Herinneringen Bombardement

 Nooit vergeten!

Ingezonden op 01-04-09 door Ria van Eldonk-Kersten

 

22 Febr 1944

Het is een datum voor mij die je nooit vergeet. Die dag s'morgens ging mijn vader naar zijn werk in Duitsland, het was immers een moeten dat alle mannen in Duitsland werkte. We hadden de winkel, maar die deed mijn moeder samen met mijn opa. Mijn vader had een stempelkaart die iedere dag moest worden afgestempeld zodat ze wisten dat hij in Duitsland was geweest om te werken, wat ik toen nog niet wist, dat hebben ze mij pas later verteld. Soms mocht ik met mijn vader mee, met de tram naar Kranenburg, daar was het waar hij zogenaamd moest werken voor de Duitsers, dus kon hij ieder dag als hij in Kranenburg was geweest terug naar Nijmegen. De dochter van de familie in Kranenburg had een groot poppenhuis waarmee ik dan mocht spelen, dat was erg leuk. s'Avonds 
gingen we dan weer samen terug naar huis. Soms bleef mijn vader wel eens dag of meer thuis, hij stempelde dan zelf zijn kaart af. Soms kwamen er Duitsers in de winkel, en dan drukte mijn moeder op een knopje achter de toonbank, en dat was het sein dat mijn vader die op de eerste verdieping zat te werken, helemaal naar boven het dak op moest. Als de kust veilig was ging mijn moeder hem weer roepen en kon hij weer naar beneden. 

Ook 22 Febr ging die dag mijn vader naar Kranenburg. Niets vermoedend wat er s' middags zou gebeuren. Mijn broer en ik gingen zoals gewoonlijk naar school, mijn broer naar de Petrus Canisius 
Jongens School in de Hertogstraat en ik naar de Meisjes JMJ aan de Oudestadsgracht. Om twaalf uur was de school uit, en ging je naar huis voor de middag pauze. Er waren kinderen die op school overbleven, en als ze hun boterham ophadden konden ze buiten op de speelplaats gaan spelen. Die dag moest ik met mijn klasgenootje Yvonne na school blijven, we hadden iets gedaan, wat ik me nu niet meer kan herinneren. Het was veertig uren gebed en Zuster Johanna Josefie zei, "ik ga naar de 
kapel bidden en kom daarna terug om jullie naar huis te laten gaan". 
Even daarna ging het lucht alarm, het was ons verteld als er luchtalarm was, dat je dan vanwege het vele glas rondom ons klaslokaal, onder de tafels moest gaan zitten. Ik zei tegen Yvonne "ik weet niet wat jij doet maar ik ga naar huis". Yvonne besloot toen ook maar te gaan. Mijn broer was allang thuis en lag een boek te lezen op de grond in de voor kamer voor het raam, mijn moeder stond al te kijken waar ik bleef. Niet lang daarna werd het veilig sein gegeven, mijn moeder zei "Ik ga even de balcondeuren sluiten van de slaapkamer", en ik liep achter haar aan. Het was helder weer en zonnig. Ik stond op het balcon te kijken naar de kleine zilveren vliegtuigjes in de lucht, toen mij moeder riep "kom weg van dat balcon want ze zijn aan het schieten". We waren op de eerste trap naar beneden, toen we een vreselijk lawaai hoorde. Beneden aangekomen kwam er van onder aan de straat een enorme donkeren stof wolk. Het was even stil en toen kwamen gewonden van onder aan de  Molenstraat uit die stofwolk soms kruipend. Er waren zoveel gewonden, de meeste zochten hulp in Apotheek Heinsius die aan de overkant van ons huis was. Mijn moeder liep daar naar toe om te helpen, er was geen water, en ook waren er geen scharen genoeg om kleding stukken los te knippen. Mijn moeder stuurde mij naar huis om water te halen, ze had altijd een paar ketels vol water staan, ook de scharen die ik kon vinden nam ik mee. Ik zag haar sokken losknippen en kledingstukken. 
In die tijd dat mijn moeder daar aan het helpen was, was mijn vader te horen gekomen dat Nijmegen was gebombardeerd. De mensen waar hij was zeiden dan ook tegen mijn vader, "ga niet naar Nijmegen want daar staat niets meer". Toch is mijn Vader vanuit Kranenburg terug naar Nijmegen 
gelopen, er was geen openbaar vervoer meer. Hij vertelde later hoe hij was gelopen als laatste door het Vlaamsegas. Toen zag hij dat ons huis er nog stond en dat wij er nog allemaal waren. Ja we hadden echt geluk gehad. De Petrus Canisiuskerk onder aan de straat had een voltreffer gekregen, waarbij mensen die zich in de kerk bevonden het niet overleefde. Kreymborg aan dezelfde kant van de kerk was een puinhoop. Aan de overkant Janssen Hendriks de kruidenier was ook niets meer van 
over. Verder de stad in zag je alleen maar puin overal waar je keek, was alles weg. Dagen zelfs weken daarna zag je mensen zoeken naar familie. Ja je wist, dat als een een groepje mensen bij elkaar in de 
puin stonden, dat ze dan weer iemand hadden gevonden. De Duitsers die in het Oudburger Gasthuis zaten, en daar hun hoofd kwartier hadden, hebben toen ook nog de twee torens die op de Petrus Canisius kerk stonden omgetrokken. Toen ik trouwde in 1957 stond de oude voormuur van de Kerk er nog.
Nog even ter aanvulling, de saamhorigheid van de winkeliers was na het Bombardement geweldig, iedere winkel die daar de mogelijkheid voor had stond een gedeelte af zodat de winkels die met het bombardement waren verwoest toch weer hun bedrijf kon verder voeren. Glas was er niet genoeg, zodat de etalages maar een een klein raampje hadden.

Ria van Eldonk-Kersten

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: