Doorn

Familie van Doorn

Ingezonden op 25-11-2010 door Willem van Doorn

 

Mijn leven begint in 1928 en tot 1948 wonend in het Willemskwartier.
1939 Mobilisatie, veel mannen worden opgeroepen in militaire dienst, er worden bunkers gebouwd aan het Maas Waal kanaal, als camouflage krijgen de betonnen bunkers een rood pannen dak en beschilderde luiken. In Beek zie ik leren patroontassen aan een riem geregen om dikke boomstammen aangebracht, waarschijnlijk zijn de tassen geladen met springstof om zo nodig de boom, met een knal, over de weg te laten vallen. Of de schuilkelders ook in dat jaar zijn gebouwd weet ik niet zeker, de Brederostraat waar ik woon, krijgen er ook een paar op het grasbegroeide plein. Voor de schuilkelder bouw is het gras heilig, je mag er niet op, is afgezet met prikkeldraad. Een uitzondering hierop tijdens de vlucht van de meikevers, kevers vangen. Het is nooit goed gekomen met dat pleintje tijdens de schuilkelder periode, ik geloof niet dat er veel gebruik van is gemaakt. De kelders onder de woningen zijn beter geschikt.

... de Brederostraat waar ik woonde in het meest rechtse huis...

10 Mei 1940 inval door het Duitse leger, het is Vrijdag heel vroeg in de ochtend, prachtig zonnig, als ik gewekt word, er zijn Duitse vliegtuigen in de lucht, veel mensen op straat.
De eerste grote knal komt van de brug St. Annastraat over de spoorlijn naar Venlo die wordt opgeblazen door Nederlandse soldaten, de stenen brug brandt, de dikke gasbuis die aan de brug hangt is de oorzaak, het ontsnappende gas brandt. We ruiken het in de Brederostraat. De brug van de Graafseweg tussen de Willemsweg en Van Diemerbroeckstraat treft het zelfde lot. Dat wordt omlopen over de spoorlijn.

...Brug over de St. Annastraat...

Later op de dag stopt een Duitse keukenwagen in de Groenestraat, de kok koopt van slager Strik een halve koe en rijdt verder. Ja in mijn jeugd hangen in slagerijen halve koeien aan scherpe haken voorzien van blauwe stempels van de keuringsdienst. Die halve beesten worden bezorgd met paard en wagen, de wagen heeft aan de achterzijde jaloezie deuren en een uitklapbare loopplank, de koetsier loopt met het halve beest op zijn schouder naar de winkel en levert het af. In de middag ontmoet ik de Duitse keukenwagen in vol bedrijf aan de Wezenlaan bij het stadspark De Goffert. Die zelfde dag marcheert een grote groep Duitse soldaten door de Thijmstraat, er kijken veel vrouwen met kinderen, een van de kleintjes loopt naar de troep en roept ‘PAPA’, je ziet emotionele reacties van de soldaten. Vermoedelijk is PAPA ergens in Nederland in gevecht.

Mijn vader is in de ochtend van 10 Mei gewoon naar zijn werk gegaan in de Burchtstraat bij de Firma Haspels, hij kwam nog even terug om een nijptang te halen om de draden boven aan de spoordijk bij de opgeblazen St. Anna brug door te knippen en zo de oversteek van de spoorlijn met zijn fiets te vergemakkelijken. Er kunnen toch geen treinen rijden. Onze hond is vanaf die dag bang voor elke knal, onweer of explosie.

...De firma Haspels aan de Burchtstraat waar vader werkte...

De strijd duurde vier dagen, afgedwongen door het bombarderen van de stad Rotterdam en dreiging voor een volgende. Van de strijd heb ik niets gezien, in de week die volgde moet ik naar de binnenstad om komijnekaas (half pond 12 cent) te kopen bij Simon de Wit in de Molenstraat, daar zie ik op straat Duitse soldaten die zich te goed doen aan kaas, één van hen hapt in een bol Edammer.

De scholen worden geopend, ik moet nog twee jaar. In October 1942 word ik leerling van de Ambachtschool die huist aan de Nieuwe Marktstraat tussen het spoorwegstation en de spoorbrug over de Waal, mijn keuze is metaal bewerken. Het is niet alleen het handwerk, ook theorie en technisch tekenen en schetsen. Op de school is veel te leren, maar de schaarste is al goed merkbaar, sleets gereedschap en weinig materiaal, zo gebruiken wij korte afsnijsels van kazematten betonijzer om in de smederij te oefenen met het smeden van puntjes en achtjes. Het is erg hard materiaal, als je het roodheet in de koelbak afkoelt en het op een stenen vloer laat vallen breekt het in stukken. Liever zou ik een smeedtang smeden.

In 1943 verhevigen de bombardementsvluchten en als in de nacht Engelse vliegtuigen over de stad vliegen word ik gewekt om in de huiskamer de dingen af te wachten, in de zomer gaan we buiten kijken of er één in een schijnwerper komt want daar wordt gericht op geschoten, het is heel dom om op straat te zijn, maar ook dat moet je nog ervaren. De Amerikanen zijn nu ook van de partij, zij vliegen overdag en daardoor zitten wij nog wel eens in de kelder van de ambachtschool. Tijdens verblijf in het hooggelegen tekenlokaal hebben wij uitzicht op het spoorweg emplacement waarop een seinhuis staat. Als daar een geel-blauw geblokte vlag uitgestoken wordt weten wij dat er vliegtuigen in ons district zijn. De grootte van het district is onbekend. Als de vliegtuigen richting Nijmegen gaan klinkt het gehuil van luchtalarm en gaan we de schoolkelder in. De vlag aan het seinhuis wappert, op de perrons klinkt ‘Sein Lodewijk Onveilig’. Of dat bericht enkel voor de spoormensen is weet ik niet. Sinds November 1940 rijden de gloednieuwe elektrische treinen weer tussen Nijmegen en Arnhem, maar de meeste tractie gaat nog met stoom locomotieven. Goederen treinen zijn ook doelwit voor de Amerikanen,
De begeleidende jachtvliegtuigen van de bombers schieten tijdens de terugvlucht naar Engeland op de locomotieven, zij vliegen ter waarschuwing over de trein en daarna schieten zij de locomotief lek, de stoker machinist zit dan hopelijk in zijn betonnen bunkertje die op de kolen-water tender is geplaatst.
Het is niet mogelijk een geluidsbeeld op te roepen hoe dat klinkt als honderd of meer vliegtuigen in formatie overvliegen, elk vliegtuig vier motoren die niet synchroon lopen, dat geeft een golvende brom, zij vliegen niet hoger dan 5000 meter. Onze hond kruipt onder het fornuis, lang voor dat wij het horen. 

De schaarste aan van alles wordt voelbaar, voedingsmiddelen zijn gedistribueerd, karige rantsoenen,maar je gaat er niet dood aan. Pa en Ma komen op het idee een stukje landbouwgrond te huren en zo de voedsel voorziening te verruimen. We huren een stukje tussen Vossenlaan en Wezenlaan net achter het laatste huizenblok van de Vossenlaan, de ingang van het landje is aan de Oude Molenweg. Ik vind het een prettige afleiding al het gedoe om aardappelen en groente te kweken. Hoe kom je aan mest, wij hebben zes konijnen die een kleine bijdrage leveren. Mijn broer en ik gaan per fiets naar de weilanden van Lent. De verkeersbrug over de Waal is nog niet klaar, dus met de veerpont over en vlaaien verzamelen in een jute zak, toen wij het genoeg vonden, de zak begon te lekken en dat was op de pont goed te zien. Thuis gekomen de poep overgeladen in een wasketel, het leek wel of de jute zak snel verteerde. De was ketel op mijn broer zijn fiets gebonden en hij heel voorzichtig met de fiets aan de hand het trottoir van de Thijmstraat af. Plotseling staat de fiets recht overeind. Uiteindelijk is de mest op het landje gekomen, maar van onze domme beslissingen hebben wij geleerd het anders te doen. Het volgende probleem dient zich aan als de sperziebonen geoogst worden, het zijn er zoveel, die moeten verduurzaamd worden, wekpotten zijn duur en er is veel energie nodig. Er worden inmaakpotten gekocht, onze ouders kennen die methode, hun ouders deden dat vroeger ook. Veel werk voor moeder, bonen schoonmaken, wij helpen wel, bonen blancheren, afkoelen en laagsgewijs stapelen in de inmaakpot en op iedere laag een handje zout, op het laatst een omgekeerd soepbord met een zware steen er op, dan nog een lapje er over. Iedere week controleren dan wordt een wit laagje weg genomen. Iedere winter Zondag sperziebonen van een mooi servies, echt smakelijk vond ik het niet. In 2010 zijn de inmaakpotten nog in gebruik als plantenbak in de tuin. Het landje is bereikbaar met de fiets, maar de fietsbanden slijten en zijn niet te koop. Eerst wordt het canvas zichtbaar, daarna de binnen band, het bezit van een oude versleten buitenband is waardevol, de beste stukken monteer je onder de gaten van je fietsband. Het andere probleem van de binnenbanden uit die jaren, die zijn van rubber en worden te lang, zo lang dat inkorten nodig is. Hoe kom je aan bandenplak, niet te koop. De oplossing is een oude versleten sandaal met spekzool, een stukje zool lost op in benzol. Hoe kom ik aan benzol, een neef is loodgieter en die heeft een toewijzing voor die brandstof om zijn beroep uit te oefenen, er is maar weinig nodig, de verkregen solution kan je niet bewaren, maar het plakt goed. Na enige tijd heb je twee slechte buitenbanden, de voorband gaat over de achterband. Op het voorwiel komt een primitieve anti plofband, die bestaat uit schijven met in het midden een gaatje, van een sleetse autoband en geregen aan een dikke gegalvaniseerde ijzeren waslijn draad waarvan de einden aan elkaar gehaakt worden. Het rijdt niet prettig naar het landje, toch beter dan lopend de oogst binnen halen. Uiteindelijk heb je geen bandenplak meer nodig. 
Op een dag komt pa thuis met een versleten autoband, die banden hebben geen inwendig stalen pantser. Uit de zijkanten kan je een naadloze anti plofband snijden,wel goed meten en snijden. Dat mag ik doen, een ambachtschool jongen moet dat kunnen volgens mijn vader.
Het lukt uitstekend, de randen van de gesneden ring naar elkaar brengen en met ijzerdraad hechtten. Pa heeft er tot een jaar na de oorlog mee gefietst. Uiteindelijk blijft het de enige fiets die we bezitten en het landje levert van alles dat vervoerd moet worden. Het is nog steeds mogelijk zaden te kopen in de Houtstraat bij La Hye en Vliervoet, bonen is wat moeilijker, iedereen wil bonen kopen, de bonen zijn behandeld zodat ze niet eetbaar zijn. Plantjes zoals kool, andijvie, tomaten en tabak zijn op de markt te koop. Een nieuw verschijnsel is een bord met tekst bij landjes die aan de weg liggen ‘ BESPOTEN MET ZWAAR VERGIF ‘, er wordt geroofd. Maar je hoeft niet zo diep na te denken dat de tekst ongeloofwaardig is.
Alle huisvrouwen houden scherp in de gaten of ergens iets te koop is, zo ontstaan de rijen mensen voor een winkel, hetzelfde als de wekelijkse distributie bonnen bekend worden gemaakt, iedereen gaat naar de kruidenier, weer een rij, waarom toch. Dat is verklaarbaar, als de winkel uitverkocht is heb je niets en probeer je het ergens anders. Het duurde allemaal erg lang, alles moest afgewogen worden en in een papieren zakje verpakt , suiker, meel, erwten en voor jam moet je zelf het potje leveren, wel kiezen of suiker of jam en natuurlijk de toegewezen bonnen inleveren. Betalen met geld dat uit papier en zinken munten bestaat, ons mooie geld is verdwenen, het waren zilveren rijksdaalders, guldens, kwartjes en dubbeltjes, nikkelen stuivers(vierkant) en koperen halve stuivers, centen en halve centen.
Het wordt steeds grimmiger, radio inleveren, metalen spullen inleveren, een glimmend gepoetste koperen kan zie je ook niet meer staan pronken achter een venster. Als je een fiets niet voor je werk nodig hebt, inleveren. Pa rijdt voor de oorlog in een Buick, hij is dan chauffeur, toen de auto ingepikt werd niet meer. In zijn persoonsbewijs staat expeditieknecht en zo kan hij zijn fiets, aantoonbaar, houden. Wij hebben een fiets ingeleverd, het gaat niet om het rijwiel, het gaat om het metaal. Wat we echt missen is thee en koffie, de surrogaten zijn niet vergelijkbaar met echt, voor tabak hebben wij eigen geteelde tabak op het landje, ik vind het erg mooie planten, na het oogsten de bladnerf insnijden en op een stok rijgen, de tabak wordt zo gedroogd en daarna opgestuurd naar ‘ de amateur tabakker ‘ in Tiel. Zij snijden en fermenteren de bladeren. Mooi verpakt krijg je de tabak terug. De sigaretten ruiken niet zoals je zou willen. In de Thijmstraat staan lindebomen en de bloesem die op straat komt te liggen ziet er bedrieglijk uit, het lijkt op virginia tabak, een brandende sigaret ruikt als
een bosbrand. In onze wijk zijn een aantal vrouwen die per trein naar Vierlingsbeek gaan om erwten granen of roggebrood te kopen bij boerderijen, zij gaan de boer op, maar het probleem is de Economische Controle Dienst die op het perron de reizigers controleren, zonder bonnen kopen is verboden. De dames hebben het volgende verzonnen, zij hebben een dikke buik alsof zij in verwachting zijn, en dat werkt perfect. Mijn vader die voor Haspels vaak heen en weer naar de winkel in Arnhem reist komt eens met een koffer, waarin veel eieren, en zegt tegen mede reizigers ‘denk om mijn eieren’ waar de mensen vreselijk om lachen, de mannen van de ECD ook. Andere keren passeert hij gemakkelijk als zij gewend zijn dat hij altijd kleding vervoert voor de firma.
Moeder heeft een ander aandeel in het verkrijgen van rogge, zij maakt een soort corset met vulbare ruimten en leent het uit tegen betaling in natura, zo krijgt zij rogge dat in de koffiemolen gemalen wordt, het is meer kneuzen. In een beschuitblik moet ik vele gaatjes slaan. Een grote grijs geëmailleerde pan, daarin wordt het beschuitblik met roggeprut geplaatst, door de vorm van de pan komt het blik niet op de bodem, een laagje water in de pan en zo stoomt zij roggebrood. Wij eten ook roggepap, gekneusde rogge in taptemelk, wel blijven roeren, een rijk bezit is een kistje met blikjes gesuikerde gecondenseerde melk, zolang de voorraad strekt een lepel van dat spul in de pap maakt het lekker.

De grote winkels in Nijmegen sluiten ’s avonds de etalages aan de buitenkant af met houten schotten om te voorkomen dat de ruiten door oorlogshandelingen sneuvelen. Bij de firma Haspels zijn tweeëntwintig schotten (ongeveer een halve meter breed en flink hoog) beschikbaar om de etalages af te dichten, om zes uur in de avond worden schotten geplaatst en in de ochtend omstreeks half acht gaan ze er weer af want de ramen moeten gezeemd en dat gebeurt dagelijks, op Zondag blijven de schotten er voor. Ik heb het ook wel eens moeten doen, op een Zaterdag na het eten van mosselen en dat gebeurde bij uitzondering, pa werd zo ziek, hij was nergens toe in staat, ik heb de sleutels van de zaak gepakt en ben naar de Burchtstraat gegaan en de zaak afgesloten, de twee dames van de winkel vonden het best. Mijn vader en moeder zijn in1922 getrouwd en woonden boven de winkel van Haspels in de Burchtstraat, mijn vier jaar oudere broer is daar geboren. Mijn moeder heeft het niet naar haar zin en wil weg. En dat gebeurt ook, zij komen in de Brederostraat te wonen. Pa heeft vanaf 1911 voor Haspels gewerkt en mijn broer is daar ook gaan werken als leerling kleermaker in 1939.

Het is 22 Februari 1944, moeder begint de dag met het fornuis aan te steken, pa is al weg en Charles junior gaat naar de Burchtstraat en ik naar de ambachtschool. Het is fris in de ochtend en een beetje nevelig, het vriest, maar het wordt mooi vliegweer. In de loop van de ochtend zien wij vanuit het tekenlokaal dat sein Lodewijk weer aan uit het seinhuis steekt.
En ja hoor, daar is het voorspelde luchtalarm geloei, de kelder in. Omstreeks twaalf uur wordt het einde luchtgevaar gegeven en de meeste leerlingen gaan naar huis. Thuis gekomen, de middag maaltijd is al klaar en daarna weer geloei, Op het dak van het kolenhok gezeten, heerlijk zonnig uit de wind naar de overvliegende armada gekeken,de vliegrichting is Oostwaarts. Einde luchtalarm, met jas en tas naar de overkant van de straat, daar woont mijn schoolvriend, hij doet electro, Jan moet nog eten, zijn moeder is totaal ontregeld bij luchtalarm, de vader van Jan werkt op het spoorwegstation.
Tijdens het wachten klinkt weer luchtalarm en een hevig bombardement geluid uit de richting van de binnenstad. Ik terug naar huis, pa komt binnen, Charles is onderweg, komt veel later thuis, hij is erg geschrokken

Het verhaal van mijn broer:

“ Met nog een paar kleermakers verlaten wij de zaak (Haspels), als de tram niet in zicht is gaan wij lopend door de binnenstad. De tram komt er net aan en stopt bij C&A, na instappen gaan we via de Hezelstraat naar de volgende halte Korenbeurs (nu veemarkt) en verder de Kronenburgersingel op, plotseling valt de tram stil, bommen vallen, luchtalarm, we rennen richting schuilkelder maar gaan er niet in, Ik zie vliegtuigen heel laag vanaf richting spoorbrug overvliegen, alles op het zelfde moment. Dichtbij is een bom ingeslagen in een huis op de singel. Verder lopen om thuis te komen, via de Spoorstraat gaat niet, daar spuit een enorme fontein voor de deur van hotel Bellevue, wij gaan via de St. Annastraat.”

Als Charles zijn belevenis verteld heeft zegt pa, “het zal wel meevallen” en pakt zijn fiets met de woorden, “even kijken of het glas er nog in zit.” Charles en ik lopen via de Willemsweg richting Keizer Karelplein, wij willen ook weten wat er is gebeurd, we komen niet ver als iemand begint te schreeuwen, “ze komen terug”, de mensen die van de stad afkomen beginnen te rennen, we moeten terug. 
Wij zijn weer bij moeder thuis als pa binnenkomt en een dikke bos sleutels op tafel gooit met de woorden, “die heb ik niet meer nodig”. Het blijkt dat hij ook in de Ziekerstraat is geweest waar zijn moeder woont, Ziekerstraat 4 is raamloos en verlaten, van de bescherming bevolking mag hij het huis niet in. Het huis is boven de winkel van Kreymborg, de achterkant van het huis grenst aan de Molenstraat kerk. 

...De Ziekerstraat waar Oma woonde...

Wie woonde daar allemaal, direct boven de winkel, Wout vd Berg met vrouw en kind, een etage hoger Oma vd Berg met opa en Mina van Doorn, een niet gehuwde zuster van mijn vader. Waar zijn zij, Oma wordt gevonden bij een andere zoon in de Burghart, de rest is zoek. Pa gaat zoeken, het is intussen al donker, Charles en ik gaan ook op zoek. Wij gaan naar de stad, zonder straatverlichting is het zicht redelijk door de brandende stad. We komen in de tweede Walstraat, dit slaat alles, feeëriek verlicht door de brand, de vuurgloed wordt weerkaatst door de waterdampwolken van het bluswater die met de oostenwind over de Walstraat jagen. Wij zien tot onze verbazing opa tegen een muur geleund staan, maar die man is slecht ter been, niet in staat ver te lopen. Wij spreken met hem af dat wij terug komen met een klein karretje. Van de Walstraat naar de Brederostraat en terug is meer dan een half uur lopen. Bij terugkomst geen opa, bij na vraag in die buurt blijkt dat hij met één van de schaarse auto is meegenomen. Bij thuiskomst zit opa vd Berg daar al.
Als pa binnen komt kan je aan z’n gezicht zien dat hij vd Berg niet mag, maar er zijn belangrijker zaken. Pa is op zoek geweest naar zijn zuster Mina en komt terecht in het groente veiling gebouw waar de doden verzameld worden. In 2010 is die foto in de Gelderlander getoond, de eerste keer dat ik echt weet wat mijn vader gezien heeft.

...de veilinghal waar de doden verzameld werden...

Hermina van Doorn is nooit gevonden, volgens oma is zij na het vrijgeven van het alarm met geld in de hand (de ritprijs) naar de Korenbeurs gelopen om de tram naar Hees te nemen, dat is haar handwerkdag met een groep dames. Wout en Marie van de Berg zonder schram, hun zoontje onderweg naar school gewond geraakt.
De volgende dag ga ik met vriend Jan naar de ambachtschool, we krijgen een bezem van de portier om glas te vegen, daar hebben we geen zin in en proberen in de binnenstad te komen, de Hezelstraat ligt vol puin, de Stevenstoren is er af. Wij gaan naar de Waalkade en de Grotestraat omhoog, het is spekglad er liggen heel veel brandweerslangen en het lekwater bevriest. Wat we allemaal gezien hebben, dat vult wel een A4. Het begint al op weg naar school via het stationsplein waar veel mensen omgekomen zijn, het wegdek lijkt op een grindpad van puin, er staat een doorzeefde tramwagen. Jongens van het Willemskwartier die direct na einde alarm naar school gaan worden getroffen, Jan en ik niet, Jan moest nog eten. Vader en Charles zijn aan het ruimen op de Haspels ruïne. Wij horen later hoe het sommigen vergaan is, Netty Verhijen is uit het puin gered door een Duitse soldaat, de werkvrouw, Mine Goossens is via de houten draaitrap (de trap bleef even staan) het instortende gebouw uitgekomen, en coupeuse Gerda is, met een grote wond in een onderbeen, via een gat dat zij ziet, op straat gekomen. 
Een naaister, Fientje Roding gaat in de middagpauze altijd naar een zus die ook in de binnenstad werkt, zij ontsnappen, maar Fientje heeft veel last van haar belevenis. Er zijn negentien mensen omgekomen in de puinberg van Haspels. Velen op weg naar hun werk kwamen om, op dinsdag ochtend zijn de winkels gesloten. 

Een bizar verhaal van vrienden van mijn ouders, wonend op de hoek Zeigelbaan en Bloemerstraat. Zij gaan die dag naar het gerechtshof in Arnhem om een proces bij te wonen dat gevoerd wordt tegen de roofmoordenaar(s) van een echtpaar dat een juwelierszaak dreef in het Wintersoord. Het vrienden echtpaar is directe familie van de juwelier en zijn vrouw die beide gedood zijn.
Na het proces stappen zij in de trein naar Nijmegen, de trein stopt op of voor de spoorbrug als het bombardement plaats vindt, zij lopen over de brug naar het station waar het een chaos is en gaan naar hun huis, helaas het huis is een puinhoop, zij hebben niets meer.
Alle tweede klas leerlingen van de ambachtschool worden aangewezen om puin te ruimen, en dat doen we een paar weken. Onze puinhoop wordt begrensd door de Regulierstraat, Achtervalburg en Parkdwarsweg. In de middagpauze lopen wij als een wandelclub naar het Silveren Seepaard op de Burchstraat, ja dat staat er nog en we krijgen een hap van de gaarkeuken en een glas donker bier, het is lekker zoet en wordt er niet dronken van. Als je om acht uur van huis gaat wordt het tijd dat je iets drinkt. 

...De gaarkeuken...

Op een dag, zonnig weer, lopen wij op de terugweg van het Seepaard naar ons werk door de Kroonstraat, midden in de groep wordt een stukje gevonden oranje papier in kleine stukjes uitgedeeld en in een knoopgat van de winterjas gestoken. Op de puinhoop van slagerij Schaap, herkenbaar aan betegelde vloer van de ingang, staat een jonge man van de NSKK (in dienst van de Duitsers als vrachtwagen bestuurder) hij stormt op de rij af en geeft de uitdeler een mep. De vier begeleidende leraren hebben de man met duw en trekwerk uit de groep gedreven. Wij verder naar ons puin en aan het werk. Na enige tijd komt de NSKK-er terug met tien gewapende Schalkhaar agenten. Wij moeten mee naar het politiebureau, dat was toen ongeveer achter C&A. Opgesteld op het pleintje voor het bureau onder toezicht van foute bobo’s worden wij ondervraagd waar wij gelopen hebben, niemand liep in het midden waar de klap uitgedeeld is. Zij zochten de uitdeler van het oranje papier, de leraren hebben die jongen direct na het gebeuren naar huis gestuurd. Ja, wat nu, staan blijven, wachten, wachten. Als het daglicht gaat verminderen mogen we gaan, behalve de leraren die tot in de avond vastgehouden zijn. De volgende dag puin ruimen, DE jongen is thuis gebleven.

Wij zijn weer op school, het glas weer in de sponningen, daar komt directeur van Kimmenade een brief voorlezen van NSB burgemeester Lokhorst. Wij worden bedankt voor onze inzet en over het incident geen woord. We worden uitgenodigd voor een bijeenkomst in het concertgebouw de Vereeniging, maar de directeur laat fijntjes merken dat deelnemen niet gewenst is. 

Mijn schoenzolen zijn versleten door het puin ruimen. De schaarste werd nijpender, schoenzolen slijten, ik heb vliegtuig rubber onder mijn schoenen. Neergeschoten bommenwerpers blijken brandstoftanks in een jas van dik rubber te hebben, zacht taai rubber met canvas inlagen. Als de brandstoftank door een kogel getroffen is loopt deze niet spontaan leeg en is Engeland haalbaar. Op school maken we in het geniep sieraden in de vorm van ringen van vliegtuig aluminium, in het praktijk lokaal heb je de mogelijkheid een vingerdik gat in aluminium te boren, de rest is vijlen schuren en polijsten door met een stopnaald te wrijven waardoor het aluminium gaat glimmen. Een ring brengt een gulden op, waarvoor bij de melkboer een halve liter melk te koop is zonder bon, terwijl de prijs met bon ongeveer veertien cent is. Ja, zwarte handel wordt ook bedreven binnen de school, een leerling bemachtigd broodbonnen en koopt bij C.Jamin met een broodbon voor weinig geld acht koeken en verkoopt die aan mede leerlingen tegen een aantal malen de inkoop, de koek is ongeveer tien centimeter in het vierkant en een centimeter dik, er zit geen suiker in maar in je mond proeft het zoet.

6 Juni invasie van Frankrijk wordt wel de langste dag genoemd, voor velen wordt het de kortste, na vele jaren denk ik daar vaak aan. Door het reisverleden van mijn vader bezitten wij Michelin kaarten van Frankrijk en houden de posities van de legers bij met vlagspeldjes. 

De firma Haspels probeert het opnieuw in de Burchtstraat. De meubelzaak van Maurits Drukker is niet getroffen, Haspels huurt een deel en richt dat in. Ik heb daar ook een klein aandeel in, de houten vloer in de boenwas zetten, met de hand inwassen is een zweterig karwei. 

De oorlogsfronten komen steeds dichterbij, zo nader dat er zichtbaar chaotische legereenheden over de Graafseweg richting Duitsland gaan. Wij kijken er met genoegen naar, alsof de vierdaagse passeert. Hoog opgeladen vrachtauto’s, van het eens zo perfect georganiseerde Duitse leger, zijn beladen met huisraad, zelfs een auto die een band mist. Met een paar jongens sta ik bij garage Mestrom en daar komt zo’n legerwagen op de parkeerplaats staan. Boven op de lading liggen een paar jonge soldaten, op ons roepen ‘jullie verliezen’ werd nogal heftig gereageerd, wij hebben ons ook terug getrokken.
Hoe het allemaal gaat in de maand Augustus? de dagen vliegen om en in September verdwijnen de NSB-ers, ik moet deze maand examen afleggen, maar de school is gesloten.
Donderdag 14 September worden de mannen, geboren in de jaren 1894 tot1926 opgeroepen om graafwerkzaamheden te verrichten langs het Maas Waal kanaal onder bedreiging van je familie. Pa en Charles gaan, zij moeten zich melden bij de meisjes HBS Centrumplein 1. Dat is het Julianaplein geweest, mocht zo niet genoemd worden. Ook de volgende dagen gaan zij, het werk vlot niet erg met onwillig volk.
Zondag 17 September, het is druk in de lucht, verschillende type vliegtuigen, niet in formatie, het zijn gevechtsvliegtuigen. Pa beslist, ‘we gaan niet’, de buurman wel.
Het wordt eng, in de spoorkuil Tollensstraat staat afweergeschut en dat moet kapot, ik meen de Typhoon te herkennen, ik kende de uitvoering Tempest nog niet.
Moeder probeerde een maaltijd te brouwen, als altijd rustig aanwezig. Tijdens haar bezigheden duikt zo’n vliegtuig laag over de achtertuinen tussen Brederostraat en Schonckstraat om onzichtbaar voor het ‘flak‘ te blijven, dat lawaai is zo heftig, we komen met de schrik vrij, bij de buren valt de glazen kap van de huiskamer verlichting in appelmoes.

Op 17 September 1994, vijftig jaar later, nemen we afscheid van moeder, de bloemen gaan naar het monument van AIRBORNE in Arnhem, het is een mooi afscheid. 

Als de kanonnen in de spoorkuil vernield zijn wordt het luchtverkeer kalmer. In de middag zien we vanuit de straat in zuidelijke richting een donkere streep aan de horizon, Pa vindt dat ZE nu maar moeten komen, eerlijk gezegd heb ik dat nog niet in gedachte. Wij zijn niet geïnformeerd, het zijn Amerikanen van 82 Airborne.
Wij weten niets, de buurman komt terug van zijn graafwerk, het is vreselijk gevaarlijk geweest aan het kanaal, de vliegtuigen schieten op alles dat beweegt. De gevechtsvliegtuigen moeten voorkomen dat de kanaalbruggen vernield worden.
Heel vroeg in de avond gaan wij slapen, je weet niet wat er komen gaat. Het is nog licht als een vliegtuig overvliegt en een mitrailleur stoot geeft, ik hoor iets op de dakpannen kletteren en geef een schreeuw, Pa stapt uit bed en rent naar het konijnenhok, daar is niets aan de hand.
Het hok is afgesloten met een jaloeziedeur waaraan een sleepcontact en bij openen een belsignaal laat klinken in huis, pa sliep beter dan ik, hij meent dat ik geroepen heb dat de konijnen gestolen worden. In de nacht, van ver weg geluiden van vuurgevechten, dat moet uit richting Mook zijn.
Maandag, het geknal is dichtbij, het wordt eng als er zwarte wolkjes met knal hoog boven de straat verschijnen, dat zijn luchtdoel granaten en geen vliegtuig te zien, een driehoekige scherf ter grootte van een luciferdoosje ketst op straat op het kruispunt Bredero en Thijmstraat, een buurjongen raapt het stuk ijzer op en roept, au!!! Niet aankomen. 
Gesprekken met andere bange mensen, we weten niet veel, afwachten.
Tegen de avond wordt besloten de woonkamer in te richten als slaapvertrek, er komen dekens voor de ramen en matrassen op de vloer, er komt nog een bange familie bij ons slapen.
Dinsdag, een buurman waagt zich op het Keizer Karelplein, hij schrikt hevig, in de dekkingsgaten ziet hij Duitse soldaten met het wapen in de aanslag, maar zij zijn dood, hoe kan dat. Door de in haast gegraven deckungsloch, te smal, kan de soldaat niet inzakken als hij geraakt wordt en met zijn achterste en knieën klem komt.
De buurman presenteert een Amerikaanse sigaret, ik word er niet goed van.
Een nieuw besluit, de kelder inrichten als slaapvertrek, de potten inmaak en aardappelen naar het schuurtje in de achtertuin, het kelder raampje is te klein, er moeten stenen verwijderd worden en een paar zakken zand voor het ontstane gat. Op de keldervloer is plaats voor drie, maar daarvoor moet de onderste trede van de keldertrap verwijderd worden om de benen te kunnen strekken, voor de vierde slaper wordt de kelderdeur een meter onder de gangvloer horizontaal geplaatst, dat is mijn slaapplaats. Voor de kelder ingang hangt een zwaar gordijn. De gasmeter op straat niveau van de kelderingang wordt niet afgesloten als we gaan slapen, maar dat besef ik nu.

...de kelder waarin wij een half jaar geslapen hebben...

Veel mensen gaan naar een lege wijn of aardappelkelder hoek Groene- St. Annastraat, dat lijkt ons niets. Het blijkt dat enige buurtbewoners in het gebouw van de Turmac zijn geweest, een schoenmaker heeft een metalen vat, dertig kilogram zwaar, op straat voor zijn huis, maakt het open, zijn hoop dat het boter is komt niet uit, het is een teer product.
Ook worden vrij grote kisten de straat ingebracht, dat is raak, flessen cognac. MAAR, vanaf de Groenestraat komen militairen de Bredero in, zijn het Duitsers ???? Ja hoor. Paniek, bang voor een razzia moeten die gestolen kisten weg. De groep Duitsers zijn oude mannen met een jonge officier die nog strijdlustig is, hij vraagt de weg naar het Waterkwartier. Er gebeurt niets. Waar zijn die kisten gebleven, in hun wanhoop hebben de dieven de kisten op de scheidingsmuur van de achtertuinen tussen Bredero en Schonckstraat gezet. Het zal je achterbuur maar wezen. Donderdag is Nijmegen bevrijd, pa gaat kijken of het glas……… Het pand van Maurits Drukker is uitgebrand, Hoe het gaat met ons inkomen weet ik niet, wie kan ik het vragen.

We zijn bevrijd, maar de Duitsers zijn nog dichtbij en bestoken de stad met granaten. Wij verblijven niet de hele dag in de kelder, als er één in de nabijheid valt wel, als het rustig is gaat het bovengrondse leven verder. In Oktober wordt het gevaarlijk, steeds meer granaten.
Wij gaan naar een zuster van vader die woont tegenover de algemene begraafplaats, de eenzijdig bebouwde straat, het is de Muntweg. In deze eeuw Hatertse veldweg. Achter deze huizen is het land onbebouwd tot aan de spoorlijn. Niet alleen wij zoeken een goed onderkomen ook nog vijf anderen. Twaalf mensen in een ééngezins woning. De eerste nacht is niet prettig, slapen in een kelder die wel veel groter is dan in de Bredero. Mijn broer is er niet bij, hij blijft thuis. De volgende ochtend is hij al vroeg present. Er is in de nacht een bom of granaat in de straat geslagen. Pa gaat, met fiets, kijken of het glas……, mijn broer en ik gaan ook, lopend. Charles vertelt zij belevenis, hij heeft het benauwd gehad. Dat blijkt ook bij aankomst, het ijzeren tuinhek steekt de straat in en al het glas ligt in de tuin en in huis, er ligt veel zand in de kamers en een enkele bomscherf. Daar komt pa aan met de fiets aan de hand en op de fietspedaal staan twee platen geperst papier, heeft hij van de papierfabriek Oude –Hezelaan. Van de nog bruikbare schilderij- lijstjes gebruiken wij het glas ter grootte van een A4 en monteren in elke papierplaat een ruitje, dan is het niet zo donker in huis. Na wat veegwerk gaan we terug naar ons tijdelijk onderkomen. Daar moeten twaalf mensen gevoed worden, Op een dag komt pa met een emmer stamppot, hij heeft zich aangeboden bij de gaarkeuken als hulp, zo eten wij iedere dag van de keuken waar pa gamellen wast. Tante is er blij mee, zij is gewend dat haar kleine broertje raad weet, hij heeft van zijn zestiende tot zijn drieëntwintigste bij haar gewoond. Oom is anders, te eerlijk, als ik met hem stookhout ga rapen vraagt hij aan een politieman , “mogen wij op dat landgoed hout sprokkelen‘, het antwoord is, ‘NEE’. Even later een vreselijk geloei, er stort een gevechtsvliegtuig neer waar nu het voormalige Philips gebouw staat. De volgende nachten hebben wij , pa, mijn broer en ik in de huiskamer geslapen. De pendule in de kamer is de enige klok in huis, elk halfuur geeft het ding welluidend de tijd aan, op een nacht geeft pa antwoord, ‘berst klok’. In de kelder wordt dit ook gehoord, het is de grap van de dag. Eén van de logees heeft kennis van de Engelse taal, aangezien wij graag een paar legerschoenen willen kopen leren wij van haar, ‘hef joe sjoes toe baai’ het is wonderlijk de soldaten verstaan het. Wij kennen wel het woord suiker, ons hondje dat in 1943 dood ging draagt die naam, maar suiker dat hebben we niet kunnen kopen, wel kornetbief, het klinkt goed.
Als wij het idee krijgen dat het rustiger wordt in het Willemskwartier nemen wij afscheid van tante en betrekken ons eigen donkere ongezellige huis. Een andere oom is huisschilder bij een woningbouw bedrijf en snijdt vensterglas op maat, hij bezorgt ons de afval stroken die vijf bij vijfenzeventig centimeter meten. Charles die zijn beroep in de woonkamer uitoefent krijgt wat meer licht op zijn werk als pa enige glasstroken dakpansgewijs in het venster plaatst.
De elektriciteit voorziening is beperkt, er is een driedaags programma ingesteld. Eén dag in de ochtend geen stroom, de volgende dag in de middaguren en derde dag in de avond van zeven uur tot half elf. In de avond geen verlichting is het ergste, ondertussen hebben we een zakje Engelse thee gebietst en een paar repen chocolade, alles te koop bij militairen die op de Goffert-weide in houten onderkomens wonen, de hutten staan elk apart in een diepe kuil, zo wonen zij scherfvrij. De verlichting opgelost door wat benzine te stelen, en van een jampot met schroefdeksel waarop twee dunne pijpjes gesoldeerd waardoor een dikke katoendraad, de jampot volgepropt met schoudervulling uit een kledingstuk Gevuld met wat benzine en je hebt een lichtje. Zo een stuk of drie van die lampjes, zo komen we de avond door.

...de jampotlamp...

Onze eettafel heeft een lade waar de lepels en vorken in horen te liggen, maar ik heb die functie nooit gekend, voor mij de rommel lade. Alle afval schroefjes en moertjes die in jaren verzameld zijn zitten in die lade, ook de pijpjes van de jampot lampjes. Kleinhandel in die spullen bestond nog niet, het wordt per gros verkocht.
De krant is weer in klein formaat verschenen en de ingeleverde radio is terug, opgehaald in de Coehoornstraat, het is een tocht met hindernissen, ouderwetse radio’s zijn zwaar en het lopen wordt bemoeilijkt door de wirwar van gele, groene en blauwe telefoondraden die door Engelse militairen van boom tot boom gespannen zijn, als er geen bomen zijn dan maar op de weg gelegd, de draden zijn sterk, er zit ook een staaldraad in. Als tijdens zo’n wandeling een granaat loeiend in aantocht is krijg je het wel benauwd. De radio in de kelder beluisterd, ‘This is the voice of America, calling to the people of Holland‘, maar is door een Duitse stoorzender moeilijk verstaanbaar, zij doen nog steeds hun best om te voorkomen dat de waarheid gehoord wordt.

Zodra wij in ons eigen huis wonen heeft pa het gaarkeukenwerk aan mij overgedragen, iedere middag gamellen wassen, beloning een emmer stamppot en een maaltje groente en aardappelen zodat we zelf iets kunnen brouwen, de emmer stamppot lever ik af bij een groot gezin, zij bewonen een grote kelder onder een winkel. De meeste buurtbewoners zijn niet thuis. Het overkomt mij dat tijdens mijn werk in de gaarkeuken een granaat in de achterkant van een huis aan de overzijde inslaat, al het glas van de hoog geplaatste ramen van de gaarkeuken klettert op de grond, er is geen veilige ruimte, ik ren naar huis en wacht in de kelder tot het langdurig veilig lijkt. Er zit altijd genoeg tijdruimte tussen twee granaat inslagen om even met een sprint een goede schuilplaats te kiezen. 
Als het gaat vriezen moeten de paar aardappelen en inmaak potten van het schuurtje naar de slaapkamer, het wordt ook echt winter en de Duitse legers doen een tegenaanval. Zij willen Antwerpen heroveren, dat lukt niet. Er komen ook bommen (V1) overvliegen, de vlieghoogte is gering en het lawaai van de raketmotor is behoorlijk, de eerste die overvloog meende ik aan het geluid te horen dat er een laag vliegend viermotorige bommenwerper over de wijk ging. De V2 is niet zichtbaar en ook niet te horen, wij zien wel bij helder weer in oostelijke richting soms kronkelige contrails, vermoedelijk de opstijg plaats.
Terwijl Charles aan een tafel achter het glasstroken raam zijn beroep uitoefent is pa doende weer een paar glasstroken bij te plaatsen, horen we een vliegtuig, pa slaat een klein spijkertje in het hout, net op het moment dat het tuig een bom laat vallen bij de smederij vlakbij, het glas valt en van de keukendeur scheurt een stuk hout af, vraag mij niet hoe dat kan, geen gewonden, opnieuw beginnen.
Zeer verheugd zijn wij bij het bemachtigen van koffiebonen, de koffiemolen die er slecht aan toe is door het regelmatig malen van rogge heeft moeite met koffiemalen, en de perculater van de koffiekan verkeert in staat van ‘niet bruikbaar’. Het leger gebruikt grote blikken om biscuits aan het leger te leveren, zo’n leeg blik is een pracht stuk materiaal, ik maak daar gebruik van. Knip, buig en perforeer het blik, tin heb ik nog, maar geen soldeerwater, in een vies kastje vind ik een restje zoutzuur, nu nog een stukje zink om de zoutzuur om te zetten in soldeerwater, ik vind dit leuk om te vertellen, leg een zinken munt in de zoutzuur en de munt lost op, het resultaat is soldeerwater, ZnCl. De koffie is lekker.
Als de tegenaanval van de Duitsers mislukt is wordt het drukker in Nijmegen, er komt heel veel oorlogsmateriaal in de straten te staan, soorten auto’s en tanks en soldaten in huis, bij het invullen van een formulier zie ik de woorden ‘without beds’ dat leek mij onjuist, het zijn stalen bedden. Op het Spieghelplein worden de motoren van Sherman tanks gewisseld, de oude motor gaat in de kist waar de nieuwe motor uitgehaald is. Glimmende stermotoren.
Het materiaal rijdt dag en nacht door, grote schijnwerpers om vliegtuigen te spotten worden op het wolkendek gericht, de weerkaatsing zet de straten in een diffuus licht. Monty’s moon.
Op de vroege ochtend van 8 Februari 1945 begint het geschut op de Goffert granaten naar Cleve te schieten, het regent ook keihard, later op de dag ben ik gaan kijken, je winterjas waait op in de buurt van het geschut, nog gekker, kinderen mogen van de artilleristen aan een touw trekken als het kanon geladen is en een granaat verhuist naar Duitsland. De militaire politie heeft daar een eind aan gemaakt. Het bombardement duurt minstens twaalf uur.
De vijand schiet ook terug voornamelijk op het centrum van Nijmegen. Wij slapen nog steeds in onze kelder, in April is het rustig, wij nemen de slaapkamers in gebruik. 
5 Mei 1945 is de oorlog in Europa ten einde.
De eigenaar van de firma Haspels komt terug na drie jaar onderduiken. Het bedrijf begint opnieuw op de hoek Wilhelminasingel en Oranjesingel. Ik vind een werkgever en in 1948 moet ik in militaire dienst en wordt uitgezonden.

December 2010

Willem van Doorn

Reactie 1:

René de Moor, 14-03-11: Mijn waardering voor uw uitgebreide en zeer gedetailleerde beschrijving, heer van Doorn, van wat u zich herinnerde van de oorlog in Nijmegen. Zelf was ik 9/ 10 jaar in die tijd, maar veel details zijn voor mij heel herkenbaar. Ik woonde destijds in de Marterstraat, het 'verlengde' van de Brederostraat, en kan me nog veel feiten en feitjes herinneren zoals u ze vertelde. Uw verhaal moet voor veel ouderen vooral ook een sfeerbeschrijving van die periode zijn.
Ook fijn dat er een website als Noviomagus.nl is, die ons de gelegenheid hiervoor geeft.

Reactiepagina
Reactie 2:

Hessel, 10-02-2015: Wel wat laat, maar ik lees dit nu pas, mijn complimenten voor dit relaas uit die barre en onzekere oorlogstijd ! Maar zoals ik het nu toch ook lees:' als familie wel samen sterk'. Aangrijpend al die slachtoffers bijeen gebracht in die veilinghal. Ik weet hiervan dat mijn moeder daar toentertijd - tegenover van Gend & Loos- nog meegeholpen heeft om de slachtoffers nader te registreren: een traumatische taak maar ze wilde zelf toch ook 'iets' doen. Een arts (?) dicteerde en zij schreef. Bij één van de slachtoffers werd toen zoiets gezegd als: "dit is .....,hij was de pastoor van de Doddendaal".
Overigens voor jou (en familie) om - zoals je aangeeft- na al die belevenissen zelf nog voor militaire dienst te worden opgeroepen en dan waarschijnlijk naar Nld. Indië uitgezonden te worden ...!!
Dank voor je verslaglegging !
PS Heeft er niet nog een hele tijd een klein oud boerderijtje gestaan tussen jullie 'landje' en de ingang van het goffertpark ?
Reactie 3:

Willem van Doorn, 13-02-2015: Inderdaad er stond een boerderijtje op zichtafstand nabij de Leeuwstraat, ik heb daar eens water gevraagd omdat de jonge aanplant van ons landje verdroogde.
Helaas, de waterput stond bijna droog. In 1946 bij mijn werkgever ontmoet ik de bewoner van dat boerderijtje, natuurlijk kende de man mij niet. Na mijn verhaal gehoord te hebben vertelde hij dat 'put leeg' een veel voorkomend probleem is in de droge tijd.


een plattegrond van Nijmegen zuid zoals ik het zag in de jaren 1940-1944. Deze kaart heb ik gemaakt voor de zoon van mijn broer Charles van Doorn 1924-2013 die weinig wist van zijn vaders verleden.

Reactie 4:

Wout Bemer, 04-04-2015: Beste Willem, wat ontzettend interessant is het om als (half)neef Wout Bemer een stuk familiegeschiedenis te lezen. Mijn moeder vertelde mij altijd het verhaal dat tante Mientje (van Doorn) de avond voorafgaand aan mijn eerste verjaardag bij ons in de Zichtstraat zou logeren. Daar is ze nooit aangekomen. Mijn vader heeft samen met jouw vader (oom Charles) tevergeefs gezocht naar tante Mientje.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: