Herinneringen Verzet

Nijmegen van 1940 tot 1945, de bezetting, invasie en bevrijding van Nijmegen.

Ingezonden op 13-12-2009 door Ria van Eldonk-Kersten

 

Na mijn herinneringsverhaal van het bombardement van Nijmegen wat ik eerder heb geschreven, was de oorlog voor Nijmegen en ons land nog lang niet voorbij. 

De Duitsers hadden zich goed genesteld in Holland zoals bij ons in de Molenstraat. Daar zat de Grūne Politzei achter het Oud Burgergasthuis (op die plaats is nu de Molenpoort Passage). Ze hadden daar een bomvrije kelder gebouwd en zelfs een ondergronds ziekenhuis. Op verschillende plaatsen in de stad waren ook schuilkelders gebouwd waar de mensen een schuilplaats konden vinden. Zo gauw als het luchtalarm afging zocht je dekking in de dichtsbijzijnde schuilkelder.

Het leven moest een klein beetje op gang blijven, je moest toch eten en boodschappen doen, wat er dan nog te krijgen was. Ik herinner me nog dat ik bij mijn moeder achter op de fiets onderweg was naar Hees om groenten te halen. Bij de Hezelpoort werden we tegen gehouden omdat daar net nog granaten waren gevallen. Dit gebeurde steeds en onverwachts. We moesten een andere route nemen. 

Duitsland was op een gegeven moment aan het verliezen, en toen kwam de tijd dat ze zich terug trokken richting Duitsland, alles waar ze maar iets mee konden vervoeren gebruikte ze zelfs kinderwagens. Toen de Duitsters waren teruggetrokken richting Duitse grens, en ook het gebouw achter het Oud Burgergasthuis hadden verlaten, was het verre van veilig. Het was die volgende dag toen het ochtend werd en mijn vader en moeder riepen "daar vallen Parashutisten" die we vanuit onze kant van de straat zagen vallen. Mevr. Heinsius van de Apotheek aan de overkant, wist niet wat er aan de hand was. Mijn vader pakte een paraplui en maakte daarmee duidelijk dat er parashutisten vielen, dat begreep ze. Er werd hevig gevochten de hele nacht, we hoorde een soldaat roepen om zijn moeder "Mutti Mutti hilfe!". Mevrouw Heinsius had dat ook gehoord en kwam naar buiten naar ons toe. Ze had een vergiet met watten er onder op haar hoofd en wilde die soldaat gaan helpen, mijn ouders vonden dat niet zo'n goed idee, veel te gevaarlijk. Enige tijd later hield het roepen en huilen op, het was niet moeilijk om te bedenken dat de jonge soldaat was overleden. 

Intussen zaten alle inwoners van Nijmegen als ratten in de val. Er was toen enige tijd wapenstilstand zodat de ingezeten de stad zouden kunnen verlaten naar een veiligere plaats. Mijn vader had een bakfiets vol met dingen geladen die we nodig hadden. Even later gingen ook wij met onze moeder weg uit de stad, Ik weet nog dat het Keizer Karelplein vol lag met doden, waar we zigzag tussen door probeerde te komen. "Kijk maar niet" zei Mama tegen ons. Voor het Concertgebouw de Vereeniging stond een vernielde keukenwagen van de soldaten, ook daar weer doden. (Toen de oorlog voorbij was, was er aan de linkerkant van de Vereniging in de tuin een massagraf). Opa bleef alleen in huis achter nadat hij oma naar haar broer had gebracht. En daarna was er niemand meer in de stad te zien vertelde opa ons later. 

Aan de voorkant van het huis van opa en oma zat een spionnetje aan het raam, aan de buitenkant. Het was een spiegeltje waardoor je de hele straat kon afkijken, wat opa dan op een gegeven moment deed, niet wetende dat er aan de overkant een dronken Duitse soldaat in een portiek lag die kennelijk iets zag bewegen waarop hij schoot. Opa had geluk want het spionnetje werd geraakt vlak naast opa, het kogelgat in het spionnetje was later nog goed te zien. Wij zijn die dag naar de Verlengde Groenestraat gegaan, waar we in de kelder mochten slapen. De bewoners waren al weg. Vanaf die plaats zagen we Nijmegen branden. Wat er na het bombardement nog enigszins over was, werd in brand gestoken. De volgende dag ging mijn vader buiten een kijkje nemen, en wat hij zag, was een rijtje handgranaten op het muurtje van de voortuin. Hier waren we ook niet veilig, dus besloten we om verder te gaan. Uiteindelijk kwamen we in Malden terecht. We sliepen bij die mensen in de kelder en kregen havermoutpap. Er was aan de overkant ergens een klein vliegveld, wat toen niet werd gebruikt. Hoelang we daar in Malden zijn gebleven weet ik niet meer, maar op een dag kwamen er vanuit Limburg heel veel militairen met tanks en wagens. We mochten aan hun appels uitdelen. Dit waren onze bevrijders, al begrepen mijn broer en ik er niet veel van. We zwaaiden naar hun en zij lachten terug. Kort daarna konden we weer terug naar ons vertrouwde huis, naar ons speelgoed en  ons eigen bed.

Nog lang daarna toen we al weer in ons eigen huis waren, werd Nijmegen beschoten vanuit Duitsland. Ook daarbij vielen steeds weer veel doden en gewonden. Ook kwamen er vliegende bommen over, eigenlijk bestemd voor Engeland. Je hoorde het zoemende geluid, maar je wist als dat geluid ophield dan kwam de vliegende bom naar beneden. Ik weet nog dat er een meisje was (Maggie was haar naam) die achter op de fiets bij haar moeder zat en vol zat met littekens van de vele scherven die die vliegende bom veroorzaakte. Haar ouders waren beide dood. Het meisje is niet oud geworden, want veel van de scherven konden ze niet weghalen.
Er was ook in die tijd een organisatie Bescherming Bevolking, die kwam controleren of de schuilgelegenheid die we hadden gemaakt wel veilig was, en hoeveel mensen er in zouden zitten in het geval van inslagen door de raketten die vanuit Duitsland op Nijmegen werden afgevuurd. Bij ons was de kolenkelder schoongemaakt en had de muur een zeegroen kleurtje gekregen, er waren bedden gemaakt en wij hadden wat speelgoed mee de kelder ingenomen. Zo was er ook vanuit de kelder een uitgang met trapjes naar buiten gemaakt naar het binnen plaatsje, maar toen de Bescherming Bevolking kwam kijken werd het niet veilig gevonden vanwege de hoge muren rondom en het instortingsgevaar. Dus moest mijn vader op zoek naar een andere plaats. De Bierkelder van Cafe Elvering zou een optie zijn , maar ook die werd afgekeurd. In de kledingzaak van Hoogeboom nu, toen een Bankgebouw de Amsterdamse Bank, was een kluis met zware deuren, maar ook die schuilplaats werd niet goed gevonden. Uiteindelijk hebben we toen een kelder gevonden in het pand van van Gisteren, naast de ijssalon van Torino. We zaten daar in met drie families, Uyen de Juwelier en Collazuol van ijssalon Torino, met vier kinderen, en wij met onze ouders. We hebben daar niet lang gezeten, want toen de mannen de volgende dag eens gingen kijken wat er boven op die kelder was bleek ook dat niet safe te zijn, het lag er vol met zekeringen. Toen zijn wij en nog veel andere mensen uit het centrum van de stad in de kelder terecht gekomen die de Duitsers hadden verlaten. Ja en al die tijd moest je maar zien jezelf te vermaken. Er waren V-vormigen trappen in die kelder, dat was omdat als je van een van de trappen er niet meer uit kon dan was er altijd aan de andere kant ook nog een trap die naar buiten ging. Op een dag dat mijn vader met mijn moeder even naar huis waren om wat te eten te halen, was ik de trap van de kelder aan het schoonmaken, je moest toch wat te doen hebben. Het was mooi weer, toen er werd geroepen dat ze de gevangenen aan het luchten waren, dat waren NSB-ers. Mijn broer ging kijken, maar nam de andere trap als waar ik aan het vegen was, toen vielen er granaten, en weer waren veel doden en gewonden. Mijn broer kreeg toen nog een kleine scherf in zijn rug. Intussen was het voor mijn ouders wel duidelijk wat er gebeurd was, er was in ons huis ook een granaat ingeslagen, mijn moeder hoor ik het nog zeggen, het was daar net een timmerwinkeltje. Opa kwam kijken of alles in orde was met ons. Mijn moeder is toen met mijn broer naar het ziekenhuis gegaan, waar de scherf is verwijderd. Hoelang we in die kelder hebben doorgebracht weet ik niet meer, maar het was een hele tijd. Nu hoor je wel dat het zeven weken heeft geduurd totdat we echt bevrijd waren.

Toen eindelijk Nijmegen bevrijd was, werd er bij ons in huis gekeken hoeveel plaats we in ons huis hadden om soldaten onderdak te geven. Wij hadden er acht in ons huis die op de bovenste verdieping sliepen. Iedere dag gingen ze weer naar het front. (dat was in het Rijkswald bij Kleef Duitsland). s'Avonds kwamen ze dan weer vermoeid en vervuild terug. Het was zelfs zo erg dat mijn moeder onder aan de trap een bordje had gezet, CLEAN YUOR BOOTS BEFORE YOU GO UPSTAIRS. Ik weet ook nog dat Benny een Frans Canadees eens bij mijn moeder in de keuken zijn kleding stond te strijken. Af en toe mocht ik s'avonds wel eens naar boven, waar de soldaten mij Engelse liedjes leerde, waarvan ik er nog een weet. Horsey Horsey, don't you stop just like you foods are cliperty clop, zoiets moet het liedje zijn geweest. Zo brachten ze uit Duitsland ook speelgoed mee voor mijn broer en mij, vraag me niet waar dat vandaan kwam.

Opa en Oma hadden ook soldaten in huis, die vonden het fijn als opa en oma s'avonds met hun kaarten. We hadden intussen al een beetje Engels geleerd. Zo langzamerhand ging de oorlog ten einde en probeerde iedereen weer een beetje het normaal het leven op te pakken. Mijn broer en ik vonden het leuk al die soldaten uit verschillende landen. We kregen kauwgum en chocola. Ja dat was heel anders, want in de oorlog was alles op de bon. Als we dan zelf snoep mochten kopen dan namen we de snoepjes die heel licht waren, dan had je er veel. Op een keer stond er een bus van de Airforce in de Molenstraat. Ik weet nog dat Clifford die bij de bus hoorde, ons chocola gaf en kauwgum, hij vroeg waar onze ouders waren, en we namen hem mee naar ons huis. Nog veel jaren daarna is er vriendschap geweest met Clifford. Met Kerst kwamen er kadootjes voor mijn broer en mij, en voor onze ouders. Ja en dan ging er ook weer een pakje vanuit Holland richting Engeland. Ik weet ook nog dat er een grote oplader stond aan de overkant van de straat voor een winkel waar een grote Churchil tank op moest, het ging niet goed en de tank viel van de oplader dwars door een grote winkelruit.

Het heeft lang geduurd voordat we ons echt bevrijd voelde, maar dat was niet overal. Opa en oma Wallast die in Rotterdam woonde maakte daar de hongerwinter mee. Later vertelde ze dat ze tulpen hadden gegeten en het stijfsel achter het behang, en alles wat van waarde was ruilde ze voor voedsel. Mijn moeder heeft toen kans gezien om op de Waalbrug met een militaire wagen naar Rotterdam te komen, ze had eten bij zich voor haar ouders. In die tijd heeft mijn oma voor mijn verjaardag een tasje gehaakt van papieren touw, ik heb het nog steeds, er zitten nu allemaal insignes op van de Soldaten die bij ons in huis waren.

De bevrijding in Nijmegen werd uitbundig gevierd. We kregen Zweeds Wittebrood, dat was net cake, zeker nadat we in de oorlog alleen maar dat grauwe Regerings brood kregen. Vader Collazuol maakte van blikjes melk die hij van de soldaten kreeg, Oranje ijs; toepasselijker kon het niet zijn, Mijn vader draaide muziek, en iedereen op straat was aan het dansen. We waren bevrijd en dat moest gevierd worden. Opa Kersten organiseerde een hardloop wedstrijd waarbij de eerste prijs een Philips radio was die opa bij Philips had kunnen bemachtigen. Ja de meeste mensen hadden geen radio meer, het was verboden door de Duitsers om naar de radio te luisteren. De prijs (de radio) was geweldig en de lopers liepen daar graag hard de Grotestraat op, om de Radio te winnen. Voor de kinderen had Opa snoep gekocht, dat waren oranje bonen, waarmee mijn broer en ik hielpen om de zakjes te vullen, die daarna aan de kinderen werden uitgedeeld.

Langzaam kwam het leven weer een beetje op gang in Nijmegen. De stad moest weer worden opgebouwd, maar het zou nooit meer worden zoals voorheen. Ieder jaar werd daarna de bevrijding gevierd, maar de herinnering aan het Nijmegen van toen blijft bestaan. In bovenstaand verhaal had ik het over de soldaten die we bij ons in huis hadden. Hierbij enkele foto's:

Staand vijfde van links is Clifford G- Preece 1 Gloucester Place Herefordshire England. Deze foto is genomen 6 November 1944
Met Clifford hebben we nog jaren lang met de Kerstdagen contact gehouden, waarover ik het had in mijn verhaal.

Dit is Joe daar 17 jaar oud. Hij was van Warminster Engeland. Joe is nog een keer jaren daarna in Nijmegen bij ons terug geweest.

Dit is Jack ook hij kwam uit Engeland.

(Red.) Klik hier voor foto's van het genoemde pand Molenstraat 53 met daarbij nog meer informatie van Ria van Eldonk-Kersten

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: