Herinneringen Bombardement

22-02-44

Ingezonden op 21-02-2011 door Margreet van Loon-de Valk

 

In 2003 zette Margreet van Loon-de Valk voor haar kinderen haar herinneringen op papier. Hier volgt de passage over het Nijmeegse bombardement. In februari 1944 was zij 13 jaar oud en interne leerling op de ULO van de 'Filles de la Sagesse' aan de Groesbeekseweg, hoek Heyendaalseweg. Haar ouders woonden toen in Velp (bij Grave) waar haar vader hoofd van de school was.

Omdat er geruchten gingen dat een Invasie van Geallieerde troepen wel eens binnenkort zou kunnen plaatsvinden, vonden mijn ouders het beter dat ik vanaf 20 februari, als externe leerling, dagelijks met de bus naar Nijmegen zou gaan. De ULO was intussen van lokatie veranderd en de lessen werden nu gegeven in de toenmalige 'Zeevaartschool' in het Kolpinghuis. 

Op 22 februari 1944, Carnavalsdinsdag, haalde ik tussen de middag mijn laatste bagage op bij de familie Otten aan de Groesbeekseweg waar ik zo'n vijf maanden geslapen had. Er waren vliegtuigen in de lucht, dus klonk het luchtalarm. Gelukkig was ik binnen, want als dat alarm ging moest je bescherming zoeken, ergens binnen, of, nog beter, in een schuilkelder. Op openbare plekken in de stad waren diverse schuilplaatsen gebouwd. Deze keer bleek het, zoals zo dikwijls, loos alarm te zijn. Spoedig werd weer 't sein 'veilig' gegeven. Ik nam afscheid van mijn gastvrouw en vertrok, terug naar de Zeevaartschool. 
Op het 'Keizer Karelplein' gekomen ging de sirene weer en ik stak de straat over om naar de kelder te gaan die in het parkje op het plein gemaakt was. Gelijkertijd vielen de bommen en ik liet me plat op de straat vallen. Ik hoorde de afgrijselijke herrie van de ontploffingen, zag een zwarte rookkolom opspuiten vanaf de plaats waarvan ik wist dat het de woning met praktijkgedeelte was van een kinderarts bij het begin van het Kronenburgerpark. Ik hoorde schreeuwen, gillen, nog meer knallen; de zon was weg en de blauwe lucht van de zonnige dag werd geel-grijs, een mist van stof en rook die neerdaalde met oranjeachtige bewegingen in de richtingen waar het brandde: het station, de binnenstad. 
Even later, een paar minuten misschien, waren de vliegtuigen weg, een hel achterlatend. 
Ik stond op. Er stond een Duitse soldaat naast me, die mijn koffer pakte en me meenam naar een vlakbij gelegen hotel. Hij liet me buiten wachten en ging een glas water halen. Ik heb er niet op gewacht. 't Enige wat ik wilde was: naar mijn school, als die er nog was. 
Ik ben weggegaan en vond het gebouw, weliswaar enigszins gehavend, maar de deur stond open en ik kon naar binnen. 't Was er chaotisch. De soeurs liepen rond en verzamelden hun pupillen, verwelkomden opgelucht degenen die binnenkwamen en zochten en informeerden naar de vermisten. 
22 februari was de laatste dag van Carnaval, vastenavond zoals het toen nog genoemd werd. De dag daarna, 'Aswoensdag' begon de grote vastenperiode, die tot Pasen duurde. Op de vastenavonddagen werd van de mensen, die daartoe in de gelegenheid waren, verwacht dat ze een extra bezoekje aan de kerk brachten om te bidden bij het Allerheiligste: de grote H. Hostie die in een monstrans op het altaar stond. De hoogste klas van de ULO en de leerlingen van de Kweekschool, ook de internen, waren vrij om naar een kerk te gaan. De dichtstbijzijnde kerk was die van de Molenstraat. Deze kerk werd ook getroffen en verschillende meisjes van onze school vonden daar de dood. 
Na beraadslagingen tussen de soeurs werd aan de externen, waarvan er veel in of net buiten Nijmegen woonden, de raad gegeven om te proberen thuis te komen. Nog een meisje uit mijn klas, ook pas twee dagen extern en wonende in Escharen, moest richting Grave. De bus zou vanaf het station moeten vertrekken, maar dat stond in brand. We zijn toen de weg gaan volgen die de bus altijd reed, en sloten ons aan bij een paar mensen die ook die kant op moesten. We hoopten dat er toch nog bussen zouden rijden. Er kwamen inderdaad een paar bussen langs, tjokvol. 
We liepen tot Café 'De Teersdijk' in Wijchen en daar stopte een bus die ons groepje meenam naar Grave. 
Op de Graafse brug zag ik vader op zijn fiets richting Nijmegen rijden. Ondertussen was het feit dat die stad gebombardeerd was tot in de wijde omtrek bekend geworden en ook moeder had het gehoord: "Heel Nijmegen staat in brand.". Met deze boodschap stuurde ze iemand naar school, want vader bleef na schooltijd meestal nog een poos op school om bijlessen te geven, correctie- of administratiewerk te doen. Hij was op zijn fiets gesprongen en kwam op de brug een bus tegen. Hopende op 'misschien' racete hij de bus achterna naar Grave en stond bij de bus toen ik uitstapte. Doodmoe maar zo veilig...
Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: