Herinneringen Bombardement

A bad day in a big week

Ingezonden op 27-02-09 door mr.F.M.Jaeger (Frans Jaeger), Waddinxveen.

 

Voor de gezusters jkvr. Elias (Ila, Mieneke en Pans), Dorry Hiddink, Diny Vogel, Clara en Inez Vuijsters, die deze dag beleefden.

Opgedragen aan de slachtoffers van de bombardementen op 22 FEBRUARI 1944 

A BAD DAY IN A BIG WEEK

DE AANLOOP


Laten we dit verhaal beginnen op 3 september 1943. De oorlog is vier jaar oud en met tegenzin begeven we ons in het Duitse kamp om te zien hoe de Duitsers ervoor staan.

Om een oorlog langdurig te kunnen voeren zijn drie factoren van het grootste belang. Men moet steeds meer nieuw personeel en materieel in het strijdperk kunnen brengen en dat kunnen transporteren naar de plaatsen waar het nodig is. En men moet zijn strijdkrachten kunnen voorzien van een doorlopende stroom van energie vooral olie en afgeleide producten.

Duitsland heeft geen olie. Er zijn drie belangrijke gebieden waar olie wordt geproduceerd in (de omgeving van) Europa: LibiŽ en het Midden-Oosten, de gebieden langs de Kaspische Zee en RoemeniŽ. RoemeniŽ wordt al in 1940 veroverd. LibiŽ en het Midden-Oosten lijkt ook een goede mogelijkheid. Bondgenoot ItaliŽ beheerst via EthiopiŽ de toegang tot de Rode Zee en het Suez-kanaal en heeft een stevige basis in LibiŽ. Omdat de druk van Duitsland op Engeland in de loop van 1941 steeds minder wordt, plaatsen de Engelsen een groot deel van hun vloot, luchtmacht en leger over naar het Oosten van de Middellandse Zee. Toch maken de Duits-Italiaanse troepen tot de zomer van 1942 vanuit LibiŽ goede vorderingen tot in Egypte. Maar voor de definitieve doorstoot is nieuw personeel en materieel nodig. Dit wordt door Hitler geweigerd. De geallieerden krijgen wel grote versterking en vanaf oktober 1942 is de tijd voor Duitse offensieven voorgoed voorbij. De Duits-Italiaanse troepen worden steeds verder teruggedrongen en capituleren in mei 1943.
In juli valt SiciliŽ en op de vierde verjaardag van de oorlog (3 september 1943) sluit de nieuwe regering van ItaliŽ een wapenstilstand met de geallieerden. Een maand later verklaart ItaliŽ Duitsland de oorlog. 

De enige andere kans op de broodnodige olie (in het gebied langs de Kaspische Zee) biedt de in 1941 begonnen oorlog in Rusland. De winter 1941/1942 stopt het offensief. In de zomer van 1942 (geen nieuw personeel en materieel in Egypte!) wordt dit hervat. De Duitsers reiken tot in de Kaukasus en tot Stalingrad aan de Wolga, maar een groot Russisch tegenoffensief met nieuwe troepen en kwalitatief goed materieel kraakt de Duitse tegenstand. Een strategische misser van Hitler bij Stalingrad maakt de nederlaag compleet (31 januari 1943) en zijn belangrijkste elitetroepen is Duitsland kwijt. In meer dan een opzicht is Stalingrad het keerpunt van de oorlog voor het Duitse leger. In de zomer van 1943 zet Hitler onbezonnen zijn laatste reserves in en verliest definitief. Alleen een verdere terugtocht rest tot het bittere einde.

Het is niet overdreven om op 3 september 1943 te constateren dat de vier jaar eerder begonnen oorlog, zoals de Duitsers zouden zeggen im hoeheren Sinne verloren is. Twee belangrijke olie-gebieden die de Duitsers voor hun oorlog nodig hebben, LibiŽ/Midden-Oosten en de Kaukasus zijn voorgoed uit het zicht verdwenen. Alleen RoemeniŽ is in Duitse handen, maar de olie-industrie heeft daar -zoals we nog zullen zien- zware averij opgelopen. 
De mogelijkheid om extra (goede) troepen op te roepen raakt onder de maat. De elitetroepen zijn grotendeels vernietigd. Door verlaging van de onderste leeftijdsgrens en door verhoging van de bovenste leeftijdsgrens wordt het leger met slechte soldaten kwantitatief groter, maar kwalitatief is de rek eruit. In eigen land en ook in de onderworpen gebieden.

OK, het leger moet nog verslagen worden maar mist alle offensieve kracht. De in januari 1943 in Casablanca overeengekomen invasie in Frankrijk in voorjaar 1944 moet nog plaatsvinden. Daarvoor is nodig dat de Duitse vloot en luchtmacht bij de invasie niet kunnen ingrijpen. Hoe is de staat van deze onderdelen?
De Duitse oppervlakteschepen zijn reeds lang gedecimeerd. Het gevaar van de Duitse onderzeeboten is in de zomer van 1943 bezworen. De geallieerde vloot groeit veel en veel sneller dan de duikboten vernietigen.
De luchtmacht vormt nog wel een belangrijke hinderpaal, vooral door de fabricage van uitstekende Messerschmittvliegtuigen. De geallieerden zullen de fabrieken moeten vernietigen.
Dan vindt op 1 augustus 1943 een gebeurtenis plaats die grote gevolgen heeft en het moreel van de Amerikanen geweldig opvijzelt. Een massaal vliegtuigbombardement op de oliebronnen van RoemeniŽ is een groot succes. Deze zg. Ploesti-raid vormt de aanleiding tot een idee dat in de komende maanden wordt uitgewerkt. Er moet een Big Week komen waarin de Duitse vliegtuigindustrie met massale bombardementsvluchten moet worden vernietigd. De Big Week wordt gepland in de late winter. Ondertussen zullen de vliegtuigbemanningen met een geheel nieuw systeem vertrouwd worden gemaakt om massale en vooral nauwkeurige bombardementen mogelijk te maken. Nauwkeurig betekent dat de vluchten overdag plaats moeten vinden. 
De Amerikanen ontwikkelen voor dit doel een gecompliceerd maar effectief systeem dat enorme discipline eist van de bemanningen. De formaties waarin de bommenwerpers moesten vliegen werd de combatbox genoemd waarbij zij in drie lagen schuin boven elkaar vlogen. De basiseenheid was een element van drie bommenwerpers. Vier van deze elementen vormden een sectie. Deze bestond dus uit twaalf vliegtuigen.

Ten behoeve van het systeem werden drie radiobakens op Engels grondgebied geÔnstalleerd. Boven een eerste radiobaken vormden drie secties een bombardementsgroep (36 toestellen). Boven een tweede radiobaken verenigden drie groepen zich tot een combatwing (108 toestellen). Bij een derde radiobaken tenslotte verzamelden zich de combatwings tot een divisie. Vanuit dat baken werd naar het doel gekoerst. Boven de grens van de Noordzee en de Hollandse kust kwamen de sneller vliegende beschermende jachtvliegtuigen de formatie begeleiden.

DE DAG ZELF: 22 FEBRUARI 1944 

Iedereen heeft wel eens zo'n dag dat alles tegenzit. Wanneer je met z'n tweeŽn bent, is dat lastig maar hooguit vervelend voor de partner. Als je in een ploeg speelt, kan je al meer mensen duperen. Maar als het om een operatie gaat, waarbij tienduizenden betrokken zijn, kan het de gehele operatie om zeep helpen.
Op die dinsdag 22 februari ging alles van het begin fout en de wet van Murphy werkte weer volop: als het fout kan gaan, zal het ook goed fout gaan! Doelstelling van die dag was het bombarderen van de Messerschmittfabrieken in Gotha (midden Duitsland) met zoveel mogelijk vliegtuigen. De aanval zou worden uitgevoerd door de ervaren 3e en de minder ervaren 2e divisie van het Amerikaanse luchtmachtleger. Voor ons verhaal concentreren we ons op de 2e luchtmachtdivisie omdat die betrokken is bij de onbedoelde bombardementen op vier Nederlandse steden.

Om vier uur 's ochtends wordt een groot deel van het grondpersoneel van vele Engelse vliegvelden gewekt. Snel wordt gewassen, geschoren en aangekleed. Een klein ontbijt met veel koffie volgt. Er staat een grote operatie op het programma. Honderden vliegtuigen moeten worden volgetankt voor de onzekere tocht naar een Duits doelwit. De bomlorries worden naar de vliegtuigen gereden met een enorme last aan brisantbommen en splinter-of clusterbommen. In het bommenruim van ieder toestel worden twaalf zware bommen op de rekken geplaatst. Monteurs van de gronddienst verwijderen de hoezen van de mitrailleurs. Geschutkoepels worden van ijs ontdaan. De luiken in de zijkanten van de vliegtuigen zijn vastgevroren en moeten worden losgewrikt. Kisten met patronen worden de toestellen ingedragen.

Ruim een uur later is het de beurt aan de rest van het personeel om gewekt te worden. Daartoe behoren de 6000 bemanningsleden van de vliegtuigen. Van het ondersteunend personeel zullen deze dag in totaal 44000 mannen en vrouwen in touw zijn. In het hoofdkwartier, in de volgstations en in de radiokamers die de verbindingen onderhouden.
Kapitein William Schmidt stond met een onbestemd gevoel op. Uit het raam zag hij dat de gebouwen en de bomen onder een dikke laag rijp schuil gingen en dat grauwe wolken het zicht belemmerden. Op hem zou deze dag een zware verantwoordelijkheid rusten. Hij zou de aanvalsleider van de gehele tweede divisie zijn. De eerste werkzaamheden van de dag vormden een welkom rustpunt. Traag waste hij zich en schoor zich heel zorgvuldig. Als hij zich zijn manschappen voor de geest haalde, moest hij wel glimlachen. Net als sporters hadden zij zich allerlei bijgelovigheden eigen gemaakt. Sommigen droegen alleen bepaalde soorten onderbroeken, anderen wasten zich uiterst secuur, terwijl er ook waren die juist in twee minuten klaar waren. Het was zaak in het waslokaal in de rij te komen met snelle wassers, omdat je anders wel een half uur stond te wachten en te vernikkelen.
Om kwart over zes kleedde hij zich aan en begaf zich naar de kantine. Toen hij de deur opendeed, wist hij meteen dat het een zware dag zou worden. Onmiskenbaar rook hij de heerlijke geuren van omelet en roerei gemaakt van echte verse eieren. Dat kregen de mannen alleen als het menens werd. Natuurlijk vlogen de grappen over en weer, maar de spanning was bijna tastbaar.
Om precies zeven uur dromden de vierhonderd mannen van zijn groep de briefingroom binnen. Een officier van de inlichtingendienst gaf op een groot bord de route aan naar het doel: Gotha, ver in midden-Duitsland. Een gejoel met boe-geroep steeg op. De bommenwerpers zouden zich langs de zware luchtafweer bij Rotterdam en in het Ruhr-gebied moeten vechten om diep in Duitsland de fabrieken van de Messerschmitts te bombarderen. Voor het geval dat het hoofddoel niet werd bereikt, werden een paar reservedoelen in de omgeving aangegeven. Verder gaf de officier een aantal inlichtingen en tips over de te verwachten aanvallen van de Duitse jagers en over de opstellingen van de luchtafweer. Kapitein Schmidt stond op en wees erop dat als het hoofddoel niet kon worden gebombardeerd, zij een aanval zouden moeten ondernemen op een militair object in Duitsland. Om half acht werd de briefing beŽindigd en na een minuut of tien begaven de mannen zich naar de buiten gereed staande vrachtwagens. Het was bitter koud. Een sneeuwstorm joeg de mannen snel de vrachtwagens in. Voor de vrouwelijke chauffeurs was ditmaal geen aandacht. Iedereen was in gedachten al met zijn taken bezig.
Kapitein Schmidt was blij dat hij een paar dagen geleden zijn boordschutters er nog eens op had gewezen hoe belangrijk het is je mitrailleurs vetvrij te houden. Het kleinste spatje vet kan in de extreme koude op vijf kilometer hoogte je mitrailleur doen stokken of zelfs geheel uitschakelen. En jongens, had hij gezegd, als de Duitse jagers je aanvallen wil je er niet als een lame duck bij zitten. Na afloop moet je je mitrailleur wel helemaal schoonpoetsen, want er heeft zich dan een roodbruine film van roest op vastgezet.
Na een hobbelige tocht waren alle vrachtwagens bij de vliegtuigen aangekomen en iedereen ging snel naar zijn eigen plaats toe. Allemaal trokken zij hun gevechtspak aan en verbonden die aan de contactdozen in de wand van het vliegtuig. Na enige tijd begonnen de pakken warm te worden en begon iedereen aan zijn eigen bezigheden.
Kapitein Schmidt begon met zijn piloot, eerste luitenant Oliver Henderson, aan het doornemen van de checklist. Het was monotoon werk, maar belangrijk om alle onderdelen na te gaan. Om ongeveer negen uur of in de code van die dag: nul uur minus 160, hadden ze de lijst doorgenomen en zouden ze kunnen vertrekken. Nu begon het vervelende wachten op vertrek. Al had je een flink aantal vluchten achter de rug, de vlinders in je buik bleven, elke keer weer.
Om nul uur minus 150 ging de Ball of Fire van start, ook wel You cawn' t miss it genoemd, een vliegtuig in felle kleuren geel, wit en bruin. Wegens het slechte zicht schoot het om de twee minuten gele lichtkogels af. Om nul uur minus 140 (9 uur 20) was het de beurt voor kapitein Schmidt als lead plane om te starten. Het zware B24 toestel, door de bemanningen van de derde divisie met hun lichtere B17 'ers , geringschattend pregnant cow genoemd, klom langzaam omhoog in de ijskoude wolken. 
De startfrequentie van deze dag was een vliegtuig per minuut. Alle vliegers van zijn groep moesten op hun instrumenten koersen zonder iets te zien. Van zijn radio-operateur Jack Thurman kreeg Schmidt al spoedig te horen dat er allerlei tegenslagen waren die vele vliegtuigen verhinderden in formatie te komen. Zo bleken vele schoenwanddozen van de koepel- en staartschutters nauwelijks of niet te werken. Omdat van deze mannen bij temperaturen van een veertig graden Celsius onder nul de voeten zouden afvriezen, konden vele toestellen niet opstijgen. Daarnaast weigerde ook een aantal compressoren van sommige motoren dienst. Maar het ergste was wel dat de bewolking tot een zeven kilometer hoogte dicht bleef. Normaal werd de lucht boven de wolken helder op vier kilometer hoogte.
Dan kon de formatie op een vijf kilometer hoogte plaatsvinden. Nu liep de procedure mis, vele toestellen konden elkaar niet vinden en braken hun missie af. Van het oorspronkelijk aantal van 252 toestellen van de tweede luchtmachtdivisie stegen er 177 op. Slechts 74 daarvan wisten boven het derde radiobaken op Engels grondgebied in formatie te komen.

Tegenslagen komen zelden alleen. Op deze trieste dinsdag vielen de Duitse jagers voor het eerst in de geschiedenis van deze oorlog de Amerikaanse bommenwerpers al aan terwijl zij zich nog boven Engeland en de Noordzee bevonden. De beschermende jagers zouden gewoontegetrouw pas boven Nederland komen opdagen. Gelukkig konden vele bommenwerpers met hun goed functionerende boordwapens de Duitsers op afstand houden, maar toch gingen enkele toestellen verloren.
Voor Schmidt waren alle tegenslagen reden om in een radiobericht aan alle groepsleiders te melden dat hij een twintig kilometer voorbij de Nederlandse kust zou beslissen of de aanval zou doorgaan of niet. Onderwijl werd de kust gepasseerd en plotseling verdween de bewolking. De Amerikanen zagen Nederland als op een landkaart onder zich liggen. De animo om door te vliegen nam toe. Nu zou het deze dag toch nog iets worden. 
Een paar minuten later, om 12.25 uur, meldt de plaatsvervangend formatieleider Martin echter dat hij een codebericht heeft ontvangen van het hoofdkwartier waarin een terugkeer van alle vliegtuigen, een recall, wordt bevolen. Deze boodschap wordt met ongeloof ontvangen omdat het weer juist ongewoon mooi is geworden en het zicht uitstekend is. Wat men in de vliegtuigen niet weet is dat in Engeland inlichtingen zijn ontvangen dat de lucht boven Gotha totaal dicht zit en dat de missie moet worden afgebroken.

Nu gaat de volgende tegenslag zijn werk doen. Alle berichten van het hoofdkwartier moeten om veiligheidsredenen worden geverifieerd. Kapitein Schmidt houdt zich als formatieleider aan deze instructie en vraagt om verificatie bij het hoofdkwartier. Dit is nodig omdat de Duitsers vaak valse berichten naar de Amerikaanse vliegtuigen proberen te versturen. Het verifiŽren van de recall is echter niet mogelijk. Voor deze missie is een nieuw apparaat geÔnstalleerd dat de Duitse radar stoort maar ook effect lijkt te hebben op de radioverbindingen tussen de Amerikaanse vliegtuigen onderling. Maar de belangrijkste oorzaak van het falen van de verbindingen met het hoofdkwartier is het feit dat in een van de toestellen van de formatie de zendsleutel steeds op zenden staat en dit de andere toestellen in de omgeving verhindert contact te krijgen met de eigen basis. Pas als kapitein Schmidt al zestig kilometer op Duits gebied is doorgedrongen, verneemt hij van Martin dat die er eindelijk in is geslaagd om verbinding met het hoofdkwartier te maken en dat de recall wordt bevestigd. Bijna alle bombardementsgroepen zijn Schmidt braaf gevolgd en krijgen van hem om ťťn uur in de middag nu ook het sein om om te keren. Andere groepen zijn echter al eerder uit de formatie verdwenen omdat zij de recall op eigen gelegenheid hebben vernomen en daaraan gevolg geven.
Omdat de formatie van de tweede divisie nu is verbroken, zijn de groepen vliegtuigen kwetsbaar geworden. Enerzijds moeten ze zich verdedigen tegen aanvallende Duitse jagers, anderzijds moeten ze scherp opletten dat ze niet in elkaars vaarwater komen. Hierdoor ontstaat een ongelooflijke wanorde in de lucht boven het Duits-Nederlandse grensgebied. De volgstations in Engeland houden de vliegbewegingen wel in de gaten, maar moeten vrij snel wanhopig zijn geworden. Op de bijgehouden kaarten is een wirwar van lijnen te zien die elkaar kruisende bommenwerpers en aanvallende en verdedigende jagers voorstellen. 

Wanneer een toestel naar Engeland terugkeerde door een recall werd zo'n actie niet aangerekend als een gevlogen missie. Omdat bemanningsleden vijfentwintig missies moesten volmaken voordat zij werden afgelost en een rustperiode verdienden, gingen de bommenwerpersgroepen op zoek naar een aanvaardbaar nieuw doel.
In de ontstane chaos wisten de meeste geen geschikt doel te vinden en gingen via het afgesproken punt (het eiland Schouwen) en de drie radiobakens terug naar hun vliegvelden in Engeland. 

Deventer

In de omgeving van Deventer ontstond wanorde omdat toestellen van ťťn van de bombardementsgroepen daar kriskras door elkaar vlogen. Van 13.17 tot 13.30 uur vlogen zij rondom Deventer en sommige vliegtuigen lieten een gedeelte van hun bommen vallen. Gelukkig kwamen die in de weilanden terecht. Een boerderij werd getroffen waarbij de boerin en veel vee omkwam. Hoe weinig de piloten wisten waar zij zich bevonden, blijkt uit hun rapporten: als afwerpdoelen werden genoemd Borken, Coesfeld, Olst, Bielefeld en Steinfurt, waarvan alleen Olst een beetje in de buurt van Deventer ligt maar de andere plaatsen in Duitsland op tientallen kilometers van Deventer!

Enschedť

Een andere groep was direct na de recall naar het noorden gevlogen. Boven Haaksbergen meenden zij Duelmen te herkennen. In de verte zagen zij een stad die Muenster moest zijn. Dat was echter Enschedť ... Op modelwijze kwamen zij op de stad af. Ooggetuigen zagen een lichtkogel worden afgevuurd en renden meteen naar binnen om dekking te zoeken. De snelle reactie van de bewoners heeft honderden levens gered. Zij hadden ervaring met vergissingsbombardementen. Op zondag 10 oktober 1943 waren zij al bij vergissing gebombardeerd waarbij ruim honderdvijftig doden te betreuren waren. Nu werden 362 clusterbommen - in totaal 39820 brandbommen van twee kilo elk - en 5 brisantbommen afgeworpen. De gevolgen waren afschuwelijk. In grote delen van de stad vrat het infernale vuur zich door hele straten heen. Verderop door de fabrieken en werkplaatsen van de textiel- en confectie-industrie die praktisch werden weggevaagd. In een lange rij werden vervolgens twee kerken, drie scholen, kantoren en bibliotheken verwoest. Door de kolossale rookontwikkeling van de honderden branden werd de zon verduisterd. Spontaan sloegen de vlammen uit de straatstenen, 
vertelt een ooggetuige. Door de alerte reactie van de bewoners en vele staaltjes van heldenmoed van burgers onderling is het aantal doden beperkt gebleven tot 40.

Arnhem

Ook de groep van Schmidt en Henderson boog naar het noorden af. Boven Winterswijk maakten zij zich op voor een aanval op Bocholt in Duitsland. Op dat moment kruiste een andere formatie hun koers en moesten zij uitwijken naar rechts. Hun bedoeling was nu een grote cirkel te maken om weer op het oorspronkelijke doel uit te komen. Op de hoogte van zes kilometer woei een harde wind waardoor de groep naar het westen werd gedreven. Zo kwamen zij weer op Nederlands gebied. Schmidt en Henderson dachten dat zij zich nog boven Duitsland bevonden en gingen weer op zoek naar een geschikt doel. Om kwart over ťťn zien zij een stad aan een rivier waarover bruggen liggen en besluiten tot de aanval. Op dat moment worden zij gehinderd door de formatie die boven Deventer (want dat is de door hen aan te vallen stad...) in wanorde vliegt en besluiten hun aanval af te blazen en hun cirkel af te maken en dan naar huis te gaan.
Toen zij hun cirkel bijna hadden voltooid, zagen zij weer een stad met bruggen en opslagplaatsen liggen. Schmidt gaf ťťn sectie van zijn groep opdracht de stad aan te vallen. De twaalf bommenwerpers wierpen in een haastige en slordige actie 144 brisantbommen af. Een woonwijk, de gasfabriek en een industrieterrein van Arnhem kregen de volle laag. Gelukkig viel ook een aantal bommen in de Rijn en misten een pontje dat midden op de Rijn voer. De grote brug over de Rijn die in de strijd van mei 1940 was opgeblazen, was nog niet geheel hersteld. Pas een half jaar later was dat het geval... In Arnhem waren 57 doden te betreuren.

Nijmegen

Met zijn eigen sectie vloog kapitein Schmidt in een grote boog naar het zuidoosten. Twee achterblijvers van een andere groep hadden zich bij hem aangesloten. Weer zagen Schmidt en Henderson een stad liggen met een grote brug en verderop een groot spoorwegemplacement. Een goed doel en direct besloten zij tot de aanval. Een haarscherpe foto van de aanvalsleider boven de Ooypolder registreert de eerste serie brisantbommen op weg naar Nijmegen en maakt aan alle discussie een einde dat het geen gerichte actie zou zijn geweest. De doelen mogen dan per vergissing gekozen zijn, de acties op Enschedť, Arnhem en Nijmegen waren heel doelgericht. Midden door de foto slingert zich de Ooyersdijk. De grote steenfabriek aan de Waal is duidelijk zichtbaar. Bovenaan ligt de grote Waalbrug. De afstand tot Nijmegen is op dat moment vier kilometer (op vijf kilometer hoogte). Er is geen afweergeschut dat vuurt. Een tekening van bommenrichter Mc Carty verduidelijkt dat vooral zes factoren meespelen in de bomaanval: "groundspeed, drift (due to wind), dropping angle, altitude, temperature and aerodynamics of the bomb ". Met deze ingebrachte gegevens volgt piloot Henderson bij het bombardement op het grote rangeerterrein de aanwijzingen van zijn - op de situatie van Gotha afgestelde - richtvizier.

Een andere foto is ook onthullend. Twee grote bombardeerplaatsen zijn te onderscheiden: de binnenstad (door de 144 brisantbommen van de sectieformatie) en het station en rangeerterreinen (door de 426 splinterbommen van de twee achterblijvers) die het afwerpcommando van de aanvalsleider opvolgden, maar naar mijn overtuiging een paar seconden later dan de sectieformatie. Volgens vele burgers en ook volgens officiŽle instanties is nog een aparte groep laagvliegende jachtbommenwerpers bij het bombardement betrokken. Hierover wordt geheimzinnig gedaan. Waarschijnlijk was dit een groep Marauders die als een soort vrije jongens boven West-Europa vlogen en bepaalde opdrachten kregen en ook in sommige gevallen hand- en spandiensten verleenden. Zij zouden in dit geval Kelfkensbos en omgeving met splinterbommen hebben bestookt. De splinterbommen van de twee achterblijvers bereiken, anders dan de brisantbommen van de formatie, het rangeerterrein wel en ontploffen vooral op het Nijmeegse stationsplein, waarbij onder de daar aanwezige burgers vele doden en zwaargewonden vallen. Het karakteristieke stationsgebouw gaat in vlammen op. De bij de treinreizigers bekende kiosk midden op het plein wordt door een voltreffer weggevaagd. Een tram en een bus worden doorzeefd evenals een trein op het station.

In de Nijmeegse binnenstad trekt de brisantbommenregen een wijd spoor: Sint Jorisstraat, Burchtstraat, Grote Markt, Grote Kerk met de befaamde Sint Stevenstoren, de straten daaromheen en erachter met vooral de Stikke Hezelstraat en de Smetiusstraat als triest culminatiepunt van vernieling. De in de route liggende Ignatiuskerk, Dominikanenkerk, Canisiuskerk, Augustijnenkerk en de Sint Franciscuskerk liggen in puin. Warenhuizen, hotels en vele scholen - vaak samen met leerlingen en onderwijzeressen - waren vernield. Ontelbare branden stuwden rook en stofwolken door de getroffen ruimtes.
De hulpverlening had het heel moeilijk. Het telefoonnet was geblokkeerd. De hoofdwaterleidingbuis was geraakt zodat er geen voldoende bluswater in de binnenstad was. Verder waren er veel te weinig auto's beschikbaar door de invorderingsmaatregelen van de Duitsers. Juist daarom moet men grote bewondering hebben voor de Luchtbeschermingsdienst, het Rode Kruis, brandweer en politie die een week achtereen met de hulp van honderden burgers in touw zijn geweest om -letterlijk- te redden wat er te redden was.
In zijn boek de Fatale Aanval vermeldt Alfons Brinkhuis vele feiten die voor mij bron van inspiratie zijn geweest voor mijn verhaal van deze dag. Ook voert hij een aantal ooggetuigen op van wie een jongeman mij met zijn levendig verslag in het bijzonder trof. Net als ik had hij de zwaarste bombardementen op Vlissingen meegemaakt en net als ik was hij bij familie in een veiliger oord ondergebracht. Zo woonde hij tijdelijk bij zijn oom en tante en ging hij in Nijmegen op school, bij de Klokkenberg in de Snijderstraat.

BINNENSTAD
In de middagpauze was hij naar het huis van zijn oom en tante gegaan. Om 12.14 uur had de sirene luchtalarm gegeven. Zoals zovelen had hij de enorme formaties blinkende vliegtuigen gezien die op weg waren naar Duitsland. Om half ťťn had zijn tante het eten op tafel gezet en hadden ze gegeten. Pas om 13.16 uur klonk het sein veilig en ging hij terug naar school. Tien minuten later was hij op het Keizer Karelplein. Hij hoorde een zwaar geronk aankomen. Uit zijn Vlissingse ervaring wist hij dat dan de bommen al onderweg konden zijn en hij sprintte naar restaurant Germania waar hij het tegelpad opliep naar de fietsenstalling. Hij kreeg een enorme duw in zijn rug zodat hij daar halsoverkop temidden van een glasregen naar binnen werd geblazen. In de stalling stonden al een paar mensen.
Direct daarna hoorde hij een paar zware explosies. Het werd stil en na een paar minuten wilde hij naar buiten. Een Duitse officier wilde hem tegenhouden, maar hij ontglipte hem en liep snel het plein weer op. Alles was donker door rook en stof. Hij kende zijn route goed en liep de duistere Molenstraat af. Op de kruising met de Ziekerstraat was een geweldige krater in de weg geslagen. Voorzichtig liep hij eromheen. Bij de Korte Molenstraat was het moeilijk lopen omdat overal luiken van de vele winkels over de straat verspreid lagen.
Ook schrok hij geweldig omdat overal naakte mensen op straat lagen. Toen hij goed keek, zag hij dat het etalagepoppen waren. Overal lag nu puin. Heel omzichtig moest hij klauteren en vooral het scherpe glas mijden dat gemeen tussen het puin lag. Hij liep de Broerstraat in en halverwege lagen tegen een muur zeven dode mensen van wie ťťn zijn hoed nog op had. Even verder schreeuwden twee winkelmeisjes over hun toeren naar hem dat er mensen onder het puin lagen en dat hij moest helpen. Maar de ingestorte panden stonden in lichterlaaie en hij probeerde hun uit te leggen dat er niets meer aan te doen was. De meisjes bleven tegen hem gillen en holden toen weg.
Hij liep nu snel door tot bij de Grote Markt. Daar werd alles nog veel erger. Sommige winkeliers waren in trance bezig van binnenuit glas uit hun etalages te slaan zonder op passanten te letten. Verder in de Broerstraat kwam een man van de luchtbescherming op hem af en zei dat hij naar binnen moest, maar hij rende snel door en schoot de Gapersgas in. Halverwege de steeg lag een pater in zwarte pij, stervende, met naast hem een priester in wit gewaad. Hij zag dat er een splinterbom ontploft was en keerde om naar de Grotestraat en rende via deze straat en de Muchterstraat naar de Snijderstraat en naar zijn school. Daar was een bom naar binnen geslagen. Een groot deel van het dak was weg. Het was er angstig stil. Over de puinhopen klauterde hij naar zijn klas en pakte zijn schooltas die onder het stof bij zijn lessenaar stond. Hij sloeg de tas schoon en liep snel de school uit. Hij liep door enkele straten met louter puin en gewonde mensen. Via de Ridderstraat en de Stokkumstraat kwam hij weer uit op de Burchtstraat. Onbeschrijflijke tonelen. Voor het eerst werd het de geharde jongeman te machtig. Rennende hulpverleners, handkarren met lijken, puin, glas, bloed, geschreeuw en ellende. Her en der lagen slachtoffers op straat. Het leek hem of er geen eind aan kwam. Het viel hem op dat de helpers snel en efficiŽnt werkten. Verder op de Voerweg lagen twee dode meisjes, onderwijzeressen in opleiding van zijn eigen school, aan de kant van de weg, beiden met hun schaatsen nog om de nek.

STATION EN STATIONSPLEIN
Aan de andere kant van de stad zag het seinwachtershuisje op het tweede perron van het station er in de stralende zonneschijn uit als een versterkt vogelnest. Een paar maanden daarvoor was het gebouwtje extra beveiligd door zandzakken en oude spoorbielsen rond het huisje op te stapelen. Het zag er al met al solide uit en treindienstleider van Os was er dik tevreden mee. Om tien over twaalf had hij een bericht uit het hoofdkantoor van Utrecht gekregen dat hij het sein Lodewijk, een blauwgele vlag, moest uithangen. Dat was een waarschuwing voor machinisten en conducteurs dat er luchtgevaar was.
Van Os greep de microfoon van de omroepinstallatie: reizigers naar de schuilkelders en personeel melden voor luchtbeschermingstaken. Direct daarop, om 12.14 uur, gingen de sirenes van het luchtalarm loeien. Van Os gaf aan de seinposten in zijn gebied opdracht om alle treinen te stoppen. 
Pas om 13.16 uur kwam het sirenealarm, dat alles weer veilig was en van Os herriep het sein Lodewijk en riep alle reizigers uit de schuilkelders. De trein uit Arnhem, die om 13.10 uur in Nijmegen had moeten zijn, zette zich in beweging en zou ongeveer een half uur later bij het tweede perron arriveren. Op het eerste perron zuid stond de trein naar Arnhem, die om 13. 35 uur zou vertrekken, gereed. Vanuit zijn post kon van Os zien dat er zich al veel passagiers op het perron hadden verzameld om de trein in te gaan. Het was ongeveer tien minuten na het veiligsignaal. Plotseling hoorde hij een dof gerommel aankomen uit de richting van de binnenstad en in een reflex pakte hij de microfoon en schreeuwde: allen in de schuilkelders, luchtgevaar! Bijna direct daarop gilden de sirenes en gooide hij zich op de grond. Een geraas van explosies en vallende muren, daarna gillende mensen.
Hij krabbelde overeind en zag dat overal glassplinters en stukken hout lagen. Een bom had een krater vlak naast het seinhuisje geslagen, de zware bielsen stonden als rietjes verbogen omhoog. Hij keek naar het eerste perron en had de rare gedachte dat de trein dichterbij stond. Hij zag ook dat de trein in brand stond. Op het perron waren mensen bezig om overlevenden uit de trein te halen. Van een grote vrouw stonden de haren in brand die zij wanhopig met haar handtasje probeerde te doven.
Van Os dwong zich met kracht tot zijn plicht en riep door de microfoon alle personeel naar het eerste perron. Tot zijn verbazing deed de telefoon het ook nog en hij belde Utrecht dat Nijmegen was gebombardeerd en dat geen trein meer naar Nijmegen mocht komen. Op dat moment kwam de vertraagde trein uit Arnhem binnen op het tweede perron. Door de omroepinstallatie riep hij allen naar het eerste perron om te helpen. Een dokter meldde zich bij hem en hij liep met hem naar de tunnel tussen het tweede en eerste perron. De dokter besloot direct dat de tunnel eerste opvang van de lichtgewonden moest worden en dat mensen met brandwonden en zwaargewonden zo snel mogelijk naar de ziekenhuizen moesten worden vervoerd. Een hulpverlener vertelde van Os dat in de kapotgeschoten en brandende trein vele doden en zwaargewonden lagen. Ook was de trein door de explosies ruim een halve meter verder dan normaal van het perron verwijderd. Vele ongedeerde en lichtgewonde passagiers hadden zich door de deels kapotte ramen op het perron willen laten vallen, maar waren meer gewond geraakt door de diepere val die zij maakten.

Nadat haar verpleegstersdienst van die ochtend erop zat, was Clara na het veiligsignaal snel naar het stationsplein gelopen om de tram naar de binnenstad te nemen. Uit ervaring wist zij dat die altijd propvol zat omdat de winkels in Nijmegen dinsdagochtend gesloten waren en om half twee opengingen. Om vijf minuten voor half twee bereikte zij het tramperronnetje op het plein en zag al veel mensen en ook Duitse soldaten met verlof om de stad in te gaan, in en rondom het dubbele tramstel van lijn een, dat om half twee zou vertrekken. Vlug dook zij de achterste tram in en ging op een nog niet bezette plaats aan het rechterraam zitten. Aan de binnenkant naast haar kwam een puffende dikke man neerploffen. Bijna op datzelfde moment gingen de sirenes en was het of de wereld verging. Donderend geraas, de tram schudde , de planken van het middendeel van de tram begaven het en de man naast haar gleed met stoel en al links in een diepe goot die zich met een rode bloedstroom zou vullen. Haar stoel begon ook te glijden en zij greep zich vast aan de raamsluitingen en probeerde uit alle macht op de metalen rand die onderaan het raam vastzit in evenwicht te blijven. Het lukte haar zich over de onderste raamsponning naar buiten te werken en zich op goed geluk te laten vallen. 
Zij kwam terecht op een paar reutelende Duitse soldaten. Tegen de tram en op de treeplank lagen dode mensen. Achter de tram langs zag zij dat de kiosk annex tramwachtkamer met alles en iedereen in een gapende krater links van de tram was verdwenen. De passagiers aan de linkerramen zaten stil en dood voorovergezakt. Door de enorme luchtdruk waren hun longen bezweken. Anderen waren doorzeefd door de splinterbommem. Geschokt keek zij naar rechts en zag dat de lantaarnpaal daar scheef weggezakt stond en dat een Duitse soldaat zich daaraan met zijn rechterarm vasthield. Toen pas zag zij dat hij zich met moeite op twee bloederige beenstompen overeind hield. Hilfe Mutti riep hij steeds maar weer. Op het snel donker wordende plein zag zij een hulpverlener en wees hem de man aan. Meer kon ze niet doen. Ze voelde zich heel leeg. Ze wist nog maar een ding: naar huis, naar huis.

Zoals zoveel moeders in Nijmegen die middag, keek moeder Vuijsters met afgrijzen naar de zwartrode gloed die boven de binnenstad hing. Tot in de avond hield een angstige spanning om haar man en dochters haar in de greep. Haar man werkte op het stadhuis aan de Burchtstraat. Temidden van een bommenregen was hij wonder boven wonder ongedeerd gebleven. Haar dochter Inez zat in de tram richting binnenstad toen een halte daarvan verwijderd, de sirenes klonken. Zij vluchtte naar kennissen bij het Hunnerpark en bracht het er zo goed vanaf. Maar haar geluk was pas compleet toen Clara in een bloedrood gekleurde winterjas , die vroeger beige was geweest, het huis binnen strompelde. Zij was de enige ongedeerd gebleven passagier van de trams van lijn een op het stationsplein.

Heel anders zou de dag voor Margareta verlopen. Om vijf voor twaalf had de baas van het kantoor in de binnenstad, waar zij werkte, haar bij zich geroepen en haar gevraagd twee brieven naar een firma aan het Stationsplein te brengen. Tijdens haar wandeling in de stralende zon had zij nog wat nagemijmerd over haar verjaardag van gisteren. 22 jaar was zij geworden. Knap maar wat langer dan het gemiddelde en daardoor was het in oorlogstijd extra moeilijk om goed schoeisel in maat 42 te vinden. Daarom was zij haar vader zo intens dankbaar dat zij op maandagochtend bij het ontbijt prachtige schoenen van hem had gekregen. Door een bevriende schoenmaker had hij uit een oude aktetas twee schoenen laten maken. De schoenen hadden een halfhoge hak, waren steenrood gekleurd en met een zwart bandje over de wreef. Het mooiste vond zij dat de drukknoopjes op de wreefbandjes dezelfde kleur hadden als de schoenen. Door het gebrek aan textiel waren de jurkjes altijd kort. Op deze dinsdagmiddag was het enkele graden boven nul. Maar in haar warme wintermantel met leren handschoenen van voor de oorlog had zij het niet koud vooral omdat de stevige Oostenwind haar als het ware voortdreef naar het plein. En met haar nieuwe schoenen voelde zij zich de koningin te rijk. Om tien over twaalf ging zij het kantoor vlakbij het station binnen en gaf de brieven af aan de boekhouder van de firma die bevriend was met haar eigen baas. Net op het moment dat hij haar bedankte, ging het luchtalarm loeien.
Hij nodigde haar uit voor de lunch, wat een mooi woord was voor een kopje surrogaatthee en een paar lekkere boterhammen met appelstroop. Zij vertelde uitvoerig over het gezellige verjaarsfeest, dat zij de avond tevoren met haar ouders, haar vier broers en eigen vrienden en vriendinnen had gehad. Er was gezongen en ze hadden kaartspelletjes gedaan. De ramen waren wel verduisterd maar de vele waxinelichtjes hadden een feeŽrieke uitstraling gehad. Een heerlijke herinnering!
Het potkacheltje in het bureau verspreidde een zalige behaaglijkheid. De man bood haar een tweede kopje surrogaatthee aan dat zij gretig aannam. Natuurlijk kwam het verloop van de oorlog ook ter sprake. Hij meende dat een invasie in het Westen wel gauw moest komen, nu de Russen in het Oosten duidelijk de overhand leken te krijgen. Zij was het met hem eens. 
Pas om zestien minuten over een kwam het veiligsignaal. Margareta nam snel afscheid want zij wilde naar haar kantoor terug. Zij overwoog de tram naar de binnenstad te nemen. Op weg ernaar toe liep zij bij de kiosk langs en kocht een reep van surrogaatchocolade. Meneer Vilee die zij vaag kende, bedankte zij met een glimlach. Zij liep om het gebouwtje heen en keek naar het tramstel. Het was er al druk en de tram zou pas om half twee vertrekken. Bovendien waren er veel Duitse soldaten. Zij besloot snel naar kantoor te lopen. Bij het Oranjehotel stopte een auto met Duitse officieren die haar nadrukkelijk aankeken. Met afkeer liep zij gauw de Spoorstraat in. Zij had nauwelijks vijftig meter gelopen, toen zij vlak voor zich bommenwerpers zag naderen. Zoals zij geleerd had , liet zij zich pardoes op straat vallen, sloeg haar armen om haar hoofd en drukte de duimen in haar oren. Zij hoorde een zwaar gerommel dat overging in een hevige hagelbui. Zij had het gevoel of de grond begon te golven. Zij werd opgenomen en weggesmeten waarbij zij het bewustzijn even verloor. Toen werd zij weer wakker en krabbelde overeind. Zij merkte dat haar linkerschoen was verdwenen. Zij zocht even maar die schoen was in geen velden of wegen te bekennen. Verschrikt begon zij snel naar de binnenstad te rennen. Toen zij enkele tientallen meters had gelopen, bleef zij uitgeput staan. Tot haar verbijstering zag zij dat zij weer op het stationsplein was. Zij hoorde gekerm en gegil van mensen en zag dat het Oranjehotel en ook het Victoriahotel in lichterlaaie stonden. Er waren al mannen van de luchtbescherming bezig. Even later kwam de brandweer. Achter zich zag zij grote stofwolken vanuit de binnenstad komen. Soms hadden ze een zwarte kern, afdruk van een voltreffer. Het werd donker op het plein. Een van de hulpverleners kwam met een grote zaklantaarn aan op haar toegelopen en vroeg haar of zij mee wilde helpen om gewonden te zoeken. Zonder haar reactie af te wachten, duwde hij een kleine zaklantaarn, die een goed licht gaf, in haar handen en ook een paar wollen handschoenen zonder vingers. Daarmee kunt u goed werken, mevrouw. We gaan alleen gewonden zoeken. De doden lopen niet weg. Margareta stopte haar leren handschoenen in haar mantelzakken en zo begon haar zoektocht die middag. Een bakker kwam doodgemoedereerd met paard en wagen het plein oprijden en begon aan zijn wijk. Huizen die ingestort waren, sloeg hij over. Margareta liep op hem toe en vroeg of hij zijn wagen beschikbaar wilde stellen voor gewondenvervoer. Maar mevrouw, antwoordde hij verwijtend, ik moet mijn klanten toch bedienen. De harde stem van een van de hulpverleners bracht hem pas tot de werkelijkheid terug en hij zou een paar uur lang een welkom transport naar de ziekenhuizen verzorgen. Pas op het eind van de middag riep iemand haar toe dat zij een schoen was verloren. Tot dan had zij er niets meer van gemerkt, maar nu voelde zij de pijn. Zij reed een eind met de bakker mee naar huis. Haar moeder was overgelukkig haar weer terug te zien.

Voorzover warm water aanwezig was, vulden de moeders van Nijmegen die avond de badkuip voor hun verfomfaaide dochters. Het lauwe water bracht een bevrijdende loomheid in hun lichaam en wat vrede in hun geest.

DE NASLEEP 

voor Nijmegen

Omwonenden bij de Waalbrug moeten nog jarenlang de herinnering met zich mee hebben gedragen aan het dagenlang voortdurende geratel van de wielen van de houten karren die vanuit het station Lent over de brug via de Sint Canisiussingel, de Oranjesingel en het Keizer Karelplein naar de Graafseweg reden. Houten karren met lijkkisten uit allerlei gemeenten. Houten karren met bedrukt kijkende mensen die op zoek gingen naar vermiste familieleden. Overigens was een vrachtauto van de gemeente Deventer de eerste die al diezelfde dinsdagmiddag met zeventien kisten Nijmegen bereikte, zonder het flauwste vermoeden dat Deventer een paar uur eerder aan een zwaar bombardement was ontsnapt. In het veilinggebouw werden in de grote hal de honderden doden binnengebracht ter identificatie. Dag en nacht werd hier gewerkt. Om de hulpverleners op de been te houden werden zo nu en dan kleine glaasjes jenever uitgedeeld omdat het door de stank en de gruwelijke beelden anders niet uit te houden was.

Hier kwamen ook de zoekende familieleden binnen om te proberen uit te zoeken of zij hun vermisten konden identificeren. Het zal nooit duidelijk worden hoeveel slachtoffers het bombardement heeft gekost. Waarschijnlijk rond de 880 doden. Twee redenen zijn er waardoor dat nooit geheel zeker zal zijn: familieleden namen hun doden met zich terug om die in eigen dorp of stad te begraven, en men kwam er al snel achter dat door de verschrompeling van de verbrande lijken soms niet viel uit te maken of sprake was van ťťn of twee doden. Zo werden de negentien slachtoffers van modezaak Haspels over zeven kisten verdeeld.
De Nijmeegse ziekenhuizen waren natuurlijk niet voorbereid op een toevloed van duizenden gewonden. Daarom werden zeventien hulpposten ingericht, waarvan de belangrijkste waren het gebouw van de Twentse Bank en de grote hal van het ertegenover liggende Luxortheater. Er ontstond al snel een voortreffelijke coŲrdinatie tussen artsen van de eigen en omliggende gemeenten, de Geneeskundige Dienst, het Rode Kruis, EHBO en Luchtbeschermingsdienst. Ziekenhuizen in andere steden werden benaderd voor bloed, morfine, verbandmiddelen, medicijnen en noodbedden. Ook de brandweer kampte met vele problemen. Door hulp van achttien gemeenten waren snel 664 brandweerlieden aanwezig met 72 voertuigen en met slangen met een lengte van bijna twintig kilometer. Drie grote autospuiten zogen water uit de Waal en aanjagers zorgden voor het verdelen over het slangennet. Verder werd water uit vijvers gebruikt om het tekort van het eigen onklaar geraakte waternet op te vangen. Daardoor kon al woensdagmiddag het sein "brand meester" worden gegeven. Overal in de stad lagen elektriciteitsleidingen bloot. Het elektriciteitsbedrijf werkte letterlijk onder hoogspanning om alles zo vlug mogelijk gerepareerd te krijgen.

Het was bijna een wonder dat men in het in die tijd sterk verdeelde Nijmegen erin slaagde overeenstemming te bereiken over een massabegrafenis van de niet-geÔdentificeerde en niet afgehaalde lichamen. Een compromis werd bereikt dat de bijzetting zou plaatsvinden op de Algemene Begraafplaats aan de Graafseweg. Op zaterdagmiddag 26 februari vindt de massabegrafenis plaats. Met een lijkkoets waarin het lichaam van een der onbekende doden ligt, wordt vanaf het Keizer Karelplein naar de Graafseweg gereden. Het gebeuren maakt grote indruk. 

In doodse stilte staan de mensen rijen dik langs de kant van de weg. Men weet te voorkomen dat de gebeurtenis een propagandafeest voor de Duitsers wordt. Met sobere toespraken wordt de tragiek van 22 februari onderstreept. In totaal 500 doden worden bijgezet. Onbevredigend is dat er op de Algemene Begraafplaats nog steeds geen waardig herdenkingsmonument staat.

DE NASLEEP

voor de Amerikanen 


Een Nederlander, die in Londen zowel met de RAF als met de Amerikanen op hoog niveau contact had, was woensdagochtend 23 februari op zijn kantoor in het Air Ministry toen hij door een RAF-officier een aantal foto's in zijn hand gedrukt kreeg. Daarop waren bombardementen te zien die de Amerikanen de vorige dag hadden uitgevoerd. Hij zag dat het Enschedť, Arnhem en Nijmegen betrof en belde direct zijn contactpersoon bij de Achtste Luchtmacht. Hij vroeg deze luchtmachtkolonel, die de foto's ook had gekregen maar nog niet had bestudeerd, of de bemanningen met het heldere zicht en de duidelijk te herkennen rivieren IJssel, Rijn en Waal, eigenlijk nog wel wisten wat zij deden. De kolonel beloofde zijn superieuren direct in te lichten. Zo begon daar op divisieniveau het balletje te rollen. De Amerikanen namen de zaak terecht hoog op en de 23e februari werd besteed aan het verhoren van alle betrokken bemanningsleden en briefingofficieren. Allen moesten een schriftelijke verklaring opstellen en op grond daarvan kregen ruim 200 een schriftelijke reprimande in hun persoonlijke dossier. De luchtmacht scherpte de instructies aan. Alleen op 1 april 1944 vond nog een vergissingsbombardement plaats toen de stad Schaffhausen in Zwitserland (!) werd aangevallen.

Hoe was het overigens de 3e luchtmachtdivisie vergaan? Onder leiding van Curtis LeMay, de uitvinder van de Combat Box himself, was zijn divisie van 333 vliegtuigen op weg gegaan naar Duitsland en had na de recall van 12.25 uur direct een korte bocht gemaakt naar de zuidelijke zoom van de Veluwe.
Vandaar was men in formatie bij het eiland Schouwen aangekomen en had koers gezet naar het derde radiobaken waar de divisie zich in wings had verdeeld. Vervolgens hadden de wings zich boven het tweede radiobaken in groepen opgesplitst en deze groepen boven het eerste baken in secties die elk hun eigen weg naar hun respectieve vliegvelden hadden vervolgd. Er waren ongelukken gebeurd en er waren twee toestellen door toedoen van Duitse jagers verloren gegaan, maar men had de discipline bewaard en zijn bommen mee thuis gebracht.
De 23e februari was, zoals gezegd, door de luchtmacht gebruikt voor de verhoren van diegenen die bij de vergissingsbombardementen betrokken waren maar op de 24e februari had het grootste deel van de derde divisie en enkele onderdelen van de tweede wederom koers gezet naar Gotha. Het vliegweer was goed, de missie ging vlekkeloos en de Messerschmitt-fabrieken werden totaal vernield. De Big Week had uiteindelijk succes opgeleverd. De ruggengraat van de Duitse luchtmacht was gebroken. Boven West-Europa verschenen steeds minder Duitse jagers. De RAF kon nu ook overdag bombardementsvluchten uitvoeren. De enkele Duitse vliegtuigen konden niets ontdekken van de enorme voorbereidingen van de grootste invasie ooit. Op de invasiedag zelf vlogen enkele Duitse jagers rond tegenover de 10.000 vliegtuigen die het gevormde bruggenhoofd tot een succes maakten door de aanvoerlijnen van de Duitsers consequent en succesvol te bestoken en te vernietigen. Op een gegeven moment had men zoveel materieel en personeel in het bruggenhoofd samengebald dat een uitbraak mogelijk werd en de Blitzkrieg zich in omgekeerde richting voltrok.
Nog geen zeven maanden na het verwoestende bombardement zouden er Amerikanen en Britten in Nijmegen zijn.

Oktober 2008

Waddinxveen , Nederland
Frans Jaeger .
pans.frans@wanadoo.nl
mr.F.M.Jaeger

Reactiepagina
Reactie 1:

Everdina Mom, 29-06-2016: Thank You Mr. F.M. Jaeger for that gripping account of Feb. 22, 1944 in Nijmegen. I was 3 years old in de van Welderenstraat with my family celebrating my Mother Hendrika Mom's 29th Verjaardag. I remember that day for the rest of my life. When I was 9, the Anthonius Mom family immigrated to the USA in Detroit. My 3rd grade Dutch was enough for me to read your article. We are so fortunate, as so many were not, to have survived that horrible day,
Hope this finds you in good health, thanks for your great contribution.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: