Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 82

29-02-1984

Wat is bijgeloof? (6)

De hieronder staande gebeurtenis speelde zich af in 1924 in het hartje van de oude stad en is gebaseerd op de veelvuldig vertelde verhalen over spookverschijningen die in de oude stad plaats gevonden zouden hebben. Het ene verhaal was nog griezeliger dan het andere. Nu werkten verschillende omstandigheden van toen die verhalen erg in de hand. Zoals het vele houtwerk dat, door het dalen van de temperatuur, krakende geluiden in de stilte van de nacht voortbracht.

Neem daarbij de tocht die langs ramen en deuren naar binnen kwam en daardoor vrij spel had om de vlammetjes van de kaars-, petroleum- en gasverlichting in beweging te brengen. Hierdoor ontstonden er vaak groteske schaduwen op de muren die sterk op de verbeelding van de bewoners werkten. Ook de schaarse en primitieve straatverlichting - die nauwelijks als zodanig dienst deed - droeg daar een steentje aan bij.
Een huisjesmelker die bekend stond als de „Vrek", bezat in de oude stad enige huizen die - door de staat waarin deze verkeerden - de naam huis niet eens waard waren. In een van die huizen woonde een echtpaar met vier kinderen. Door verschillende omstandigheden hadden zij al enige tijd geen huur kunnen betalen. Dat was iets dat de Vrek erg dwars zat. Nu had hij het echtpaar al een paar maal de huur opgezegd maar de mensen konden of wilden niet verhuizen. Het zou voor hem natuurlijk een kleine moeite geweest zijn om een deurwaarder in te schakelen, maar dat koste weer de nodige centen en hij wilde het zo goedkoop mogelijk voor elkaar zien te krijgen. Het idee alleen al, dat hij geld moest geven om de bewoners uit zijn huis te krijgen, deed hem de rillingen over de rug lopen. Na lang prakkezeren besloot hij Rooie Willem en zijn maat Vale Jan in te schakelen. Deze beide drinkebroers zouden.
hem wel - voor wat geld om spiritus te kopen - uit de nood helpen. Rooie Willem was een. grote forse kerel met een vervaarlijke rode hangsnor. Zijn maat daarentegen was een min, schriel mannetje met een geel-wit gezicht dat zijn naam alle eer aandeed. Op de vraag van de Vrek of zij ieder drie kwartjes wilden verdienen, vroegen zij eerst wat of zij daarvoor moesten doen. De Vrek vertelde hen dat zij 's avonds gehuld in witte lakens achter het bewuste huis moesten gaan spoken. Na veel loven en bieden kwamen zij overeen dat zij het karwei voor een gulden de man op zouden knappen. De Vrek zou hun de lakens bezorgen en wat meel om hun gezichten wit te maken. Toen het donker geworden was slopen de Rooie en de Vale naar de achterkant van de woning. Zij drapeerden met veel moeite de lakens om hun lichamen, staken die met wat spelden vast en maakten hun gezichten zo goed en zo kwaad als het ging met de meel wit. Daarna stapten zij op het lage muurtje. Willem liep achter Jan om hem eventueel aan te sporen. Terwijl zij met hun armen op en neer zwaaiden riepen zij met schorre stemmen: oehoe, oehoe, oehoe. 

Aan het einde van het muurtje draaiden zij zich voorzichtig om en begonnen de terugtocht. Natuurlijk ook weer zwaaiende en oehoe oehoe, oehoe roepend. Opeens hoorde Willem een angstwekkende kreet achter zich die hem deed verstijven van schrik. Langzaam keerde hij zich om. Vale Jan was van het muurtje gevallen en lag op de grond met het laken te worstelen, wat met bange gillen en zware vloeken gepaard ging. Hou je kop, siste de Rooie, je maakt de hele buurt wakker en stapte van het muurtje af om zijn maat te helpen. Deze gaf weer een bloedstollende gil en schreeuwde: help, help, Rooie help me toch. Als je nou je kop niet dicht houdt dan sla ik hem dicht, gromde de Rooie Willem woedend. Na zich van de lakens ontdaan te hebben slopen zij naar de afgekeurde woning toe die als hun bivak fungeerde. De Vale liep als een zwaar gewonde kreunend en hinkend achter de Rooie Willem aan. Toen zij eenmaal binnen waren en een kaars voor verlichting aangestoken hadden zei Willem: kom laten we eerst maar eens een flinke slok nemen en zette meteen de fles spiritus aan zijn mond. Toen de Vale ook een flinke slok genomen had bekeken zij bij het kaarslicht het scheenbeen van de Vale. Het was lichtelijk ontveld en een tikkeltje rood. Bij het zien daarvan begon de Vale weer te jammeren. Als je nou je bek niet dicht houdt zal ik je een klap voor je hersens geven dat je voor eeuwig stom bent.

De volgende morgen was de Vrek al om tien uur in de oude stad aanwezig. Tot zijn blijdschap en verwondering waren de bewoners vertrokken en was het huis ontruimd. Maar wat er later ook gebeurde, er melden zich geen nieuwe bewoners voor het huis aan. Hij ging zelfs zo ver dat hij binnen en buiten de zaak wat opknapte. Maar niets hielp. Niemand wilde de woning huren. Want geen mens wilde in een spookhuis wonen! In zijn radeloosheid schakelde hij de pastoor van de Broerstraatskerk in om het huis te zegenen en daardoor de boze geesten te verjagen. Maar dat alles mocht hem niet baten. Het huis was en bleef onbewoond. Het bleef zolang leeg staan tot dat het door de algemene sloopwoede van de gemeente met de andere huizen tegen de vlakte ging. Als er ooit een gezegde bewaarheid is geworden dan hier in dit geval. En wel het gezegde: „De bedrieger bedrogen"!

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1984 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: