TERUGBLIK OP NIJMEGEN

Paul van der Heijden

Tachtig jaar weemoed

Tachtig jaar geleden was het oude Nijmegen naarstig op zoek naar een nieuwe identiteit. In het buitengebied verrezen nieuwe wijken en ook de binnenstad ontkwam niet aan vernieuwingsdrang. Toch werd deze verjongingskuur beteugeld door gevoelens van nostalgie. Een wandeling uit deze tijd leert ons, dat er in tachtig jaar eigenlijk niet zoveel veranderd is. 

In 1920 was Nijmegen nog maar net verlost van de beknellende vestingmuren. Een reclamegidsje uit die tijd, uitgeven door de Gemeente-tram te Nijmegen, meldt: 'De stad, die zich verjongde, een tweede jeugd begon, moest bekoorlijkheden hebben, die tot vestiging binnen haar grenzen uitlokken. De oude stad is omgeven door een gordel van groen; drie hoofdpunten, het Kronenburgerpark, het Keizer-Karelplein en het Hunerpark, zijn verbonden door een breeden band van gras, boomen en bloemperken: Nassausingel, Oranjesingel en Canisiussingel; het is als een kostbaar halssnoer met zorg bewerkt en met zeer precieuse juweelen. Luxestad zou Nijmegen worden.'

Hunnerpark

Het 'keurige' Hunnerpark, eindhalte van tramlijn 1, is beginpunt voor onze wandeling door de oude stad. Het tramboekje roemt 'den vijver, waarin de ingenieus uitgevoerde fontein op Zon- en feestdagen hoog opspringt.' In een VVV-gids uit die tijd wordt gemijmerd: 'Dat schoone park is een poos ernstig bedreigd geweest door de plannen voor een vaste brug over de Waal, welke plannen voorlopig ad acta [in de koelkast] gelegd schijnt te zijn.' De brug is er in 1936 alsnog gekomen en wie nu het razende verkeer op het Traianusplein aanschouwt, kan zich nauwelijks voorstellen dat het hier ooit een oase van rust was. 
Onze tocht leidt naar het Valkhof. Met enige dichterlijke vrijheid juicht de VVV: 'Ieder, die dit voor de eerste maal aanschouwt, wordt getroffen door den aanblik van het vůůr hem gelegen natuurtafereel. (...) Hier staat met op de klassieken bodem, hier zijn zoveele herinneringen aan het roemrijk grijs verleden, dat het voor den onderzoekenden geest een oneindig veld van werkzaamheden aanbiedt.' Het tramboekje heeft oog voor iets geheel anders. In die tijd werd het Valkhof begrensd door de steilste straat van Nijmegen, de Lindenberg. 'In den winter, als er sneeuw ligt is die stille Lindenberg een plek van groote bedrijvigheid: dan glijden de sleden en ladders met jongens beladen naar beneden en die glijdpartij is zodanig ingeburgerd, dat de politie beneden op wacht staat om voorbijgangers en rijtuigen te waarschuwen.' In de jaren vijftig moest het straatje plaatsmaken voor het Groene Balkon. Sinds een jaar of tien is de Lindenberg weer terug, maar nu in de vorm van een pretentieuze, betonnen trap.

Verbazing

Via de Burchtstraat konden we vroeger over de Oude Stadsgracht het MariŽnburgplein bereiken. Destijds was dat al '...een groot plein, ontstaan door de slooping van allerlei militaire gebouwen, waar de gerestaureerde kerk wel wat verbaasd in de eenzaamheid rondziet. Voor die verbazing is wel reden, want dat gebouw heeft ook al heel wat doorgemaakt: als kloosterkerk begonnen, was het in 1672 het arsenaal der artillerie; later was het bergplaats van alles en nog wat, oefenplaats van half-militaire muzikanten en nu gemeente-museum; is het te verwonderen, dat het schijnt te vragen: Wat zal er nu nog volgen?' Deze vraag blijkt verbluffend actueel, want opnieuw is de toekomst van de kapel onduidelijk. Ook het MariŽnburgplein werd toen al 'langzamerhand nieuw-modisch aangekleed met koffiehuizen, bankinstellingen en winkel-complexen. Men ziet: het is een gestadige afwisseling van verouderen en verjongen.' 
De Burchtstraat bereikte men weer via een klein steegje. Inmiddels is de trotse Marikenstraat daarvoor in de plaats gekomen. Via de Burchtstraat komen we op de Grote Markt, sinds de Oorlog verdeeld in een mooie en een lelijke kant. Maar ook in 1920 bestond er al zo'n verschil. 'De markt is een schilderachtig mengsel van oud en nieuw. Zie eens naar de Kerkboog, die toegang verleent tot het Stevenskerkhof, een mooi stukje oud bouwwerk, daarnaast ouderwetsche huisjes, nog typischer wordende naar rechts tot Achter de Hoofdwacht (...). Maar zie nu ook naar de andere zijde, naar de groote winkels van Bahlmann & Co. en van Vroom en Dreesman met alles wat het moderne leven op het gebied van kleeding en huishoudgoed eischt.' 
De markt in die tijd was nog echt een bezienswaardigheid. Vooral op maandag, '... den dag waarop boertjes en boerinnetjes zich al vroeg opmaken en met hun grootwielige huifkarren met een onverstoorbare kalmte naar Nijmegen rijden om er de groenten van het seizoen, kippen en ander gevogelte, eieren en boter te koop aan te bieden. Dan is het een gezellige drukte, een openlucht-vrouwen-societeit. (...) Dan weten vele dienstmeisjes het zoo aan te leggen, dat ze heel toevallig den vriend ontmoeten, die een handje helpt dragen, waarvan 't gevolg is, dat de voorraad niet altijd langs de kortste weg of in een minimum van tijd de woning bereikt.'

Benedenstad

Voort gaat onze route, de Stikke Hezelstraat af. Aan de rechterzijde ligt de Benedenstad met 'oude bekrompen straten en gassen' en 'eigenaardige nauwe gangetjes, die wij bezig zijn te doen afbreken; en dat is goed, maar met hen zullen schilderachtige plekjes verdwijnen, echte oude stadsgezichten met aardige hoekjes en onregelmatigen bouw, uit hygiŽnisch oogpunt verwerpelijk, maar overigens soms een wellust voor het kunstenaarsoog, mooi door hun leelijkheid, als de verweerde gerimpelde kop van een ouden zeerob.' Inmiddels weten we het tragische lot van de Benedenstad: door de oorlog gespaard, maar op enkele huizen na alsnog gesloopt.
Even verder ligt de Hezelpoort, '... een logge opening in den spoordam, die Hees afsluit. (...) Het ziet er hier even buiten de poort wat rommelig uit, maar dat moge niemand afschrikken om eens verder een kijkje te nemen, want Hees is mooi, veel mooier dan vele Nijmegenaren weten. Vroeger, toen was 't het algemene uitspanningsoord (...). Daarnaast zijn nieuwe, groote, trotsche villa's en buiten-verblijven verrezen, die daar staan aan de lommerrijke wegen en lanen van prachtig geboomte, zoals men dat aan de andere, meer bevoorrechte zijde van de stad [Oost!] niet vindt.' 
We vervolgen onze weg langs het fraaie Kronenburgerpark. De wandeling eindigt op het station, waar in 1920 nog ťťn van de mooiste stationsgebouwen van Nederland te vinden was. Het oorlogsleed bracht ook hier de noodzaak tot vernieuwing, wat - zoals vaker - geen onverdeeld succes bleek. Ironisch genoeg worden bij de huidige renovatie enkele muren van het oude station juist weer in volle luister hersteld. Modernisering is leuk, maar uiteindelijk heeft nostalgie de langste adem...

Eerder verschenen in magazine

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: