Herinneringen Bombardement

Allen werden tegen de grond gesmakt

Ingezonden op 11-03-09 door Wim Ahsmann

 

22 februari 1944

Mijn eigen herinnering zegt alleen iets over een koude, zonnige namiddag, de zon neigt ter kimme, zegt het cliché. Er is hevige onrust in huis, vader en moeder gaan weg, Trees moet worden gezocht, ze lopen de ziekenhuizen af, Canisius en Wilhelmina, en vinden haar in de loop van de avond, in de gang van het Canisius. Vader weet de naam van een dokter te noemen, hij verhaspelt: Trottoir en weet tenslotte: Tordoir.
Ik ben dan ruim acht jaar. Vandaag was ik ziek maar ik heb later mijn moeder, ex-verpleegster, er wel eens van verdacht dat ze mij nogal lichtzinnig van school hield, ze vond het wel gezellig om nog tenminste één kind overdag in huis te hebben. De anderen tien broers en zussen waren groter, veel groter, tenminste acht jaar ouder en waren naar grotere scholen of hadden al werk, meestal buiten Nijmegen. 

Trees en Greet (Grees en Treet, als moeder wat opgewonden was) zaten op de huishoudschool, de katholieke, aan de Stephanusstraat. Ze gingen dagelijks per tram op een neer. En hier is het dat ik ga putten uit een magere eigen herinnering en een sterke reeks herinneringen van mijn jongste zus Greet, toen dus zestien jaar. Trees was een jaar ouder, zo ging dat vroeger. Trees leeft niet meer. Greet, Margreet is nu een bejaarde dame.

De dag ervoor, op 21 februari hadden zij de godsdienstles verzuimd, uit balorigheid, waarschijnlijk. Gesnapt natuurlijk en gegispt door de directrice. En een brief naar huis, door de conciërge af te leveren! Dat was schrikken want vader was buitengewoon streng, daar zou wat zwaaien. Op weg naar huis verzuchtte Trees, als ik nu een arm zou breken zou vader niet zo kwaad zijn.
Toen kwam dus de tweeëntwintigste.

Wat voor dag was het? Waarschijnlijk een dinsdag. Op het eind van de ochtend was er al, nog op school, luchtalarm geweest, ze liepen maar wat te niksen en te ruziën en toen het dus veilig was gegeven renden ze naar de St. Annastraat om de tram naar huis te pakken. Trees, Greet en tenminste nog drie meisjes, die ik maar even M., E. en P. noem.
De tram stopte bij het station en terstond was er weer een luchtalarm. “Laten we naar dat hotel hollen, dan kunnen we nog wat plezier hebben”, riep Trees. Was dat het hotel waar Duitse militairen enig vrouwelijk vertier konden opdoen? Wisten die kinderen veel! Maar enig aarzelen bracht hen op de Van Schaeck Mathonsingel en toen kwam het geweld omlaag. 
Allen werden tegen de grond gesmakt. Greet kwam overeind vanonder een laag zand en stof en bevond zich ongedeerd. P. had een kleine scherfwond aan haar elleboog, maar de drie andere meisjes waren ernstig gewond. M. had een grote buikwond en Greet legde haar jas over haar heen: het vroor! Ook E. en Trees waren er slecht aan toe. Over E. wist Greet geen details meer, maar voordat zij zich met Trees kon bezig houden werd zij door een man van de “Luchtbescherming” weggeleid, samen met P. Jullie moeten gauw naar huis, voor de anderen zal wel worden gezorgd. Het lijkt Greet nog steeds te steken dat zij Trees daar achter heeft gelaten, maar ze kon niet anders. Zij en P. werden weggeleid naar het midden van het Keizer Karelplein. En daar alleen gelaten. Ze zien uit de richting van de Molenstraat mensen aankomen, volkomen ontredderd; een vrouw met een kanarie in een kooitje. 
Zij herinnerden zich een familie v.d.S. die tegenover de St. Jozefkerk woonde, wilden daar aanbellen en hulp vragen. Aanbellen, tegelijk met de: “De melkboer, mevrouw!”. Zo’n bizarre herinnering.
Greet kreeg daar een klein jasje, ze had immers haar jas over de gewonde M. gelegd. Toen maar op huis aan, langs de Daalseweg en de Tooropstraat, huilend en lachend; zij woonden aan de Berg en Dalseweg, tegenover elkaar, juist voorbij “De Tuchtschool”. 
“Oh, daar is je vader”, riep P. “Die wil ik nu liever niet zien”, vond Greet en hield zich verscholen. Zoals gezegd, vader was een erg streng en ongemakkelijk man, die zou het het hevig geschokte jonge meisje wel eens erg moeilijk kunnen maken. De dagelijkse verstandhouding was toch al niet zo goed. 
Ze gingen eerst bij P. thuis binnen, maar Greet was door een ouder zusje gesignaleerd en werd al gauw naar huis gehaald.

Het verdere verloop van de dag is uiterst verward, evenals de herinneringen daaraan. Vader met oudere zus Bernardine op de fiets naar de stad, zoeken naar Trees; moeder, die brutaalweg een pantalon van vader aantrok (1944!) en ook op zoek ging. Het was koud!

In de loop van de avond werd Trees gelokaliseerd, liggend in een gang van het Canisius ziekenhuis. Pas later kwam er tekening in het verloop van haar vervoer: in eerste instantie is zij van de straat gehaald door Professor Cornelissen, die aan de Van Schaeck Mathonsingel woonde. Hij heeft daar mogelijkerwijs zijn familieleden bij ingeschakeld. Hij heeft ook het transport naar het ziekenhuis geregeld, naar het schijnt per open vrachtauto. In de navolgende weken en maanden hebben hij en zijn vrouw zich erg zorgzaam betoond en Trees meerdere malen aan haar ziekbed bezocht.
In het ziekenhuis heeft dokter Tordoir, een chirurg, met zijn staf, de aangevoerde gewonden vluchtig onderzocht en geselecteerd: wie moest snel worden geholpen, wie zou het toch niet redden; er is sprake van dat Trees over zichzelf heeft horen zeggen: “Die haalt de avond niet”. Wat is het geweest dat Trees toen wel op de operatietafel heeft doen belanden, waardoor heeft zij het gered, het is onduidelijk. Was het moeders koppige vasthoudendheid? 
Er is een moment dat vader de gebeden der stervenden aan het bidden was en dat moeder maar bleef redderen: “Toe, Trees, drink nog wat melk, dat is goed voor je!”: een scène die het verschil tussen mijn beide ouders treffend weergeeft.
Trees hééft het gered, met een rechter arm vol grote, lelijke littekens maar volkomen bruikbaar; en met het besef dat er nog een bomscherf ergens in of nabij haar longen zat en een in of nabij haar hersenen. Die worden wel ingekapseld, zei men. 
Trees is daarna de verpleging ingegaan: Witte Kruis, Ooievaar, Wijkaantekening en Hogere Verpleegstersschool. Ze heeft het bombardement nog 59 jaar overleefd.

Van de andere meisjes is M. op de operatietafel overleden; toen Trees ervan hoorde was ze erg overstuur. P. is veel later aan ziekte overleden; ook E. is overleden. Greet, nu Margreet, is nog bij ons.

Een paar dagen later heb ik de ravage in de stad kunnen zien en ruiken. En ook zag ik propaganda-affiches waarop vallende bommen waren afgebeeld en de tekst: “Van je vrienden moet je het maar hebben: Nijmegen, Arnhem, Enschede”. Ik begreep dat toen nog niet zo goed, ik was nog geen 9 jaar.
Mijn vijftien jaar oudere broer, die voor de oorlog in dienst was geweest, zei: “Zo zien bommen er niet uit”.

Wim Ahsmann, Apeldoorn, 8 maart 2009
Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: