Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 87

25-04-1984

Misdaad in Nijmegen (2)

U kunt wel nagaan dat commissaris van der Mark het echtpaar uit het vorige verhaal op een verschrikkelijke manier in angst en zorgen heeft laten zitten om zichzelf te verrijken. Ook de betrokken rechercheurs hadden voor niets hun vrije uren en dagen opgeofferd. Daarbij kregen zij nog de geestelijke klap te verwerken dat hun hoogste chef bij een misdaad betrokken was.

Ouderen en meer ervaren rechercheurs hadden misschien (?) bijtijds argwaan gekregen. Ik schrijf expres misschien met een vraagteken want zeker is dat natuurlijk niet, want u begrijpt wel dat de zwijgplicht hen belette er met hun collega's over te praten, Maar ja, wij gaan ons nu met een ander geval bezig houden. 

Een dubbele moord! Op maandagmorgen 22 februari 1943 kwam er omstreeks kwart over tien op het hoofdbureau van politie aan de Lindenberg een bericht binnen dat er in een pand aan het Wintersoord iets vreselijks was gebeurd. De chef van de recherche Oerlemans, begaf zich terstond - vergezeld van de rechercheurs Schouten en Van der Haar - naar het opgegeven adres. Het bleek bij goud- en zilversmid Strijbos te zijn. Daar werden zij opgewacht door een buurvrouw van het echtpaar die het politiebureau gewaarschuwd had. 

De buitenkant van de winkel bestond uit een toegangsdeur met daarnaast een grote etalage met een goed gevulde uitstalkast daarachter. In het midden van de winkel stond ook een goed gevulde vitrine waarvan het bovenblad als toonbank dienst deed. Op deze toonbank lag een wittebrood. Achter in de winkel was een deur die toegang gaf naar een kleine ruimte die dienst deed als opslagplaats voor diverse benodigdheden. Links in de winkel was een trap naar boven die naar de woonetage voerde. Bovenaan de trap was een overloop waar verschillende deuren op uit kwamen. Een van die deuren gaf toegang naar een kamer die als reparatie-atelier ingericht was. De heer Strijbos was namelijk ook horlogemaker waarbij zijn vrouw hem deskundig hielp. Bij het raam stond een werktafel met horlogemakersbenodigheden.
Aan de ene kant van de tafel lag het lichaam van de heer Strijbos en aan de ander kant dat van zijn vrouw. 

Beiden waren danig met bloed bevlekt en men kon zo zien dat zij niet meer in leven waren. Zij waren hoogstwaarschijnlijk met schoten uit een vuurwapen gedood. Omdat volgens de wet de dood door een terzake deskundige dient te worden vastgesteld werd meteen de Gemeentelijk Geneeskundige Dienst gewaarschuwd. Het toenmalig hoofd van deze dienst - dokter Burg - was vrij spoedig ter plaatse en constateerde dat het echtpaar inderdaad door schotwonden om het leven was gebracht. Aan de hand van de bloedstolling en de lijkstijfheid schatte hij dat het wel 24 uur geleden gebeurd kon zijn. 

De dienst van dokter Burg moest ook zorgen dat de slachtoffers naar het St. Canisiusziekenhuis vervoerd werden.

De aanwezige rechercheurs konden verder niets doen en lieten alles zo als het was, om de dactyloscopische dienst de gelegenheid te geven om eventuele sporen te vinden. Deze sporen konden een grote hulp zijn bij het oplossen van het misdrijf. Wel begonnen de rechercheurs aan een eerste onderzoek. Zo'n onderzoek gaat er van uit dat iedereen verdacht wordt waarvan de onschuld niet vast staat. 

Voor een eerste verhoor kwam natuurlijk de buurvrouw in aanmerking die het misdrijf ontdekt had. Aan haar werd vriendelijk verzocht te vertellen hoe zij er achter was gekomen dat er een misdrijf plaats gevonden had. Zij vertelde dat zij om tien uur een afpraak met het echtpaar had gemaakt om bij hen koffie te komen drinken. Toen zij bij de winkel aankwam was de winkeldeur van slot af. Toen zij de deur opende klingelde de winkelbel en zag zij op de toonbank een vers brood liggen. Omdat zij op haar roepen naar boven geen gehoor kreeg was zij naar boven gegaan waarbij zij de deur van het werkatelier open zag staan, Toen zij het atelier binnen ging had zij het echtpaar - zoals hiervoor reeds beschreven is - op de grond zien liggen. Dat was alles wat zij te vertellen had.
Nadat zij de naam van de bakker en het adres daarvan gegeven had kon zij gaan. Het was natuurlijk wel vreemd dat er een vers brood op de toonbank lag. Het bleek dat het brood bezorgd was door een bakkersjongen die in dienst was van een bakker uit de Fransestraat, van wie het echtpaar Strijbosch het brood betrok. Uit het verhoor van die jongen bleek dat hij inderdaad die morgen een brood bezorgd had. Hij had de voordeur open gevonden, toen hij op zijn aanhoudend roepen geen gehoor had gekregen had hij het brood op de toonbank gelegd, zoals hij wel vaker gedaan had. De aanvankelijke lichte verdenking van die jongen kwam daardoor op losse schroeven te staan.

De mensen van de dactyloscopische dienst kwamen terug zonder dat zij iets bruiksbaars gevonden hadden. De slachtoffers waren intussen naar het ziekenhuis vervoerd waar prof. Hulst uit Leiden sectie zou verrichten om de doodsoorzaak vast te stellen, wat in dit geval niet zo moeilijk was. Maar intussen stonden de rechercheurs nog voor het raadsel wat de dader of daders betrof en wat het motief voor deze gruwelijke moord was (wordt vervolgd).

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron () 1984 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: