Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 59

10-11-1982

Religieuzen uit de oude stad 4

De zusters van Bethlehem

Het ene wiegje zag er natuurlijk mooier uit dan het andere, maar dat kwam hoofdzakelijk door het feit dat niet iedere man over het vereiste gereedschap en vakmanschap beschikte om er iets sierlijks van te maken. Maar als de vrouw het wiegje versierd had met fleurige strikjes, lintjes en kleurrijke lapjes waardoor de grootste fouten aan het oog onttrokken waren, dan waren zij beiden zeer trots op hun pronkstuk.

Natuurlijk werden de wiegjes onderling vergeleken met elkaar maar er werd wel voor opgepast om in het bijzijn van de betreffende maker of aanstaande moeder iets ten nadele van het wiegje te zeggen. Nee, zij gingen liever in een onderlinge maar gezonde wedijver aan de slag om voor de aanstaande moeder een zo volledig mogelijke babyuitzet bijeen te vergaren. Wekenlang zaten zij dan te haken, te breien en te naaien waar geen enkele cent vergoeding voor gevraagd werd. Hier kwam dan weer de befaamde burenhulp en gemeenschapszin om de hoek kijken. Voor hulp bij moeilijke steken of patroontjes konden zij steeds bij de zusters van Bethlehem terecht die deze vrouwelijke huisvlijt aanmoedigde en ook aankweekte. Op de goederenmarkt op het Kelfkensbosch, kortweg „het bosch" genoemd, kochten zij dan voor tien cent per stuk lapjes waar zij dan lakentjes, sloopjes en overtrekjes van maakten. Voor een luier waren zij negen cent kwijt en 'n knotje breiwol kostte negen en een halve cent. Uit twee van die knotjes wol haalden zij dan drie baby truitjes uit die dan te samen negentien cent kostten! De prijzen waren laag maar de lonen - als de man werk had - óók laag. Zo toonde een aanstaand moedertje eens een volledige babyuitzet met wiegje en badje inbegrepen (alles splinter nieuw uit de winkel) die haar niet meer dan vijfentwintig gulden gekost had. Zij had die uitzet beetje voor beetje bij elkaar gespaard door iedere keer als haar man 'n voordeeltje had iets er bij te kopen. Zo gauw wanneer de bevalling achter de rug was gaf de vroedvrouw de zusters een seintje dat er op dat en dat adres weer werk voor hen aan de winkel was. Door hun vele werk onder de minst bedeelden van de oude stad en de contacten met de vroedvrouwen wisten zij al bij voorbaat wat hen te wachten stond. In de loop der tijd hadden de zusters een goed gevulde en ruim gesorteerde linnenuitzet opgebouwd. Voor de gezinnen waar het hard nodig was werd er dan een zeer ruime keuze uit gedaan om die mee te nemen naar de betreffende kraamvrouw. Nadat zij de moeder en haar kindje gewassen en verschoond hadden werd de vuile was mee naar „Huize Bethlehem" genomen waar men er voor zorgde dat het gewassen en gestreken werd om het dan weer mee te nemen naar de betreffende kraamvrouw.

Dat alles gebeurde tweemaar per dag. Waar de kraamvrouw over voldoende linnengoed beschikte en ook nog een beroep kon doen op behoorlijke vrouwelijke hulp hoefden de zusters de was niet mee te nemen. Al dat werk deden de zusters uit Liefde tot God en de medemens. In het kleine dunne fotoboekje - met sobere verklarende teksten - dat de zusters eens hebben uitgegeven, staat naast een foto een volgende mooie spreuk; Pro cedamus in pace in nomine Dei felici-ter. Vrij vertaald; Laat ons in vrede uittrekken gelukkig in Gods naam. Op de foto ziet men de zusters klaar staan om uit te rukken naar hun werk. Niet alleen per fiets maar ook met solexen (fiets met hulp motor) waardoor blijkt dat de zusters de moderne transportmiddelen niet schuwden om zoveel mogelijk werk te kunnen doen. Men kan ook duidelijk het verschil in de uitmonstering zien van hun orde kleding van de zusters die uit gingen om te werken en de zusters die thuis hun werk hadden. De ordekleding is door de eerste dames samen met pater Kooien uitgezocht. Als stof voor hun kleding kozen zij wit katoen en wel om hygiënische redenen bij de verzorging van moeder en kind en omdat men katoen goed kon wassen. Binnen droegen zij een wit kapje met witte sluier maar buiten droegen zij een zwart kapje met zwarte sluier. Beide kapjes hadden aan de voorkant een witte band met een zwart kruisje erop. Als enigste versiering droegen zij op de hoog gesloten kleding een zwart strikje. Wanneer zij op reis gingen waren zij helemaal in het zwart gekleed. Ook bezat iedere zuster een zwarte gabardine regenmantel. Een van de eerste dames, die goed met naald en draad over weg kon, heeft deze kleding helemaal met de hand gemaakt. Het is bij de zusters niet alleen bij kraamverpleging gebleven maar langzamerhand namen zij ook nog andere taken op zich zoals: opvang van ongehuwde moeders, maatschappelijk werk, sociale zorg, gezinszorg, gezinsvoogdij, godsdienstonderricht aan katholieken en niet katholieken en het les geven op de Mater Amabilisscholen enzovoort. In een volgend stukje kom ik op het een en ander nog nader terug.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1982 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: