Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 126

19-09-1984

Uitvoering sociale wetten (3-4)

Buiten de vragen op pagina 1 van het aanmeldingsformulier worden op pagina 2 nog eens veertien vragen gesteld die betrekking hebben op het inkomen van de aanvrager en zijn eventuele levenspartner. U komt er pas achter waar de voetangels verborgen zijn, als u naast het toelichtingsformulier, ook de bijlage bekijkt waar de te betalen ziekenfondspremies op vermeld staan.

De hoofdvraag is, welk inkomen verwachten u en uw echtgenoot/echtgenote in de eerstkomende twaalf maanden uit, en nu komt het: 1. eigen bedrijf of beroep?; 2. voor andere te verrichten arbeid door uzelf of uw echtgenoot/echtgenote?; 3. pensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet?; 4. rente krachtens de Invaliditeitswet of Ongevallenwet?; 5. bedrijfs- of ondernemingspensioen?; buitenlandspensioen?; 6. lijfrente, VOV-rente?; 7. periodieke uitkering krachtens de Algemene Bijstandswet, waaronder niet begrepen de zogenaamde bijzondere bijstand?; 8. Onderverhuring?; 9. kostgangers (niet uit bedrijf)?; 10. vruchtgebruik (van zaken en/of goederen?; 11. vrije kost en inwoning?; 12. vrij wonen in een huis dat niet uw eigendom is?; 13. andere inkomsten en waar bestaan die uit?; 14. betaalt u alimentatie aan uw gewezen echtgenoot/echtgenote? U kunt dit bedrag in mindering brengen. 

Van al deze inkomsten moet u het bruto bedrag invullen! Alle 14 vragen worden op het gele toelichtingsformulier punt voor punt toegelicht. Wat de opgave van de bruto bedragen betreft, daar komt u wel weer achter als u de bijlage weer leest!

Onderaan deze tweede pagina staat een korte verklaring die u in kunt vullen indien u in het geheel geen vermogen bezit of in geld uitgedrukt niet meer bezit dan ƒ2500,-. Bezit u meer dan ƒ2500,- dan dient u de rubrieken C, D, E en F volledig in te vullen.
Gegevens over het vermogen, niet behorende tot het bedrijfs- of beroepsvermogen.
C. Wat zijn uw geldmiddelen: L contant geld; 2. totaaltegoed bij banken/spaarbanken; 3. totaaltegoed bij de giro; 4. niet rentedragende vorderingen. Nu moet u al deze bedragen optellen en dan mag u van het eindbedrag ƒ2500,- aftrekken. Nu zult u zich wel af gaan vragen wat daar de bedoeling van is?

Nou, dat zal ik u even haarfijn uitleggen. Van het resterende vermogen wordt 6% bij uw inkomen geteld, indien u tenminste gehuwd bent. Bent u niet gehuwd of gehuwd, maar u leeft duurzaam gescheiden, dan wordt er 8% van uw vermogen bij uw inkomsten geteld. Het maakt daarbij niets uit of u minder rente van uw spaartegoed ontvangt. Van uw totale inkomen moet u dan ziekenfondspremie betalen. Vindt u dat onrechtvaardig? Dat is het natuurlijk ook! Maar dacht u dat u zo maar ongestraft voor uw oude dag mocht sparen? Hoe komt u daarbij? De bejaarden worden door de overheid als melkkoe gebruikt, en niet anders. Nu is het zo, dat wij daar niet de huidige regering van premier Lubbers de schuld van moeten geven want dan zijn wij fout, want op het toelichtingsformulier staat het volgende:
Wat moet u onder inkomen verstaan? Opgemerkt werd reeds dat voor de beoordeling van de toelating tot de bejaardenverzekering en de indeling in een tariefgroep niet van de voor de belastingdienst geldende gegevens -denk aan het begrip: belastbaar inkomen - kan worden uitgegaan. De inkomensvaststelling luistert naar nauwkeurig omschreven wettelijke regels, welke zijn neergelegd in het eerder aangehaalde ministeriλle besluit van 7 januari 1966. Het ziekenfonds moet volgens dat besluit als maatstaf nemen de som van alle inkomsten, welke u en eventueel uw echtgenote gedurende het eerstkomende jaar (de eerste twaalf maanden vooruit) redelijkerwijs zullen genieten... Hieruit blijkt helder en duidelijk, dat het niet aan het ziekenfonds ligt maar dat zij gewoon uitvoeren wat hun is opgedragen.

Zoals uit het voorgaande blijkt, is de rente van uw spaartegoed bepalend voor uw bijdrage aan het ziekenfonds. Hanteert de belasting de regeling dat u ƒ750,- onbelast mag hebben, het ziekenfonds rekent anders. Voor het ziekenfonds mag u maar ƒ150,- rentevrij hebben. De rest van de rente wordt als inkomsten beschouwd.

De bejaardenverzekering is in vijf inkomensgroepen verdeeld, waarnaar u premie betaalt. Op de bijlage is het jaarinkomen vermeld met daarnaast de maandelijkse premie die u betalen moet.

Men heeft dat wellicht gedaan om het niet zo hard over te laten komen. Hieronder volgen deze opgaven, alleen heb ik de jaarbedragen in maandbedragen omgerekend.

Jaarinkomen Jaarpremie
ƒ19.164,64   ƒ445.80
ƒ19.680,64   ƒ889,20
ƒ20.185,64   ƒ1.331,40
ƒ21.828,64   ƒ1.773,60
ƒ23.685,80   ƒ2.659,80

Maandinkomen -premie
ƒ1.597,05           ƒ37,15
ƒ1.640,05           ƒ74,10
ƒ1.682,13           ƒ110,95
ƒ 21.828,64        ƒ147,80
ƒ23.685,50         ƒ221,65

Bovenstaande inkomensgroepen zijn samengesteld door de A.O.W. en eventuele pensioenen en/of andere uitkeringen.

De wettelijk vastgestelde A.O.W. is ƒ18.648,60 per maar ofwel ƒ1.554,05 per maand. Hiervan moet de A.O.W.-er ƒ37,15 ziekenfonds en ƒ70.- belasting betalen, zodat hij per maand ƒ1.446,90 overhoudt. 

Nu zult u wel denken; ja, maar er zijn toch ook A.O.W.-ers die er een pensioen(tje) bij hebben, die zijn toch veel beter af? Ja, dat dacht u maar, leest u maar eens verder. 

De heer J. v. E. krijgt bij zijn A.O.W. een pensioentje van ƒ117,52 plus van de Raad van Arbeid een uitkering van ƒ18,64, over de voor hem opgeplakte rentezegels. Dat is bij elkaar ƒ136,16, waardoor hij in de vierde groep van de ziekenfondspremie valt. Hij betaalt nu over zijn maandinkomen van ƒ1.690,21 ƒ147,80 ziekenfonds en ƒ93,10 belasting. Dus houdt hij ƒ1.449,31 per maand over. Dat is zegge en schrijven ƒ2,41 meer dan een -A.O.W.-er die geen extra uitkering krijgt. Dat is toch echt niet iets om over naar huis te schrijven. 

De vraag kan nu dus gesteld worden; voor wie er pensioenpremie betaald en voor wie zijn er rentezegels geplakt? Het antwoord zou moeten luiden: natuurlijk voor de werknemers! En wel, om hen tijdens hun levensavond enig financiλle armslag te geven. Maar in de praktijk is het anders. De overheid gaat totaal voorbij aan het feit dat de huidige generatie van A.O.W.-ers voor de oorlog zo'n slechte tijd meegemaakt hebben en aan de offers die zij gebracht hebben in de oorlog door te weigeren om voor de Duitse bezetters te werken. Ook gaat de overheid voorbij aan het aandeel van verschillende van hen die in het verzet gegaan zijn, en alles op het spel gezet hebben voor het Volk en het Land! Ook de tijd van vlak na de oorlog toen er loonstop op loonstop bekend gemaakt werd, en dan vooral niet te vergeten de bestedingsbeperkingen die er uitgevaardigd werden. Het waren allemaal minder prettige jaren. 

Tot slot van deze serie wil ik alle lezers en lezeressen bedanken voor hun reacties.
Ik haal verder geen voorbeelden meer aan want niet alleen dat de keuze moeilijk is, maar veel mensen vinden het minder prettig om eventueel door kennissen in mijn verhaal herkend te worden. Een opmerking zou ik nog willen maken en wel: waarom doen de bonden en de politieke partijen zo weinig aan deze onrechtvaardigheid? Of zouden zij er niets van weten?
Dat geloof ik nou ook weer niet. Maar ja, W.A.O.-ers en A.O.W.-ers hebben niets om een vuist te maken. Zij zijn voor en door de maatschappij uitgerangeerd!

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1984 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: