Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 98

18-05-1983

De Nijmeegse politie (2)

In 1911 vindt er weer een uitbreiding van het korps plaats door het aanstellen van een agent-schrijver. Deze zal tevens leiding gaan geven aan de administratie, wat een verlichting betekent voor de commissaris die dan van deze taak verlost wordt. Ook komt er enige vooruitgang in de salarissen. Agenten derde klasse zullen - na gebleken geschiktheid - na vier jaar dienst automatisch naar de tweede klasse promoveren.

In 1913 worden de bondsdiploma's erkend en vervalt de rang van agent derde klasse. Deze agenten promoveren hierdoor naar de tweede klasse en profiteren dan ook van de geldelijke voordelen van deze „hogere rang". Door de regelmatige uitbreidingen van het personeel puilen de manschappen aan alle kanten uit het Waaggebouw. Ook de specialistische diensten vragen meer en betere ruimtes voor hun werkzaamheden. Om aan de vraag naar ruimte te voldoen wordt de voormalige koloniale kazerne boven aan de Lindenberg voor de lieflijke somma van ƒ 78.000,-in 1913 tot hoofdbureau van politie verbouwd.

In 1916 wordt het korps weer aanzienlijk uitgebreid. Eerst komen er twintig nieuwe agenten bij voor doorstroming en met het oog op de bezetting van de post aan de Korenbeurs. Er vinden ook nu weer promoties plaats. Een paar maanden later komen er weer twintig agenten het korps versterken, dit in verband met de werktijdverkorting. Deze wordt teruggebracht van zestig naar vierenvijftig uur per week. Omdat men hierdoor niet meer met het tweeploegenstelsel uitkomt wordt er een drie-ploegenstelsel ingevoerd. Commissaris De Fouw is de man die het mogelijk maakt, dat burgers de dienstdoende politieman assisteren bij zijn werkzaamheden. Daarom worden er drie burgers als klerk op het hoofdbureau aangesteld. Hij is niet alleen bezig om de korpssterkte op peil te houden of te brengen. Hij zet zich namelijk ook in om de moderne toepassingen van de fotografie, scheikunde en andere toepasselijke middelen voor zijn korps in te voeren.

In 1919 werd de aanwezige hoofdinspecteur belast met een recherche-afdeling. In 1920 krijgt De Fouw nogmaals toestemming om zijn korps met vier adjunct-inspecteurs uit te breiden. Terugziende op zijn ambtsperiode kan hij zeer tevreden zijn. In die tijd heeft hij zijn korps van 65 tot 164 manschappen op weten te werken. Door de loonsverhogingen die hij regelmatig krijgt verdient hij in 1921 driemaal zoveel als in 1898. 

Wanneer hij in 1923 zijn 25-jarig ambtsjubileum viert krijgt hij van de gemeenteraad een ferme gouden handdruk (die handdrukken bestonden toen ook al zoals u merkt) aangeboden waarvan de inhoud nooit kenbaar is geworden maar die hem noopte een bijzondere dankbrief aan de gemeenteraad te richten. Op 1 januari neemt de commissaris afscheid van zijn korps in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, zijn opvolger een goed functionerend apparaat achterlatend.

Allard 1926-1933

Allard, uit Roermond afkomstig, is al sinds 1899 in dienst van het Nijmeegse politiekorps. Hij is een goed leerling van De Fouw en als hoofdinspecteur heeft hij ook een behoorlijke duit in het zakje gedaan voor de opbouw van het korps. Hij heeft een goede naam in de stad en wordt dan ook op de waarnemersstoel geplaatst. Half maart 1926 komt het Koninklijk Besluit af dat hij als commissaris wordt aangesteld. Ook hij krijgt de loyale medewerking van burgemeester en wethouders om de uitgestippelde lijn van zijn voorganger en van hem zelf voort te zetten. Onder zijn leiding komen de afdelingen van de zedenpolitie, de vreemdelingendienst en de verkeerspolitie van de grond. Allard vindt de splitsing van deze diensten noodzakelijk om het korps zo goed mogelijk dienstbaar te maken aan de Nijmeegse bevolking. Hij wenst dienstbetoon en tegelijk bescherming aan de maatschappij te geven. In 1927 wordt de afdeling kinderpolitie in het leven geroepen. Alhoewel Allard zelf de leiding van deze afdeling op zich neemt, vindt hij toch dat deze dienst een vrouwelijke aanpak nodig heeft. Zoals De Fouw de eerste burgers het korps inhaalde, zo zorgt Allard dat de eerste vrouwen hun intreden doen. Daarom worden er op zijn voorstel een adjunct-inspectrice en een agente aangesteld. De kinderpolitie wordt ondergebracht in het hoofdbureau van politie boven aan de Lindenberg, maar krijgt een aparte ingang aan de Duivengas. Hulpbetoon aan de minderjarigen en controle op diverse verleidingsplaatsen hebben de bijzondere belangstelling van Allard. Daardoor wordt de kinderpolitie in 1929 weer uitgebreid en wordt de voormalige conciërgewoning in het bureau verbouwd ten hunne behoeve. 

De commissaris zal zijn functie niet lang uitoefenen, want in 1933 wordt hij door ernstige ziekteverschijnselen getroffen.
Hij schijnt zijn krachten vroegtijdig te hebben opgebrand in de vervulling van zijn taak. Alhoewel hij een zeer vredelievend man is deinst hij niet terug als er door bepaalde personen met lichamelijk geweld gedreigd wordt. Hij stuurt dan niet alleen zijn mannen erop uit maar ging er dan onvervaard zelf tegenaan, desnoods alléén! Hij was dan ook niet zachtzinnig zoals meerdere van die personen hebben ondervonden. Zou een dergelijk optreden een politie-ambtenaar vandaag in een doorlopende verantwoordingspositie tegenover de justitie brengen, in de periode-Allard werd dit evenwel volledig geaccepteerd en droeg het bij tot zijn algemene populariteit. Eerst krijgt de commissaris drie maanden ziekteverlof, maar op l november 1933 wordt hem eervol ontslag verleend. Niettegenstaande zijn ziekte heeft hij nog een hoge ouderdom bereikt.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1983 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: