JvG

© Rob Weenink, digitale bewerking 07-02-2020 Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

Alleen de kapsalon bleef

Op zoek naar de verdwenen winkels en bedrijven in de Jan van Goyenstraat

door Rob Weenink

Deel 1: De oneven kant
"Kijk", zei Stefke de Kort met wie ik door de Jan van Goyenstraat wandelde op zoek naar de verdwenen middenstand in die straat, "op die hoek zat een bakkerij. En daar heeft een kruidenierswinkel gezeten. Als je goed naar de huizen kijkt, herken je aan de ramen en deuren dat er vroeger winkels en bedrijven in zaten." Voor haar een terug naar haar jeugd, zij woonde van 1945 tot 1966 op de Sterreschansweg, voor mij verbazing in het heden. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en dankzij gesprekken met oud-bewoners kan ik me nu verbeelden hoe het was en loop ik opnieuw de straat in.
Ik start aan de oneven kant op de hoek Museum Kamstraat- Jan van Goyenstraat, maar wacht eens, zag ik in Myra Magers archief niet een foto van een pension op nummer 47, nu eindigt de Jan van Goyenstraat bij nummer 41. Hoe zit dat?


Pension Frisia in 1919 (Myra Mager)


Pension Frisia in 2020




Juist, destijds liep de Jan van Goyenstraat aan de overkant van de Museum Kamstraat verder door. Ook het huis met het embleem van de Jezuïeten (dat eveneens op de gevel van 'Frisia 'staat) stond dus aan de Jan van Goyenstraat. Dat alleenstaande huis was de woning en de werkplaats van het hoofd Groenvoorzieningen van het Canisius College. De familie woonde boven en beneden waren de werkplaats en de stalling van de grasmaaiers e.d.


 


Frisia

Verwoesting in 1944

We gaan de straat weer in, het is nauwelijks meer voor te stellen welke verwoestingen er in september 1944 zijn aangericht. De straat is toen door de Duitse troepen, met name door de Hitlerjugend, deels in brand gestoken en in de frontstadperiode is een groot aantal huizen door granaten verwoest. Dat lot trof ook de omringende straten: Museum Kamstraat, Pater Brugmanstraat, Hugo de Grootstraat, Barbarossastraat en Batavierenweg. " Theo Jacobs schreef: " De middenstand in de Jan van Goyenstraat heeft materieel zwaar geleden onder de oorlogshandelingen. Ik schat in dat mijn vader een paar honderd klanten verloren heeft: met de straten waren ook de klanten verdwenen. Helaas werden in de Hugo de Grootstraat 2 scholen gebouwd in plaats van huizen en de Barbarossastraat en de Batavierenweg bleven heel lang onbebouwd. "

Op de foto (1944) kijken we door de Rosendaelstraat, nu Hugo de Grootstraat, naar de Berg en Dalseweg, links is de Jan van Goyenstraat en rechts de Ten Hoetstraat.
Henk en haar

Op nummer 21 knipte Henk van Hulst de heren vanaf 1960 tot 1999 toen zijn gezondheid hem in de steek liet. Voordat hij hier met zijn salon in kwam, zat er een andere kapper die ook veel vuurwerk verkocht en daarvoor was het een depot/winkel van Electrolux. Hij was eerst leerling bij kapsalon François op de Bisschop Hamerstraat. De salon aan de Jan van Goyenstraat liep prima, destijds woonden in de omgeving veel gezinnen met kinderen. Van Hulst bouwde een grote, trouwe klantenkring op met welgestelde heren die, ook al verhuisden ze, bleven komen.


Nr. 21 Kapsalon Van Hulst, in 1957?


Nr. 21 in 2019 (Olga Abbing)

Van chocola via sla naar haar

Op nummer 13 zien we nu kapsalon Jacinthe waar mijn kleinkinderen met veel aandacht en geduld geknipt werden. Maar van 1928-1938 was hier banketbakker Maison Frehé gevestigd.


Maison in 1928 (site fam. Frehé)


Maison Frehé in ? (Myra Mager)


De Gelderlander 06-07-1926 (RAN)

Na het vertrek van de maison, die een goede naam had, nam in 1932 Th. Jacobs met zijn melkhandel zijn intrek in het pand. In de jaren 30 had hij een winkeltje in de Ten Hoetstraat dat grensde aan Trianon.


De Gelderlander 06-05-1932 (RAN)

De winkel aan de Jan van Goyenstraat 13 liep uitstekend maar het huis ligt aan de zonkant wat niet bevorderlijk bleek voor de houdbaarheid van de melk en de zuivelprodukten. In 1937 vertrok hij daarom naar de overkant op nummer 14 dat hij kocht voor 7500 gulden. De begane grond werd deels verbouwd tot winkel inclusief koelruimte.


De Gelderlander van 31-03-1937 (RAN)

Vervolgens komt in het pand de winkel van groenteboer Hollemans. Han Lijn vertelt over hem: "Naast zijn winkelnering reed hij 's ochtends vroeg al met zijn 3-wieler pick-up-laadwagentje naar de groenteveiling. Volgens mij stond hij in die tijd ook nog op de groentemarkt. Samen met zijn vrouw runde hij dan ook nog die winkel. Op zaterdag reed ik voor hun alle bestellingen op een bakfiets naar de klandizie in de buurt.
Mevrouw Hollemans stond dan al alle appels en peren in de winkel en etalage met een theedoek op te wrijven zodat het fruit mooi glom. De winkel beschikte over een elektrische aardappelschrapmachine, een indrukwekkend apparaat dat vooral kinderen fascineerde.
Hollemans had in feite 2 winkelpanden, later kwam er een cadeauwinkel in de hoekzijde van de Pater Brugmanstraat, in het linkerdeel (Jan van Goyenstraat) bleef op een kleiner oppervlak hun groentezaak operationeel. Tijdens de verbouwing zat Hollemans tijdelijk in een garagebox naast kapper Van Hulst."

Theo Jacobs (zoon van Th. Jacobs van de melk- en zuivelhandel op nr.14) vertelt over Hollemans: "Hij was hofleverancier van het Wilhelminaziekenhuis en stond bekend om de hoge kwaliteit van zijn groenten en fruit. Het waren bijzonder aardige mensen. Mevrouw had altijd een keurige witte jasschort aan met op de revers haar verpleegstersspeldje. Veel verdriet hebben ze gehad door het vroege overlijden van hun zoon Jan die slechts 18 jaar werd.
De cadeauwinkel werd gerund door een oom van het echtpaar Hollemans. Toen deze winkel opgeheven werd, begon Huub Delgijer samen met zijn vrouw Nettie in de leegstaande winkel een handel in gordijnen, fournituren en vloer- en raambedekking. Ze woonden in een flat aan de overkant in de Pater Brugmanstraat; ze waren zeer betrokken bij het wel en wee van de middenstand.
Hollemans verkocht destijds zijn winkel aan een echtpaar uit het westen van Nederland maar het werd een mislukking waardoor Hollemans hier veel geld aan heeft verloren, heel triest."

Na het vertrek van Hollemans werd de groentezaak overgenomen door Beckers die de winkel maar kort had. Volgens mevrouw Willemse, echtgenote van de kleermaker op nr. 37, is hij verdronken toen hij met zijn auto het Maas-Waalkanaal inreed.

Zo zijn we terug in kapperszaak Jacinthe. De moeder van de huidige eigenaresse, Ria Arts, had in de jaren 60 een eigen zaak in de Mr. Franckenstraat op 21. In 1978 verhuisde ze naar de Jan van Goyenstraat. Met kapper Van Hulst op 21 maakte ze de afspraak elkaar niet in de haren te vliegen over klanten, Ria kreeg de dames en Henk van Hulst de heren. Beide zaken liepen uitstekend. Ria was geliefd in de buurt. [Redactie: lees ook het artikel van Herman Stal over Maison Jacinthe.]



Jacinthe 1988


Nr. 11 in 2010 (Myra Mager)


Nummer 11, vroeger het stucadoorsbedrijf van de heer en mevrouw Jansen. Na het overlijden van mevrouw Jansen werd het pand gekocht door de heer Bartels die er zijn loodgieters- en installatiebedrijf in vestigde. Nu is het huis het domein van kunstenaars Myra Mager (zie haar website http://www.architectuurnijmegenoost.nl/ ) en Hans Krapels.
Een kinderwagen op het grind

Vervolgens komen we langs nummer 3.


De Gelderlander 23-02-1946 (RAN)

Aan de Houtstraat, op de hoek van de Jodengas op nummer 58, stond voor de oorlog een kinderwagenfabriek. Eigenaar was G.J. Nieuwkamp en het bedrijf heeft bestaan van ongeveer 1914 tot in de jaren 60. De kinderwagens, vouwwagens en poppenwagens die er gemaakt en verkocht werden, waren voornamelijk bestemd voor de lokale markt van Nijmegen en omstreken. Ze werden rechtstreeks vanaf de fabriek verkocht in de eigen winkel maar ook wel via andere winkeliers. Het bedrijf voerde ook reparaties uit. De produktie lag op enkele honderden wagens per jaar.
Het pand in de Houtstraat werd bij het bombardement op Nijmegen op 22 februari 1944 verwoest. Na de oorlog zette Nieuwkamp het bedrijf voort in de Jan van Goyenstraat waar hij de panden 3, 42 en 44 in gebruik had. In nummer 3 woonde ook Nieuwkamp zelf. (ontleend aan Laurens A. ten Horn; digitale bewerking 05-08-2014 Mark van Loon/ stichting Noviomagus)
Bedrijven die uit de stad waren weggebombardeerd kregen voorrang bij herhuisvesting. Nieuwkamp had zijn bedrijf eerst op 44 maar de gemeente wilde daar geen bedrijfsvergunning meer voor geven - in 1937 was er nog een autobekleding – en stoffeerderijzaak in gevestigd - zodat het huis op nummer 3 waar wel een vergunning op lag in aanmerking kwam. Voor en tijdens de oorlog zat daar namelijk fietsenmaker Engelenburg die zowel fietsen verkocht (en repareerde) als sportartikelen.


De Gelderlander 27-03-1934 (RAN)


PGNC 20-09-1937 (RAN)


Na de oorlog kwam Engelenburg niet meer terug en opende elders een winkel.
Nieuwkamp produceerde later stalen meubels en had een smederij, hij maakte o.a. de omheining voor het Mariabeeld op het plein voor de Maria Geboortekerk. De huidige eigenares van Jacinthe vertelde dat haar moeder haar waarschuwde met de kreet: "Kijk uit, daar heb je Nieuwkamp in zijn gele Daf." Han Lijn schrijft: "Nieuwkamp reed voor zijn staalconstructiebedrijf in een Volvo bestelauto, zo'n degelijk model met 2 vlaggenstokken links en rechts op de motorkap. De winkel diende als showroom voor de kinderwagens, daarnaast lag zijn werkplaats. In de etalage lag grind waarop de kinderwagens stonden. Nieuwkamp was een fanatiek oud-strijder/verzetsman en actief voor de Maria Geboortekerk." Volgens Theo Jacobs "was Nieuwkamp inderdaad actief in het verzet. Hij kon niet tegen onrechtvaardigheid, zelfs als hij zag dat een vader met zijn zoon op straat ruzie maakte, sprong hij ertussen. Hij was ook een echte carnavalist, in de carnavalsperiode werd hij vaak opgehaald in een open landauer, gekleed in jacquet en met een hoge hoed op. Een man die zwaar getroffen was door de oorlog en zich vreselijk ergerde aan het feit dat sommige NSB'ers weer mooie functies bij de overheid kregen."


Nr. 3 in 2019 (Olga Abbing)


 

Vlees en frites

Tenslotte arriveren we op de hoek met de Hugo de Grootstraat, in dat pand was Slagerij Derkse gehuisvest, Hugo de Grootstraat 2. Tot 1955 heette het gedeelte vanaf de Berg en Dalseweg tot de Jan van Goyenstraat de Van Rosendaelstraat. (Rob Essers' Stratenlijst van Nijmegen)


Van Rosendaelstraat rond 1930 vanaf hoek Jan van Goyenstraat


 


De slagerij 2019 (Olga Abbing)


Theo Jacobs herinnert zich: "De heer en mevrouw Derkse waren zeer geliefd in de buurt en hadden een goedlopend bedrijf. Een paar keer per jaar kwam de scharensliep de messen slijpen, dat deed hij op slijpmachines die voor de winkel werden geplaatst. Voor de jeugd een evenement. Slager Derkse was ook opleider op de slagersschool en examinator. Mijn broer was chef bij de Hema en moest ook zijn diploma halen voor de verkoop van verse vleeswaren. Derkse was zijn examinator. Ik vermoed dat mijn broer niet al te veel tijd in de lesstof had gestoken. Tijdens het examen lagen stukken vlees en vleeswaren uitgestald en de examenkandidaten moesten aangeven wat voor vlees en van welk dier. Meneer Derkse maakte mijn broer door handgebaren naar zijn eigen lijf duidelijk wat het was, hij kneep dan bijvoorbeeld in zijn eigen wang." Han Lijn voegt eraan toe: "Eind jaren 60 begonnen de buurtwinkels met zogenaamde 'nevenhandel', zo opende slager Derkse een aparte friteshoek." Een manier om de dalende inkomsten door de komst van AH te compenseren.

-o-o-o-- wordt vervolgd --o-o-o-


Geraadpleegde bronnen: Noviomagus.nl; interviews met (in het bijzonder) Theo Jacobs, Han Lijn, Jan Vogelsang, Mevr. Willemse en een rondwandeling met Stefke de Kort.
Foto's: Regionaal Archief Nijmegen (RAN), Archief Myra Mager, Olga Abbing, Noviomagus.nl

terug naar Gastredactie-overzicht

Winkelde u ook in de Jan van Goyenstraat? Deel uw herinneringen (en foto's) met ons!

Reactiepagina
Reactie 0:

Rob Weenink, 09-02-2020: Jan van Goyenstraat - Alleen de kapsalon bleef
Reactie 1:

Rob Essers, 10-02-2020: De Jan van Goyenstraat (raadsbesluit d.d. 9 september 1899) eindigde oorspronkelijk bij de Huygensweg. In 1922 werd het middengedeelte verkocht aan het Canisius College en heeft het laatste gedeelte de naam Praetoriumstraat gekregen (raadsbesluit d.d. 20 december 1922). In het verdwenen gedeelte lagen de huisnummers 47 en 49.

Jan van Goyenstraat 47 op de hoek van de Eleonorastraat (raadsbesluit d.d. 22 februari 1896) maakte deel uit van de twee woonhuizen waarvoor op 23 oktober 1900 bouwvergunning werd verleend. Het hoekpand kreeg rond 1922 het adres Eleonorastraat 50. Korte tijd later is de straatnaam gewijzigd in Museum Kamstraat (raadsbesluit d.d. 3 mei 1922). Museum Kamstraat 50 staat sinds 30 maart 1994 op de gemeentelijke monumentenlijst (monumentnummer 1070).

Jan van Goyenstraat 49 was een koetshuis met bovenwoning waarvoor op 21 augustus 1901 bouwvergunning werd verleend. Hoewel dit pand in het verdwenen middengedeelte van de Jan van Goyenstraat lag, werd het adres pas op 7 augustus 1929 gewijzigd in Museum Kamstraat 48. Na de aanleg van het Pater Rubbenspad (raadsbesluit d.d. 10 juni 1992) is het adres gewijzigd in Pater Rubbenspad 2. Ook dit pand staat sinds 30 maart 1994 op de gemeentelijke monumentenlijst (monumentnummer 1069).

Beide gemeentelijke monumenten zijn volgens de redengevende omschrijving ontworpen door architect Willem Hoffmans (lees: Willem Hoffmann). De huizen zijn gebouwd door aannemer en eigenaar Wilhelmus Hermanus Thunnissen (Ubbergen 29 december 1860 – Nijmegen 3 mei 1938). Het koetshuis met bovenwoning is op 11 mei 1903 aangekocht door zijn zwager, huisschilder Jan Hendrikus Kaak (Oisterwijk 19 september 1869 – Nijmegen 17 oktober 1945).

De eerste bewoner van het hoekhuis was sigarenfabrikant Sebastian Augustus Wilhelm Ladner (Coblenz 31 juli 1850 – Nijmegen 2 augustus 1919). Bij de aanleg van de huisriolering waarvoor op 30 september 1910 vergunning werd verleend, was W.H. Thunnissen nog eigenaar van dit pand waarin vanaf circa 1908 Pension HAITES was gevestigd. Sjoerd Haites (Idaarderadeel 5 december 1863 – Nijmegen 22 oktober 1933) verhuisde in of omstreeks 1915 met zijn pension naar de Barbarossastraat.

embleem
Op beide panden staan varianten van een zelfde versiering. Ik ga ervan uit dat deze al bij de bouw is aangebracht en niets te maken heeft met het IHS-embleem van de Jezuïeten. Alleen het pand Jan van Goyenstraat 49 zou vanaf de jaren twintig deel gaan uitmaken van het Canisius College. Museum Kamstraat 50 was destijds een protestants bolwerk. Hier woonden in de periode 1922-1935 achtereenvolgens ds. Willem Christiaan Posthumus Meyjes (Amsterdam 11 december 1880 – Hoogland 24 maart 1947) en ds. Everhard Dirk Spelberg (Nieuwveen 21 mei 1898 – Soest 8 juni 1968).

Redactie: volgens Wikipedia heette de architect voluit Johan Wilhelm Hoffmann, en met die kennis zijn in het embleem de initialen JWH (of IWH) te herkennen.
Reactie 2:

Rob Essers, 10-02-2020: @Redactie - De architect was werkzaam onder de naam Willem Hoffmann. De veronderstelling dat hier sprake is van een JWH-monogram, vind ik wat ver gezocht. Mogelijk zijn het de initialen van Wilhelmus Hermanus Thunnissen of van zijn vader Henricus T(h)unnissen (Kekerdom 2 februari 1819 – Kekerdom 20 maart 1902) die van beroep "visscher" was. Dat zou het gestileerde anker verklaren.
Reactie 3:

Marielle Eykemans-Hubers, 11-02-2020: Mijn vraag is of het huis Museum Kamstraat 50 het huis is dat meteen naast de (oude sportzalen) van het Canisius staat/stond. Mijn familie is opgegroeid op nummer 62. Ik had een vriendin die in het herenhuis woonde en haar ouders hadden daar een pension. De familie Leygraaf. Zij zijn naderhand naar Oosterbeek bij Arnhem verhuisd. Ik kan me de prachtige keuken, gang en kamer herinneren. Haar moeder kon geweldige cakes en taarten bakken.
In de Jan van Goyenstraat tegenover Hollemans was ook een winkel van Jacobs, waar rookmiddelen verkocht werden, daarnaast drogistery Pee(?) and daarnaast de kruidenier Sliepenbeek.
Het huis waar wij woonden was van de Jezuieten. Mijn vader kon het huis uiteindelijk kopen.
Hij werkte 25 jaar als administrateur voor het Canisius College.
Reactie 4:

Rob Weenink, 11-02-2020: Beste Rob, bedankt voor je waardevolle aanvulling. Hoewel ik zag dat er wat wrong met dat embleem zat ik vast in mijn aanname; het huis stond op Canisiusgrond dus.....
Reactie 5:

JAM.Willems, 11-02-2020: Museum Kamstraat nummer 50 is inderdaad het eerste huis tegenover c.q. naast de voormalige en afgebroken gymzalen van het Canisius College aan het huidige Pater Rubbenspad. Volgens de adresboeken van Nijmegen woonde er in 1959 en 1963 een A.A.S. Leijgraf (met 1 a) op de Museum Kamstraat 50.
Zie ook in de beeldbank van het Regionaal Archief de foto's nummer F30438 (het hoekhuis zelf) en DF3789 (het koetshuis annex dienstwoning achter het pand).
Reactie 6:

JAM.Willems, 11-02-2020: Marielle moet dan wel een dochter zijn van Lex Hubers, de voormalig wethouder van Nijmegen.
Reactie 7:

Rob Essers, 11-02-2020: @Marielle Eykemans-Hubers (reactie 3) - In het adresboek van 1959 staat: "Leijgraf, W. J. S., pensionhouder, Museum Kamstraat 50". Daarvoor stond hij vermeld als 'verlofhouder' op het adres Weurtseweg 500 en Sluisweg 85. Volgens het adresboek van 1963 was de pensionhouder nog steeds op het adres Museum Kamstraat 50 gevestigd. In het adresboek van 1966 komt hij niet meer voor.

Wilhelmus Josephus Stephanus Leijgraf (Millingen 24 oktober 1913 – Velp 12 maart 2003), was een neef (oomzegger) van Theodorus Leijgraf (Millingen 4 maart 1895 – Nijmegen 20 september 1944); zie www.oorlogsdodennijmegen.nl.
Reactie 8:

Marielle Eykemans-Hubers, 12-02-2020: Dat is inderdaad de familie Leygraf, heb ik missed spelled Leygraaf.. Nadat ze naar Oosterbeek verhuisd zijn ben ik na een paar jaar contact verloren. Hun dochter Trees was mijn vriendin. Wij verhuisden van de Berg en Dalseweg 77 naar Museum Kamstraat in 1959.
Ik ben inderdaad de oudste dochter van Lex Hubers en woon sinds 1975 in de US, maar kom regelmatig naar Nederland..

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: