Lentse Historische Kring

ga naar aflevering 1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23

~ Lent lang vervlogen tijd ~

8. Een optocht van Natuurrampen

In de dertiende eeuw gaan de Betuwse mensen hun cultuurgronden tegen de vijandige Waal beschermen en op het einde van die eeuw is de Betuwe rondom met bandijken tegen het water beschermd. Een broze bescherming omdat met het opwerpen van de bandijken ook de natuurlijke retentiebekkens in de komgronden voor het wassende water werden afgesloten. Tot in de negentiende eeuw is de Over-Betuwe dan ook het toneel van opeenvolgende verwoestende watersnoden waarbij in Lent het water tot aan de daklijsten stond. In 1799 werd de kleine buurschap Doornik door de Waal verzwolgen en moest de bandijk tot aan Huis Doornik worden teruggelegd. IJsrampen zoals in 1586 en 1634 in Lent veroorzaakten een enorme materiële schade aan opstallen en boomgaarden. Het is een lange trieste optocht van dijkoverlopen, dijkbreuken en ijsrampen registreert M.K. Elisabeth Gottschalk in de drie delen van ' Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland.' In het oud archief Over-Betuwe vinden wij in Lent of in de directe omgeving van Lent dijkdoorbraken in 1503, 1551, 1564, 1573, 1586, 1588, 1595, 1634, 1658, 1664, 1673, 1681, 1741, 1769, 1781, 1784, 1799, 1809 en 1820. Deze twee laatste overstromingen hadden een verplaatsing van Oosterhout in westelijke richting tot gevolg. De laatste watersnood in Lent was in 1834. De Nijmeegsche Courant berichtte hierover uitvoerig. Wij zijn J. Mulder van Alterra dankbaar voor de gegevens die hij ons verstrekt over het onderzoek van oude dijklichamen in de Over-Betuwe.De natuurlijke stroomverleggingen van de meanderende Waal en de kunstmatige ingreep in 1649 werden in onze cahiers in beeld gebracht zodat een duidelijk beeld werd gegeven van de ontwikkeling van de uiterwaarden voor Lent.

LL 5: Stroomvergelijkingen van de meanderende Waal in resp. 1327, 1445, 1594, 1707 en 1820. Na de doorsnijding van de Ooi afkalving van de Doornikse en Lentse uiterwaarden.
LL 19: Alledaagse zorgen van mensen die op elkaar waren aangewezen. Samenwerking in tijden van natuurrampen. Onderlinge hulpverlening en hulpverlening door de stad.
LL 25: Overzicht natuurrampen in de Over-Betuwe.
LL 25: Felle protesten tegen de doorsnijding van de Ooi.
AL 7: Verdronken land van Oud Doornik. Archeologen herontdekten de buurschap onder de rook van Lent.

Afb. 8a: In 1741 stond de Betuwe diep onder water en was de Griftdijk overstroomd. De tekening probeert daarvan een indruk te geven. De schriftelijke bronnen vertellen ons veel te weinig over de aantallen slachtoffers, het verlies van vee en de materiële schade die de ijsrampen, dijkbreuken en noodweer veroorzaakten.

Afb. 8a1: Bij de verwoestende overstroming van 1809 die vooral Oosterhout heeft getroffen, redde de veerbaas Langendam, de vader van de eerste hoofdredacteur van De Gelderlander, Simon Petrus Langendam, met gevaar voor eigen leven een geďsoleerd gezin op de Oosterhoutse Dijk. Hij werd daarvoor onderscheiden met Felix Mérites.

Afb. 8a2: Wij kunnen ons nauwelijks een voorstelling maken van de enorme schade die watersnoden met zich meebrachten. De notities in de bronnen zijn summier en verre van volledig. Foto's van de watersnood van 1926 en filmbeelden van de watersnood van 1953 geven ons enig idee. Pas als het water zakte werden de slachtoffers piëteitvol begraven en kon men de gevolgen van de ramp goed overzien. De poldermensen konden niet anders dan berusten en aan het herstel van de schade beginnen.

Afb. 8b: Plattegronden van de meanderende Waal.

Afb. 8b1: Bovenstaande kaart van de loop van de Waal in het begin van de 17e eeuw laat de grote Doornikse en Lentse uiterwaarden zien die in de loop van de 14e, 15e en 16e eeuw waren gevormd. De Ooi waarvan de bandijk enkele keren ver landinwaarts moest worden teruggelegd kende een smalle strook uiterwaarden en is naar het noorden toe als een landtong in de rivier gegroeid. De Waaloever is daardoor voor Bemmel een onbeheersbare schaardijk geworden waar de dijkgeslaagden als het ware met de schop bij konden blijven staan. In 1503, 1551, 1588 en 1595 was de dijk bij Bemmel bezweken. Wat men ook probeerde met nog meer en nog diepere kribben en ritsen en met inlaagdijken, niets hielp afdoende om Bemmel te beschermen. De energieke ambtman Dirk van Lynden kwam in de volle ambtsvergadering in de kerk van Bemmel op 21 augustus 1648 met zijn gewaagd plan om de landtong de Ooi door te snijden met een kanaal van 8 meter breed en 1 meter diep met een lengte van 650 meter. De Waal, zo redeneerde de ambtman met zijn heemraden, zou dan vanzelf die logische vaargeul snel verder uitschuren en voor Bemmel zou een breed uiterwaardengebied ontstaan. Dirk van Lynden meende dat de regenten in de Burchtstraat zich zeker achter zijn plan zouden scharen en mee zouden werken. Maar de heren in de Burchtstraat hielden liever de vinger op de knip dan te investeren in zo'n kostbare onderneming waarvan het resultaat wel eens anders uit kon vallen dan die voortvarende dijkgraaf zich voorstelde. Bovendien was Dirk van Lynden in Nijmegen persona non grata. Omdat hij in 1634 uit protest tegen de weigerachtigheid van Nijmegen en Arnhem om de wateroverlast door de Grift op te lossen de Grift onder Zevenhuizen in 1634 had laten dempen. In Nijmegen was men 'de dam van Dirk' niet vergeten. Ook in eigen kring waren er openlijke en versluierde bedenkingen en twijfels. Maar Dirk van Lynden zette door. Landmeter Jacob van Geelkercken maakte een duidelijke kaart van het operatiegebied en er werd met baron van Byfand, Heer van de Ooi, van Persingen en Wercheren, eigenaar van de gronden waar het kanaal moest worden gegraven, stevig onderhandeld overeen acceptabele verkoopprijs. Op 16 april werden de gronden door koper en verkoper gevisiteerd. Op 1 mei werden de onderhandelingen in herberg de Lindenboom in Bemmel voortgezet en op 25 en 26 april kwam men in herberg de Fortuyn in Lent tot een akkoord. De baron toucheerde 58.000 Hollandse guldens voor zijn grondstukken. Op 1 mei zou in Lent in dezelfde herberg de koopacte worden ondertekend. Daar wachtte de heren de onaangename verrassing van een bondig protest tegen de doorsnijding. Niet de eersten de besten demonstreerden: De Ooise dijkgraaf met zijn heemraden en raadslieden en gedupeerde pachters uit de Ooi kregen in hun protest gezelschap van de verontruste landeigenaren en pachters van de brede Doomikse en Lentse uiterwaarden die terecht bang waren dat de Waal voortaan een haakse bocht moest gaan maken voor Doornik waardoor het probleem van Bemmel naar Doornik werd verschoven en de kostbare Doornikse en Lentse uiterwaarden verloren zouden gaan. De grieven werden beleefd voor kennisgeving aangenomen. Dirk van Lynden beriep zich op het fiat van de volle ambtsvergadering en hij zou zijn best doen om de schade voor de_betrokkenen zoveel mogelijk te beperken. De demonstranten lieten zich niet afschepen en brachten hun grieven voor het Hof in Arnhem die telkens de Over-Betuwse dijkstoel in het gelijk stelde. Tenslotte kwam er de concrete; toezegging dat de betrokkenen in Doornik en Lent die binnen vijf jaar na de doorsnijding schade zouden lijden, van de dijkstoel een schadevergoeding zouden ontvangen. Tijdens al dat juridisch geharrewar ging de doorsnijding gewoon door. Jan Gijben uit de Ooi en Henrick Jelissen Decker en Jan Berntsen uit Oosterhout waren de aannemers die op 13 augustus met een leger polderjongens aan het karwei begonnen dat voor 1 oktober geklaard moest zijn. En inderdaad, in september 1649 kolkte het eerste Waalwater door het kanaal. Daarmee was de gigantische klus nog lang niet geklaard. De kanaalmond moest worden verbreed en van dammen worden voorzien om het schephoofd aan de monding van het kanaal optimaal te laten functioneren. Om de Ooise bandijk te beschermen moest een langgerekte dam worden aangelegd en er moesten kribben diep in de rivier worden gelegd om het Waalwater in de juiste richting te stuwen. Want langs de Bemmelse schaardijk klotste nog het gevaarlijke Waalwater. Ook daar werd een beschermende dam aangelegd. Bezorgd keek men in Bemmel naar de loop van de Waal die aanvankelijk niet van plan leek aan de verwachtingen van de dijkgraaf te voldoen. En bezorgd keek men in Lent en in Doornik naar de toenemende druk op de Doornikse schaardijk en het begin van de afkalving van de brede uiterwaarden. In de volgende jaren nam de druk op de Bemmelse schaardijk tot nul af en voor de schaardijk had zich een breed uiterwaardengebied gevormd, de Ambtswaard. De druk op de Doornikse bandijk nam sterk toe en eerst de Doornikse en daarna de Lentse uiterwaarden kalfden langzaam maar zeker af. Nieuwe kribben en ritsen, dijkverbreding en verhoging en een inlaagdijk, niets hielp. In 1658 en 1664 braken de dijken bij Doornik en verhaastten de afkalving van de uiterwaarden. Bij het hoogwater in de winter van 1747 werden grote delen van de Lentse uiterwaarden door de Waal weggespoeld, incl. lunet Hollandia dat pas door Menno van Coehoorn was aangelegd om schans Knodsenburg te ondersteunen. In de Franse tijd al was de huidige smalle strook uiterwaarden voor Lent overgebleven. In 1799 brak de bandijk over een grote lengte voor Doornik. Oud Doornik en de behuizingen en hoeven ten noorden daarvan werden meegesleurd en de dijk moest worden verlegd tot aan Huis Doornik. Tegenover Lent was het brede uiterwaardengebied bij de Ooi ontstaan dat wij als een uniek natuurgebied koesteren. Het is pas twee eeuwen oud!

Afb. 8c: Voor de aanleg van de gierpont in 1657 werden sterke veerboten gebruikt om passagiers, vee en zelfs koetsen over te zetten. De tekening geeft een impressie van zo'n kleine veerboot, ontleend aan een schilderij van Jan van Goyen. De z.g. landsheerlijke veren waren door de overheid verpacht. Over de vaak willekeurige tarieven werden regelmatig vragen gesteld.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
onthoud dit (1 uur)