Herinneringen Bombardement

Theo en Wiesje

Ingezonden op 08-09-2009 door Illya Jongeneel, Deventer. Zoon van Wies Jongeneel

 

Nijmegen, 22 februari 1944.
13.10 uur

Wiesje holt zoals gewoonlijk naar huis. Heel even denkt ze aan wat haar vader altijd zegt: "meisjes hollen, vrouwen wandelen". Wiesje is 21 en voelt zich al vrouw, maar ze wil zo veel mogelijk tijd overhouden voor de lunch thuis. Ze werkt bij de zeepfabriek Dobbelman in de Graafsedwarsstraat in Nijmegen en heeft anderhalf uur de tijd om te lunchen. Van de fabriek naar hun tijdelijk huis in de Stieltjesstraat is vijf minuten lopen: de Graafseweg oversteken via de Arend Noorduijnstraat en het stationsplein de Stieltjesstraat in. Dus gaat ze thuis lunchen. Sinds de zomer van 1943 wonen ze in de Stieltjesstraat. Niet uit vrije wil; ze moesten Ė naar hun vaste overtuiging tijdelijk - verhuizen.
Haar vader was IsraŽl Rubens; Jood, maar omdat hij getrouwd was met een katholieke vrouw had hij voor haar familie de naam Theo aangenomen. Theo was de trotse eigenaar van hotel MariŽnboom aan de rand van Nijmegen aan de Groesbeekseweg, tegenover het MariŽnbos. Een statig 19e eeuws hotel met tennisbanen, een manege met stallen, een speeltuin, een kinder-zwembad en een klein dierentuintje. Toen de oorlog uitbrak werd het in het MariŽnbos gelegen klooster MariŽnbosch gevorderd als hospitaal voor Duitse soldaten. Als gevolg hiervan zat MariŽnboom altijd vol met Duitse soldaten die er kwamen eten of bier kwamen drinken.

Begin 1943 werden de meeste nog overgebleven Joden in Nederland opgepakt en op transport gezet naar de concentratiekampen. Theo ontsprong de dans voorlopig omdat hij een soort bescherming genoot van de Duitse officieren die hem zeer waardeerden om zijn kookkunst en deze bijdrage aan de Duitse soldaten niet wilden verpesten door hem naar een concentratiekamp te laten deporteren.
Bovendien stonden Joden die getrouwd waren met een niet joodse vrouw iets later voor transport gepland dan de Joden met een geheel joods gezin. Dat was toen nog allemaal niet zo duidelijk, maar in de ijzeren volgorde die de Duitsers hadden gepland stonden iets later op de lijst ook de half-joden, de kinderen uit een huwelijk tussen een Jood en een niet-Jood. Uiteindelijk zou iedereen met Joods bloed aan de beurt komen, want de EndlŲsung stond vast: de totale vernietiging van het Joodse ras.
Zoals op alle openbare gelegenheden hing vanaf het begin van de oorlog op MariŽnboom het bordje "verboden voor Joden". Theo mocht niet in zijn eigen hotel komen; tenminste niet in het voor publiek toegankelijke deel.

Maar omdat hij een zeer goed kok was, bleef hij op verzoek van de Duitsers wel de maaltijden bereiden. Het verhaal over zijn kookkunst deed de ronde onder de soldaten en al snel zaten ook hogere officieren voor lunch en diner in MariŽnboom. Ook de NSB commissaris van Dijk kwam regelmatig een hapje eten en die kwam al gauw met een plan: MariŽnboom werd een vakantiehuis voor de vrouwen en kinderen van N.S.B.ers en SS-ers uit den Haag.. Om de veertien dagen kwamen er nieuwe groepen voor vakantie in Nijmegen en omgeving. Het was het laagste tuig dat je je maar kunt voorstellen. Op een dag zei een van die kleine jongetjes tegen Theo: "Ik krijg van mijn vader een dolk en daar steek ik alle Joden mee dood." Theo antwoordde: "Weet jij wel wat Joden zijn?" Nee dat wist hij niet. "Nou" zei Theo "jij loopt altijd op je blote voeten door het gras. En in het gras zitten allemaal kleine Joodjes die in je tenen bijten." Gillend holde het kind naar binnen: "De joodjes willen mij pakken."
De volgende dag moest Theo bij commissaris van Dijk komen. "Je kan goed koken, maar ik kan de mensen niet langer bloot stellen aan de omgang met Joden. En die Duitsers mogen je dan wel de hand boven het hoofd houden, maar je bent op straat gezien zonder Jodenster. Het moet afgelopen zijn. Daarom is vanaf nu je hotel alleen toegestaan voor Joden. Het bordje wordt vandaag nog veranderd." Terug in het hotel vertelde Theo aan de Duitse officieren dat ze niet meer mochten komen. Het was voortaan alleen nog maar voor Joden. "Dat zullen we nog wel eens zien," antwoordde ťťn van de officieren; "Denkt die boerenpummel dat hij dat voor ons kan beslissen?" Een week later kwam een nieuwe Duitse verordening: hotel MariŽnboom werd voortaan het onderkomen voor Duitse officieren uit het hospitaal. Het antwoord van van Dijk kwam snel: "dan moet de Jood met zijn familie eruit". Met tegenzin accepteerden de Duitsers het gezag van de commissaris. Ze vorderden een bovenwoning in de Stieltjesstraat waar de familie Rubens kon gaan wonen. Onder voorwaarde dat Theo nog op MariŽnboom kwam koken bij belangrijke gelegenheden. En dus woonden ze al weer een jaar in de ruime bovenwoning, waar haar vader Theo dagelijks voor een uitstekende lunch zorgde als Wiesje in haar pauze naar huis kwam.

Wiesje was nog niet bij de deur toen ze het geluid van vliegtuigen hoorde. Het geronk van bommenwerpers was niet vreemd. Regelmatig kwamen Amerikanen en Engelsen over Nijmegen op weg naar Duitse steden die gebombardeerd werden. Plotseling klonk een dof en luid gedreun; rookwolken stegen achter haar op. Ze holde naar binnen, waar haar vader op het dak klom om te kijken wat er gebeurde. "Theo! Kom naar beneden in de schuilkelder! Ze bombarderen de stad!" gilde haar moeder naar boven. Wiesje rende naar boven en klom naast haar vader op het dak. Een deel van de binnenstad, het station en het stationsplein waar ze nog geen 2 minuten geleden overheen gerend was waren volledig verwoest.

 "Ik ben blij dat je altijd hard holt" was de in deze situatie vreemd aandoende reactie van haar vader. "Theo en Wiesje, kom onmiddellijk naar beneden" gilde moeder naar boven. "We komen eraan" riep vader Theo naar beneden. "Nu naar beneden!" klonk het nogmaals. En met tegenzin ging Wiesje met haar vader naar beneden. Gegeten werd er niet en terug naar de fabriek ging Wiesje ook niet die dag. Al in de loop van de dag werd duidelijk dat het een vergissingsbombardement van de Amerikanen was geweest. Meer dan 500 doden een een verwoeste Nijmeegse binnenstad. De Duitsers waren er snel bij met hun pamfletten: "Een brandend Nijmegen met daaronder: "Anglo- Amerikaanse oorlogsvoering". De Nijmegenaren waren geschokt en diep bedroefd, maar haat tegen de Amerikanen daar wilden ze niet aan.

Nagekomen informatie van de inzender:

Wat ik opgeschreven heb zijn de herinneringen van mijn moeder Wiesje Rubens, zoals ik ze voor mezelf kan terughalen. Mijn moeder is al enige jaren geleden overleden. Ik heb besloten deze herinneringen op te schrijven, zodat ze niet verloren gaan.
Ik vindt het mooi dat mensen geinteresseerd zijn in hoe het de familie vergaan is. Ik zou het ook zeer op prijs stellen als er nog eventuele aanvullingen betreffende mijn familie of hotel MariŽnboom komen van mensen die daarover nog wat weten.

Mijn familie:

mijn opa Theo Rubens is op 9 maart 1944 naar Westerbork getransporteerd. Hij stond op de lijst om naar Auschwitz te gaan toen de transporten stopgezet werden. Iets later, op 12 april 1945, werd Westerbork bevrijd. Mijn opa is in juli 1945 teruggebracht naar Nijmegen, door een nederlandse chauffeur die een colonne Canadese soldaten (op weg naar huis?) begeleidde. De rest van het gezin was niet opgepakt, waarschijnlijk omdat ze niet joods waren. Hotel Marienboom was door de Engelsen en Canadezen gevorderd als onderkomen tijdens de gevechten om Nijmegen. Het gezin Rubens, waaronder mijn moeder Wiesje, was inmiddels weer in het hotel gaan wonen en daar zorgden ze voor de geallieerde soldaten.
In 1948 trouwde mijn moeder met mijn vader Joop Jongeneel. Mijn broer is nog geboren in hotel MariŽnboom. Van 1953 tot 1957 was MariŽnboom een pension voor "gerepatrieerden": mensen uit het voormalig Nederlands IndiŽ. Daarna werd het weer een hotel, maar nooit meer zoals voor de oorlog. Ook mijn opa Theo is na de oorlog nooit meer echt gezond geweest. In 1963 overleed hij aan longkanker en werd hotel MariŽnboom voor weinig geld verkocht aan de gemeente Nijmegen.
Ik ben in Eindhoven geboren waar mijn ouders begin 1950 naar toe verhuisd waren.
Mijn moeders zus Beppie bleef in Nijmegen wonen in een huis aan de Groesbeekseweg 117. Ze is al enig tijd geleden overleden. Mijn moeders broers Barend en Eddy zijn eveneens in Nijmegen blijven wonen en zijn het hotelvak ingegaan. Barend is enige jaren gelden overleden, Eddy leeft nog en woont in Dukenburg.
Mijn vader en moeder zijn beiden overleden.

met vriendelijke groet,
Illya Jongeneel

Reactiepagina
Reactie 1:

Edwin Kempers, 21-06-2014: Een indrukwekkend en voor mij onbekend/ door mij nog niet bestudeerd stuk geschiedenis van Nijmegen. Ik kom op deze plek heel simpel omdat mijn dochters in Nijmegen studeren en wonen in de Stieltjesstraat. Een indrukwekkend verhaal over onzekerheid en willekeur. En de "Wereld-leiders" denken dat dat nooit verandert.
Reactie 2:

Gerrie Overweg, 16-09-2015: Ik was in 1955 8 jaar toen wij met vanuit Jakarta met vele Indische mensen in hotel Marienboom kwamen wonen. Leuke tijd gehad met fijne herinneringen met o.a de familie Rubens, incl Eddie. Na 2 jaar kregen we een huisje in de Ooijpolder bij Nijmegen.
Reactie 3:

Wil Struike, 17-09-2015: Beste Gerrie, Ik heb rond 1956 met een Theo Overweg op school gezeten, hij voetbalde dacht ik bij Dynamo en woonde op de Hazelaarstraat. Is hij soms familie of was het een veel voorkomende naam bij Indische families?
Reactie 4:

Wim Vegt, 18-09-2015: Is de getoonde foto wel uit Nijmegen?
De eerste indruk is dat het de Grote Markt zou zijn, maar bij nader inzicht lijkt mij dit onwaarschijnlijk.
B.v. gebouwen van 5 verdiepingen stonden daar toch niet?
De foto zou dan niet in de richting van de Stikke Hezelstraat gemaakt zijn, het hoekpand Stikke Hezelstraat/ Grote Markt, b.v. (de Bata winkel) was immers niet getroffen.
Wie heeft een idee?
Reactie 5:

Arjen W. Kuiken, 18-09-2015: Dit is een foto genomen na het bombardement op DRESDEN in de nacht van 13 op 14 februari 1945.
Redactie: dit was inderdaad de Altmarkt in Dresden. De afbeelding is nu vervangen door een van de Nijmeegse Grote Markt.
Reactie 6:

Han Rehbach, 26-07-2017: Beste Illya,
Ik vond je verhaal toen ik weer eens zocht naar de familienaam van mijn Oma, Lea de Kluiver-Rubens.
Haar dochter (mijn moeder) vertelt ook graag over vroeger en is altijd geinteresseerd in de geschiedenis van haar familie, dus zoek ik regelmatig. Zij is van 1932 en kwam als klein meisje graag op bezoek bij oom Theo in Hotel Marienboom. Ze vertelt: Oom Theo nam me mee naar de keuken en zei dan: "Doe je mond eens open", waarna hij met de grote slagroomspuit van het hotel slagroom in haar mond spoot.
Ook over je moeder en haar neefjes Barend en Eddy heeft ze mooie herinneringen.
De verhalen van de oorlogstijd zijn uiteraard minder vrolijk.
Mijn Oma is dus een zus van jouw Opa. Ook zij trouwde met een niet-Joodse man (Joop de Kluiver) en ze hebben de oorlog overleefd. Mijn Opa overleed vlak voor mijn geboorte in 1960 en mijn Oma in 1992.
Vreemd dat je verhaal mij niet eerder opviel. Wellicht omdat ik zocht naar Theo Rubens en pas na goed doorlezen zag dat hij dezelfde is als Israel Rubens.
Mocht je meer contact willen hebben, dan denk ik dat mijn moeder dat erg leuk vindt. Ze is 85 en kan zich veel dingen nog goed herinneren. Zo niet, dan dank ik je voor dit mooie verhaal.

Redactie: mailadressen zijn uitgewisseld.
Reactie 7:

Catharina Decates, 01-09-2017: Inderdaad een heel interessant verhaal, vooral omdat het mijn familie ook betreft. Theo (Israel) Rubens was getrouwd met Toos Decates, een zus van mijn grootvader. De broers en zussen van mijn vader waren vaak te bezoek bij hun oom en tante en speelden vaak in de tuinen van Hotel Marienboom en de villa Oud Marienboom. Hoe klein is toch de wereld.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: