Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 69

30-03-1983

Straatspelen (3)

Het gebeurt vaak dat - wanneer ik met mensen over de tijd van vroeger praat - de straatspelen uit onze jeugd ter sprake komen. Men vraagt zich dan verwonderd af waarom de hedendaagse jeugd deze spelen niet overgenomen heeft? Voelt onze jeugd niets voor deze spelen, of hebben wij ouderen deze spelen niet goed doorgegeven?

Prik- of haktollen

De priktol was ongeveer zeven centimeter hoog en van boven rond en breed en eindigde aan de onderkant in een punt. In die punt was een stalen pen met een rond kopje bevestigd. Boven op de tol zat een houten uitsteeksel, waar je dan een touwtje met een losse slag om deed en dat dan vanaf de stalen pen met slagen naar boven gewonden werd. Nu was het de bedoeling de tol zo op de grond te werpen - waarbij men een rukje aan het touw gaf - dat hij op de punt terecht kwam en in snelle draaiende bewegingen bleef staan.

Drijftollen

Déze tol was kleiner en had een iets andere vorm dan de priktol, maar bezat ook een stalen pennetje in de punt. De , tol werd in een voeg tussen dé" stoep- of straatstenen geplaatst en dan met een zweepje in draaiende bewegingen weggeslagen. Er waren jongens die als volslagen artiesten met deze tollen om konden gaan, maar er waren er ook die er totaal niets van terecht brachten.

Landverovertje

Hiervoor had je een oude vijl zonder handvat nodig die je bij een smid ging vragen. Op een zandstrook, die veel al onder bomen te vinden waren, werd een rechthoek getrokken die in twee helften gedeeld werd. Om de beurt mocht je dan met de puntige heftkant in de grond gooien. Bleef de vijl staan dan mocht je van af dit punt een klein vierkantje of rechthoekje als eigendom afbakenen. Bleef de vijl niet staan dan kwam de andere aan de beurt. Wie het eerst zijn helft veroverd had was dan baas over „het land".
Over het hoepelen, steltlopen, knikkeren, ballen, touwtje-springen, hinkelen en het dia-bolospel hoef ik niet uit te weiden, die spelletjes ziet men nog wel eens spelen.

Andere straatspelen

Omdat er bij onderstaande spelen om geld gespeeld werd, werden deze hoofdzakelijk door oudere jongens en volwassen mannen gespeeld. Men moest hierbij wel goed oppassen om niet door een politieagent betrapt te worden. Want het was (en is nog) ten strengste verboden om in het openbaar met geld te spelen. Aan deze spelen deden twee tot vier personen mee, terwijl men het beste spel kreeg op een harde ondergrond van zand.

Ketsen

De deelnemers gooiden drie centen één voor één met de rand tegen de muur, waarbij het de bedoeling was de centen zo ver mogelijk terug te laten ketsen. Kwam een cent in de buurt van een andere cent te liggen, en was de tussenruimte met gespreide duim en pink te bespannen dan mocht de speler deze cent als zijn eigendom beschouwen. 

De speler die een van zijn centen het verst van de muur had laten ketsen mocht alle centen oprapen om deze op elkaar naar de tweede man op te gooien die dan als vanger dienst deed. Van te voren had de opgooier aan de vanger gevraagd; „onder of boven?" wat hetzelfde was als kruis of munt". De vanger moest nu de centen op de grond leggen en mocht dan de centen opnemen met het teken er op wat hij gezegd had, dat was zijn winst. De vanger speelde nu voor opgooier en de derde speler als vanger. Als er meer spelers waren was de spoeling op het eind wel dun natuurlijk.

Meetje gooien

Een muur of streep deed dienst als „meet". Het was de bedoeling een van de centen zo dicht mogelijk tegen de muur of de streep te gooien. Hij die er het dichtste bij kwam mocht weer - net als bij het vorige spel - met het opgooien beginnen. Wanneer dit spel met de streep gespeeld werd kwam er een variatie bij. De centen die óver de streep kwamen waren voor de eerste opgooier.

Zakgooien

Voor dit spel werd een cirkel getrokken met een lijn precies door het midden. Op die middellijn werd een hokje van ± vijf centimeter getekend. Nu moest men proberen een van de centen in het kleine vierkantje te mikken. Degene die dat lukte mocht de centen buiten de cirkel meteen in zijn zak steken. Ook bij dit spel begon weer het opgooien en vangen. Indien er geen cent in het hokje kwam, was degene die het dichte bij de middellijn lag winnaar, maar mocht de centen buiten de cirkel niet houden.

Baksteen gooien

Een metsel- of straatsteen werd in de lengte recht op gezet. Op de platte maar smalle bovenkant werden dan door de spelers wat centen neer gelegd. Men ging op een behoorlijke afstand staan en probeerde dan om de beurt met kleinere stenen de staande steen om te gooien. Bij dit spel werd niet opgegooid, maar werd er wel van te voren onder of boven gevraagd.

Onder de voet

Een speler deponeerde onder iedere voet een cent, de andere speler moest er dan een cent tegenover leggen. Dan stapte de eerste van zijn centen af en kon men zien hoe de stand was. Vertoonden de centen van de eerste speler het-zelfde teken als van de tweede, dan waren de centen voor de tweede speler, zo niet dan waren de centen voor de eerste man. Het spel kon weer met variaties gespeeld worden zoals; recht tegenover elkaar, maar ook kruislings en met meerdere centen.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1983 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: