Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 77

18-01-1984

Wat is bijgeloof?

Er zijn mensen die iemand al bijgelovig noemen wanneer die persoon een ander geloof aanhangt dan dat zijzelf belijden. Maar dat beschouw ik niet als bijgeloof. Waar ik wel eens twijfels over heb, dat zijn de moderne sektes, waarvan men niet weet of de leider een „nieuw geloof" verkondigt of dat hij enkel maar alleen op geldelijk gewin uit is. Nee, ik wil het voornamelijk in dit artikeltje hebben over niet-religieus geloof in bepaalde verschijnselen en/of voorwerpen die iemands leven zouden kunnen beïnvloeden.

Vooral de geboorte en de dood waren in vroeger jaren door geheimzinnigheden omgeven, die men gerust onder bijgeloof onder kan brengen. Het begon trouwens al voor de geboorte. Als een vrouw niet in verwachting wilde komen, dan moest de „huwelijksdaad" - om het zo maar eens te noemen - staande uitgevoerd worden. Ik zou de meisjes en, vrouwen niet graag de kost willen geven die alsnog in verwachting zijn geraakt! De bevruchting was ook te voorkomen als de vrouw op het hoogtepunt van de „daad" de adem inhield. Een ander recept was dat de vrouw of het meisjes de milt van een muildier bij zich droeg. Wanneer een vrouw of meisje in verwachting was gekomen dan mocht zij onder geen geval onder een draad doorlopen, want dan zou de navelstreng zich om de hals van het kind gaan kronkelen met alle gevolgen vandien. Wat zij ook niet mocht, dat was in een kist kijken waar een overledene in lag, want dan zou het kind zeer vroeg sterven. En een kies laten trekken tijdens de zwangerschap? Nou vergeet het maar, want daar kwam vast en zeker een miskraam van. Als de zwangerschap langer duurde dan dat de vrouw berekend had, of dat zij de beweging van het kind meer rechts dan links voelde, dan werd het geheid een jongen. Wilde men voor de geboorte weten of het een jongen of een meisje werd dan moest men een gouden ring aan een draad boven de gezwollen buik van de vrouw houden. Draaide de ring linksom dan werd het een jongen en draaide de ring rechtsom dan was het beslist een meisje. Wilde de vrouw héél zeker zijn dat zij een meisje kreeg dan moest zij bij de „huwelijksdaad" een muts opzetten!!! Om nabloedingen te voorkomen moest de kraamvrouw op een stukje van de nageboorte kauwen. Behulpzame buurvrouwen die bij de bevalling aanwezig waren glommen van trots, als zij de jonge moeder konden vertellen dat haar kind „met de helm geboren was!" Zo'n kind was dan voor het geluk geboren en kon in de toekomst kijken waardoor het sterfgevallen en andere rampen kon voorspellen. De oorzaak van dat bijgeloof werd veroorzaakt doordat er bij de geboorte een stukje van het vlies - wat het kind in de moederschoot omhulde - op het hoofdje was blijven zitten.
Iets anders - wat niets met bij geloof te maken had - waren de namen die verschillende dranken hadden waarop de kraamvisite getrakteerd werd. Van kandeelwijn hebt u wel eens gehoord natuurlijk. 

Maar wat dacht u van: "Hempje-licht-op", "Naveltje-bloot?" of „Engeltjeslikeur"? De laatste drank werd geschonken wanneer er een kindje doodgeboren was.

De ouderen onder ons weten nog wel dat alle kerkelijke en burgerlijke rituelen rond het overlijden zich in het sterfhuis voltrokken. Zoals het afleggen en opbaren van de overledene. De kist met het stoffelijk overschot bleef dan drie dagen op twee schragen -meestal in een bedompte en kleine huiskamer - staan. Viel de derde dag op zondag, zodat de begrafenis pas 's maandags plaats kon vinden, dan zag het er voor de betreffende gezins- of familieleden niet zo best uit. Want dat voorspelde dat er binnen korte tijd weer een overlijden in de gezins- of familiekring te betreuren zou zijn. Ook als er een hond in de straat, waar een overledene boven de aarde stond, op een jankerige manier aan het huilen ging, zoals men dat wel eens van wolven op de TV kan horen, liepen bij de meeste buurtbewoners de rillingen over hun lichaam. Want dat voorspelde weer dat er spoedig een van de buurtbewoners zou komen te overlijden. Dan nog de andere bijgelovigheden, o.a. het niet onder een ladder door mogen lopen, een spin in de morgen zien, iets stuk laten vallen, het zoutvaatje omstoten, enzovoort. U kunt wel begrijpen dat de mensen vroeger onder kommer en kwel gebukt gingen. De toekomst laten voorspellen door een waarzegster of een kaartlegster, was vroeger in de oude stad aan de orde van de dag. Ook het geloof in geest- en spookverschijningen baarden bij de mensen veel zorgen.

Over waarzeggers, kaartlegsters, spiritisme en spoken zal ik u in de volgende afleveringen enige zeer merkwaardige verhalen vertellen, die echt gebeurd zijn. U kunt dan zelf uit maken of het vraagteken achter de titel van dit stukje: „BIJGELOOF?" wel of niet gerechtvaardigd is. U mag mij gerust na het lezen van zo'n stukje uw mening door bellen of schrijven. Dat zal ik zeer op prijs stellen. Wel moet u begrijpen dat ik in die stukjes geen eigen menig naar voren breng, maar gewoon iets vastleg op papier. Het eerste stukje gaat over een waarzegger. Een zeer bekende Nederlander heeft een zeer merkwaardige ervaring met die waarzegger opgedaan. Tot de volgende week.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1984 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: