Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 74

21-12-1983

Kerstmis in de oude stad

Buiten heerste een felle vrieskou, maar in het huisje van Gerrit en Marie stond het flink opgestookte potkacheltje, blozend een aangename warmte te verspreiden. De versgezette koffie bracht op het laag brandende petroleumstelletje zachte pruttelgeluidjes ten gehore. De opgekomen dageraad had langzaam maar zeker het duister van de nacht verdreven.

Het gezin was die morgen voor Kerstmis vroeg op gestaan, omdat het een drukke dag voor de boeg had. Hun drie kinderen hadden zich al dagenlang verheugd op het moment dat zij mee mochten helpen om het kerststalletje uit te pakken en op te stellen. Daarbij zat men te wachten op buurman Piet die het „kerstkonijn" zou komen slachten, dat Gerrit enige dagen terug voor het kerstmaal gekocht had. Nadat ze gemorrel aan de voordeur gehoord hadden, stapte even later de buurman het huiskamertje binnen en groette allen met een: „Goedemorgen samen" en zich naar Marie wendend zei hij: „Nou de koffie ruikt lekker, schud maar gauw een bakje voor me in". Terwijl zij met zijn drieën van de koffie genoten zaten de drie kinderen in een hoekje van de kamer te spelen. Na het tweede kopje koffie zei Piet tegen Gerrit: „Kom we zullen dat konijn maar eens een behandeling gaan geven", en hij haalde tegelijkertijd een vervaarlijk uitziend knipmes uit een van zijn broekzakken. 

Beide mannen gingen naar het kleine binnenplaatsje achter het huis, waar Gerrit het konijn in een hokje had opgesloten. Het duurde niet lang of zij kwamen weer binnen. Voor Marie haar verwondering uit kon spreken dat het zo vlug gebeurd was, zei haar man bedrempeld: „Het konijn is weg, het is gestolen!" „Het... konijn... gestolen?", vroeg Marie haperend, met één ongelovige blik in haar ogen. Zonder een woord te zeggen knikten beide mannen van ja. Verbouwereerd ging Marie op haar stoel zitten. Zij zei nog een keer ongelovig: „Het konijn gestolen. Nu hebben we met Kerstmis geen vlees!" Piet keek meewarig naar de beide mensen die somber naar het sleetse tafelkleed staarden. Hij voelde zich niet op zijn gemak. Toen hij een zware sigaret gerold had zei hij tenslotte: „Kom, ik stap eens op, ik heb nog het een en ander te doen en verliet stilletjes de beide mensen. Toen hij het zijn vrouw vertelde was zij net zo verbouwereerd als Marie en begon allerlei kwalen aan de dief toe te wensen. Even later ging zij de onheilstijding aan twee buurvrouwen vertellen die het op hun beurt weer aan andere buren overbrachten. Binnen een uur was de hele buurt van de diefstal op de hoogte gebracht.

Later ging Marie naar een slager op de Grotestraat om een ons leverworst en een ons bloedworst voor het getroffen gezin te kopen. Toen zij de slager van de diefstal vertelde, gaf hij uit zichzelf twee runderlapjes en een pakketje soepvlees voor de bestolenen mee. Dat werd later door een dochter van haar bij Gerrit en Marie afgegeven, die het in dank aannamen. Een buurvrouw kwam het, nog door haar verschuldigde geld voor het verstelwerk brengen, dat Marie voor haar gedaan had. Zij moest dertig cent betalen maar gaf een kwartje en een-dubbeltje en hoefde de resterende vijf eent niet terug te hebben, die mocht Marie houden als fooi. In de namiddag, bracht de bakker een krentenbroodje, met de mededeling dat het besteld en betaald was, maar hij wist niet door wie! En zo druppelde gestaag de goede gaven van de buren voor Gerrit en Marie binnen. Zij kregen ook nog een half pond margarine, een geslachte duif en paar ons reuzel. Gerrit en Marie namen al deze geschenken ontroerd en zeer dankbaar aan. De spreekwoordelijke burenhulp en het gevoel voor gemeenschapszin was hiermee weer eens aangetoond. 

Toen Marie en de twee oudste kinderen uit de nachtmis kwamen - Gerrit was niet meegegaan omdat hij weer last van zijn stijve been had en op de jongste spruit moest passen - rook Marie bij het openen van haar huisdeur een heerlijke baklucht. Toen zij in de kamer kwam zag zij haar man met een glimlach op zijn gezicht schijven balkenbrij bakken. „Van wie heb je dat nou weer gekregen?", vroeg Marie verwonderd. „Dat zal ik je vertellen", zei Gerrit: „Ik hoorde daarnet gerommel aan de voordeur maar er kwam niemand binnen. Toen ik ging kijken in de gang lag er een pakje met een flinke homp balkenbrij. Er was ook een briefje bij, kijk hier heb je het". Marie nam het briefje aan en las wat er met potlood op geschreven stond. „Wij hebben dit teveel, willen jullie dat hebben", zonder vraagteken er achter. Even later zat het gezin heerlijk te smullen van de lekker gebakken brij. Zo hadden zij toch nog een goede Kerstmis dank zij het meeleven van de buurtbewoners.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1983 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: