Herinneringen Bombardement

Ik was 11 jaar

Ingezonden op 09-05-09 door A.J. Walraeven

 

De 2e wereldoorlog.

Ik was 11 jaar

Geschreven door: A.J. Walraeven geboren 8-10-1933 te Nijmegen.

Ik was 10 jaar en wij woonden op een bovenwoning aan de Hessenberg waar ik, als de sirene ging, op de wc klom. Dat was in die tijd een brede plank met een gat en deksel van waar ik door het raampje de mensen van de luchtbescherming op de St. Stevenstoren kon zien staan. Dat was ook het geval met het bombardement. Ik zag ze de handen voor hun ogen slaan, een grote stofwolk en een oorverdovend geluid. Dat werd ook veroorzaakt door de bommen. Heel apart en onvergetelijk.
Ik sprong van de wc af en zag mijn moeder het jongste broertje van de pot scheuren. Ze wou gelijk de bonnenlade uit de kast trekken. Ik riep “Lopen maar, die pak ik wel!”. Mijn moeder was behoorlijk gewond aan haar linker hand door het vallende glas. Ook het plafond lag er uit.
Wij zijn naar de eerste hulp gegaan bij het kantoor van de Gelderlander onder aan de straat. Ik liep even de straat uit en zag de Stikke Hezelstraat in brand staan. We zijn met het gezin naar de familie in de Koninginnelaan gegaan. Tegen de avond wilden we nog wat uit ons huis halen maar mochten niet meer onder de Hezelpoort door. Het huis was onbewoonbaar en zijn toen van her en der in de Geraniumstraat komen wonen waar 16 november 1944 een granaat het hele huis verwoestte.
Het werd op het eind wel spannend, ik klom op het dak en kon de Duitsers met de meest vreemde voertuigen over de Graafsebrug zien passeren en land verlaten. Op een gegeven moment leek Nijmegen even een niemandsland met als gevolg dat de mensen de wagons en de Turmack begonnen
te verbreken en leeg te stelen; de wagons vol dekens en andere spullen werden heel chaotisch er uit gegooid, ik ben ook nog met mijn vader mee gelopen en hebben een paar dekens mee genomen.
Uit de Turmac is toen jenever en cognac mee genomen en dat werd ook ter plaatse gebruikt met als gevolg veel dronken mensen, ze gooide zelfs de kisten uit het raam.
En dat niemandsland was ook niet het geval; zo kan ik me herinneringen dat er vanaf de spoordijk werd geschoten met als gevolg een paar doden, een daar van heeft een dag of twee onder de poort van de Geraniumstraat gelegen vanwege het gevaar buiten te komen.
Voordat de Duitsers en de Hitler-jeugd de stad verlaten hadden ze nog wel de rest van de binnenstad in brand gestoken.
Via de Graafseweg langs brug de Nieuwe Nonnedaalseweg kwamen de tanks. Wij hadden nog nooit geen negers gezien, ik zag ze naast de tanks lopen toen ze de Koninginnenlaan afkwamen, ook langs de muren van Anjelierenweg richting Hezelpoort. Het waren de stoottroepen die de bevrijding vooraf gingen. Toen het wat rustiger werd ben ik met mijn moeder na de stad gemoeten voor de
levensmiddelenbonnen, maar er lagen op diverse plaatsen nog dode soldaten, zo stond er bij het begin van de Oude Heselaan een tank waar een dode soldaat uit hing.
Wij moesten ook bij een bekende langs die woonde in de onderstad. Daar was een paar dagen eerder een kettingbom op een schuilkelder gevallen; veel doden en gewonde, ik zag de emmers vol met ledematen op het muurtje staan.
Het werd steeds gevaarlijker in Nijmegen door het granaatvuur zodat we met velen de stad verlieten, en gingen met zijn allen op een platte kar, paard met wagen.
Ik had mijn hondje Mollie op de arm, ik liet hem even los en hij viel toen van de wagen en werd door de zelfde wagen overgereden. Ik heb daar dagen lang verdriet van gehad.
We zijn naar Deest gegaan naar een klooster, en daar een paar dagen op stro geslapen, later werden we verdeeld over meerdere boerderijen, ons gezin bij boer Litjes.
Na een tijdje werd het in Deest ook gevaarlijk en zijn toen naar Afferden gegaan tot het in Nijmegen wat rustiger werd. Maar er werden nog steeds mensen door scherven dodelijk verwond. 

Mijn moeder was met het jongste broertje een kransje bestellen voor een dode buurman toen er bij ons een granaat het hele huis verwoeste, en mijn neef zijn arm verloor. Ik kwam als laatste onder het puin vandaan met 'n flinke hoofd wond, die begon na een paar dagen te zweren. Daar moesten we mee naar een dokter, deze zat in de school op Dobbelman weg. Toen we daar heen gingen werd het granaatvuur zo erg dat wij moesten schuilen, We liepen op de Haterseveldweg en belden bij iemand aan maar liet ons niet binnen, een eindje verderop stond er man voor de deur en hebben bij hen een 
tijdje in de kelder gezeten.

Doordat Nijmegen frontstad was waren alle scholen bezet door soldaten, waar ik met mijn neef appels voor chocolade ging ruilen soms ook voor sigaretten voor mijn vader. Wij kwamen te wonen in de 
Oude Nonnedaalseweg. Dat was een woning van een gevluchte NSB-er. Aan de overkant van dat huis was een front keuken, waar we van verse theedrab nog een lekker bakje thee konden zetten. De straten stonde die tijd vol met militaire voertuigen, in de Pastoor Zegerstraat stonden tanks waar ik een keertje was ingeklommen en daar door een grote neger op straat werd gekwakt. Waar we ook veel naar toe gingen was de Ooij, daar stond vooraan in de wei een uitgebrande militaire auto dat vond ik interessant. Ook vonden we daar lichtkogels met een parachute; door het dekseltje te verwijderen kon het paraschutje er uit worden gehaald. Ook het grote geschut aan het begin van de Waalbrug was mooi speelgoed, en het ravotten in en om de schuilkelders was ook leuk. Ik liep met mijn moeder op de Oranjesingel en daar stond een soldaat met een jong hondje hij vroeg of we dat beestje mee wilden nemen en daar goed voor wilde zorgen. Ik was daar heel blij mee ook al om dat een paar maanden geleden Molly was dood gereden. We hebben nog heel wat jaren plezier aan haar gehad.

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: