 
en sprak zoetlief Uw rustplaats die is hier

Hij heeft haar dadelijk vast gegrepen 
en met een mes en gaf haar zeven steken 
Zij viel ter aarde, viel voor zijn voet 
en riep O, God ziet wat de liefde doet

Ziet nu die moordenaar daar nu eens lopen
Hij heeft zijn meisje met een mes gestoken
Gij zult ondergaan hetzelfde lot 
Uw leven eindigt ginder op ’t schavot

auteur: anoniem

Wij bedanken mevr. Plinck, Rapsodiestraat 126 voor het geven van het liedje en Jan Buylinckx, medewerker van het gemeentearchief, voor het maken van het verhaaltje. (in 1979 red.)

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1979 - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

Reactie 1:

Daniël Merkus, 01-03-10: Onlangs las ik het stukje overgenomen van een uitgave van De Brug uit 1979. maar daar zit een fout in. De vermoorde vrouw heette geen Catherina maar Marie Droixhe. (Utrechts Nieuwsblad, 31-07-1905) Haar twééde naam was Catharina.

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: