Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 109

03-08-1983

De Nijmeegse politie (13)

In gesprekken met oudere Nijmegenaren komt steeds naar voren dat er door politie vroeger héél anders opgetreden werd dan tegenwoordig. De grootste klacht is dat de politie niet streng genoeg optreedt bij rellen en andere onregelmatigheden. Maar men geeft ook eerlijk toe dat men daar niet alleen de politie de schuld van kan geven. Hun werk is aan diverse overheidsbepalingen onderhevig. Het beleid van de justitie wat betreft het opsporen, vervolgen en berechten van rellenschoppers en misdadigers is niet op de praktijk afgestemd.

Overal in het land kampt de politie met onderbezetting van de korpsen en de papieren rompslomp die het een en ander met zich meebrengt. Daarbij wordt elk hardhandig optreden bij rellen en dergelijke door politieke betweters bekritiseerd. De nieuwsmedia, zoals radio, tv en sommige kranten, plaatsen het politieoptreden vaak in een verkeerd daglicht. Tot grote spijt van de ouderen onder ons is het optreden met straffe hand door de politie uit den boze, waardoor vandalen en relletjestrappers dikwijls een spoor van vernielingen door onze stad trekken. Men vindt ook, dat de tegenwoordige jonge agenten niet tegen hun taak opgewassen zijn, omdat zij de ervaring missen die de vroegere jonge agenten wel bezaten. Dat is dan wel zo, maar men dient niet te vergeten dat zij al enige jaren een politieschool of academie bezocht hebben om de broodnodige kennis op te doen, die tegenwoordig vereist wordt. Dat hoefden de vroegere agenten niet, zij kwamen met negentien jaar meteen in de praktijk te werken. Die praktijk was hun school. De tijden van vroeger en nu zijn niet zo gemakkelijk met elkaar te vergelijken. Het is bijvoorbeeld in deze tijd onvoorstelbaar dat de commissaris persoonlijk met de wapenstok in de hand bij relletjes optreedt, zoals Alard het in zijn tijd wel ongestraft kon doen. Laten wij maar eens samen naar de tijd van vroeger terug gaan, toen de Fouw (van 1898-1926) en Alard (van 1926-1933) respectievelijk hoofd van het politiekorps waren. 

In mijn eerste stukje over de Nijmeegse politie heb ik al geschreven dat het solliciteren bij de politie in die tijd nogal eenvoudig was. De sollicitant moest twee zinnetjes opschrijven; de man miste zijn horloge en het mistte vandaag weer. Als hij deze zinnetjes goed had dan was hij taalkundig reeds geslaagd. Was hij daarbij fors gebouwd en in het bezit van een paar grote handen, dan was hij al voor negentig procent aangenomen. De laatste tien procent maakte dan de keuring uit. De agent moest ook in het bezit van een EHBO-diploma zijn, zo niet dan diende hij dat zo spoedig mogelijk te halen. Om de twee jaar moesten de agenten dan naar een herhalingscursus om hun kennis van de EHBO op peil te houden. Dat was wel nodig ook want er was in die tijd nog geen Gemeentelijke Geneeskundige Gezondheidsdienst. Dokter Banning was de gemeentearts maar als deze 's morgens na zijn spreekuur op patiëntenbezoek ging was hij verder onvindbaar. Een telefoon moest men met een lampje zoeken, terwijl het vervoer lang niet zo was als het nu is. Een agent moest dan bij een ongeval (vooral bij een slagaderlijke bloeding) direct de eerste hulp kunnen bieden. Het was geen zeldzaamheid dat men een gewonde of een dronken man met een kruiwagen of handkar naar het ziekenhuis of het bureau moest vervoeren. 

Hoe het een en ander er vroeger naar toe ging, kunnen wij enigszins te weten komen als wij een jonge pas aangestelde agent een tijdje volgen. Zoals alle jonge agenten komt ook hij onder leiding van een oudere agent te staan. De jonge agent is 19 jaar en zijn leider is - de bij de ouderen goed bekende - Piet Hoedemaker, terwijl de Fouw nog commissaris is. Piet Hoedemaker is een goede leidsman en maakt de jonge agent vertrouwd met de hele oude stad en de overbekende types. Wanneer zij samen langs de Waal lopen ziet Hoedemaker zo'n type, het is Jan Valks. Deze wordt door Hoedemaker naderbij geroepen en als Jan Valks voor de twee agenten staat zegt Hoedemaker tegen de jonge agent: „Kijk jongen, dat is nou Jan Valks, beter bekend als „de vetbult", hij heeft wel een hele grote bek, maar ook een heel klein hartje". „Verdomme", zegt Valks dan, „mot je me daarvoor laten komme?" en loopt kwaad weg. Hoedemaker brengt de agent ook in kennis met de prostituees en de pooiers. Op een dag lopen zij de Pepergas op, het bekende rosse buurtje van Nijmegen. Roermondse Anna, een van de bekendste vrouwen van de Pepergas, staat in de deuropening van haar woning. „Zo chef", zegt zij tegen Hoedemaker, „moet je weer een nieuweling inwijden? Het is wel een forse snuiter, maar hij heeft nog een echt melk-snuitje". Dat was omdat de jongeman geen snor droeg zoals toen onder agenten zeer gebruikelijk was. Dat kun je nu wel zeggen, maar binnen de kortste keren noemen jullie hem ook chef, geeft Hoedemaker ten antwoord. De naam van chef kregen agenten die ontzag af wisten te dwingen door hun optreden. 

Korte tijd daarna - op „dolle maandag" 1919 - moest hij met zijn oudere collega Brand bij een vechtpartij assisteren. Hij komt tegenover een vechtersbaas te staan die zo mogelijk nog forser is dan hij en het wordt een flinke rouspartij. Met veel moeite en het uitdelen van klappen met zijn houten wapenstok, weet hij de woesteling op te brengen naar het bureau. Even later wordt zijn collega Brand binnengebracht, deze is met een mes gestoken. Voorzichtig wordt de gewonde op een tafel neergelegd en laat men de dokter waarschuwen. Het mag echter niet baten, even later sterft Brand aan het opgelopen letsel. Diep teneergeslagen kijkt de jonge agent naar zijn overleden collega en denkt bij zichzelf: Mijn God, wat ben ik begonnen om agent van politie te worden? 

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1983 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: