Schependomlaan 23-25, Woonhuis "Jannetje" en "Johanna" (1895)

Schependomlaan 23-25: Woonhuis "Jannetje" en "Johanna":

Dit dubbele woonhuis aan de Schependomlaan werd omstreeks 1895 gebouwd. Het is ontworpen in chaletstijl, waarvoor de ver overstekende daklijst en de houten consoles kenmerkend zijn. Alleen de rechthoekige bouwdelen aan weerszijden van het gebouw detoneren enigszins.
Oorspronkelijk droegen de huizen de namen 'Emma' en 'Wilhelmina', naar regentes Emma en haar dochter, de in 1898 tot koningin gekroonde Wilhelmina. Later werd het linker huis vernoemd naar Jannetje, de vrouw van de huiseigenaar. Het rechter huis draagt sinds ongeveer 2002 de naam 'Johanna', bedacht door de huidige bewoners, Johan en Johanna.

Met dank aan de bewoners!

 

 

terug naar Rijksmonumenten terug naar Noviomagus.nl

Reactie 1:

Rob Essers, 30-08-2017: In de beschrijving van de rijksmonumenten ontbreekt de naam Rosalie Marie Elisabeth Knuttel (Batavia 30 oktober 1860, – Soest 7 juli 1935), de oudste dochter van Pieter Knuttel en Rosalie Freijss, die in 1862 naar Nederland kwam. Mejuffrouw Knuttel vestigde zich op 6 november 1893 vanuit Ede in de villa Bloemendaal in Hees (Wijk E, nr. 81). In 1903 vertrok zij naar Zuid-Afrika in verband met de stichting van een weeshuis in Potchefstroom.

In het overzicht Verleende bouw- en hinderwetvergunningen tussen 1850 - 1900 te Nijmegen van Hans Giesbertz komt haar naam een aantal malen voor:

-In 1894 wordt aan J.R.M. Knuttel vergunning verleend tot het bouwen van 1 huis aan de Wolfkuilseweg.
-In 1895 wordt aan mejuffouw Knuttel vergunning verleend tot het bouwen van 1 bewaarschool en vergaderlokaal aan de Oude Heseweg.
-In 1898 wordt aan mejuffrouw Knuttel vergunning verleend tot het bouwen van 1 aanbouw aan een huis in Hees.
-In 1898 wordt aan mejuffouw R.M.E. Knuttel vergunning verleend tot het bouwen van 1 huis aan de Heselaan.
-In 1898 wordt aan mejuffrouw R.M.E. Knuttel vergunning verleend tot het bouwen van 1 huis bij "Bloemendaal" te Hees.
-Op 29 augustus 1899 wordt aan R.M.E. Knuttel vergunning verleend voor gaskrachtwerktuigen ten behoeve van een toestel voor het oppompen van water, in het perceel aan de Heselaan, genaamd Bloemendaal.

Waarschijnlijk zijn de verschillende panden van dezelfde aannemer en architect Hendrik Jan Wijers (Arnhem 26 april 1866 – Nijmegen 28 november 1941). De villa uit 1894 staat als Dikkeboomweg 12 en 14 op de gemeentelijke monumentenlijst. Ook het complex Tweede Oude Heselaan 167-171 (bouwjaar 1895) is aangewezen als gemeentelijk monument. De aanbouw uit 1898 betrof villa Adytum (bouwjaar 1894) of villa Bloemdaal (afgebroken in 1931). De twee huizen waarvoor bouwvergunning werd verleend heetten oorspronkelijk Wilhelmina en Emma, maar staan als Jannetje en Johanna, Schependomlaan 23-25 op de rijksmonumentenlijst.

Uit het overzicht van Hans Giesbertz blijkt dat deze niet gebouwd zijn in ca. 1895, maar in 1898. De eerste bewoners staan voor het eerst vermeld in het adresboek van 1899 met het huisnummer van villa Bloemendaal:
- "Versendaal (W v) Hees 81 villa „Wilhelmina”"
- "Vijver (W S P v d) Hees „Emma” 81"

In bevolkingsregister 1890-1900 staat bij Wouter van Versendaal (Waardenbrug 23 november 1851 – 's-Gravenhage 19 december 1930) het adres "Hees, Kerkstraat 82". Hij woonde volgens het adresboek 1898 nog op het adres "straalmansstraat 2" (tegenover de Regentessestraat). Bij Willem Simon Petrus van der Vijver (Rotterdam 24 november 1820 – Hees 18 december 1904) staat "Hees 82a villa Emma" met daarboven "Kerkstraat". Hij vestigde zich op 20 april 1899 vanuit Ubbergen in Hees. Koningin Emma was sinds 31 augustus 1898 geen regentes meer.

In 1905 werden de "VILLA's Bloemendaal, Adijtum, Wilhelmina en Emma" openbaar verkocht (bron: Het Nieuws van den Dag, 31 augustus 1905). De vier villa's werden gekocht door Jan Antonij van Zijp (Warnsveld 6 februari 1864 – Wiesbaden 18 mei 1939) die al in 1903 met zijn gezin op nummer 81 woonde.

In 1910 krijgen de villa's in Hees met de huisnummers 81, 82 en 82a de straatgebonden huinummers 3, 9 en 11 in de Dorpstraat. Op 9 juli 1924 wordt de straatnaam Dorpsstraat (Hees) vastgesteld. De huisnummers 3, 9 en 11 worden op 18 januari 1928 gewijzigd in 11, 13 en 15. Villa Bloemendaal (nummer 11) wordt in 1931 afbroken. De nummers 13 en 15 worden op 31 mei 1933 gewijzigd in 23 en 25. Op 27 november 1957 is de Dorpsstraat (Hees) omgedoopt in Schependomlaan.

Wanneer en waarom de naam Wilhelmina is vervangen door Jannetje heb ik niet kunnen achterhalen. De vrouw van Bartholdus Eekhoff (Nijmegen 15 april 1892 – Nijmegen 20 april 1961) met wie hij op 1 juni 1918 in Valburg trouwde, heette Wilhelmina Hofman. Zijn moeder en enige dochter heetten Jannetje. Het gezin verhuisde in 1928 naar Dorpsstraat 13. Zijn dochter was toen vijf oud.

Mogelijk is de naam tijdens de Tweede Wereldoorlog vervangen. Op grond van de Verordening van de Commissaris-Generaal voor Veiligheid d.d. 17 september 1941 was het noemen of gebruiken van namen der levende leden van het huis Oranje-Nassau door economische en niet-economische vereenigingen en stichtingen, openbare en particuliere instellingen en inrichtingen, alsmede in firmanamen en als aanduiding van een handelsartikel verboden. Dat gold niet voor huisnamen, maar ook burgemeester Steinweg heeft destijds de naam Wilhelmina laten verwijderen van het pand Pater Brugmanstraat 1 waar hij zelf woonde. Dat pand heet sinds enkele jaren weer Wilhelmina.
Reactie 2:

Henk Termeer, 31-08-2017: Als beide huizen die naamsverandering aan de nazitijd te 'danken' hebben, dan lijkt me een hernoeming wel gepast. Dus terug van het gehoorzame 'Jannetje' en 'Johanna' naar het oorspronkelijke 'Emma en Wilhelmina'.
Reactie 3:

Rob Essers, 31-08-2017: Het linker huis dat Bartholdus Eekhoff in 1928 betrok heette Wilhelmina. Ik kan geen goede reden bedenken waarom iemand de moeite neemt om de voornaam van zijn echtgenote op de voorgevel te vervangen door die van zijn dochter. Bij het rechter huis is de naam Emma pas (veel) later gewijzigd. Koningin Emma († 1934) behoorde in de Tweede Wereldoorlog niet meer tot de levende leden van het huis Oranje-Nassau. De straatnaam Emmalaan hoefde daarom niet gewijzigd te worden.
Reactie 4:

Bartholdus van der Tol, 10-05-2018: Het pand is naar Jannetje vernoemd. Jannetje werd inderdaad naar haar grootmoeder vernoemd. Inmiddels heeft Jannetje Eekhoff -gehuwd Sijtse van der Tol- de gezegende leeftijd van 95 jaar bereikt.
Reactie 5:

Rob Essers, 10-05-2018: @Bartholdus van der Tol - Toen haar ouders het huis in 1928 betrokken, heette het nog Wilhelmina. In welk jaar is het huis naar dochter Jannetje genoemd?
Reactie 6:

Bartholdus van der Tol, 12-05-2018: Meteen na de verhuizing in 1928 is het huis naar dochter Jannetje vernoemd.
Het rechter huis heette ten tijde van jonge Jannetje: Kimarobo. Dit waren de eerste letters van de namen van de paarden van de familie van Aalst. De paarden stonden in de stal achter het huis.
Huisarts dokter van de Made bewoonde met vrouw, zoon en dochter de rechterhelft en heeft in deze stal zijn huisartsenpraktijk uitgeoefend tot ca. 1965.
Informatie komt persoonlijk van Jannetje Eekhoff zelf.
Reactie 7:

Arjen W. Kuiken, 12-05-2018: Bartholdus van der Tol, ik heb nog een herinnering aan Jannetje Eekhoff en haar twee dochtertjes. Misschien aardig om hier te vermelden.
Onze familie woonde op Dorpsstraat 17 en het zal rond 1953 geweest zijn. Jannetje wandelde met haar tweeling langs ons huis richting slager Vermeulen. Heerlijk in de schaduw onder de dikke kastanjebomen die daar in die tijd groeiden. Er was toen geen trottoir maar zand vanaf de straat (klinkers) tot aan de tuinhekken. Jannetje en mijn moeder raakten aan de praat en ik als wijsneus was daar natuurlijk bij. Plots zei mijn moeder: Ze heeft iets in haar mond gestopt, wijzende op een van de kleinen. Jannetje, lichtelijk in paniek: wat heb je in de mond? Geen antwoord natuurlijk. Na een kleine “worsteling” kwam het voorwerp te voorschijn. Een grote kei . . . .
Na al deze jaren staat dit mij nog scherp voor de geest.

Aanvullende info: Dokter van der Made heeft mij nog ter wereld geholpen. Zijn zoon (Henk) en dochter (Maartje) heb ik goed gekend.
Reactie 8:

Bartholdus van der Tol, 13-05-2018: Aanvullende info: Maartje Luccioni-van der Made, Nederlands dichteres en schrijfster van romans en verhalen. ‘Hoe een lerares Engels Franse kinderen krijgt en Nederlands schrijfster wordt’.
Reactie 9:

Anne-Marie Jansen, 31-08-2018: Van september 1988 tot december 2004 heb ik huize Jannetje gewoond. In 2003 en 2004 heb ik onderzoek gedaan naar de 'Sporen van R.M.E. Knuttel in Hees'. Onlangs (2018) heb ik het onderzoek opgepakt en uitgebreid met als doel om er 1 exemplaar boekwerk van te maken. Niets is zo mooi als de 'roots' van je eigen woonplek te kennen. Momenteel woon ik op Kinderdorp Neerbosch. En in het archief van het Van 't Lindenhoutmuseum, in het tijdschrift 'Het Oosten', duikt de naam R.M.E. Knuttel weer op. Recent ben ik gevraagd om tijdens het Ommetje Hees op 6 oktober 2018 over huize Jannetje en Johanna te komen vertellen. Dat doe ik met plezier om reden dat ik al die jaren met veel plezier in Huize Jannetje gewoond heb.
Reactie 10:

Arjen W. Kuiken, 25-12-2018: Met grote belangstelling volg ik op Noviomagus de ingebrachte teksten en de daarop volgende reacties betreffende de villa Klambir Lima en alles wat daarmee samenhangt. Deze kapitale villa met grote tuin bevond zich op de hoek van de Dorpsstraat (nu Schependomlaan) en Wolfkuilscheweg (nu Dikkeboomweg) te Hees. In 1923 is de villa openbaar verkocht en in 1931 uiteindelijk afgebroken.

Op 2 november 1933 wordt een bouwvergunning aangevraagd voor het bouwen van vijf woonhuizen aan de Dorpsstraat te Nijmegen (kadastraal: Neerbosch, sectie B/3845). Op 24 november 1933 wordt deze vergunning verleend. Geschatte bouwkosten f 17.000. De huizen krijgen de huisnummers Dorpsstraat 11, 13, 15, 17 en 17A.

Mijn belangstelling komt voort uit het feit dat de villa (voor een deel) op de grond van de achtertuin van mijn geboortehuis stond (Dorpsstraat 17). Mijn ouders waren de eerste bewoners en tot begin jaren 50 werden we herinnerd aan het feit dat er ooit een “grote villa” in onze achtertuin had gestaan. Je hoefde maar een spade in de grond te steken of de meest ongewenste zaken kwamen aan de oppervlakte. Verder was er nog een ernstiger feit. Meerdere keren per jaar, na een langdurige regenperiode of heftige regenbuien ontstond er op twee plaatsen spontaan een “sinkhole” van wel een meter doorsnede. Deze werden veroorzaakt door slecht gedempte putten van de oude villa. Opvullen en egaliseren was de enige oplossing.

Er zijn nog vele vragen met betrekking tot de villa en zijn voorgeschiedenis. Voorlopig beperk ik me tot een enkele. Wanneer is de villa Klambir Lima gebouwd, door wie en in wiens opdracht?

Voor 1905 heette de villa nog Bloemendaal. De nieuwe eigenaar, J.A. van Zijp (1864 – 1939) gaf de villa zijn nieuwe naam. In een verkoop advertentie uit 1905 staat: “een voor enkele jaren geheel nieuw gebouwd, naar de eisen des tijds ingericht huis”. Dit lijkt erop dat de villa eind negentiende eeuw is gebouwd (?).

Ik heb plattegronden in mijn bezit waarop Bloemendaal staat afgebeeld. Kaarten uit 1822, 1881 en 1918. Op de kaarten uit 1822 en 1881 staat de villa afgebeeld met de ingang aan de westzijde. Op de kaart van 1918 is de ingang richting oosten afgebeeld. Verder is de ligging van de villa’s op het perceel niet gelijk. Het lijkt er op dat er twee Bloemendaals hebben bestaan . . .
Reactie 11:

Rob Essers, 26-12-2018: @Arjen W. Kuiken (reactie 10) - In 1905 werden de villa's Bloemendaal, Adijtum, Wilhelmina en Emma te Hees gezamenlijk te koop aangeboden. In verschillende advertenties stond de omschrijving "bestaande uit voor 5 jaar zeer solied gebouwde, naar de eischen des tijds ingerichte Huizen", respectievelijk "bestaande uit voor enkele jaren geheel nieuw gebouwde, naar de eischen des tijds ingerichte Huizen".

Uit niets blijkt dat Rosalie Marie Elisabeth Knuttel (1860-1935) op de plaats van de villa Bloemendaal een nieuwe villa heeft laten bouwen. Zij heeft negen jaar in Hees gewoond. In reactie 1 staat een overzicht van de bouwvergunningen die zij kreeg. Alle nog bestaande panden zijn aangewezen als gemeentelijk of rijksmonument. Mejuffrouw Knuttel vertrok op 11 december 1902 naar Welverdiend in Zuid-Afrika.
De villa Bloemendaal is in de periode 1893-1902 ongetwijfeld ingericht naar de eisen van de tijd, maar niets wijst op vervangende nieuwbouw. Gelet op de monumentale status van de andere Knuttel-panden, is het ook niet erg waarschijnlijk dat dit monumentale pand 30 jaar later al weer rijp was voor de sloop.

Het pand dat in 1931 geamoveerd werd, dateerde volgens mij uit de periode 1839-1846. In een advertentie uit 1839 is sprake van "Eene BUITENPLAATS, bevorens ZWANENHOF, thans BLOEMENDAAL" genaamd, bestaande in een HEERENHUIS, voorzien van drie ruime Behangende en Geplafonneerde KAMERS, ruime KEUKEN met GRONDPOMP, nog eene KELDERKEUKEN en KELDERS, ruime ZOLDERS, met afgeschotene MEIDENKAMER"; zie PGNC, 28 augustus 1839.

Waarschijnlijk heeft Julius Lauer (Hagen 19 oktober 1804 – Nijmegen 26 oktober 1861) de oorspronkelijke villa rond 1840 laten vervangen of ingrijpend laten verbouwen. Bij de verkoop in 1846 luidde de omschrijving: "Een zeer aangenaam BUITENGOED, genaamd BLOEMENDAAL, (...) bestaande in een Heerenhuis, voorzien van negen Boven- en Beneden Kamers, allen geplafoneerd en drie Beneden Kamers, behangen, Keuken, drie Kelders, Grondpomp en verdere Gemakken"; zie Opregte Haarlemsche Courant, 3 maart 1846.
In 1851 werd hetzelfde pand als volgt omschreven: "BUITENGOED, genaamd Bloemendaal, bestaande uit elf, alle gestukadoorde, meest behangen, van Stookplaatsen en Kasten voorziene VERTREKKEN, KEUKENS, KELDERS, DOMESTIEKENKAMERS, enz."; zie PGNC, 16 augustus 1851.
Dat het pand in totaal 12 kamers telde, blijkt uit een advertentie uit 1854 waarin staat: "Het BUITENVERBLIJF BLOEMENDAALgenaamd (...), bestaande uit een Weldoortimmerd HEERENHUIS, inhoudende 12 zoo Boven- als Benedenkamers, Keuken, Kelders en Zolder"; zie Algemeen Handelsblad, 16 mei 1854.


1904 - Huize Bloemendaal (RAN F18502)

Het pand dat Jan Antonij van Zijp (1864–1939) in 1905 kocht, telde vrijwel hetzelfde aantal kamers: "De Villa BLOEMENDAAL, bevattende 13 Kamers, Badkamer, Provisiekamer, groote Serre, Grote Vestibule, breede Gang, 4 Balcons, Centrale Verwarming, enz."; zie Het Nieuws van den Dag, 31 augustus 1905.
Gelet op bovenstaande ga ik ervan uit dat de villa Bloemendaal die door Van Zijp werd omgedoopt in Klambir Lima, in of omstreeks 1840 in opdracht van Julius Lauer werd gebouwd.

Op de kaart uit 1881 staat wel de koepel (kadastrale gemeente Neerbosch, sectie B, perceelnummer 415), waarvan voor het eerst (?) melding wordt gemaakt in bovengenoemde advertentie in de Opregte Haarlemsche Courant van 3 maart 1846. Van de andere veranderingen die volgens mij in of omstreeks 1840 plaats gevonden moeten hebben, is op deze kaart niets terug te vinden. Bij het Huis en Erf is alleen het perceelnummer 240 gewijzigd in 875. Op de kaart uit 1918 staan villa Bloemendaal en de koepel nog op dezelfde plaats.
Reactie 12:

Arjen W. Kuiken, 23-01-2019: Rosalie Marie Elisabeth Knuttel vestigde zich op 6 november 1893 vanuit Ede op huize BLOEMENDAAL in Hees. Zij realiseerde op het terrein rond deze villa meerdere bouwprojecten. In 1894 de villa ADYTON met koetshuis, gelegen aan de Wolfkuilscheweg en in 1898 de dubbele herenbehuizing, WILHELMINA en EMMA, gelegen aan de Dorpsstraat.

Wat betreft de laatste twee zijn er geen onduidelijkheden, maar het bestaan van de villa ADYTON (ADIJTON, ADIJTUM) geeft toch de nodige onduidelijkheden. De vraag is: waar stond deze villa? Hoe zag deze er uit? Is het soms de huidige villa aan de Dikkeboomweg 12 (tot voor kort ook BLOEMENDAAL geheten) of is dit een deel ervan? Aanvullende vraag: waren de huidige nummers Dikkeboomweg 12 en 14 vroeger één behuizing en later gesplitst?

Terug naar ADYTON. In diverse advertenties worden BLOEMENDAAL en ADYTON steeds samen vermeld en samen te koop aangeboden (inclusief grond). Bij de twee behuizingen WILHELMINA en EMMA is dit steeds apart. De naam ADYTON komt men voor het laatst tegen in een advertentie in Het Nieuws van den Dag van 31 augustus 1905. In een advertentie van april 1923, waarin notaris De Maret Tak de villa KLAMBIR LIMA te koop aanbiedt voor f 22.000, is er sprake van een garage met tuinmanswoning. De bedragen voor beide villa’s in beide advertenties zijn ongeveer gelijk. Uiteindelijk is de tuinmanswoning en garage toch apart verkocht (Dikkeboomweg 12?). KLAMBIR LIMA werd gesloopt. Tenslotte rijst de vraag: wanneer, waarom en door wie is besloten dat de kapitale villa KLAMBIR LIMA geen bestaansrecht had in Hees? Andere, minder statige villa’s hebben de “bouwwoede” en expansie van de Gemeente Nijmegen wel overleefd.
Reactie 13:

Rob Essers, 23-01-2019: @Arjen W. Kuiken (Reactie 12) - De vergunning "tot het bouwen van 1 huis aan de Wolfkuilseweg" die mejuffrouw Knuttel in 1894 kreeg, heeft betrekking op de Villa Adijtum. De bouwvergunning werd op 30 januari 1894 verleend. De vergunning "tot het bouwen van 1 aanbouw aan een huis in Hees" die op 29 april 1898 werd verleend, betreft de aanbouw van deze villa. De aannemer en bouwkundige was Hendrik Jan Wijers (Arnhem 26 april 1866 – Nijmegen 28 november 1941).

adressen
Villa Adijtum heeft volgens mij de volgende adressen gehad:
1894: Wolfskuil 77a (= Wijk E, nr. 77a)
1898: Wolfskuil 77b (= Wijk E, nr. 77b)
1908: Wolfskuil 193
1924: Wolfskuilscheweg 193
1936: Dikkeboomweg 12

Mijn adressenoverzicht van de aanbouw ziet er als volgt uit:
1898: Wolfskuil 77a (= Wijk E, nr. 77a)
1908: Wolfskuil 191 (ook: Wolfskuilsche weg 191)
1924: Wolfskuilscheweg 191
1936: Dikkeboomweg 14

bewoners
Civiel ingenieur Willem Steven Govert Thomas Post (Eck en Wiel 29 oktober 1866 – Nijmegen 29 juli 1952) vestigde zich op 3 december 1894 vanuit Lochem op het adres Wolfskuil 77a. Hij is de eerste bewoner van Villa Adijtum. Uit het adresboek uit 1898 blijkt dat hij inmiddels op het adres Waldeck Pyrmontsingel 89 in Nijmegen woonde.
Volgens het bevolkingsregister 1890-1900 is koetsier Jan Hendrik Folsche (Leersum 26 juli 1872 – Nijmegen 27 augustus 1931) naar het adres Wolfskuil 77a verhuisd. Ik neem aan dat de verhuizing heeft plaatsgevonden na het gereedkomen van de aanbouw.

De volgende bewoner van Villa Adijtum die ik heb kunnen traceren, is Bernardus Noorduijn (Nijmegen 12 juli 1860 – Rotterdam 24 augustus 1910). Volgens het adresboek uit 1899 is het particuliere adres van deze commissionair in effecten: "Hees dorpsstraat 198" (= Hotel Heeslust), maar in het bevolkingsregister 1890-1900 is zijn adres gewijzigd in "Hees Wolfskuil 77b".
In het adresboek van 1902 blijkt dat oud-luitenant ter zee Jan Matthijs Noorduijn (Nijmegen 6 april 1855 – Doorwerth 12 februari 1925) op het adres "Hees Wolfskuil 77b" woonde.

In de loop van 1907 hebben de wijkgebonden huisnummers plaatsgemaakt voor straatgebonden huisnummers. Op 2 mei 1908 vestigde ingenieur Carel Willem Jan Hoijer (Nijmegen 26 mei 1878 – 's-Hertogenbosch 12 maart 1929) zich op het adres Wolfskuil 193. Volgens de adresboeken was zijn adres "wolfskuilsche weg 193". Vanaf 1910 staat hij als papierfabrikant vermeld. Het adres van J.H. Folsche is gewijzigd in "Hees Wolkskuil 191.". De straatnaam Wolfskuilscheweg is pas op 9 juli 1924 door de gemeenteraad vastgesteld.
Reactie 14:

Rob Essers, 24-01-2019: De villa's EMMA en WILHELMINA werden op 2 mei 1921 afzonderlijk verkocht. In 1905 werden deze al apart aangeboden, maar J.A. van Zijp kocht behalve de villa's BLOEMENDAAL en ADIJTUM (koop I) ook de villa's met de huisnummers 82 en 82a (koop II en III). In 1912 werd de naam Adyton nog genoemd door J.J. de Blécourt. In Het Schependom van Nijmegen in woord en beeld schreef hij over mejuffrouw Knuttel:

"Deze dame liet op haar terrein aan den Wolfkuilschen weg, ter plaatse ongeveer van de vroegere tuinmans- en koetsierswoning, de villa Adyton met koetshuis bouwen, zoomede deed zij aan de Dorpsstraat een dubbele heerenbehuizinge verrijzen met name Wilhelmina en Emma, welke vlak tegenover het postkantoor is gelegen. Het koetshuis, gebouwd aan villa Adyton, is in gebruik bij Klambir Lima."

In 1914 is een poging van Van Zijp om KLAMBIR LIMA te verkopen blijkbaar mislukt. Uit een akte d.d. 1 oktober 1914 van notaris De Maret Tak blijkt dat M. Gatsonides uit Amsterdam niet verschenen is voor de overdracht van "de villa genaamd Klambir Lima”, eertijds „Bloemendaal” te Hees aan de Dorpsstraat, bestaande in heerenhuis met planten en druivenkas, koepel, tuin en moestuin, benevens koetshuis met tuinmanswoning en erf aan den Wolfskuilschen weg".

Het niet noemen van ADIJTUM zou kunnen betekenen dat deze villa reeds eerder verkocht was en/of niet te koop was. Het is niet aannemelijk dat papierfabrikant C.W. Hoijer in een koetshuis of tuinmanswoning woonde. Bovenstaande omschrijving heeft geen betrekking op nummer 193 (Dikkeboomweg 12).

exploitatie van onroerende goederen
Het zou tot 1923 duren voordat Van Zijp er in slaagde villa KLAMBIR LIMA te verkopen. Op 19 april 1923 werd de Naamlooze Vennootschap tot Exploitatie van Onroerende Goederen gevestigd te Nijmegen de nieuwe eigenaar van het eerste deel met een optie op "den aangrenzenden moestuin, met druivenkas, varkenshok en schuurtje, benevens de garage en tuinmanswoning". De directeur van deze naamloze vennootschap was de fabrikant Leendert Hartog (Bleiswijk 23 mei 1868 – Amsterdam 23 oktober 1925). De koepel was waarschijnlijk al gesloopt. Ook hier is het gelet op de omschrijving niet aannemelijk dat de villa ADIJTUM, Wolfskuil 193, hiervan deel uitmaakte.

Op 1 juni 1923 kocht Leendert Hartog namens de vennootschap ook het resterende deel. Hij stierf op 56 jarige leeftijd en werd als directeur opgevolgd door zijn zoon Leendert Hartog jr. (geb. Nijmegen 28 november 1900). Voordat villa KLAMBIR LIMA in 1931 gesloopt zou worden, zijn diverse bouwvergunningen verleend aan particulieren die grond hadden gekocht:

- Wolfskuilscheweg 205 (Dikkeboomweg 4): BOUW WOONHUIS (17-12-1926)
- Dorpsstraat Hees 1 (Schependomlaan 1): BOUWEN WINKELHUIS MET WONING EN WERKPLAATS (26-07-1927)
- Dorpsstraat Hees 3-5 (Schependomlaan 3-5): BOUWEN DUBBEL WOONHUIS (30-09-1927)
- Wolfskuilscheweg 197-195 (Dikkeboomweg 8-10): BOUW 2 WOONHUIZEN (23-12-1927)
- Wolfskuilscheweg 207 (Dikkeboomweg 2): BOUW WOONHUIS MET WERKPLAATS (06-07-1928)
- Wolfskuilscheweg 203 (Dikkeboomweg 6): BOUW WOONHUIS (26-03-1929)

De laatstgenoemde bouwvergunning heeft betrekking op een woonhuis voor L. Hartog jr. Hij kocht op 19 februari 1929 als privépersoon grond van de vennootschap waarvan hij directeur was. Door de panden in de 'voortuin' raakte villa KLAMBIR LIMA steeds meer ingesloten. Aan de verkoop van de grond kon de Naamlooze Vennootschap tot Exploitatie van Onroerende Goederen meer verdienen dan aan het verhuren van deze meer dan 90 jaar oude villa. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het pand in 1931 werd gesloopt.


1928-1944 omgeving Bloemendaal - Klambir Lima (werktekening inclusief wijzigingen)

Reactie 15:

Rob Essers, 24-01-2019: Nog een laatste aanvulling...

Mijn adressenoverzicht (zie reactie 13) van Dikkeboomweg 14 is niet helemaal compleet. Wolfskuil 191 was het adres van de tuinmanswoning. Er is ook een woningkaart uit de periode 1920-1946 van het adres Wolfskuilscheweg No. 187/189. Bij de omschrijving is Koetshuis, Stal gewijzigd in 187. Garage en 189. Kantoor Kweekerij „Gerva”. De eerste omschrijving heb ik voor het eerst aangetroffen in het adresboek van 1922. In het adresboek van 1928 is de omschrijving gewijzigd. Na de straatnaamwijziging (Besluit B&W d.d. 24 april 1936: Dikkeboomweg) zijn de aparte huisnummers verdwenen en heeft het gehele pand huisnummer 14.

Uit een akte van 13 december 1924 van notaris De Maret Tak blijkt dat de bloemist Petrus Franciscus Marttin (Haarlemmerliede en Spaarnwoude 11 oktober 1877 – Nijmegen 21 mei 1935) van de Naamlooze Vennootschap tot Exploitatie van Onroerende Goederen "Den moestuin, met plantenkas, druivenkas, varkenshok en schuurtje, benevens de garage en tuinmanswoning aan den Wolfskuilschenweg te Hees" had gekocht. P.F. Marttin was hiermee eigenaar geworden van Wolfskuilscheweg 187, 189 en 191.

Nog interessanter is de akte d.d. 2 februari 1925 van notaris Van Doesburgh (onderwerp: Transport met hypotheek). Alles wijst er op dat hij ook eigenaar werd van het aangrenzende pand dat eigendom was van Johannes Marianus Vincent (Holten 22 december 1847 – Deventer 22 februari 1925). De oud-burgemeester van Haaksbergen woonde in de periode 1914-1922 met zijn dochter Willemina Everdina Vincent (Haaksbergen 2 mei 1881 – Nijmegen 6 mei 1922) op het adres Wolfskuil 193. Wanneer en van wie J.M. Vincent villa ADIJTUM had gekocht, heb ik nog niet kunnen achterhalen.

P. Marttin, directeur N.V. Gerritsen en Valeton, kreeg op 27 mei 1930 vergunning voor het AANLEGGEN HUISRIOLERING voor Wolfskuilscheweg 191. Aan P. Martin (sic) werd drie dagen later een zelfde vergunning verleend voor Wolfskuilscheweg 193. Op 13 december 1932 kreeg de N.V. "Gerva", Bloemkweekerij, vergunning voor het GEDEELTELIJK VERANDEREN voor een gedeelte van het gebouw Wolfskuilscheweg 189. Voor UITBREIDEN HUISRIOLERING van Wolfskuilscheweg 191 werd op 20 januari 1933 vergunning verleend.

In de adresboeken van 1934 en 1936 staat "Marttin, B. F., kweeker, Wolfskuilscheweg 191." Bernardus Florentinus Marttin (geb. Hatert 15 juni 1904) was een zoon van Petrus Franciscus Marttin en Wilhelmina Toepoel; zie ook woningkaart 1920-1946: Nijmegen Dikkeboomweg 14.
Reactie 16:

Arjen W. Kuiken, 25-01-2019: In een advertentie in de PGNC van 20 april 1923 staat dat de villa KLAMBIR LIMA is verkocht aan een zekere J. Lamers te Nijmegen voor f 22.500. Wie was deze persoon?
Was hij soms betrokken bij de Naamlooze Vennootschap tot Exploitatie van Onroerende Goederen?
Reactie 17:

Rob Essers, 26-01-2019: @Arjen W. Kuiken (reactie 16) - Uit een Acte de Command d.d. 20 april 1923 blijkt dat makelaar Jacobus Lamers bij de veiling op 19 april 1923 heeft geboden "voor en namens en als mondeling lasthebber van den Heer Leendert Hartog, fabrikant, wonende te Nijmegen in zijne hoedanigheid van Directeur van de Naamlooze Vennootschap tot Exploitatie van Onroerende Goederen, gevestigd te Nijmegen." Zie bijlage bij akte d.d. 19 april 1923 en advertentie in adresboek van 1922.
Reactie 18:

Rob Essers, 08-02-2019: Op de website HOUSE of CARDS vond ik een fraaie ansichtkaart van Huize Klambir-Lima in Hees (datering 1915).

Reactie 19:

Rob Essers, 10-02-2019: Ook de achterzijde van de ansichtkaart is interessant. De kaart werd op 31 december 1915 vanuit Nijmegen verzonden aan "Mej Wed H M Ton / Smederij / Kapel-Avezaath / Bij Tiel". Ik ga ervan uit dat haar dochter werkzaam was in Hees, al dan niet in Huize Klambir-Lima.

Hendrina Ton (Kapel-Avezaath 30 september 1890 – Tiel 9 augustus 1942) was de dochter van de smid Hendrik Maarten Jacob Ton (1849-1895) en Maria van Wijk (1852-1936). Zij zou op 31 maart 1917 vanuit Nijmegen naar Zoelen verhuizen en daar op 16 mei 1917 trouwen met de landbouwer Leendert Zwartebol (1889-1974).

Met de aanhef "L M en L!" wordt waarschijnlijk "Lieve moeder en Leen!" bedoeld. Onder de gelukwens staat "je H.". Daarna volgt nog een verzoek aan haar oudere zuster Dirkje Ton (1884-1964): "D. Wil je zoo goed / zijn en geven Leen die / komt 6 Jan na hier dat / goed van de blouse mee dan / zal ik hem zelf wel maken."
Reactie 20:

Arjen W. Kuiken, 11-02-2019: Dankzij Rob Essers ben ik veel te weten gekomen over mijn “geboortegrond” in Hees. Daar wil ik hem hartelijk voor bedanken. Herinneringen aan mijn graafwerk in de tuin achter ons huis komen weer naar boven. Geweldig.

H.D.J. van Schevichaven
In de "Stratenlijst gemeente Nijmegen" staat onder Bloemendaal de volgende tekst: "Voormalig buitengoed aan de Dorpstraat, te Hees, Hoek Wolfkuilseweg, later 'Klambir Lima' [..] Reeds aan het begin van de 19e eeuw was hier een buitenplaats. Eigenaresse was de douairière Theodora Margaretha, baronesse van Neukirchen, genaamd Nijvenheim, geboren baronesse van Dedem. [..] De bekende Nijmeegse historicus H.D.J. van Schevichhaven (1827-1918) bracht hier zijn jeugd door."

Van Schevichaven werd geboren op 14 oktober 1827 en groeide op in een welgesteld Nijmeegs milieu. Zijn vader overleed toen hij vier jaar oud was en zijn moeder hertrouwde in 1833 met Paul Guyot, majoor bij de artillerie.

Van Schevichaven volgde het gymnasium in Nijmegen en studeerde rechten in Leiden. Vanaf zijn 23ste kon hij over zijn vaders erfdeel beschikken en trok hij als een avonturier de wereld in. In 1893 keerde hij terug naar Nijmegen en ging zich verdiepen in de geschiedenis van zijn geboortestad. In 1897, 70 jaar oud, werd hij aangesteld als gemeentearchivaris. In deze functie publiceerde hij veel stukken over de geschiedenis van Nijmegen en omgeving.

Zo leverde hij veel tekst aan voor het in 1911 verschenen boekwerkje “Het Schependom van Nijmegen in woord en beeld”. Daar schrijft hij op bladzijde 36:
die aanduidingen wijzen op het tegenwoordige Bloemendaal, en zijn mijn herinneringen uit mijn kindertijd juist, dan was het van Mevrouw van Nievenheims erfgenamen dat mijn moeder in 1833 genoemd buitentje kocht, dat in 1843 weder in andere handen overging. De tegenwoordige villa werd eerst voor weinige jaren gebouwd.
Wanneer van Schevichaven deze tekst geschreven heeft, is niet bekend. Maar bijna zeker tussen 1897 en 1911. Zijn leeftijd zal hem parten gespeeld hebben, want het jaartal 1833 moet 1839 zijn. Theodora Margaretha, baronesse van Neukirchen-Nijvenheim, geboren baronesse van Dedem stierf namelijk pas op 24 juli 1839 en op 28 augustus van dat zelfde jaar werd Bloemendaal te koop aangeboden door notaris van Manen (PGNC).

Ook het jaartal 1843 is onjuist. Bloemendaal werd in 1842 verkocht aan Julius Lauer, logementhouder van "Des Pays-Bas" (Hotel der Nederlanden), gelegen aan de Grotestraat te Nijmegen.

Van Schevichaven heeft dus slechts 3 jaar op Bloemendaal gewoond.

Verbouwing / nieuwbouw van de villa Bloemendaal

De tekst "De tegenwoordige villa werd eerst voor weinige jaren gebouwd" in het boekwerkje, geeft ons een beter inzicht in het bestaan van de villa Bloemendaal.
Van Schevichaven spreekt over de "tegenwoordige" villa. Dit impliceert dat er ook een "vroegere" villa was. De villa namelijk, waar hij zelf als kind heeft gewoond en dat hij enigszins kleinerend een "buitentje" noemt. Dit was Bloemendaal met de hoofdingang aan de westzijde van het gebouw.
De "tegenwoordige" villa heeft de hoofdingang aan de oostzijde van het gebouw.

Wanneer heeft deze verbouwing / nieuwbouw plaats gevonden?
Van Schevichaven spreekt over "voor weinige jaren". Laten we hiervoor 5 jaar nemen. Als we een tijdspad nemen van 1897 (het jaar dat hij gemeentearchivaris werd) tot aan 1911 (het jaar dat het boekwerkje over het Schependom uitkwam), dan valt de verbouwing / nieuwbouw van Bloemendaal tussen 1892 en 1906.

Deze periode komt ongeveer overeen met de tijd dat Rosalie Knuttel op villa Bloemendaal woonde (1893 – 1902).

Rosalie Knuttel bezat een welhaast onverzadigbare drang tot het initiëren en realiseren van diverse grote bouwprojecten die ze zelf financierde. Op het terrein rond Bloemendaal realiseerde zij de volgende bouwprojecten, te reconstrueren aan de hand van verleende bouwvergunningen:
  • In 1894 wordt aan mejuffrouw R.M.E. Knuttel vergunning verleend tot het bouwen van 1 huis aan de Wolfkuilseweg. Dit is de villa Adyton met koetshuis, gelegen aan de Wolfkuilseweg.
  • In 1898 wordt aan mejuffrouw R.M.E. Knuttel vergunning verleend tot het bouwen van 1 huis bij "Bloemendaal" te Hees. Dit is de dubbele herenbehuizing, Wilhelmina en Emma, gelegen aan de Dorpsstraat.
  • In 1898 wordt aan mejuffouw R.M.E. Knuttel vergunning verleend tot het bouwen van 1 huis aan de Heselaan. Dit is de verbouwing / nieuwbouw van de villa Bloemendaal zelf.
Hoogstwaarschijnlijk vond mejuffrouw Knuttel de oude hoofdingang van de villa en de inrit vanaf de Dorpsstraat niet meer passen bij het majestueuze uiterlijk van de nieuwe villa. Men keek namelijk uit op de zijkant van de huizen Wilhelmina en Emma. Daarom besloot zij dat de nieuwe hoofdingang richting oost zou wijzen, in de richting van de grote tuin die doorliep tot aan de hoek Dorpsstraat – Wolfkuilseweg. Ook de inrit werd verplaatst naar het oosten.

Het vervolg is bekend: nieuwe eigenaar, naamswijziging in Klambir Lima, huurders, weer verkocht en uiteindelijk de afbraak in 1931. De (nieuwe) villa Bloemendaal / Klambir Lima mocht slechts 33 jaar oud worden.
Reactie 21:

Rob Essers, 11-02-2019: @Arjen W. Kuiken (reactie 20) - In de Opregte Haarlemsche Courant van 31 juli 1832 stond dat "de Hoog Wel-Geboren Vrouwe THEODORA MARGARETHA Baronnesse van DEDEM, Douairière van wijlen den Hoog Wel-Geboren Heer Fredrik Willem Baron van Neukirchen, genaamd Nijvenheim" op 24 juli 1832 op 71-jarige leeftijd in Hees was overleden.

Het is alleszins aannemelijk dat de moeder van Van Schevichaven het genoemde 'buitentje' in 1833 heeft gekocht en tot de verkoop in 1839 in bezit gebleven is van de buitenplaats Bloemendaal. In de beschrijving (zie reactie 11) is sprake van "een HEERENHUIS, voorzien van drie ruime Behangene en Geplafonneerde KAMERS (...)".

Tapper Julius Lauer (18041861) werd in 1839 de nieuwe eigenaar. Bij de Volkstelling 1840 woonde hij op het adres Wolfskuil 22 (= Wijk E, nr. 22). In 1842 vertrok hij uit Hees en werd zijn plaats ingenomen door tapper Hermanus Hamerslag (1798-1874).

Bij de verkoop van "Een zeer aangenaam BUITENGOED, genaamd BLOEMENDAAL" in 1846 telde de villa "negen Boven- en Beneden Kamers, allen geplafoneerd en drie Beneden Kamers, behangen" (bron: Opregte Haarlemsche Courant, 3 maart 1846). Dit betekent dat er in de periode 1839-1846 een ingrijpende verbouwing heeft plaatsgevonden. Ik ga ervan uit dat dit de laatste grote verbouwing is die de villa heeft ondergaan.

Er is mijns inziens geen enkele aanwijzing dat de villa "eerst voor weinige jaren gebouwd" zou zijn. Waarschijnlijk heeft Van Schevichaven zich laten misleiden door de bouwvergunningen voor de andere panden in de directe omgeving. Geen van de verleende gunningen heeft betrekking op de nieuwbouw van villa Bloemendaal. Op 29 augustus 1899 werd aan R.M.E. Knuttel wel vergunning verleend voor gaskrachtwerktuigen ten behoeve van een toestel voor het oppompen van water, in het perceel aan de Heselaan, genaamd Bloemendaal.

Het ontbreken van een bouwvergunning maakt het uiterst onwaarschijnlijk dat er in de periode 1893-1902 vervangende nieuwbouw heeft plaatsgevonden. Waarschijnlijk is de ingang van de villa al bij de ingrijpende verbouwing in de periode 1839-1846 verhuisd. Mejuffrouw Knuttel woonde op het adres "Hees kerkstraat 81" (= Wijk E, nr. 81). Gezien haar christelijke achtergrond is er geen enkele reden om aan te nemen dat zij de voorkeur zou geven aan een ingang aan de Wolfskuil.
Reactie 22:

Arjen W. Kuiken, 18-02-2019: Eén van de bewoners/eigenaars van huize BLOEMENDAAL in Hees was Johannes Hendrik van Tienen Jansse. Koopman / fabrikant. Geboren op 25 oktober 1843 te Dordrecht en overleden op 14 september 1887 te Hees. Op 8 juni 1866 huwde hij met Alida Henriette der Mouw, geboren op 30 oktober 1840 te Dordrecht.

Op 30 januari 1871 beviel Alida Henriette van Tienen Jansse – der Mouw van een zoon.


PGNC van 3 feb 1871

Enkele dagen later, op 5 februari 1871, overleed Alida Henriette der Mouw te Neerbosch. De zoon van het echtpaar is ook gestorven.


PGNC 12 feb 1871

In beide advertenties staat als woonplaats Huize DECEM te Neerbosch. Ondanks intensief zoeken is het me niet gelukt een Huize DECEM te traceren. De vraag is dan ook, waar stond Huize DECEM? Is er iets meer bekend over dit huis?

Op 8 april 1873 hertrouwde Johannes Hendrik van Tienen Jansse met Hendrika Verdoes, geboren te Dordrecht op 18 juni 1848. Het echtpaar kreeg tussen 1873 en 1889 zes kinderen, allen jongens. Hiervan zijn er drie in Neerbosch geboren. De overige drie zijn op BLOEMENDAAL in Hees geboren.

Op blz 189 van het boekwerkje “Het Schependom van Nijmegen in woord en beeld”, staat dat Huize BOSCHLUST te Neerbosch in 1869 werd verkocht aan de WelEd. Geb. Heer J.H. van Tienen Jansse.

Was Huize DECEM soms Huize BOSCHLUST (of omgekeerd)?
Reactie 23:

Rob Essers, 18-02-2019: Johannes Hendrik van Tienen Jansse (1843-1887) heeft op zeven verschillende adressen in Nijmegen gewoond. Hij vestigde zich op 4 april 1866 vanuit Dordrecht op het adres Markt, Wijk D, nr. 38. Na zijn eerste huwelijk woonde hij met zijn echtgenote Alida Henriette der Mouw (1840-1871) op het adres Graafsche weg, Wijk E, nr. 14 en nr. 16 [villa Berkenoord]. Vandaar verhuisde hij naar het adres Voerweg, Wijk C, nr. 186, en weer terug naar Wijk E, nr. 16.

In 1869 kocht hij de BUITENPLAATS Boschlust, Dorpsstraat, Wijk F, nr. 82. Volgens een advertentie in de Arnhemsche Courant van 25 augustus 1869 was de buitenplaats 3.62.80 groot: "Te aanvaarden 22 Februarij en 1 Mei 1870". Na de dood van zijn echtgenote op 5 februari 1871 en zijn 13 dagen oude zoon op 11 februari 1871 verscheen in het Algemeen Handelsblad van 17 februari 1871 de volgende advertentie:
DOOR STERFGEVAL TE KOOP:
De BUITENPLAATS DECEM, gelegen te Neerbosch bij Nijmegen, bestaande in: Heerenhuis, bevattende 10 Kamers, allen geplafoneerd en van Stookplaatsen voorzien, Domestieke-kamers, Regen- en Welpompen, Tuinmans- en Koetsierswoning, Koetshuis en Stal vor 4 paarden, Bloemenserre, Broeierij Moesgrond, Wandelpark met Vijver, Bosch , enz., te zamen groot 3 Bunders, 80 Roeden en 60 Ellen. Brieven franco bij den eigenaar den Heer J. H. VAN TIENEN JANSSE. (4207)

Volgens de Oprechte Haarlemsche Courant van 27 september 1834 was de BUITENPLAATS BOSCHLUST aan de Dorpsstraat te Neerbosch "3 Bunders 62 Roeden 80 Ellen" groot. In de Opregte Haarlemsche Courant van 6 juni 1866 stond dat het HEERENHUIS "10 zoo boven- als benedenkamers" had en het geheel 3½ bunder groot was. Volgens de Arnhemsche Courant van 1 april 1878 was de buitenplaats 3.61.80 hA.

In het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden (Van der Aa 1851, deel 13, aanhangsel, p. 675) had BOSCHLUST "eene oppervlakte van 2 bund. 62 v. r. 80 v. ell." Ik neem aan dat verschillende cijfers terug te voeren zijn op verschrijvingen en/of zetfouten. Op basis van allerlei details in de verschillende advertenties ga ik ervan uit dat het steeds om dezelfde buitenplaats ging.

Uit de gegevens in het bevolkingsregister 1870-1880 blijkt dat Johannes Hendrik Jansse van Tienen (sic) van de Dorpsstraat, Wijk F, nr. 82, naar de Graafsche weg, St. Antoniusmolen, Wijk F, nr. 12 verhuisde. Zijn tweede echtgenote Hendrika Verdoes (1885-1886) was dienstbode en woonde bij haar ouders op het adres Wijk F, nr. 13. Hun zonen Dirk (Neerbosch 19 maart 1873) en Arie Johannes Hendrik Cornelis (Neerbosch 1 juni 1874) werden hier geboren. Mogelijk gaat het om het pand dat later Villa Karma genoemd wordt.

Van Neerbosch verhuisde het gezin naar het adres Dorpsstraat Wijk E, nr. 32 [villa Bloemendaal], waar Johannes Hendrik (Hees 23 december 1875), Willem Frederik Hendrik (Hees 15 februari 1877), Hendrik (Hees 4 september 1878) en Pieter Cornelis Anton (Hees 15 juli 1880) werden geboren. Johannes Hendrik van Tienen Jansse werd op 21 november 1886 voor de tweede maal weduwnaar en overleed op 14 september 1887 op 43-jarige leeftijd.
Reactie 24:

Peter Feddema, 26-07-2019: Hallo, met veel interesse heb ik het voorgaande gelezen. De interesse komt omdat mijn vader en familie in de jaren 30 van de vorige eeuw een periode in de vila hebben gewoond.
In de familie is onderstaande foto van de villa. En ik heb een foto van de tuin voor, waar je de tram voorbij ziet komen en de kinderen in de tuin staan.
Helaas kom ik er niet precies achter in welke jaren de familie daar heeft gewoond.
Wel veel verhalen gehoord van mijn vader (die in 1923 was geboren, dus nog heel jong was) zoals over de grote kelder waar ze rond konden fietsen, en de spreekbuizen waar je door kon praten.

Foto Mon0145-Rx24b - kinderen Feddema in de tuin van Klambir Lima rond 1927-1930 (van links naar rechts)
1: Mine2: Biny3: Jo4: Lucia5: Juus6: Kees
Reactie 25:

Rob Essers, 27-07-2019: In het adresboek van 1928 staat: "Feddema, J., Hees, Dorpsstraat 11." Op de woningkaart 1920-1946 staat Johannes Feddema vermeld als de voorlaatste bewoner. Daarop is ook te zien dat het huisnummer op 18 januari 1928 is gewijzigd en in 1931 vervallen. In de week van 23 t/m 29 oktober 1931 vertrok uit Nijmegen: "J. Feddema en gez. z.b., Wilhelminasingel 3, naar Kloosterburen B 69." (PGNC, 31 oktober 1931).

Waarschijnlijk is Johannes Feddema (1881-1952) in of omstreeks 1927 met zijn gezin in de Dorpsstraat in Hees komen wonen en voor 1930 naar de Wilhelminasingel in Nijmegen verhuisd. Tijdens de verbouwing van het Herstellingsoord Villandry in 1926 waren 24 patiënten tijdelijk ondergebracht in villa Klambir Lima (De Gelderlander, 11 juni 1926). In 1930 werden blijkbaar opnieuw patiënten van Villandy in Hees ondergebracht: "Het tijdelijk Herstellingsoord „Klambir Lima” te Hees bij Nijmegen voldoet goed. Het is wat klein en ieder heeft geen eigen kamer." (De Gelderlander, 26 juni 1930)
Reactie 26:

Peter Feddema, 27-07-2019: Rob Essers, bedankt voor de informatie. Het was mij niet bekend dat de familie J. Feddema ook nog een tijdje aan de Wilhelminasingel in Nijmegen heeft gewoond.
Het gezin Feddema telde 13 kinderen (helaas allemaal overleden).
Wat ik heb begrepen uit verhalen zijn ze vanuit Kloosterburen naar Hees verhuisd om dichter bij de kinderen te zijn die daar studeerden. Overigens: ze huurden de villa.
Opa J. Feddema was herenboer.
Reactie 27:

Rob Essers, 06-08-2019: @Peter Feddema, 27-07-2019 - Op de woningkaart van Wilhelminasingel 3 staan ook de aantallen gezinsleden. In de periode dat het gezin op dit adres woonde, hebben vier zonen en vier dochters het ouderlijk huis verlaten. Elders vond ik de namen van alle gezinsleden, maar ik ben er niet in geslaagd om deze te koppelen aan de zes kinderen in de voortuin van de villa Klambir Lima op de foto uit ca. 1928 (reactie 24).

De oudste zoon Wilhelmus Cornelis Johannus Regnerus Feddema (1910-1937) zat in de periode 1922-1927 op het internaat van het Bisschoppelijk College in Roermond. De PGNC van 12 september 1928 meldde dat hij is geslaagd voor het toelatingsexamen voor de Rijkstuinbouwwinterschool in Hees. Op 28 maart 1930 behaalde hij zijn diploma (bron: PGNC van 29 maart 1930). De Rijkstuinbouwschool te Hees (gem. Nijmegen) was gevestigd op het adres Voorstadslaan 327; zie archieffoto RAN F10043 (datering 1930).
Reactie 28:

Peter Feddema, 07-08-2019: Op de foto met de kinderen voor de tram is de enigste die ik herken mijn tante Biny, het kleine meisje vooraan (tweelingzus van mijn vader geb 1923).
Rechts op de foto lopen 3 jongens, volgens mij bij de dikkeboom waarnaar de straat genoemd is.
Reactie 29:

Jan Haefkens, 26-07-2020: @ Reactie 14 In het pand Dikkeboomweg 2 woonde mijn opa, hij heeft dat destijds ook laten bouwen volgens mij. Opa had samen met zijn 3 zonen (Jan, Cor en Nic) een schildersbedrijf en heeft daarmee altijd goed zijn brood kunnen verdienen. Naast hem op de hoek van de Dorpsstraat (zoals de Schependomlaan toen nog heette) zat slagerij Vermeulen.
Als kind gingen we vrijwel ieder weekend graag naar opa en oma want die hadden destijds al een badkamer met een ligbad, compleet met een douche en lekker warm water, voor mij en mijn broers een feestje (hoefden we thuis niet in de teil). Ook heeft opa in 1928 een nieuwe handwagen laten bouwen om zijn ladders en schildersspullen te kunnen vervoeren, die is puntgaaf nog steeds binnen onze familie.
Reactie 30:

Rob Essers, 26-07-2020: @Jan Haefkens (reactie 29) - Op 6 juli 1928 is aan J.G. Haefkens vergunning verleend voor de bouw van een woonhuis met werkplaats aan de "Wolfkuilschenweg" (sic). Op de bouwtekening staat de handtekening van de aanvrager; zie Digitaal Gebouwen Dossier. Na de vaststelling van de naam Dikkeboomweg (besluit B&W d.d. 24 april 1936) is het adres Wolfskuilscheweg 207 gewijzigd in Dikkeboomweg 2; zie woningkaart 1920-1946.
Reactie 31:

Jan Haefkens, 27-07-2020: Dank Rob Essers voor je aanvullende informatie en bevestiging dat mijn opa dit pand heeft laten bouwen.
Nog een anekdote: bij reactie 24 hierboven staat een foto van de tram die volgens mij op de hoogte van "Insulinde" rijdt (mogelijk dat dit tehuis die naam toen nog niet had, dat weet ik niet).
Met buurtvriendjes die destijds scheikunde studeerden, werd een soort in een papiertje gevouwen poeder op de tramrails gelegd, wat vervolgens een knal gaf als de tram er over heen reed. Vanachter de struiken - die ruim 30 jaar later flink hoger waren als op de foto - wachtten we dan op het effect. Die knal kwam, overigens ook later op de dag toen de politie bij mijn ouders kwam informeren..., kreeg je dus behoorlijk uitgemeten van Pa en Ma. Heb ik in ieder geval nooit meer vergeten!
Reactie 32:

A.W. Kuiken, 21-08-2020: Ik kan nog een verhaal toevoegen, betrekking hebbende op het adres Dikkeboomweg 2. Opa Haefkens verhuurde ook kamers of had kostgangers, zoals dit genoemd werd.
Op de woningkaart zien we de naam Markus Thijs KUIKEN. Gevolgd door zijn geboortejaar 12-6-1916. Markus Thijs was een broer van mijn vader (dus mijn oom). Zijn opleiding was “machinist der Grote Vaart”. Het moet rond 1938 geweest zijn dat hij daar woonde. Het was crisistijd, dus weinig tot geen werk. Dit gold ook voor de diverse scheepvaartmaatschappijen. Markus solliciteerde maar kreeg geen baan. Om zijn kennis en kunde niet verloren te laten gaan solliciteerde hij ook naar baantjes aan de wal. Hoogstwaarschijnlijk ingegeven door zijn broer Willem, kwam Markus naar Nijmegen om zijn geluk daar te proberen. Uiteindelijk vond hij werk bij het bedrijf Smit-Transformatoren aan de Groenestraat aldaar. Gezien zijn opleiding en tekentalent kreeg hij de functie van tekenaar-constructeur.
Hij vond een kamer bij de familie Haefkens, een schildersbedrijf, aan de Dikkeboomweg 2. Zijn kamer gaf uitzicht op de achtertuin van zijn broer die op Dorpsstraat 17 woonde. Tijdens zijn verblijf bij Haefkens kreeg hij verkering met mejuffrouw Johanna VAN SCHAIK, die op hetzelfde adres een kamer had en ongeveer even oud was als hij (zie woningkaart).
Zijn solliciteren had uiteindelijk succes. Markus trad in dienst bij de VNS te Rotterdam als assistent machinist op het S.S. GROOTEKERK en maakte twee reizen naar de Oost.
Op 10 mei 1940, het begin van de bezetting van Nederland door de Duitsers, was de GROOTEKERK buitengaats en keerde niet terug naar een Nederlandse haven. Vanaf juli 1940 is het schip in time-charter gaan varen voor de Engelsen en maakte in deze hoedanigheid nog twee reizen.
De GROOTEKERK, met Markus Thijs KUIKEN aan boord, vertrok op 18 februari 1941 uit Engeland voor een reis naar Brits-Indië. Dit werd zijn laatste reis. Niets werd sindsdien van het schip vernomen. Daar het alleen voer waren er geen getuigen van het lot van het schip en haar bemanning.

Pas ver na de oorlog is bekend geworden dat de GROOTEKERK op 24 februari 1941 door de Duitse onderzeeër U-123 getorpedeerd was en verloren gegaan. De positie was 56.00-N 25.00-W. Het aantal slachtoffers bedroeg 52 man, de gehele bemanning.

Wat er van mejuffrouw Johanna VAN SCHAIK is geworden is mij helaas onbekend.
Reactie 33:

Rob Essers, 22-08-2020: @A.W. Kuiken (reactie 32) - Op www.wrecksite.eu staan de namen van 65 slachtoffers. Behalve de 17 Nederlandse en 35 Chinese bemanningsleden van de S.S. GROOTEKERK zijn op 24 februari 1941 ook 13 Britse passagiers omgekomen, onder wie het echtpaar Seale met hun 1 jaar oude dochter.
Reactie 34:

Henk Termeer, 22-08-2020: Beste Arjen Kuiken,
Dank voor je laatste bericht, want dat laat ook zien dat M.Th. Kuiken een tot nu toe onbekende Nijmeegse oorlogsdode was. We nemen hem daarom graag op op onze site www.oorlogsdodennijmegen.nl. Zou je mij daartoe een foto van hem willen toesturen en misschien nog andere relevante informatie?
met vriendelijke groeten, Henk Termeer.
Reactie 35:

Rob Essers, 23-08-2020: @Henk Termeer (reactie 34) - Uit het Bevolkingsregister 1922 - 1939 van de gemeente Leeuwarden blijkt dat Markus Thijs Kuiken op 30 juli 1937 uit Leeuwarden vertrok om zich in Nijmegen op het adres Dikkeboomweg 2 te vestigen. Op 13 december 1937 keerde hij vanuit Nijmegen weer terug naar Leeuwarden. Hij heeft slechts 4½ maand in Nijmegen gewoond. Dat lijkt mij te kort om als 'Nijmeegse' oorlogsdode aangemerkt te worden.

De aangifte van overlijden vanwege de Minister van Justitie is op 21 november 1950 ingeschreven in het Overlijdensregister 1950 van de gemeente Leeuwarden. In overlijdensakte no. 543 staat: "wonende te Leeuwarden". In de akte staat dat hij op 5 maart 1941 in zee is overleden; zie ook Nederlandsche Staatscourant, 17 maart 1950. Het feit dat de minister niet beter wist, is wel een verklaring maar geen rechtvaardiging voor de verkeerde datum van overlijden. De overlijdensakte dient alsnog gecorrigeerd te worden.
Reactie 36:

Jan Haefkens, 23-08-2020: Reactie 32: Heel bijzonder Arjen, jouw gedetailleerde verhaal c.q. bericht, ruim 80 jaar na dato. Het moet in die tijd daar in "Huize Haefkens" aan de Dikkeboomweg een levendige bedoening zijn geweest want behalve de kostgangers waren ook de 3 zonen van opa, waaronder mijn vader, nog thuis. Mijn ouders zijn in mei 1939 getrouwd en ik ben geboren op de dag dat Rotterdam gebombardeerd werd: 14 mei 1940. Mijn ouders woonden destijds boven een filiaal van bakkerij Roding aan de Voorstadslaan.
Opa was doorgaans kort van stof en vertelde niet veel over de oorlog. De crisisjaren, het bombardement in februari 1944 waarbij zijn broer omkwam, de zinloze vernielingen door de moffen aan "zijn stad" en het - te vroege - overlijden van zijn vrouw (mijn oma dus) in 1949, hadden duidelijk veel verdriet bij hem veroorzaakt. Na het overlijden van oma wandelde hij steevast elke zondagmiddag samen met zijn hond vanaf de Dikkeboomweg naar "Rustoord" om het graf van oma te bezoeken en te verzorgen. Menig keer ben ik als puberende teener in die tijd met hem meegewandeld en bij die wandelingen vertelde hij doorgaans meer over de oorlogstijd, ook over mensen die hij had gekend en nooit meer had teruggezien, maar de namen daarvan zijn mij helaas niet bijgebleven.

Wat mij ook raakt in jouw verhaal is de torpedering, zelf heb ik van 1960 t/m 1962 bij de Koninklijke Marine 24 maanden dienstplicht vervuld en daarbij o.a. op de onderzeebootjager Hr.Ms. "Limburg" (D-814) gevaren. Gelukkig hebben wij onze dieptebommen nooit hoeven te gebruiken.

Tot slot wil ik opmerken hoe verbazingwekkend veel mensen nog met de oorlogs-jaren bezig zijn. Mijn vrouw en ik adopteren al jaren een graf van één van onze bevrijders op de Amerikaanse Begraafplaats in Margraten. In 2005 bezochten de Amerikaanse President George W. Bush en Koningin Beatrix de Begraafplaats en ook wij - als adoptanten - waren hierbij uitgenodigd. Op dit moment liggen hier nog 8297 mannen en 4 vrouwen begraven die gevallen zijn voor onze vrijheid en op de "Wall of Fame" staan de namen vermeld van de vermiste Amerikaanse bevrijders.
De naam van onze stad staat hier voor eeuwig ingebeiteld.
Al jaren is er een wachtlijst om één van de graven te mogen adopteren en op dit moment is zelfs deze wachtlijst tijdelijk gesloten i.v.m. de overstelpende hoeveelheid aanvragen.
Reactie 37:

Arjen W. Kuiken, 27-11-2020: Op 6 juli 1928 werd door de Gemeente Nijmegen aan J.G. Haefkens vergunning verleend tot de bouw van een woonhuis met werkplaats aan de Wolfkuilscheweg te Hees bij Nijmegen. Een zekere bouwtijd in acht nemende, kan men aannemen dat hij rond het midden van 1929 het pand heeft betrokken. Het adres werd Wolfkuilscheweg 207. Op dat moment waren de aangrenzende huizen, Wolfkuilschweg 205 en Dorpsstraat 1, 3 en 5 al aanwezig. Wat ook aanwezig was, of liever, nog aanwezig was, was de majestueuze villa Klambir Lima. Vanuit zijn achtertuin had J.G. Haefkens een uitstekend zicht op de hoofdingang van de villa. De villa, die op de nominatie stond om afgebroken te worden, werd verhuurd en was op dat moment bewoond. Op 4 juni 1931 werd de villa uiteindelijk verkocht. Het gebouw, met inbegrip van funderingen, putten en kelders ging voor f 1.700, - naar de Nijmeegse aannemer H.A. van Driel. Volgens een clausule in het koopcontract diende deze het terrein, inclusief afbraak van de villa, binnen 6 weken na koop vlak en schoon op te leveren. Indien van Driel zich aan deze eis in het koopcontract heeft gehouden was er midden juli 1931 geen spoor van Klambir Lima meer te bekennen. J.G. Haefkens heeft er 2 jaar van mogen genieten.
Reactie 38:

Irene Fellinger-Feddema, 09-04-2021: De kinderen in de tuin met tram op de achtergrond zijn v.l.n.r. m'n moeder Mine, tante Biny, tante Jo, tante Lucia, oom Juus en oom Kees. Hun volledige namen: Wilhelmina Maria (15-08-1916), Gebbina (06-12-1923), Johanna Theodora (24-10-1917), Lucia Maria (23-01-1922), Julianus Laurentius (15-04-1919) en Cornelis Wilhelmus (26-09-1920).
Mijn moeder vertelde dat er 17 kamers waren en een torentje.
Reactie 39:

Jan Jansen, 19-10-2021: Hierbij een aanvulling aansluitend bij reactie 15 (over Kwekerij Gerva).

Mijn vader Thé Jansen pachtte de kwekerij in 1939, die eerder dat jaar -op 12 januari- failliet was verklaard. Van wie heb ik niet kunnen achterhalen. Het betrof een perceel van 6.830 m2, waarvan 1.000 m2 onder glas. Later pachtte mijn vader er nog ca 1.800 m2 bij.
Op het perceel stond een langwerpige schuur, waarin o.a. 6 varkenshokken. Rechts van de schuur stond een lange kas met een klein ketelhuis en links een hoog kippenhok met een flinke uitloop naar buiten.
Dit alles was gebouwd tegen een lange stenen muur, die de afscheiding vormde met de achtertuinen van de huizen aan de Schependomlaan, te weten Emma, Wilhelmina en wijnhandel Moons.

Naast de reeds genoemde kas was er een vrijstaand kassencomplex, een hoge zogenaamde corridorkas met aan weerszijden elk 3 kassen. Een ketelhuis met hoge schoorsteen aan de achterkant van de corridorkas zorgde voor de verwarming. Vooral tomaten en komkommers werden er verbouwd.
Buiten teelde mijn vader vooral groenten, aardappelen, er was een deel met klein fruit o.a. stekbessen, aalbessen en een deel met bomen, appels en peren, pruimen, perziken. Van de opbrengst werd een deel direct aan particulieren verkocht, veel ging naar de veiling aan de Marialaan.

Zelf woonden wij aan de overkant van de kwekerij, op no. 27.

In 1951 kocht mijn vader de kwekerij, 5 jaar later volgde onteigening door de gemeente Nijmegen die plannen had voor de bouw van een kerk of zwembad. Hij behield wel het vruchtgebruik. In 1962 maakte hij een doorstart in Haalderen. De opstal van de kwekerij werd geruimd, een kale vlakte bleef achter. Pas na ruim 25 jaar werden er huizen gebouwd, de huidige Breehofstraat.


Foto a: 1958, achter de schuur het taps toelopende dak van Huize Emma en Wilhelmina


Foto b: 1958, kassencomplex, waarboven nog net zichtbaar de toren van de Petruskerk in Hees


Foto c:1958, mijn vader en moeder voor de corridorkas

Redactie: wat deed je vader voor hij deze kwekerij pachtte? En moesten jullie als kind ook meewerken?
Jan: Mijn vader had twee oudere broers die elk al een kwekerij aan de Bredestraat in Hees hadden. Goede tuinbouwgrond, dat wilde mijn vader ook. Ze kwamen uit Bemmel. Een zwager van hem had een transportbedrijf in Bemmel, hij werkte daar voor de oorlog, groente naar de veiling, hooi transport, alles met paard en wagen.
Meewerken is een groot woord, meer kleine klussen zoals de schuur vegen, veilingkisten op het land brengen. Op de foto zie je ook bakken, waarin de planten verspeend werden. Op die bakken lagen ramen van glas, volgens mij heten ze Lentse ramen, die vaak over het speengoed gelegd moesten worden en er weer afgehaald moesten worden. Een klusje dat voor of/en na schooltijd moest gebeuren.
Reactie 40:

Noah Lieven, 01-01-2022: my name is Noah Lieven, I am from Duitsland and I'm looking for information about Jan Anthonij van Zijp. Do you know why he bought this house in 1905? I found out that he worked in Germany in this time period so I am very curious about him living in the Netherlands. Thank you already in advance.

Redactie: could you elaborate on Jan Anthonij van Zijp? What was his business in Germany around that time?
Noah: Jan Anthonij van der Voort van Zijp, sometimes written van Zyp and/or Jan Antony, worked as a composer and violinist in Bad Homburg, Germany, and Wiesbaden, Germany, where he later died in 1939. He also was a violin teacher at the conservatory in Wiesbaden.
I don’t really know anything about he’s life until 1897, when he appears in german Newspapers in Wiesbaden. But he seems to have married in Medan, Indonesia. He also seems to be connected to Medan, Indonesia via different notary files that I found in the Nijmegen Archive, you can find them below.
Somehow he is connected to the „Bank Naudin ten cate and Compagnie“, which seems to be known in the Netherlands. Unfortunately, my dutch is very poor so ready those old files is really hard for me, maybe you can help me and summarize them for me? Important for me would be information about where he lived, worked and so on.
Maybe you know Adolf Dirk Coenraad van der Voort van Zijp, a dutch olympics winner in 1924, he was Jan Antonijs Son.
My data about Jan Anthonij in Germany reaches from 1897 until 1907 and then only when he dies again. If you need any proof for information, just reach out to me and I can provide it. Thank you so so much, I would be very grateful if you could help me with anything!

Here are the archive links, the last one is the only one I already got translated:
https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=14-1&id=2308274481
https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=14-1&id=2308292079
https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=14-1&id=2308292554
https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=14-1&id=2284733837
https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=14-1&id=2285335534
https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2404417748
Reactie 41:

Paul Broekman, 02-01-2022: Jan Anthony van der Voort van Zijp is op 8 februari 1864 in Warnsveld geboren. Hij trouwde met Anna Hermina Aleida Slotboom op 8 februari 1889 te Singapore (niet in Medan). Bron: genealogieonline.nl.
Volgens de notariële aktes heeft hij gewoond in 1909-1914 in Hees bij Nijmegen, in 1921 in Hamburg en in 1923 in Menton in Frankrijk. Rond 1892 zat hij in Medan op Sumatra. Overleden in Wiesbaden in 1939.
Reactie 42:

Rob Essers, 03-01-2022: @Paul Broekman (reactie 14) - Uit de Eenige kennisgeving in de Arnhemsche Courant van 14 februari 1889 en Het Nieuws van den Dag van dezelfde datum staat: "Medan, 11 Febr. 1889." Uit niets blijkt dat zij in Singapore zijn getrouwd.

Mevr. J.A. van Zijp is 1899 met drie kinderen naar Nederland vertrokken (bron: De Locomotief, 14 juli 1899). Haar echtgenoot volgt pas een jaar later. Begin 1903 verhuist Van Zijp met zijn gezin vanuit Arnhem naar villa Bloemendaal in Hees. In 1919 wordt hij ambtshalve uitgeschreven uit het bevolkingsregister.
Reactie 43:

Rob Essers, 03-01-2022: Bij zijn huwelijk in 1889 is Jan Anthonij van Zijp (Warnsveld 8 februari 1864 – Wiesbaden 18 mei 1939) administrateur van de Tabak-Maatschappij Arendsburg. In november 1893 wordt J.A. van Zijp, administrateur der onderneming Soengei Mentjirim, benoemd tot lid van den landraad te Bindjei (Oostkust van Sumatra). Wegens zijn vertrek naar Nederland wordt hij in juli 1900 eervol ontslagen als lid van de landraad.

In 1901 is hij een van de oprichters en de eerste directeur van de N.V. Tabakmaatschappij „Soengei Bedjankar” te Amsterdam. Hij doet dat mede namens zijn broer Coenraad van Zijp (Arnhem 16 mei 1871 – Laren NH 13 januari 1937), die planter is en in Soengei Bedjankar woont. Het doel der vennootschap is het verkrijgen en exploiteren van landbouwondernemingen op Sumatra (Nederlandsch-Indië) in hoofdzaak voor tabak, het planten, voor de markt bereiden en den verkoop van het product en al hetgeen met deze exploitatie in verband staat.

In hetzelfde jaar 1901 is hij een van de oprichters van de N.V. Eerste Nederlandsche Huurverzekering-Maatschappij te Arnhem. Op 13 maart 1902 blijkt deze maatschappij overgegaan te zijn in de N.V. „Huur-Risico-Verzekeringsbank„ te Utrecht.

Zijn broer trouwt op 5 januari 1905 in Voorburg met Elisabeth Naudin ten Cate (Amsterdam 24 december 1879 – Hilversum 6 juni 1963); zie huwelijksakte 1905, nr. 1. Hun oudste zoon Albert wordt op 11 november 1905 in Soengei Bedjankar geboren. Uit de geboorte van dochter Elsa op 10 augustus 1909 in Hilversum blijkt dat het echtpaar inmiddels teruggekeerd is in Nederland.

In 1907 blijkt J.A. van Zijp te Hees directeur te zijn van de Tabakmaatschappij „Lima Poeloeh” te Amsterdam. C. van Zijp is volgens een advertentie in de Deli-Courant van 9 maart 1908 afgetreden als Administrateur der Tabak Maatschappij Sei. Bedjankar en als zoodanig vervangen door den Heer J. van IJzeren Jr.

Tabak-Maatschappij Lima Poeloeh blijkt in 1910 zo diep in de schuld te zitten dat de aandelen zo goed als niets meer waard zijn. Het laatste gedeelte van de consessieterreinen is volgens dagblad De Tijd van 20 juni 1910 aan een rubbercombinatie verkocht.

In het bevolkingsregister 1910-1920 staat in de kolom 'AMBT, BEROEP OF BEDRIJF' bij Jan Anthonij van Zijp: zonder. In diverse notariële akten staat particulier. Dat betekent dat hij geen beroep had.

Ik heb geen koninklijk besluit of ander document kunnen vinden op grond waarvan de familienaam is gewijzigd in Van der Voort van Zijp. In de akte van d.d. 1 juni 1923 van notaris De Maret Tak is voor het eerst (?) sprake van Jan Antonie van der Voort van Zijp. Hij heeft de akte niet zelf ondertekend.
Reactie 44:

Paul Broekman, 05-01-2022: @Reactie 42, advertentie in Deli Courant, 20-02-1889 p2RO: Getrouwd: J. A. VAN ZIJP EN A. H. A. SLOTBOOM. SINGAPORE, 8 Februari 1889.
M.a.w. hij was toch in Singapore getrouwd, maar liet dat weten op zijn correspondentieadres Medan op Sumatra in de vorm van ‘Eenige mededeling’.
Reactie 45:

Rob Essers, 06-01-2022: @Paul Broekman (reactie 44) - In de Arnhemsche Courant en Het Nieuws van den Dag van 14 februari 1889 staat de plaatsnaam Medan en de datum 11 februari 1889. In deze advertenties staan ook de voornamen en de functie van de bruidegom vermeld. De advertentie met de tekst "SINGAPORE, 8 Februari 1889" staat in de Deli Courant van 16 en 20 februari 1889. De verschillende data en plaatsnamen zijn door een aantal andere kranten overgenomen.

Of Jan Anthonij van Zijp op zijn 25e verjaardag is getrouwd in Singapore of drie dagen later in Medan, kan op basis van de verschillende advertenties niet met zekerheid worden vastgesteld. In de rubriek 'Aangekomen en vertrokken passagiers' in de Deli courant 16 februari 1889 staat echter dat J.A. van Zijp en echtgenote op 13 februari per st. „Ganymede” VAN Singapore zijn aangekomen.
Reactie 46:

Rob Essers, 07-01-2022: Aanvulling op reactie 43: In mei 1911 wordt de heer J. A. van Zijp herkozen tot commissaris van de Algemeene Maatschappij van Verzekering op het Leven en bij Ziekte „Raadspensionaris Johan de Witt”, te Tiel. Uit Het Vaderland van 1 mei 1912 blijkt dat hij wegens gezondheidsredenen niet wordt herkozen als commissaris van P. Leendertz & Co. en Carbasius Bank te Nijmegen.

Volgens de lijst van geschenken uit september 1913 heeft J.A. van Zijp, Hees, aan de diergaarde Artis een Java-aap en een Lampong-aap geschonken. Uit zijn herverkiezing in mei 1915 blijkt dat hij nog altijd commissaris is van „Raadspensionaris Johan de Witt”. In de Nederlandsche Staatscourant van 4 november 1919, nr. 234 (tweede bijvoegsel) wordt melding gemaakt van een verzoek om NAAMSWIJZIGING door J. A. van Zijp, wonende te Hees, gemeente Nijmegen, en diens meerderjarige kinderen. Op 12 november 1919 wordt het echtpaar ambtshalve uit het bevolkingsregister van de gemeente Nijmegen uitgeschreven. Hun kinderen waren al eerder vertrokken.

Op de geboorteakte nr. 20 (gemeente Warnsveld 1864) van Jan Anthonij van Zijp zit een omgevouwen briefje waarvan alleen de achterkant zichtbaar is. Op de voorkant staat mogelijk het koninklijk besluit waarbij toestemming is verleend om de geslachtsnaam te wijzigen. Op de geboorteakte nr. 90 (gemeente Princenhage 1917) van zijn kleinzoon Adolf Dirk Coenraad van Zijp staat: "Bij Koninklijk besluit van zeventien November negentien honderd en twintig is toestemming verleend dat de geslachtsnaam „van Zijp” van het in nevenstaande akte vermelde Kind wordt veranderd in „van der Voort van Zijp”." Zo te zien heeft deze aantekening zeven jaar op zich laten wachten.

Al met al heb ik geen enkele aanwijzing gevonden dat Jan Anthonij van Zijp in de periode 1897-1907 als componist of violist werkzaam geweest is in Bad Homburg en Wiesbaden (zie reactie 40). Ik ga ervan uit dat hier sprake is van een persoonsverwisseling.

Redactie: De voorkant van het bij zijn geboorteakte aangehechte briefje:
"Bij Koninkijk Besluit van zeventien November negentien
"honderd en twintig nummer negen en vijftig is toegestaan,
"dat Jan Antony van Zyp bij den geslachtsnaam den naam van der
"Voort voegt,met diengevolge dat hij voortaan den geslachts-
"naam"van der Voort van Zyp"zal dragen.
"De Ambtenaar van den Burgerlijken Stand van Warnsveld (get)
J.C.Mollerus. [..]

Een verklaring voor de naamkeuze is te vinden bij wiewaswie.nl: via zijn vader Lambertus en groot­vader Coenraad komen we bij overgrootvader Jan van Sijp, getrouwd met Engeltje van der Voort.
Reactie 47:

Rob Essers, 14-01-2022: In de Utrechtsche Courant van 23 november 1829 staat een C. VAN DER VOORT VAN ZIJP vermeld als executeur testamentair. Dat is waarschijnlijk dezelfde persoon als Notaris C. VAN DER VOORT VAN ZIJP in de Opregte Haarlemsche Courant van 19 maart 1832. Het blijkt te gaan om:

Coenraad van Zijp, ged. Amsterdam 5 febr. 1790, † Amsterdam 13 juni 1866, zn. van Jan van Zijp en Engeltje van der Voort, tr. Amsterdam 8 aug. 1813 Bartruida Pousset, ged. Amsterdam 14 maart 1790, † ald. 12 febr. 1863, dr. van Gerardus en Anna Sebilla Stenvers.
Uit dit huwelijk worden 8 kinderen geboren.
In de overlijdensakte d.d. 14 juni 1866 staat de naam Coenraad Van der Voort Van Zijp. Hoewel hij vanaf november 1829 de naam van der Voort van Zijp voert, is van een officiële wijziging geen sprake. Dat blijkt ook uit de geboorteakten van zijn kinderen.

1875
Zijn zoon Willem Bruines van Zijp is de eerste die om naamswijziging verzoekt. Uit de aankondiging in de Nederlandsche Staatscourant van 28 juni 1875 blijkt dat hij dit niet voor zichtzelf doet, maar alleen voor zijn minderjarige zoon Coenraad van Zijp. Bij Koninklijk Besluit van 29 januari 1876 is de geslachtsnaam van zijn zoon gewijzigd in van der Voort van Zijp; zie geboorteakte nr. 825.

Deze Coenraad van der Voort van Zijp (Dordrecht 8 december 1871 – Utrecht 28 september 1935) was later Tweede Kamerlid (1903-1924) en daarna burgemeester van Maartensdijk (1924-1937). Bij zijn begrafenis was er een NSB-erewacht en waren circa 800 NSB-leden aanwezig. De kist was bedekt met de Oranje-blanje-bleu-vlag. Naar hem is op 13 januari 1937 de Burgemeester van der Voort van Zijplaan genoemd die tegenwoordig in de woonplaats Utrecht ligt.

1919
De tweede aanvraag is pas 44 jaar later gedaan door Jan Anthonij van Zijp (Warnsveld 8 februari 1864 – Wiesbaden 18 mei 1939) voor hemzelf, zijn meerderjarige kinderen en de wettige kleinkinderen van zijn zoon Adolf Dirk Coenraad (Klambir Lima 1 september 1892 – Monaco 8 maart 1978). Jan Anthonij is een zoon van Lambertus van Zijp en Gerritdina Johanna Brus. Bij Koninklijk Besluit van 17 november 1920, wordt de toevoeging van der Voort aan de geslachtsnaam toegestaan; zie reactie 46.

1927
De derde en laatste aanvraag is gedaan door Coenraad van Zijp (Arnhem 16 mei 1871 – Laren NH 13 januari 1937) voor hemzelf en zijn wettige minderjarige nakomelingen en zijn (meerderjarige) zoon Albert (Soengei Bedjankar, Batubara 11 november 1905 – Uckfield, Sussex 10 mei 1999). Ook Coenraad is een zoon van Lambertus van Zijp en Gerritdina Johanna Brus. In de
Nederlandsche Staatscourant van 2 mei 1927 staat het verzoek vermeld. Het Koninklijk Besluit met de toestemming volgt op 20 september 1928; zie geboorteakte nr. 428.

Andere familieleden hebben niet de moeite genomen om te verzoeken om naamswijziging. De naamswijziging zegt ook niet alles over het gebruik van de naam voor en na de wijziging.
Reactie 48:

Noah Lieven, 01-02-2022: @Rob Essers Reactie 46: I really think it has to be the same person. There are many articles on papers from Wiesbaden, where he is named as violinist. He also went to Wiesbaden many times for cur, before and after his job as violinist. See for example Wiesbadener Bade-Blatt 24.06.1892.
Also I think, since he died in Wiesbaden, it is the same person.
Reactie 49:

Rob Essers, 01-02-2022: @Noah Lieven (reactie 48) - "van der Voort, Hr. Rent, Antwerpen" in het Wiesbadener Bade-Blatt van Freitag den 24. Juni 1892 is volgens mij niet de J.A. van Zijp (naamswijziging Koninklijk Besluit van 17 november 1920, nr. 59, in "van der Voort van Zijp"), die op 1 september 1892 in Klambir Lima (Nederlandsch-Indië) vader werd van de tweeling Lambertus Arend Cornelis en Adolf Dirk Coenraad. De eerstgeborene overleed op 20 september 1892 in Klambir Lima. In de Deli Courant van 21 september 1892 stond een overlijdensadvertentie van J.A. van Zijp en Echtgenote.
Reactie 50:

Paul Broekman, 10-02-2022: Ik vermoed, gelet op navolgende reactie vanuit het stadsarchief van Wiesbaden, dat Noah Lieven twee personen met de achternaam Van der Voort door elkaar haalt.

Bezugnehmend auf Ihre Anfrage darf ich Ihnen mitteilen, dass in unseren Beständen nur wenige Informationen zu Jan Anthony van der Voort van Zyp enthalten sind. Er verstarb am 18.05.1939 (Reg.Nr. 978/1939) in Wiesbaden, Schiersteiner Straße 43 (Krankenhaus Paulinenstift). Den Auszug aus der in unserem Haus erstellten Datenbank der Sterbefälle hänge ich Ihnen an. Das Sterberegister wurde gegengeprüft. Bitte beachten Sie, dass das Geburtsdatum 08.02.1864 lautet. Zuletzt wohnhaft war er in der Wilhelmstraße 10. Laut Adressbuch befanden sich dort das Hotel Metropol, van der Voort van Zyp ist hier nicht vermerkt. Es ist also fraglich, ob van der Voort van Zyp in Wiesbaden gemeldet war. Seit 1889 war Jan Anthony van der Voort van Zyp mit Anna geb. Slotboom verheiratet. Jan Anthony und Anna van der Voort van Zyp schlossen die Ehe in Nymwegen.

Da die Einwohnermeldekartei Wiesbadens vor 1945 nicht überliefert ist, ist das genaue Zuzugsdatum, sofern sich van der Voort van Zyp in Wiesbaden anmeldete, nicht zu ermitteln gewesen. Geprüft haben wir die Adressbücher 1926-1930 und 1938, leider ohne Ergebnis. Online sind die Wiesbadener Adressbücher 1860-1937 einsehbar.

Hinweisen darf ich Sie noch auf die Personalakte von Anton van der Voort (Sign. WI/P Nr. 2577). Er war vom 01.10.1897 bis 1908 als Konzertmeister beim Wiesbadener Kurorchester angestellt. Laut Geburtsdatum und Lebenslauf handelt es sich jedoch nicht um die von Ihnen gesuchte Person (geb. 09.11.1869 in Haarlem, Zuzug nach Wiesbaden am 01.10.1897). Ein verwandtschaftliches Verhältnis war nicht nachzuweisen.

Zu van der Voort van Zyp befindet sich keine Überlieferung in unseren Beständen, die belegt, dass er als Musiker bei der Stadt Wiesbaden angestellt war.

Die Durchsicht der Gewerbekartei ab 1933 ergab ebenfalls keine Treffer. Davon ausgehend war er wohl nicht als Musiklehrer selbstständig gemeldet.

Mit freundlichen Grüßen
im Auftrag
Dr. Katherine Lukat
Sachgebietsleitung Gedenkstätten
Reactie 51:

Rob Essers, 10-02-2022: "Composer and violinist Antoni Van der Voort emigrated to the United States shortly before World War I from Haarlem, the Netherlands. He lived in Santa Barbara teaching music, composing and playing in local orchestras until his death in 1952. The collection contains his music manuscripts including his Sinfonietta, which won the 1942 Composition Prize from the St. Louis Symphony Orchestra." (bron: Antoni Van der Voort Papers, 1930s-1952 (PA Mss 22))
Antonie van der Voort werd op 19 novemer 1869 in Haarlem geboren. Uit het militieregister blijkt dat hij in 1889 van beroep musicus was. Blijkbaar woonde hij vanaf 1897 in Wiesbaden en was hij getrouwd met Amalie Rullmann. In 1898 werd hun dochter geboren:

Alida Franziska Anna van der Voort, geb. Wiesbaden 19 jan. 1898, † Villecroze, dépt. Var 19 juli 1944, dr. van Antonie en Amalie Rullmann, tr. Ede 8 dec. 1925 (echtsch. uitgespr. 's-Gravenhage 17 maart 1931) Emile Louis Wertheim Aijmes, geb. Amsterdam 5 mei 1892, † Hilversum 5 mei 1892, zn. van Louis Ernest Clément Gustave en Maria Georgina Huberta Kiderlen.

Uit de huwelijksakte blijkt dat haar vader in 1925 concertmeester was en te Santa Barbara in Californië woonde. Haar huwelijk werd in 1931 ontbonden. Zij is begraven op het Nederlands ereveld Orry-la-Ville (bron: Oorlogsgravenstichting). Haar vader Antonie van der Voort (1869-1952) was in de verste verte geen familie van Jan Anthonij van der Voort van Zijp (1864-1939).
Reactie 52:

Noah Lieven, 17-02-2022: Hello Guys, wow, I am devastated. But thank you for your help with all, I'm very happy that I now know for sure what person I am looking for.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: