Herinneringen Bombardement

Mijn moeders verhaal

Ingezonden op 03-03-09 door André Schuijffel.

 

MIJN MOEDER’S VERHAAL OVER HET BOMBARDEMENT VAN NIJMEGEN.

Door André Schuijffel.

Ik heb het hoofdzakelijk van mijn moeder gehoord en later, inclusief mijn eigen summiere herinneringen, genoteerd als onderdeel van mijn levensverhaal.

In 1941 geboren in Eindhoven, woonden wij vanaf begin 1942 in Nijmegen. Ik bracht er mijn hele jeugd door en ben nu al vele jaren in Waalwijk woonachtig.

ONTSNAPT AAN HET BOMBARDEMENT VAN NIJMEGEN.
Op 22 februari 1944 werd het stadscentrum van Nijmegen door een bombardement verwoest. Wij woonden nabij het centrum, aan een binnenplaatsje, in de Regulierstraat. Als door een wonder bleef ons gezin een groot drama bespaard. Mijn moeder, inmiddels in verwachting van ons zusje, volgde een naaiopleiding en deze dag was de dag om naar de naaischool te gaan. Mijn broertje van 7 maanden was niet in orde en daardoor erg huilerig. Ze besloot daarom thuis te blijven en niet naar de naaischool te gaan.
De plaats waar deze opleiding plaatsvond werd op die dag ook volledig door de bommenregen verwoest. Veel vrouwen en meisjes op de naailes hebben deze dag niet mogen overleven. De verwoestingen van het bombardement liepen bijna door tot aan ons huis. Toen de bommen vielen beschermde mijn moeder ons tegen het naar binnen vallende vensterglas, door over ons heen te gaan liggen. Ons huis werd door het geweld van de exploderende bommen volledig onbewoonbaar. Er zaten scheuren in de muren en een groot gat in het dak, waardoor de sneeuw in die dagen ons huis binnenviel. 

Door bombardementen gehavende Regulierstraat mrt 1944. Deze foto (F32141 GN9832-124) is overgenomen van de site van het Gemeentearchief Nijmegen.

Aan de linker kant van de straat, ergens achter het brede muurvlak was ons huis, aan een binnenhofje achter de panden aan de linker straatzijde. 

WOONELLENDE ALS GEVOLG VAN DE OORLOGSSCHADE.
Kort na het bombardement werden we tijdelijk ondergebracht in een kamer van een woning op de hoek van de Willemsweg en Jan Luykenstraat. Die woonruimte was te klein om voldoende slaapruimte te bieden aan 4 personen en een baby op komst. Het gevolg was dat we weer een andere woning kregen in een steegje aan de Ruyterstraat. Kort hierna is mijn moeder bevallen van ons zusje (13 september 1944).

EVACUATIE.
In september werd Nijmegen bevrijd. Ons huis bevond zich binnen het frontgebied waardoor we werden geëvacueerd. De route ging richting Grave waarbij we de Maasbrug over moesten. De brug werd regelmatig door Duitse vliegtuigen beschoten en werden we door de bevrijders tegengehouden. Mijn vader wist toch een overtocht te verkrijgen door mee te liften met passerende militaire voertuigen. In eerste instantie werden we ondergebracht in een boerderij te Ravenstein. Mijn moeder bleef daar achter met de baby terwijl mijn broer en ik door mijn vader naar zijn ouderlijk huis in Best werd gebracht.
Toen hij terugkeerde in Schaijk bleek het daar ook niet erg veilig. Er werd daar nog regelmatig geschoten. Bij zo’n beschieting vloog er een kogel door de keuken van het huis precies over de stoel waar mijn vader een minuut eerder van was opgestaan om de keuken uit te lopen. Hierna besloten ze verder te trekken naar verre familie van mijn moeder die ook in of nabij Schaijk woonden. Deze mensen bleken weinig begrip te kunnen opbrengen voor een baby in huis. Dus was verder trekken de beste oplossing. 

EEN RISICOVOLLE TOCHT NAAR HUIS 
Mijn vader is eerst nog een keer heen en terug naar Nijmegen gegaan om babykleding op te halen. Hierbij heeft hij de (onder zwaar vuur liggende) Maasbrug twee keer moeten passeren. 
In Nijmegen was het ook niet zonder gevaar. Verblijf in het verboden gebied was levensgevaarlijk evenals het passeren van het spoorwegemplacement tussen de Tollenstraat, Willemsweg, Graafseweg en Dr. Jan Berendsstraat, nabij ons huis. Men kon zonder pardon worden beschoten door de in de omgeving ingegraven geallieerde militairen. De Graafsebrug over het spoor zou niet bruikbaar zijn of niet gepasseerd kunnen worden. Hij zag toch kans om het rangeerterrein tweemaal heelhuids over te steken en kon met de benodigde spulletjes terugkeren naar Schaijk.

VOORLOPIG ONDERDAK BIJ DE GROOTOUDERS IN BEST.
Weer terug in Schaijk zijn ze samen op weg gegaan om naar Best te komen. Mijn vader wist weer vervoer te regelen met een militair voertuig dat van Grave naar de omgeving van Eindhoven moest. 
Onderweg moesten ze enkele keren uit de truck omdat ze werden beschoten. De baby bleef dan achter in de wagen. Gelukkig hebben ze dit overleefd en zijn in Best gearriveerd. Voor de baby bleek de tocht desastreus te zijn verlopen. De weg zat vol gaten als gevolg van beschietingen en oorlogsverkeer zoals tanks. Mijn kleine zusje had erg veel te lijden gehad van het vervoer in de bonkende en stuiterende truck over dit wegdek. Mijn vader en militairen, achter in de truck(s), hielden de kinderwagen omhoog van de vloer om de schokken zoveel mogelijk te dempen. 
Aangekomen in Best verslechterde haar toestand snel. Vanwege het onvermogen om te kunnen eten was ze geheel uitgeteerd en moest worden opgenomen in een ziekenhuis waar ze, nog net geen 3 maanden oud, op 12 december overleed. 
De orgaantjes in het lichaampje waren, zo is mij verteld, door de zware schokken tijdens het vervoer, meerdere cm's van hun plaats gegaan. 

WAT GEBEURDE ER NA TERUGKEER IN NIJMEGEN.
Of wij tussentijds nog terug zijn geweest in Nijmegen of dat dit pas later was weet ik niet. Wel herinner ik mij dat we in ons eigen huis waren en dat er Engelse militairen kwamen buurten. Die herinneringen zijn weliswaar vaag. Evenals de keren dat ik soms chocolade van de militairen kreeg..

WAT ZAG IK OP STRAAT.
Er komen ook herinneringen uit deze tijd bij me op, die kennelijk nogal een diepe indruk bij me achter lieten. O.a. een aantal militaire amfibie voertuigen, van die boten op wielen, die door de Ruijterstraat kwamen gereden op het moment dat ik me in m’n eentje voor aan de straat bevond.

PEUKJES ZOEKEN.
Een andere herinnering was dat ik met mijn jongste oom, Piet (10 jaar ouder als ik) mee mocht toen hij bij ons thuis verbleef (vakantie?). Vanwege zijn leeftijd hoorde hij bij de categorie “stiekeme rokers”. Tabak was in die dagen een schaars goedje en geld en bonnen om stiekem tabak te kopen had hij uiteraard ook niet. Dus liet hij mij sigarettenpeukjes zoeken, vervolgens mocht ik hem ook nog helpen om het vloeipapier er vanaf te halen. Van de losse tabakspulp maakte hij met krantenpapier stiekem nieuwe shagjes en rookte die troep. Ik vond het wel groots dat ik hem mocht helpen maar vond dat poeierige spul dat uit het papier kwam wel erg stinken.

André Schuijffel, Waalwijk.

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: