Lent lang vervlogen tijd

De barre crisisjaren

In de eerste wereldoorlog werd goed verdiend in Lent. De agrarische ondernemers hadden geen behoefte aan hypotheken of leningen maar vooral aan cultuurgrond voor hun bakkenplekken en voor de bouw van verwarmde kasjes. De verkoop van het grootgrondbezit 'Het Laauwik' in 1919 kwam dan ook als een geschenk uit de hemel. In Lent lang vervlogen tijd werd die opzienbarende verkoop gedetailleerd beschreven aan de hand van de notariële gegevens die aantoonden dat met hogen en hogen en hogen de concurrent de loef werd afgestoken maar dat tenslotte te veel voor de geveilde percelen werd betaald. Jhr. Van den Brandeler had geen beter tijdstip voor de verkoop van zijn bezit kunnen kiezen. Al direct na de oorlog begonnen de groothandelsprijzen voor agrarische producten te dalen en bleven dalen tot absolute dieptepunten in de dertiger jaren. Pas in 1948 werd het niveau van 1916 bereikt. Het antwoord van de Lentse ondernemers op lagere prijzen op de veilingen en op de markten was investeren in nog meer bakkenplekken en grotere kassen en gedeeltelijk specialiseren in potplanten. Kort voor het begin van de tweede wereldoorlog begon de economie weer aan te trekken. Wat de Lentse mensen in die barre crisisjaren voor zorgen hebben gehad kunnen wij nauwelijks bevatten. Iedereen in het gezin moest lange werkdagen maken met soms als resultaat dat de aangeboden producten op de veiling werden doorgedraaid en alle werk voor niets was geweest. Overbruggingskredieten werden door de Boerenleenbank in Lent niet of slechts mondjesmaat toegekend. Vervolgonderwijs was er voor de meeste Lentse kinderen niet meer bij. Hoogstens werden in de wintermaanden avondcursussen gevolgd. De Sint Vincentiusvereniging (sinds 1853) had in die jaren handen vol te doen.

LL 3: Bernard Bouwmeister grondlegger van Het Witte Huis.

LL 4: Geschiedenis van het Laauwik.
SL 23C: Het Laauwik verkaveld en verkocht.

AL 6: Overleven in de barre crisisjaren.

AL 6: Waalbrug doodsteek voor de Veerdam.

Afb. 21a: Het Laauwick zoals wij dat nu kennen werd pas eind 19e eeuw, begin 20e eeuw voltooid. Na de oorlog werd de grote vrijstaande schuur tot woonhuis omgebouwd.

Na de vrede van Munster in 1648 was Nijmegen de eigenaar geworden van de Commanderiegoederen. De lange periode van de Belgische opstand van 1830 tot 1839 toen Nijmegen als gamizoensstad in staat van beleg verkeerde had veel van de financiën van de stad gevergd. Om die financiën weer enigszins op orde te brengen werden de hoeven in Lent in 1841 verkocht. De Nijmeegse rentenierster Jacoba Huisman, weduwe van Johannes Besserer, verwierf het Laauwik, groot 58.79.20 ha. incl. de oude herenboerderij. In 1850 droeg de oude weduwe het landgoed over aan haar schoonzoon Hermanus van Kuijk die met haar dochter Christina was getrouwd. Twintig jaar later, in 1870, werd het landgoed bij scheiding en deling van de boedel van de overleden echtelieden van Kuijk-Besserer gegeven aan de getrouwde dochter Maria van Kuijk die al weduwe was van de Nijmegenaar Willem Greve. De jonge kordate weduwe pakte de zaken voortvarend aan. Er moest een nieuwe moderne herenboerderij komen. Op 16 juni 1873 werd de eerste steen voor de nieuwbouw gelegd door de pachters van het Laauwik, de familie Braam. Eerst werd het woonhuis gebouwd en gelijktijdig daarmee de vrijstaande grote schuur die nog in 1873 bedrijfsgereed was. Bij de aanleg van de hoge spoordijk tussen 1875 en 1879 werd 5.07.30 ha. onteigend zodat het landgoed was gekrompen tot 53.71.90 ha. Bovendien betekende die spoordijk dat een grote omweg gemaakt moest worden om de percelen ten westen van de spoordijk te bereiken. Dan duurt het 25 jaar voor de aangebouwde schuur achter het woonhuis in 1898 gereed komt. Wat de reden van de vertraging in de uitvoering van de bouwplannen is geweest is onbekend. Misschien heeft het economisch klimaat in de agrarische sector door de ingrijpende landbouwcrisis een rol gespeeld, maar mogelijk waren er in 1873 nog geen plannen voor die uitbreiding. Dan duurt het nog eens 8 jaar voor in 1906 de laatste schuur aan het woonhuis gereed is gekomen. In datzelfde jaar stierf de oude weduwe Maria, Sibilla Greve van Kuijk en kwam het landgoed in het bezit van haar dochter Christina, Petronella Greve die was getrouwd met jhr. Louis, Christiaan van den Brandeler. De familie van den Brandeler had ook bezittingen in Wageningen en Velp. Waarom van den Brandeler in 1919 besloot om notaris van Bunge in Bemmel opdracht te geven om het landgoed incl. de herenboerderij te verkopen is onbekend. Hij had geen beter tijdstip kunnen kiezen. In de eerste wereldoorlog groeiden de economische bomen in Lent tot in de hemel en de vele pachters in het dorp hadden dringend behoefte aan grond voor hun boomgaarden en hun bakkenplekken. De notaris verkavelde het beschikbare bouwland, groot 24.64.90 ha, in 13 kopen en het beschikbare weiland, groot 25.66.30 ha. in 6 kopen. De herenboerderij met drie schuren, hooiberg, erf en aangrenzend weiland, groot 3.40.70 ha. werd apart aangeboden. De inzet was op 30 april 1919 in Hotel Lent, de toeslag op 14 mei 1919 in hetzelfde hotel. Er zal wat afgepraat zijn in het dorp over deze opzienbarende veiling. Het totale bouwland werd ingezet voor de hoge prijs van fl. 63.050,- en na de toeslag verkocht voor fl. 76.484,- ofwel 121% van de inzet. De weidegronden werden ingezet voor fl. 57.500,- en gegund voor fl. 67.650,- ofwel 118% van de inzet. De herenboerderij die was ingezet voor fl. 20.000,- werd door de Heer F. Teeuwissen gekocht voor fl. 23.800,-, 119% van de inzet. Onder de gretige kopers die bij de toeslag bleven hogen en hogen veel bekende Lentse namen zoals van Kempen, Burgers, de Beijer, Rikken, Derksen en Meeuwsen. In Lent lang vervlogen tijd nr. 4 september 1986, hebben wij deze veiling cijfermatig gedetailleerd verslagen. De kopers in 1919 dachten dat het einde van de oorlog een toename van de agrarische productie zou betekenen. Zij kwamen bedrogen uit want na 1919 gingen de groothandelsprijzen voor agrarische producten van het hoogste niveau in 1919 van 126% (op basis van 1948=100%) dalen tot het absolute dieptepunt van 39% in 1935. Door de oorlogsindustrie in Duitsland nam de export van agrarische producten toe zodat in 1939 een niveau van 45% werd bereikt. Op 27 september 1940 verkocht Teeuwissen het Laauwik aan F.J. Heijmerink uit Nijmegen.

Afb. 21b: Het front van het Laauwik na de voltooiing van de laatste schuur in 1906. Het agrarisch bedrijf Het Laauwik was een gemengd bedrijf met evenveel bouwland als weidegrond. Langs de Modderstraat lagen de bouwlanden Het Sleutelstuk, Het Kempke en de Lange Akkers. De Flieren tussen Modderstraat en Steltsestraat en tussen de Lange Akkers en het Visveld nog enkele percelen. Weidegronden lagen ten westen van de nieuwe spoordijk waar onder De Nieuwe Weide, De Koeweide, De Negen Morgen en De Vier Morgen. Aan de Steltsestraat lag De Dries. De weidegronden waren vanaf de boerderij aan de Modderstraat uitsluitend via het viaduct over de weg naar Elst bereikbaar. Het Laauwik exploiteerde ook enkele boomgaarden.

Afb. 21c en 21d: De herenboerderij Het Laauwik aan de Modderstraat in Lent, bestaande uit een ruime en flinke behuizing met schuren, hooiberg en aangrenzend weiland, sectie B. no. 526 en 560, samen groot 3.40.70 ha. werd op 14 mei 1919 in Hotel Lent ingezet voor fl. 20.000,- en gegund aan Franciscus Teeuwissen voor fl. 23.000,-. Op 27 september 1940 verkocht F. Teeuwissen de herenboerderij aan de jonge houthandelaar Franciscus Heymerink. De tekening links geeft een beeld van de schurenpartij van Het Laauwik, de tekening rechts van de achtergevel van de grote vrijstaande schuur voor de verbouwing na de oorlog.
Onderstaand de tekst van de veilingvoorwaarden voor de verkoop van Boerderij het Laauwik met beste bouwen weilanden, gelegen in de kadastrale gemeente Lent in de Betuwe, tegenover Nijmegen aan de Modder-Steltsche- en Vischveldsche straten. Eigendom van de
familie Jhr. Van den Brandeler-Greve. Zoals in de advertentie in weekblad 'De Betuwe"werd vermeld. De inzet was op woensdag 30 april en de toeslag op woensdag 14 mei telkens om 14 uur in Hotel Lent ten overstaan van notaris P.W.P. van Bunge

Afb. 21d1: Tekst veilingvoorwaarden

Afb. 21d2: Verkoop Het Laauwik in 20 kopen
Opbrengsten van de veiling van Het Laauwik in 1919

Bij de veiling van het landgoed Het Laauwik in 1919 werden een aantal grondstukken hoog ingezet en op een aantal percelen werd zeer hoog geboden. De landbouwgronden brachten het meeste op met uitzondering van De Dries aan de Steltsestraat die de hoogste opbrengst per ha. noteerde. Onderstaand een overzicht van de opbrengsten van deze opmerkelijke veiling.

Afb. 21d3: Tabel verkoopopbrengsten van Het Laauwik

Afb. 21d4: Tabel opbrengsten van Het Laauwik in procenten

Afb. 21e: Op de tekening van de Veerdam zien wij rechts het prestigieuze Hotel Lent en links het imposante kantoorgebouw van de N.V. Internationale Bagger, Scheepvaart en Handelsmij van de familie van Hasselt. In 1906 had de oude Heer Wildenbeest zijn herenlogement en zijn overige bezittingen in Lent, waaronder de bekende stalhouderij Braam (in 1910 door blikseminslag verwoest), verkocht aan zijn dochter de weduwe Maria Bianchi. Raadslid, wethouder en statenlid Willem Jansen Gzn. uit Lent die het herenlogement had willen kopen zag die nieuwe bron van inkomsten aan zijn neus voorbijgaan. De weduwe liet het oude pand slopen en liet een koetshuis met stalling en een naar de eisen van de moderne tijd ingericht hotel bouwen dat al op 16 mei 1907 werd geopend. Naar onze maatstaven nu zouden wij het als een viersterren hotel kwalificeren. Het werd een trefpunt voor zakenmensen die niet in de rumoerige stad wilde overnachten, voor chique bruiloften en partijen en voor vergaderingen. In 1908 al kwam het hotel in handen van de familie Kortenhof. Na de opening van de Waalbrug ging het bergafwaarts. In 1941 werd het hotel verkocht aan van Baak uit Ressen en in 1950 aan Merkus die er lange tijd kantoor hield. Daarna kwam het pand leeg te staan en werd gekraakt. Aan de andere kant van de Veerdam had Jan van Hasselt het pand van de veerman gekocht en gesloopt om daar voor zijn succesvolle onderneming een opvallend kantoorgebouw in Dudokkiaanse stijl te bouwen. Architect Oskam maakte de tekeningen. Van Jan van Giffen, kantonrechter in Elst, kocht hij de villa Mariënhove aan de Oosterhoutse Dijk en liet die naar zijn smaak moderniseren door timmerman/aannemer de Bruin en bij de nieuwe opvallende tuin liet hij een tennisbaan aanleggen. Zijn villa noemde hij Vahali adjectum. Op zijn scheepswerf in Hulhuizen liet hij een luxe woonark bouwen die hij 'Prince van Orangiën' doopte. Na de oorlog woonde hij op die boot die naar Loenen aan de Vecht was versleept tot aan zijn dood in 1962. Na de oorlog deed het kantoorpand dienst als koekjesfabriek. Het pand raakte door gebrek aan onderhoud in verval en werd in de tachtiger jaren van de vorige eeuw gekraakt om 1989 gesloopt te worden; sic transit gloria mundi ! Jan van Hasselt financierde de fanfare Crescendo in Veur Lent en sponsorde de voetbalclub en de biljartclub. Het was een opvallende figuur die graag met zijn rijkdom pronkte maar hij had ook oog voor de noden van zijn personeel en van mensen die het moeilijk hadden en die hij met raad en daad hielp. Een onafhankelijke figuur die als een kei in de dorpspolitiek plonsde. In het interbellum werd in Lent de toon aangegeven door o.m. het katholieke raadslid en statenlid Willem Jansen Gzn, (1841-1931) de protestantse Wouter Reijnders die ook statenlid was en uit eigen middelen de school met de bijbel oprichtte en financierde, (1838-1921) de ondernemende Bernard Bouwmeister die raadslid was en de ongekroonde voorzitter van de ondernemers in Veur Lent (1880-1958) en dan natuurlijk pastoor van Laak en zijn kapelaan van de Pavert en de dominees Splinter, Key en de Jong. Was door het kiesstelsel de protestantse dominantie in de gemeenteraad van Elst vanzelfsprekend, na de invoering van het algemeen kiesrecht, eerst voor mannen en enkele jaren later voor mannen en vrouwen kwamen de verhoudingen heel anders te liggen. Nu ging de R.K.S.P. het beleid bepalen zoals dat ook in de landelijke politiek gebeurde. Jan van Hasselt lag toch al overhoop met de pastoor en de kapelaan omdat die het verenigingsleven in Lent onder de noemer R.K. wilde brengen zoals dat in die jaren gewoon was. Jan van Hasselt voelde weinig voor de verregaande verzuiling in het maatschappelijke leven en wilde de verenigingen die hij sponsorde voor alle gezindten open houden. Dus richtte hij een eigen politieke dorpspartij op of liever gezegd een partij voor Veur Lent. Hij kreeg in 1928 een raadszetel en daarmee kon hij bepalen wie het dagelijkse bestuur van de gemeente in handen kreeg. Sloot hij een coalitie met de protestanten dan had hij met zijn ene zetel de meerderheid, sloot hij met de katholieken een verbond dan had hij ook de meerderheid. Jan van Hasselt werd wethouder! Zeer tot ongenoegen van de pastoor. In 1928 werd de R.K. harmonie Sint Theresia opgericht. Dat was het begin van het einde van Crescendo. De politieke belangstelling van van Hasselt en zijn zoon Jan uit het eerste huwelijk ging naar de fascistische bewegingen die in Europa in opkomst waren. De mensen in Lent en Veur Lent waren katholiek of protestant en in die jaren was er weinig ruimte en animo, noch voor socialistische en communistische politieke partijen, noch voor de nieuwe fascistische bewegingen die door de kerkelijke overheden nadrukkelijk verboden werden.

Afb. 21e1: Detail uit de kaart van de topografische dienst van het ministerie van defensie uitgegeven in 1933.

Afb. 21e2: De tekening geeft een beeld van de z.g. 'Lentse wagen' in het Arnhemse openluchtmuseum. Deze wagen werd in 1890 door Johannes, J. Sanders in samenwerking met smederij Gebr. Bulten in Elst ontwikkeld. Toegespitst op het vervoer van lichte vrachten. Het was een wagen met twee assen en een lemoen zodat de wagen door de maximale draaibaarheid zeer wendbaar was. Op de assen waren bladveren aangebracht zodat de wagen, getrokken door een paard, rustiger liep en de vrachten groenten en fruit niet door elkaar werden geschud. Zeer geschikt voor het transport van de fijne Lentse groenten als Lentse bloemkool, Lentse witte komkommers en Lentse roodjes Voor kersen en hard fruit uit de Lentse boomgaarden zoals de bekende grote peren uit de boomgaarden van Trouw die op het Nieuw Huis te Lent woonde en voor geraniums en andere potplanten. Steeds meer Lentse ondernemers schakelden voor en na de eerste wereldoorlog over op potplanten omdat die minder conjunctuurgevoelig waren. De melkrijders, Nab uit Oosterhout en de Beijer en Theunissen uit de Vossenpels brachten de melk naar melkerij Lent in Nijmegen en keerden met de lege melkbussen terug. De wagenmakerij van Sanders was gevestigd aan de Griftdijk Zuid, toen nog Arnhemse Straatweg of Rijksstraatweg genoemd. In 1904 heeft de 27-jarige Theodoor J. Sanders het bedrijf van zijn vader overgenomen. Na de eerste wereldoorlog bouwde hij een nieuw woonhuis met ruime werkplaats waarvoor een deel van de Grift werd gedempt. Hij noemde zijn nieuw modern huis met platdak heel toepasselijk 'de Grift.' Maar toen hij verder wilde uitbreiden liep hij in 1927 tegen een bouwverbod aan. Waar zijn nieuwe huis stond zou de oprit naar de nieuwe Waalbrug komen. In 1935 werd het huis en de werkplaats gesloopt en vertrok het gezin (er waren 10 kinderen) naar het Visveld. De markt voor wagenmakerij Sanders was de Betuwe. Zoals ook voor andere Lentse ambachtsbedrijven de agrarische ondernemingen in de Betuwe hun marktgebied waren. Coolichem en Schouten waren loodgieters die onder meer de gieters maakten om de broeibakken te sproeien. Liskamp was de mandenmaker die concurrentie kreeg van Klaas de Bruin die gemakkelijk te stapelen kisten voor het vervoer van groenten en fruit leverde. De smeden de Bruin en Wolters maakten de 'Lentse ramen' voor de broeibaken en hielpen bij de eerste verwarmde kasjes. Industrie was er niet in Lent. Vink was in die tijd de molenaar en Reuser had een zadelmakerij. De horeca genereerden hun omzet vooral uit het personenvervoer en verder telde Lent in de vooroorlogse jaren tal van kleine winkeltjes. Jo Rensen leverde met zijn oliewagen olie en flessengas aan de deur. Peters uit de Kouwenhoek verkocht antraciet, eierkolen en cokes. Er waren vijf warme bakkers: Berkien, van Swaay, Wijkniet, Peters en Barends. Peters was tegelijkertijd kruidenier en Barends exploiteerde ook café Het Molentje. Driessen was de parlevinker die in zijn tabakszaak stiekum heel wat artikelen verkocht. Van Kempen en van Wetten waren slagers. Mulder was huisslachter voor het vee van de boeren voor eigen gebruik en hij had daarnaast een kapperswinkel. Helwick was de schoenmaker in het dorp en de beide postbodes, Rosa en van Disveld hadden resp. een winkel in lingerie en dameskleding en een sigarenzaak. Schaminee en van Ekeren waren de kleermakers in het dorp en Schapenk had een kleine garage en een benzinepomp. Bouwmeister, de trambaas van de B.S.M, exploiteerde café Waalzicht dat toen café Tramstation heette, had een melkhandel, een rijdende benzinepomp, een taxi en een bewaarplaats voor fietsen en auto's. In het pand van Reuser had Alwicker ruimte gehuurd voor zijn kapsalon en Mietje Alwicker verkocht snoep en petroleum. Leo en Willy Reuser hebben bij Alwicker het vak geleerd en begonnen later een kapsalon. Hoe die kleine ondernemertjes in de barre crisisjaren het hoofd boven water konden houden in een dorp met nog geen 2.000 inwoners en met de stad als grote concurrent blijft voor ons een raadsel.
Afb. 21e3: In het laatste decennium van de 19e eeuw en het eerste decennium van de 20e eeuw waren de boerenorganisaties, de coöperaties en de veilingen tot stand gekomen. Dat betekende onderling overleg, het uitwisselen van ervaringsgegevens, voorlichting en scholing van de jongeren. Gezamenlijke inkoop, een bredere markt door de veilingen en voortschrijdende specialisatie in de productie van landbouwgewassen. En mogelijkheden om via kredieten van de Boerenleenbank in nieuwe bakkenplekken en later in verwarmde kassen te investeren. Ook in Lent organiseerden de agrarische ondernemers zich in standsorganisaties met óf een katholieke óf een protestants christelijke signatuur. Voor de Lentse ondernemers was de tabaksplantenteelt door de buitenlandse concurrentie geen optie meer. Daarvoor in de plaats kwamen groentesoorten en potplanten. De Lentse ondernemers markten in Nijmegen en Arnhem, voerden hun producten aan op de veiling in Elst en Nijmegen en verkochten op het bedrijf aan Duitse inkopers die vooral geïnteresseerd waren in potplanten. In de jaren voor de eerste wereldoorlog liepen de zaken gesmeerd in de agrarische sectoren en de productie nam sprongsgewijs toe. In de eerste wereldoorlog groeiden de economische bomen in Lent tot in de hemel maar na het vredesverdrag van Versailles begonnen de prijzen voor agrarische producten te dalen en bleven dalen tot het absolute dieptepunt in 1936. Men verwachtte dat na de oorlog de vraag in de landen van de belligerenten groter zou zijn dan het aanbod en door uitbreiding van de bedrijven en vergroting van de opbrengst had men zich ingesteld op een florerende exportmarkt. Ondanks de tegenvallende omzetten bleef men in agrarisch Nederland de productie opvoeren. Had ons land in 1900 nog 4,3 miljoen kippen, in 1939 hadden wij een kippenstapel van 32,8 miljoen exemplaren. In 1900 leverden de veeboeren 2.439 miljoen kg. melk, in 1939 was de melkplas gegroeid tot 5.512 miljoen kg. De veilingaanvoer van groenten liep in 1939 op tot een nieuw record van 653 miljoen kg. en de aanvoer van binnenlands fruit tot 250,8 miljoen kg. Maar voor die voortdurend groeiende kwantiteiten was geen markt in Europa. De moordende herstelbetalingen die de geallieerden Duitsland en Oostenrijk hadden opgelegd brachten in die landen een ongekende bittere armoede en grote politieke instabiliteit Zo groot waren de verwoestingen in de eerste wereldoorlog geweest en zo groot de aantallen oorlogsinvaliden in de landen van de geallieerden dat de regeringen alleen met grote leningen de wederopbouw en de uitkeringen voor de oorlogsslachtoffers konden financieren. Aanvankelijk investeerden de banken in de wederopbouw van bedrijven maar toen de vraag achterbleef bij het aanbod nam die bereidheid af. Het moest tot een catastrofe leiden en die ramp voltrok zich toen in 1929 de Oostenrijkse kredietbank failleerde, gevolgd door de beruchte black Thursday op 24 oktober 1929 toen de Amerikaanse effectenbeurs volledig instortte. Met het bankroet van de Duitse Danatbank en de Londense bankcrisis in 1931 was de wereldwijde crisis een feit. In de Lentse bedrijven ging men verder met produceren, verder met investeren in nog grotere bakkenplekken en nog meer verwarmde kassen. Minder in boomgaarden want voor de pluk had men arbeidskrachten nodig die betaald moesten worden terwijl men maar moest afwachten wat de veiling zou opbrengen, zo die veiling al iets opbracht en de aanvoer niet werd 'doorgedraaid' omdat de minimum prijzen niet waren gehaald. Appelen brachten in 1935 fl. 6,59 per 100 kg. op, in 1936 fl. 12,18 om in 1937 weer terug te vallen op fl. 6,98. In 1938 was de prijs fl. 11,75 om in 1939 op een absoluut dieptepunt van fl. 4,67 te belanden. Voor peren, kersen en bessen golden dezelfde jojobewegingen op de veilingen.Ook voor diverse groentesoorten schommelden de prijzen onvoorspelbaar Er was geen bedrijfsbeleid op af te stemmen. In die barre crisisjaren hebben alle gezinsleden van de Lentse ondernemers keihard moeten werken in werkweken van 60 uur en meer om het hoofd boven water te houden. Wat in lang niet alle gevallen is gelukt.

Afb. 21e4: In de eerste wereldoorlog kwamen de ondernemers in Lent handen tekort en groeide de productie in z.g. 'vrije artikelen' explosief. Vrije artikelen waren o.m. ooft en groenten. Door de mobilisatie waren tal van jonge huisvaders en jonge zonen van het arbeidsproces uitgesloten. Maar toen bleek dat wij veilig buiten de oorlog zouden blijven was de regering bijzonder gul met 'landbouwverloven.' Door de blokkade van de overzeeshandel was de regering gedwongen een groot aantal artikelen te distribueren waarbij vooral de arbeidersgezinnen getroffen werden. Het werkte de zwarte handel in de hand terwijl de smokkelhandel op Duitsland een lucratieve bezigheid was. De regering beschikte in die tijd nog niet over de instrumenten om vermogensaanwas door zwart geld met succes te bestrijden. De lonen van de arbeiders stonden in geen verhouding met de groei van de vermogens van de ondernemingen en met de waardedaling van de gulden. Het betekende voor tal van arbeidersgezinnen armoede, ook voor landarbeiders in de agrarische sectoren. Dat leidde toen in een aantal steden tot brood- en aardappelopstootjes. In 1914 hadden de Europese landen een netto tegoed van 60 miljard gulden "overzee," vooral in USA. In 1919 zijn de rollen omgedraaid. De Europese landen hadden een netto tekort van 18 miljard en USA een netto tegoed van 36 miljard. De Amerikanen die in hun industrie hadden geïnvesteerd kwamen tot de ontdekking dat de verarmde Europese landen lang niet zoveel auto's opnamen dan zij hadden gedacht, dat de omzet van elektrische apparaten in de Europese gezinnen geen prioriteit had en dat de handel in olie en rubber dus niet die niveaus bereikte die zij hadden verwacht. Zij concurreerden met hun landbouwgewassen met de Europese graanboeren en zij liepen in Europa tegen muren van protectionistische maatregelen aan om de inheemse productie te beschermen. In 1920 al begonnen de prijzen, eerst voor landbouwproducten, te dalen en bleven dalen tot dieptepunten in de crisisjaren. Het vrachtvervoer, vooral op Duitsland, bleef ver beneden de verwachtingen. In de maalstroom van de niet te stuiten neergang van de wereldeconomie kwam het nationaal inkomen onder druk en daalden de gemiddelde inkomens per capita. Was het nationaal inkomen per capita in 1920 nog 211% op basis van 1914=100%, in 1935 was dat gedaald tot 150%. De prijsconcurrentie werd al snel na 1920 harder en harder en in 1925 is er geen sprake van inflatie maar stak het monster van de deflatie zijn kop op en bleef tot 1938/1939 stand houden. Dat zou voor de werknemers aantrekkelijk moeten zijn maar de groeiende werkeloosheid in alle sectoren betekende dat de lonen over de hele linie onder druk stonden. Zo werd de begroting van ruim 7 miljoen voor de Waalbrug omgezet in een eindafrekening van goed 5 miljoen. De aannemers hadden voor de bouw van de brug tal van 'goedkopere' arbeidskrachten uit de omliggende dorpen aangetrokken wat tot felle protesten in Nijmegen leidde waar zij moesten concurreren met de warmoezeniers uit het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen. De indirecte belastingen werden verhoogd van 4,77% in 1920 naar 9,25% in 1939. De landbouwcrisiswet had niet het beoogde resultaat. Het was een barre tijd met schrikbarende werkeloosheid, armoede en verpaupering, met zware pachten en drukkende hypotheken, kapitaalvernietiging door faillissementen en gedwongen verkopen en ellende door uitzettingen. Het archief van de Sint Vincentiusvereniging in Lent toont aan, dat ook daar hulp moest worden geboden. Zie ook nummer 4, 1986 van Lent lang vervlogen tijd met veel gegevens over die moeilijke tijd voor Lentse ondernemers.

Afb. 21e5: Geregistreerde arbeidsreserve in % van het totale arbeidsvolume in het interbellum.

Afb. 21e6: Grafiek appelen en peren

Afb. 21f: In 1907 werd Wildenbeest gesloopt en vervangen door het prestigieuze Hotel Lent. Nadat het pand na de oorlog ontredderd raakte en werd gekraakt werd het in de tachtiger jaren gesloopt. De architectentekening werd ontleend aan het ontwerp van de Heer Span uit Elst.

Afb. 21g: 'Hotel Lent' werd na een slepende procedure van de kraakgroepen in 1983 gesloopt. 'De Gelderlander" schreef hierover:" De dagen van Hotel Lent zijn geteld. De kap is er af. Een monument is onthoofd. De Raad van State slechtte eerder deze week de laatste borstwering van de tegenstanders van sloop. Na de uitspraak is meteen begonnen met de sloop. De geschiedenis van het pand gaat waarschijnlijk terug tot de eerste veerhuizen die reizigers onderdak boden tot zij konden oversteken."

Afb. 21h en 21i: Op het einde van de 19e eeuw en in het begin van de 20e eeuw hadden standsorganisaties, coöperaties en veilingen veranderingen in de afzetpatronen gebracht. Toch bleef de Nijmeegse groentemarkt voor een aantal Lentse warmoezeniers van belang. Voor de hele of gedeeltelijke afzet van hun oogsten. De tekeningen geven een indruk van de Nijmeegse groentemarkt op de Grote Markt en in de Korte Burchtstraat in het begin van de twintiger jaren van de vorige eeuw.

Afb. 21j: In de lange winter van 1929 lag het scheepvaartverkeer over de Waal wekenlang stil en deed de gierpont geen dienst. Vanaf de aanlegsteiger van de gierpont aan de Waalkade tot aan het begin van de gierbrug had de gemeente Nijmegen een voetpad uitgezet. Voor de wandeling naar Lent moest wel 4 cent worden betaald. Veel Nijmegenaren trokken dan naar de Lentse kolk om te gaan schaatsen en daarna in de Lentse horecagelegenheden de overbekende pleskes te eten. De Lentse bakkers bakten in de wintermaanden ook voor de Nijmeegse bakkers pleskes want er was veel vraag naar deze lekkernij. Voor Hotel Lent, De Engel, De Zon, Het Zwaantje, Waalzicht, Hof van Holland en Het Molentje betekende de winter extra omzet. Voor de minder bedeelden was een lange winter een hard gelag en zij waren aangewezen op liefdadigheid.

Reactie 1:

Rob Essers, 25-06-09: De volgende passage uit Lent lang vervlogen tijd van M.A.G.M. Schenkels
behoeft enkele kanttekeningen:

(...) Dan duurt het nog eens 8 jaar voor in 1906 de laatste schuur aan het woonhuis gereed is gekomen. In datzelfde jaar stierf de oude weduwe Maria, Sibilla Greve van Kuijk en kwam het landgoed in het bezit van haar dochter Christina, Petronella Greve die was getrouwd met jhr. Louis, Christiaan van den Brandeler. De familie van den Brandeler had ook bezittingen in Wageningen en Velp. Waarom van den Brandeler in 1919 besloot om notaris van Bunge in Bemmel opdracht te geven om het landgoed incl. de herenboerderij te verkopen is onbekend.

Christiana Petronella Greve (Haarlem 30-06-1859 – Baarn 24-03-1918) was niet de dochter Maria Sibilla van Kuijk (Nijmegen 27-02-1840 – 's-Gravenhage 04-10-1905), maar de dochter van haar oudste zuster Hendrika Jacoba van Kuijk (overleden vóór 1870).

Hendrika Jacoba van Kuijk trouwde op 03-09-1858 in Nijmegen met Louis Antonius Greve die na haar dood hertrouwde met Henriette Maria Cornelia Snellen.

Haar jongere zuster Maria Sibilla van Kuijk trouwde op 14-04-1863 in Nijmegen met zijn broer Wilhelmus Johannes Marie Greve die in 1865 overleed, waarna zij op 24-06-1874 in Nijmegen hertrouwde met Roelof Derk Willem Koops.

Omdat Maria Sibilla van Kuijk kennelijk geen kinderen had, ging haar vermogen in 1906 naar haar nicht Christiana Petronella Greve die op 06-04-1880 in Nijmegen was getrouwd met 2e luitenant Louis Christiaan van den Brandeler (Haarlem 24 juni 1855 – Breda 23 februari 1911; jonkheer vanaf 1897). Het echtpaar had vier kinderen:

• Louis Antonius van den Brandeler (Kampen ca. 1881 – ... )
• Hendrika Jacoba van den Brandeler (’s-Gravenhage ca. 1884 – ... 1985)
• Willem Cornelis Quirin van den Brandeler (Nijmegen 29-11-1885 – Hengelo 08-02-1971)
• Johanna Petronella van den Brandeler (Utrecht 12-08-1888 te Utrecht – ... )

Generaal-majoor jhr. Louis Christiaan van den Brandeler was bij zijn dood in 1911 gouverneur der Koninklijke Militaire Academie in Breda. Onmiddellijk na zijn overlijden werd villa 'Ricordo' in Hees verkocht (De Gelderlander, 12 maart 1911, p. 3). Ook deze villa was tot 1905 eigendom van Maria Sibilla van Kuijk. In 'Het Schependom van Nijmegen in woord en beeld' (1912) staat op pagina 159:

"(...) vlak tegenover dit perceel de villa 'Ricordo', gebouwd door den luit.-kol. v. h. Ind. leger R. Koops en mevrouw M. Koops-Van Kuyk. Na den dood van mevrouw K. ging het over aan wijlen jhr. L. van den Brandeler, generaal-majoor en kommandant van de militaire academie te Breda, waarna mevrouw de wed. jhr. v. d. B. geb. Greven dit erf verkocht aan het raadslid, den heer de Haan te Nijmegen."

Amper een jaar na het overlijden van de douairière jkvw. Christiana Petronella van den Brandeler-Greve ging Het Laauwik onder de hamer. Het is alleszins aannemelijk dat dit te maken heeft met de verdeling van de erfenis.

Reactie 2:

Willem Kienhuis, 06-10-10: Op Uw website staat eea over de geschiedenins van Lent, oa over hotel Lent op de Veerdam. In de tekst bij afbeelding 21f (/Lent/021a.htm) staat onder andere dat het pand werd gekraakt. Dat is echter niet zo. Er was sprake van een huurkontrakt met de toenmalige eigenaar Merkus.