Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 86

04-04-1984

Misdaad in Nijmegen (1)

Na de serie over paranormale verschijnselen (of bijgeloof) nu een korte serie over de misdaad in Nijmegen van toen. De gegevens heb ik ook deze keer weer gekregen van de gepensioneerde adjudantrechercheur, de thans 84-jarige heer A. C, Schouten. Van deze gegevens mag ik van hem vrijblijvend voor mijn verhalen in deze rubriek gebruik maken, waarvoor ik hem zeer dankbaar ben.

Het worden geen politiebelevenissen zoals u die in Amerikaanse TV-series ziet. In deze series worden aan de lopende band mensen mishandeld of vermoord, waarbij de rillingen je over de rug lopen. De verhalen die ik ga vertellen zijn op een andere leest geschoeid. De verslagen van de heer Schouten munten uit door het opsommen van feiten en bijzonderheden een goed rechercheur waardig.

Toen commissaris Allard in 1934 met pensioen ging, werd de Haagse hoofdinspecteur S. van der Mark als zijn opvolger benoemd. Van der Mark was een deskundig politieman die zijn sporen in het politievak - vooral op recherchegebied - duidelijk verdiend had. Hij liet zich niet meteen als commissaris installeren maar nam - voor hij een woning betrok - eerst zijn intrek in een hotel. Vandaar ging hij op onderzoek om bepaalde omstandigheden van zijn nieuwe standplaats te leren kennen. Daarbij sprak hij hoofdzakelijk politieagenten aan - die hem natuurlijk niet kenden - om zo gegevens te verzamelen die hem later van pas konden komen. Hij zocht zelfs contact met de gemeenteveldwachters in de buitenwijken. Door het bezoeken van diverse muziekuitvoeringen, concerten, toneel- en revuevoorstellingen had hij verschillende kennissen en vrienden gekregen uit de gegoede stand.
Een van die kennissen - een Nijmeegse zakenman - riep in 1935 zijn hulp in bij een ernstige zaak. De zakenman had namelijk een brief gekregen waarin gedreigd werd een van zijn kinderen te ontvoeren indien niet aan bepaalde eisen voldaan werd. De brief was niet geschreven maar de woorden en letters waren uit n krant geknipt en opgeplakt, zodat men later uit het handschrift niets op kon maken. De commissaris stelde zijn kennis gerust en concludeerde meteen dat de afperser geen goede bekende was, want die zou dan wel geweten hebben dat de zakenman en de commissaris goede bekenden van elkaar waren. Verder verklaarde de commissaris dat hij het huis, maar vooral de kinderen, onopvallend door een paar van zijn rechercheurs zou laten bewaken. Verder moest de zakenman het grootste stilzwijgen over het geheel bewaren. Alleen het schoolhoofd waar de twee oudste kinderen op school gingen en het kindermeisje die dagelijks met de jongste - die nog in de kinderwagen lag - ging wandelen, zouden ingelicht worden, maar verder mocht er niemand iets van te weten komen. 

De volgende morgen - het was op zondag - werden hoofdinspecteur Veltman en de rechercheurs Schouten en Kipperman bij de commissaris thuis ontboden. Aan deze drie politiemannen legde hij de hele situatie uit en droeg hen op het huis en de kinderen van 's morgens vroeg tot 's avonds laat zo onopvallend mogelijk te bewaken. Ook zij mochten er met geen mens over praten, zelfs niet met hun collega's, laat staan met hun vrouwen. Ook werden deze politiemannen persoonlijk verantwoordelijk gesteld als de kinderen iets zouden overkomen. Ook als het echtpaar met hun kinderen ergens naar toe wilden gaan, moesten zij in een onopvallende auto zonder uiterlijke politiekenmerken gevolgd worden.
Voor het echtpaar waren het spannende weken en konden zij maar niet aan het rare gevoel wennen dat zij steeds gevolg werden. Ook de spanning wanneer er weer een brief van de afperser aankwam werd steeds ondragelijker. Op een dag ontvingen zij een brief waarin de afperser 10.000,- vroeg. Dat bedrag moest op een stuk onbebouwd terrein aan de Groenewoudseweg gedeponeerd worden. Hierbij werden de nodige maatregelen getroffen om de afperser in zijn kraag te grijpen, maar het liep echter op een grote teleurstelling uit. Deze had vermoedelijk onraad geroken en kwam niet opdagen. Toen de dreigbrieven later niet meer kwamen werd langzaam aan met de bewaking gestopt.
In die tijd hadden de rechercheurs er nog een andere bewakingsopdracht erbij gekregen. De zakenman had namelijk een andere zaak overgenomen zonder de bedrijfsleider van die zaak. Het was bekend dat deze ex-bedrijfsleider onsympathiek tegenover de zakenman stond, waardoor de verdenking op hem viel. Men moest nauwlettend toe zien f en wanneer de man of zijn vrouw brieven op de post deden. Het betreffende echtpaar heeft nooit geweten dat zij bewaakt werden, wat maar goed was ook, want de verdenking bleek ongegrond.
In het voorjaar van 1936 werd commissaris Van der Mark gearresteerd wegens verduistering van overheidsgelden. Toen hij voor de rechter verscheen kwam ook de afpersingszaak ter sprake. Door allerlei smoesjes had hij de zakenman geld voor de bewaking afgetroggeld en in zijn eigen zak gestoken. Uit geldnood was hij tot deze daad gekomen. Hij werd namelijk zelf gechanteerd wegens andere duistere praktijken in Den Haag,

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron () 1984 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactie 1:

R. Harthoorn, 15-10-08: In het stukje over Misdaad in Nijmegen (1) in "Uit Nimweegs verleden" wordt verhaald over commissaris Van der Mark die zelf mensen ging oplichten. In dat verhaal wordt verteld dat Van der Mark zelf slachtoffer was van chantage vanuit Den Haag. Ik zou daar graag meer over willen weten. Van der Mark raakte na zijn veroordeling en vrijlating via katholieke geestelijken uit Nijmegen in contact met de Haagse psychiater Hoelen (dat is die psychiater in wiens (katholieke) inrichting, de Ursulakliniek, men later koningin Juliana zou willen laten opsluiten). Tijdens de oorlog bracht de psychiater hem in contact met de bunkerbouwer De Vetten en Van der Mark werd financieel directeur bij de bouwactiviteiten in Kassel. Aan het eind van de oorlog kwam Van der Mark naar Den Haag terug en speelde een rol in het veilig stellen van het vermogen van De Vetten tegen in beslagname als oorlogswinst of vijandelijk vermogen na de bevrijding. Daarbij werd een ingewikkelde financiele operatie opgezet, waarbij de zakenman Reinder Zwolsman de bunkerbouwer De Vetten oplichtte en afperste; daarbij trad de psychiater Hoelen, commisaris in het bedrijf van Zwolsman, als zakelijk adviseur op. Hoofdactiviteit in dat bedrijf was handel in joods onroerend goed dat onrechtmatig verkregen was. Het hoofdidee van de finaciele constructie was aandelen in het bedrijf van Zwolsman tegen een te hoge prijs te verkopen en om Zwolsman daarvoor een geweldige provisie te geven; Zwolsman zou dat geld dan aan het verzet afdragen maar dat gebeurde nooit. Zwolsman zelf hield zich daarnaast ook bezig met roofovervallen, zwarte handel en spionage voor de Duitse contraspionage (Sonderkommando Frank). Na de oorlog werden de onderzoeken naar criminele activiteiten door Zwolsman door persoonlijk ingrijpen van ministerpresident Beel stopgezet en Beel werd commissaris in het bedrijf van Zwolsman. Kortom, het gaat om een stukje geschiedenis waarin een merkwaardige combinatie van afpersing, roofovervallen, moorden (de zgn. Haagse moorden), landverraad, spionage, handel in joods onroerend goed en corruptie op regeringsniveau een rol spelen en de uitvoerders zijn Zwolsman, Hoelen, meerdere katholieke politici, een minister-president en leden van de Sicherheitdienst. Om mijn onderzoek aan te vullen, zou ik graag willen weten wat de chantage van Van der Mark vanuit Den Haag inhield (had het hier iets mee te maken?). Wie helpt.

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: