Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 61

05-01-1983

De goede voornemens van „de schoes"

De lange Jan was een grote flinke man, met een kalende schedel en een bleek rond gezicht. In een kamertje van een oud bouwvallig huisje in de ouwe stad, oefende hij het vak van schoenmaker uit, waardoor hij de bijnaam van „schoes" gekregen had.

Toen hij op een dag bezig was om een paar hoge werkschoenen van nieuwe zolen en hakken te voorzien, kreeg hij onverwacht bezoek. Het was Piet de „stier", zo genoemd vanwege zijn kracht en „kromme Harrie" die deze naam te danken had aan zijn o-benen. Zij stonden bekend als twee drinkebroers die ook wel „de nathalzen" genoemd werden. Ondanks dat het nog vroeg in de middag was, ademden zij een zware dranklucht uit in het kleine kamertje dat de schoes trots zijn „werkplaats" noemde. „Wa komme jullie hier doen?" vroeg de schoes op norse toon aan hen. „Och, we dachte meschien kunne we wel 'n burreltje bij de schoes goan drinke" kreeg hij van de stier te horen. „Dé komt dan wel slecht uut, want ik heb gin rooie cent ien m'n zakke", loog de schoes keihard. „Geld is oek helemoal nie nodig, want we hebbe zelf 'n burreltje meegebracht", zei de kromme en liet trots een halvelitersfles jenever zien die voor meer dan de helft gevuld was. „Mó je 'n burrel schoes?", ging hij verder, „Nee, ik mot gin burrel, ik heb met oud en nieuw veurgenome ùm 't erste half juir gin burrel oan te roake", weerde de schoes het aanbod af. „Nou, dan neme we met z'n tweetjes wel 'n burrel, hè kromme", zo wendde de stier zich naar zijn maat. Ongevraagd pakte hij twee stoffige glaasjes van een rommelig schap, wreef er met een van zijn grote duimen door heen en schonk de glaasjes tot de rand toe vol. Meteen namen de beide mannen een flinke slok van hun borrel en slikten de drank genietend door. „Hè, hè, dé was lekker. Net of t'r 'n engeltje oaver je tong pist", was de opmerking van de kromme, waarbij hij onbeschoft luid smakkende geluiden met zijn mond voortbracht. De stier gaf hem knikkend gelijk. Even later sloegen zij de rest van de borrel achterover en keken elkaar verheerlijkt aan. Het duurde niet lang of de stier greep weer naar de fles en schonk de glaasjes nog eens vol. Met een knipoog naar zijn maat vroeg hij nogmaals aan de schoes of ie soms toch 'n borrel wou. „Nee", zei de schoes op norse toon, „ik zuip veurlopig nie mer". „Nou dan drinken we de rest wel met ons tweetjes op", zei de kromme tegen zijn maat. 

De warmte van de fel brandende potkachel en de dranklucht vermengden zich met elkaar, waardoor de schoes een droge keel kreeg. Na een poosje werd hem nogmaals door de drinkers gevraagd of hij soms een borrel wilde. De schoes probeerde zijn droge keel met wat speeksel te bevochtigen maar dat lukte hem niet. „Jullie wete wa'k veurgenome heb", weerde de schoes al wat zwakker af. Hij begon een ontzettende dorst te krijgen. De twee drinkers voelden aan dat de schoes aan het bezwijken was. Daarom begon de stier hem verder te slopen. „Ach, een klein burreltje kan toch gin kwoad en gin mins kan ons hier zien". De schoes begon nu echt te wankelen en met een schuine blik naar het restje jenever in de fles zij hij: „Nee, drink mar op, dé kleine bietje is net de moel getergd". „Joa, mar we hebbe nog 'n verrassing", zo deed de kromme er ook nog een schepje bovenop. „O joa", vroeg de schoes nieuwsgierig, "En wat dan wel as ik vroage mag?" „Nou dit", zei de stier en toonde de schoes een andere halvelitersfles met jenever. De schoes legde zijn gereedschap neer, schoof de schoenleest aan de kant en zei: „Nou 'n klein burreltje dan, mar nie meer!" De kromme wisselde een blik van verstandhouding met de stier. Hun verleidingstechniek had weer eens gezegevierd. De schoes kreeg in plaats van een kleine een heel gróte borrel aangereikt En het zou niet bij een borrel blijven, want toen hij 's avonds om half negen bij zijn zuster - bij wie hij in de kost was - binnenstapte, was hij flink aangeschoten. „Je het 't wèr uirdig bruun gebakke vandoag", verweet ze haar broer. „Ik doch nog wel da je zulke goeie veurnemens gemakt had met oud en nieuw", zij ze verwijtend tegen hem, terwijl de schoes al bij de half geopende slaapkamerdeur stond. „Goeie veurnemens", begon de schoes, terwijl hij moeite had om zijn lallende tong in bedwang te houden, „goeie veurnemens moake is allemoal flauwekul. Die zien goed veur minse die d'r eige wille besodemietere. Toen stapte hij de slaapkamer in om zijn roes uit te slapen.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1983 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: