Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 79

01-02-1984

Wat is bijgeloof? (3-4)

Of er tegenwoordig nog zoveel kaartlegsters, kaartleggers, waarzegsters, waarzeggers en helderzienden in Nijmegen zijn als vroeger weet ik niet, maar voor de oorlog waren zij met tientallen in onze stad aanwezig. Vooral de oude stad was ruim voorzien. Uit vrees voor de steuncontroleurs adverteerden zij niet met hun gaven in de kranten (afgezien of zij er het geld voor bezaten).

Voor de „vakbekwamen" onder hen was dat ook niet nodig. De reclame van mond tot mond was veel doeltreffender, en daarbij nog kosteloos ook. Onder hen waren er natuurlijk verschillende die hun „vak" niet verstonden, of die de mensen ronduit bezwendelden. Toch waren er goede „vakmensen" die menigeen versteld lieten staan door hetgeen zij over het verleden, het heden en de toekomst wisten te vertellen.

De kaartlegster

In 1946 kwam een jongeman - bij een bezoek aan zijn kennissen in de oude stad - in contact met een kaartlegster. Deze vrouw stond in de oude stad bekend omdat haar toekomstvoorstellingen zo goed uitkwamen. Zij deed het niet zo zeer om het geld maar om haar passie voor het kaartlezen uit te vieren. Zij liep dan ook altijd met een spel in haar tas. Nadat men onder het genot van een lekker bakje koffie wat had zitten praten, stelden de kennissen de jongeman voor, om door middel van de kaarten zijn toekomst te laten voorspellen. Maar ondanks dat de jongeman verklaarde dat hij niet aan die flauwekul geloofde, er geen tijd en geld voor had, bleef men toch aandringen. Ook de kaartlegster deed een duit in het zakje door te zeggen, dat zij er geen geld voor hoefde te hebben, dat het niets uitmaakte of hij er wel of niet in geloofde en dat het met een paar minuten gebeurd zou zijn.
Wat verlegen met zijn houding gaf de jongeman tenslotte maar toe. Hij vond het maar een geheimzinnig gedoe. Meteen haalde de vrouw een gewoon spel kaarten uit haar tas, schudde deze een paar maal en legde het hoopje voor de jongeman neer. Toen vroeg zij hem om er net zoveel of weinig kaarten af te nemen als hij zelf wilde. Wanneer hij er geen af wilde nemen hoefde hij alleen maar een klopje op het stapeltje kaarten te geven. De jongeman deed het laatste. Toen begon zij de kaarten in vier rijen van acht met de beeldzijde naar boven op tafel uit te leggen. Daar tussendoor vertelde zij hem dat hij niet moest denken dat de voorspelling na een paar maanden uit zou komen. Daar konden wel een of meer jaren overheen gaan.
Nadat zij de uitgelegde kaarten even aandachtig bekeken had, begon zij met de uitleg daarvan. Bij iedere zevende kaart die zij telde, vertelde zij wat en stelde soms ook een vraag aan hem. Zij begon zo: 1) Als jij geen ruzie met je baas hebt dan zul jij het gauw krijgen. 2) Je zult ook ontslag nemen. 3) Voor ander werk hoef je geen moeite te doen, dat word je zo aangeboden. 4) Met het nieuwe werk ga je meer verdienen. 5) O, wat ga je véél geld verdienen. 6) Je werk heeft denk ik veel met water te maken. 7) Bij deze kaart vroeg zij of zijn vrouw blond haar had. De jongeman gaf toe dat dat zo was. 8) Zij wachtte even en vroeg toen: „Is je vrouw ziek?" De jongeman zei dat zijn vrouw zo gezond als een vis was. 9) Zij bekeek deze kaart en de omliggende zeer aandacht en zei na een korte pauze: „Ik zie een sterfgeval van een jonge blonde vrouw, waar je zeer erg op gesteld bent." 10) Heb je soms ook familie in het buitenland? Hij zei dat hij die niet had. 11) Ik zie hier toch een zwaar ongeluk in een ander land. 12) Ik zie ook nog een sterfgeval van een manspersoon, maar de kaarten worden nu erg vaag. Zij ging nog verder met vertellen en vragen stellen maar zij scheen niets bijzonders uit de kaarten kunnen halen, want na een tijdje gaf zij te kennen dat zij er mee stopte en dat zij erg moe was. Zij schoof de kaarten bij elkaar stopte ze in een doosje en deed dat weer in haar boodschappentas. Zij vroeg ook nog nadrukkelijk om er niets van tegen haar man te vertellen want dan kon zij de grootste ruzie krijgen. Haar man was er namelijk sterk op tegen dat zij toekomst door middel van de kaarten voorspelde. Zij werd door de andere gerustgesteld en na nog een kopje koffie gedronken te hebben vertrok zij.
Toen vroeg de jongeman aan zijn kennissen: „Geloven jullie in dat kaartleggen?" „O ja, ik geloof daar heilig in", zei de vrouw van zijn kennis. „Zij heeft al zoveel voorspeld, daar heb je wéét van", ging zij verder. „En jij", vroeg hij nu aan haar man, „geloof jij daarin?" „Ja kijk, ik weet het ook niet, maar inderdaad kan zij voor menigeen veel voorspellen", kreeg hij ten antwoord. „Nou ik geloof er niets van! Anders zou zij precies kunnen vertellen op welke nummer de honderdduizend van de Staatsloterij zou vallen", zei de jongeman. „Ja maar luister nu eens, als jij de honderdduizend zou winnen, dan zou zij je dat wel kunnen voorspellen, maar zij kan je niet het nummer opgeven, dat ligt niet in haar macht. Zij kan jouw leven niet beïnvloeden, maar zij kan je wel vertellen wat er gaat gebeuren. Als jij geen ontslag neemt bij je baas, dan zul je misschien ontslag krijgen, maar je gaat bij die baas weg, en je gaat heel véél geld verdienen", antwoordde de vrouw nogal heftig. „Nou jullie kunnen mij wat, ik geloof er niets van, het is allemaal onzin", antwoordde de jongeman weer. „Maar ik moet nu naar huis, het is al laat, tot kijk maar weer."

De jongeman had alles wat de kaartlegster hem voorspeld had over zich heen laten gaan. Thuis vertelde hij het niet eens aan zijn vrouw, laat staan dat hij er met andere familieleden of kennissen over sprak. Het hele gebeuren had totaal geen indruk op hem gemaakt. Deze houding vloeide voort uit zijn opvatting dat waarzeggen, kaartleggen of andere manieren om iets over het verleden, heden en de toekomst te weten te komen allemaal berustte op: voor-de-gek-houderij!
Het jaar 1946 ging rustig voorbij evenals 1947. Ook 1948 zou dat gedaan hebben, als hij niet in september van dat jaar met een ernstige maagkwaal op bed was komen te liggen. Daardoor kreeg hij veel tijd om te lezen, te puzzelen en... nadenken. Toen hij op een keer weer eens met zijn gedachten bezig was, schoot hem ineens het gebeuren met de kaartlegster te binnen, dat al weer twee en een half jaar geleden was.

Voorspelling

Toen hij over dat geval lag te peinzen sloeg hem ineens de schrik om het hart. Wat was namelijk het geval? Een gedeelte van de voorspelling was namelijk al letterlijk uitgekomen. Voor Pinksteren van 1948 had hij inderdaad - buiten zijn schuld - ruzie met zijn baas gekregen over de zoon van de baas. In zijn drift had hij vrijwillig ontslag genomen. Op tweede pinksterdag kwam hij een oud-collega tegen die, toen hij van het ontslag hoorde, hem aanbod om bij zijn baas te beginnen. Eerst had hij er niet veel oren naar gehad, omdat hij dan helemaal in Pannerden zou moeten werken. Maar toen zijn maat hem vertelde dat hij in plaats van ƒ39,60 die hij bij zijn vorige baas verdiend had, nu ƒ 62,50 per week zou krijgen, had hij er wel zin in gekregen. Ze stapten samen een café binnen waar zijn maat meteen zijn baas opbelde of het goed was dat hij nog een schilder zou brengen? De baas ging er meteen mee akkoord en zei dat de nieuwe schilder dinsdag mee kon komen. Nadat zij een tijdje in Pannerden gewerkt hadden, moesten zij in Lobith aan de slag. Omdat de baas veel werk had vroeg hij aan hen of zij niet in de kost wilden gaan, zodat zij dan dagelijks twee overuren konden maken. Er werd overeengekomen dat zij ƒ 80,00 in de week zouden verdienen plus ƒ 15,00 kostgeld. Al met al waren het vorstelijke weeklonen die zij verdienden. Vergelijkbaar met nu zou dat achthonderd tot duizend gulden per week zijn. Voeg daarbij de prijzen uit die tijd, bijvoorbeeld het kostgeld van vijftien gulden in de week voor vijf dagen, dan kunt u wel nagaan dat zij zich in weelde konden baden. 's Maandagsmorgens moesten zij eerst met de bus naar Millingen, waar zij dan met een motorboot overgezet werden naar Lobith-Tolkamer. Hun baas kreeg steeds meer werk te verrichten, daarom vroeg hij hen om bepaalde karweien van hem onderhands aan te nemen. Ook hierbij sloten zij een goed akkoord af en verdienden daarmee honderd vijfentwintig gulden per week. Het kon niet op! Zij werkten er natuurlijk wel naar. Weken van zestig uur en meer waren heel gewoon. Terwijl hij zo lag te denken schoot hem ook de voorspelling te binnen van een zwaar ongeluk in het buitenland en het sterfgeval van een manspersoon. Zijn jongste broer was door de Nederlandse regering als dienstplichtig soldaat voor een politionele actie naar Indië uitgezonden. Zou dat misschien ook uitkomen? En dan nog de voorspelling van de dood van een donker-blond-harige jonge vrouw? Het zweet brak hem aan alle kanten uit, want zijn vrouw was in verwachting.
Na een tijdje raakte hij zover hersteld dat hij van de medische controleur weer aan het werk moest gaan. Ergens was hij daar blij om, niet alleen dat hij weer zo goed als beter was, maar ook omdat hij door het werk zijn gedachten kon verzetten. Helemaal kon hij de gedachten over de voorspellingen echter niet kwijtraken. Zeker niet toen zijn vrouw hem - toen hij een keer van zijn werk thuiskwam - een nare boodschap overbracht. Een kapitein en een aalmoezenier van het leger waren bij zijn ouders komen vertellen dat hun jongste zoon in Indië levensgevaarlijk gewond was geworden. Tegen een van zijn zusters hadden zij gezegd dat men zich maar op het ergste moest voorbereiden. Op 16 februari overleed een zuster van hem, na een goed geslaagde rugoperatie, aan hersenvliesontsteking. Zij was 22 jaar en donkerblond! Op 18 april bracht zijn vrouw een flinke zoon op de wereld. De bevalling was voorspoedig verlopen en zijn vrouw bleef in leven! Zo gauw als hij maar kon ging hij het goede nieuws aan zijn ouders vertellen en deelde zijn vader tevens mede dat hij er wéér een naamgenoot bij gekregen had. Zo gauw als zijn vrouw goed uit de voeten kon en met mooi weer zouden zij hem komen laten zien. Zijn vader kon niet naar hen komen omdat hij ziek op bed lag. „Haasten jullie je maar niet, want ik zie mijn nieuwe kleinzoon nog vaak genoeg", kreeg hij van zijn vader te horen. In de nacht van 5 op 6 mei stierf zijn vader zacht en kalm, terwijl de jongeman zelf bij hem zat te waken. De voorspelling was helemaal uitgekomen, of niet soms?

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1984 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: