Herinneringen Verzet

Christ Toussaint, mijn vader

Ingezonden op 22-04-2009 door Tineke Beukering-Toussaint

 

Wij vormden een gelukkig gezinnetje, mijn vader, moeder en mijn persoontje.

Toen de oorlog uitbrak in Mei 1940 was ik 7 jaar en ik herinner me nog dat ik onder de indruk was van al die vliegtuigen in de lucht. Ik stond op straat tussen de bewoners van de Vermeerstraat en nóg hoor ik het gegons van stemmen die steeds maar herhaalden; "Het is begonnen, het is begonnen..."

Het leven ging verder, met ál zijn problemen en beperkingen. Op de Lagere School in de Dominicanenstraat moest er regelmatig geoefend worden hoe wij zo snel mogelijk onder de banken konden kruipen als er luchtalarm werd gegeven.

Mijn ouders waren niet bang uitgevallen en we bleven 's nachts gewoon in ons bed liggen als het sein voor onveilig werd gegeven. 

Het gebeurde echter steeds vaker dat mijn moeder tegen mij zei dat we alvast gingen eten omdat mijn vader moest" overwerken". Destijds werkte hij als afdelingschef van de administratie bij de "ERK" (Eerste Rooms Katholieke Levensverzekering My) te Nijmegen. Het werd voor mij geheim gehouden dat die activiteiten het begin waren van zijn verzetswerk. Na kantoortijd schreef hij "verboden" artikelen. Daarna werden ze gestencild en geniet en vervolgens zorgde hij voor de distributie. Ook financieel steunde hij het verzet. Dit laatste was een soort compensatie voor het feit dat hij méér wilde betekenen voor het verzet maar door zijn broze gezondheid daartoe niet in staat was.

Het leven ging verder, tot 29 Juni 1944, het feest van Petrus en Paulus. Die emotionele nacht vergeet ik nooit meer. Rond middernacht schrokken wij wakker van een aanhoudend bellen. Mijn vader werd opgehaald. Terwijl hij zich aankleedde werd ons hele huis doorzocht. Dat ging met veel lawaai gepaard. Een Oranjekalendertje van het Koninklijk Huis werd van de muur gerukt en meegenomen.
Daarna volgde het afscheid. Steeds zie ik ons drietjes nog staan onder het zwakke schijnsel van de plafondlamp, midden in de slaapkamer. Het verdriet van dat moment kan ik niet beschrijven. Mijn vader's laatste woorden, "ik kom gauw weer terug", leken even uit te komen. Op de hoek van de straat bemerkte hij dat hij zijn sigaretten was vergeten en hij mocht ze even gaan halen, alleen. Toch durfde hij niet te vluchten want dan zou hij waarschijnlijk door de Duitsers zijn neergeschoten. Die stonden overal op wacht met overvalwagens in de Heijdenrijckstraat, Vermeerstraat, Rembrandtstraat en  Mesdagstraat. Zijn lotgenoten dhr.van Geuns, Linssen en Rodriques zijn diezelfde nacht ook opgehaald.

De dagen en weken er na waren tijden van grote onrust en angst. Voor mijn moeder moet dit ondragelijk zijn geweest. Toch hield zij zich erg flink, ook tegenover mij. Ook ik heb deze spanning gevoeld maar een kind ervaart dit op eigen wijze. Een kind staat nog aan het begin van het leven en dat leven gaat spelenderwijs door.

Wij wisten dat iedere dag die verstreek zonder iets te vernemen een dag dichter bij de dood kon betekenen. Twee maal hebben wij uit de gevangenis gesmokkelde briefjes van mijn vader in handen gekregen vanuit De Koepel in Arnhem (zie verhaal over Christ Toussaint). In een van deze briefjes schreef hij: "het leven is hier erg zwaar, ik voel me met Christus aan het kruis geslagen maar daardoor ook weet ik mij dicht bij hem". Aan zijn biechtvader schreef hij; "Veel verdriet heb ik om mijn vrouw en Tineke. Zeg hen dat er geen haat in mij leeft tegen hen die mij dit aandoen. Ik troost me dat het Licht van Gods Gelaat ook in deze kleine cel over me mag schijnen."

In Nijmegen ging het gerucht dat een Nederlandse jongen in een park een Duitser had doodgeschoten die met een Nederlands meisje zat te vrijen. Als "strafmaatregel" werden de laatst binnengekomen personen in Kamp Amersfoort doodgeschoten nadat zij eerst hun eigen graf moesten graven. Ook mijn vader trof dit lot,samen met zijn verzetsvrienden.

Toen mijn vaders kleren door van Gend en Loos zonder enige mededeling bij ons thuis werden afgeleverd, wisten wij dat er geen enkele hoop meer was.

Kort daarna ontvingen wij een officiële bevestiging dat mijn vader op 21 Juli 1944 was omgebracht op de Leusderhei. 

Na een zeer gelukkig huwelijk van 15 jaar verloor mijn moeder haar man en ik op 12 jarige leeftijd mijn vader.

Klik hier voor het complete verhaal van Tineke Beukering over haar vader Christ Toussaint.

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: