Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 104

29-06-1983

De Nijmeegse politie (8)

De zaak Ederveen

In de twee laatste nummers van „De Wachter" - het maandblad van de Nederlandse Bond van Gepensioneerden (NBG) - staan twee artikelen die geschreven zijn door de 83-jarigè A. C. Schouten, gepensioneerd adjudantrechercheur van de Nijmeeg-se politie. Deze artikelen, die over ons politiekorps in oorlogstijds handelen, zijn zeer vakkundig geschreven en met een geweldig gevoel voor details, wat een goed rechercheur eigen moet zijn. De artikelen zijn getiteld:

De politie in het verzet

Van de heer Schouten heb ik toestemming gekregen om daar gebruik van te maken voor mijn stukjes in „De Brug". U zult de deskundige manier van schrijven door de heer Schouten moeten ruilen voor mijn manier van schrijven, omdat ik zijn artikelen niet woordelijk overneem. Wij zullen daarvoor in onze gedachten terug moeten gaan naar die vreselijke jaren van 1940-1944. Wij zullen dan meemaken hoe door een samenloop van verschillende toevalligheden het leven en vrijheid van diverse mensen opgeëist worden.

De opkomst van een verrader

In het begin van 1942 wordt, door de distributiemaatregelen, v.d. B., een vertegenwoordiger in Den Haag, werkloos. Deze v.d. B. is niet alleen geweldig pro-Duits maar ook een vurig lid van de NSB. Via een kennis - die Rijksduitser is - wordt hem een baantje als vertegenwoordiger van een uitgeverij in Groningen aangeboden. Als v.d. B. zich op het vastgestelde tijdstip op het adres in Groningen meldt, blijkt het geen kantoor van een uitgeverij te zijn maar een gesloten huis. Daar wordt hij door de eigenaar - een zekere H. -ontvangen. Van deze krijgt hij te horen dat hij niet als vertegenwoordiger aangenomen zal worden, maar dat hij ander werk aangeboden krijgt. Volgens H. moet v.d. B. trachten kontakten met de illegaliteit te leggen om daardoor zoveel mogelijk inlichtingen te verkrijgen en deze naar de Duitsers door te spelen. Zelf is H. werkzaam bij de Küstenüberwachungsstelle in Groningen. Deze Stelle ressorteert weer onder Wilhelmshafen in Duitsland. 

In Groningen komt v.d. B. onder leiding te staan van een zekere Van Dam - wat een schuilnaam is - die hem de fijne kneepjes van het verraderswerk zal leren. Ook v.d. B. moet een schuilnaam aannemen en heet voortaan Ederveen. Ederveen en Van Dam doen zich voor als Engelse agenten die hier voor de goede zaak komen spioneren. Nadat zij een korte tijd in Groningen gewerkt hebben, krijgen zij van hun baas H. opdracht om zich naar Delft te begeven. Daar moeten zij kontakt zien te krijgen met mej. Jeanne Dijkgraaf. Van deze jonge vrouw weten de Duitsers dat zij in de Franse plaats Bordeaux geweest is en op de hoogte moest zijn van internationale spionage-groepen die tegen Duitsland gericht waren. Het lukte de twee trawanten al gauw - weer onder het mom van Engelse agenten -
met haar in verbinding te komen. 

De twee kwamen inderdaad van haar te weten dat zij in Frankrijk geweest was en daar kontakt had gehad met de illegaliteit die met Engeland in verbinding stond. Wanneer er voldoende kontakt met mej. Dijkgraaf is, vertrekt Van Dam naar elders en laat de jonge vrouw aan Ederveen over. Van Dam drukt Ederveen op het hart om goed uit zijn ogen te kijken, want de jonge dame is een groot gevaar voor de Duitse zaak. Ederveen knoopt deze raad goed in zijn oren en besluit op veilig te spelen. Niet alleen dat hij regelmatig met het meisje uit gaat, maar hij knoopt zelfs een soort liefdesverhouding met haar aan. Om ook bij haar familie in een goed blaadje te komen wordt hij zelfs lid van de voetbalclub waarvan haar vader een verwoed supporter is. Toch vergeet hij niet om regelmatig verslag over zijn bevindingen aan zijn baas H. in Groningen uit te brengen. Na enige tijd vraagt Ederveen aan het meisje of zij met zijn baas naar Frankrijk wil gaan om hem daar bij haar vrienden in het verzet kennis te laten maken. Het meisje kent H. niet en heeft hem ook nog nooit gezien en zij weet nog steeds niet beter dan dat zij met Engelse agenten te maken heeft.
In september 1942 krijgt Ederveen van H. opdracht om haar naar Arnhem te vergezellen waar zij in „Hotel Royal" met H. kennis zal kunnen maken, die dan voorgesteld zal worden als Dr. Mees. Maar op weg van Delft naar Arnhem krijgt Ederveen toch spijt van zijn verraderswerk ten opzichte van het meisje. Omdat hij weet dat hij haar het concentratiekamp of - nog erger - de dood inlokt, probeert hij haar op een taktische wijze van de reis te laten afzien. Zonder zichzelf bloot te geven. In Arnhem aangekomen geeft het meisje H. te verstaan dat zij te ziek is om de reis naar Frankrijk te ondernemen. Omdat Ederveen de verhouding met haar aan blijft houden en zij daardoor zelfs bij hem thuis komt, ontdekt zij tenslotte zijn ware naam en het werk waar hij mee bezig is.
Mej. Dijkgraag is later als Rode Kruiszuster naar Duitsland vertrokken, maar hoe het verder met haar is vergaan weet de heer Schouten ook niet te vertellen. Wanneer de Küstenüberwachungsstelle in Groningen wordt opgeheven en naar Duitsland verplaatst wordt, gaat Ederveen met de ploeg mee naar Wilhelmshafen. In februari 1943 komt hij aan het werk bij de gehate S.D. in Den Haag. Daar komt hij in kontakt met een Polizei-kommissaris van de S.D., Erwin K., die hem een plaats bij de Economische Dienst in Den Haag zal bezorgen, maar Ederveen moet eerst nog een zaakje in Nijmegen afhandelen.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1983 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: