Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 49

1981

Trouwen 3

Toen mijn vrouw en ik gingen trouwen hebben wij ook de grootste zorgen en problemen gehad om het een en ander voor elkaar te krijgen. Wij trouwden namelijk ook nogal plotseling. Niet dat wij moesten trouwen omdat mijn vrouw in verwachting gekomen was, nee, wat dat betreft hebben wij geluk gehad. Wij zijn ook zogenaamd „netjes" getrouwd, dat zei men vroeger tenminste als je niet moest trouwen.

Het waren andere redenen die ons noopten om vlug te trouwen. Zoals ik al eerder geschreven heb kregen wij in oktober 1939 verkering met elkaar. Maar omdat Engeland en Frankrijk met Duitsland in oorlog gekomen waren, had Nederland de algehele mobilisatie afgekondigd. Deze maatregel kon echter niet verhinderen dat de Duitse legers op 10 mei 1940, zonder voorafgaande oorlogsverklaring, op een verraderlijke wijze Nederland en België binnen vielen om op deze wijze Frankrijk van de andere zijde aan te vallen. Hierdoor werden wij ook in de oorlog betrokken met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Na enkele dagen van oorlog voeren tegen de Duitse overmacht moesten Nederland en België capituleren en werden beide landen en 'n groot gedeelte van Frankrijk bezet. Onmiddellijk begonnen de Duitsers de door hen bezette gebieden leeg te roven, raakte alles op de bon en kregen wij met de avondklok - dat was spertijd waarin je niet op straat mocht komen - en verduistering maken. Het allerergste was wel de deportatie van onze Joodse landgenoten naar diverse concentratiekampen waar oud en jong op sadistische wijze behandeld en vergast werden. Daarnaast begonnen zij ook op een niets ontziende wijze
aan de gedwongen tewerkstelling van onze werkloze arbeiders in Duitsland en de andere bezette landen. In de zomer van 1941 kregen we te horen dat de bedrijven die vrijgezellen arbeidskrachten in dienst hadden deze ook aan de Duitsers moesten afstaan voor tewerkstelling elders. Mijn vrouw werkte toen op de schoenfabriek „Wotana" in de Groenestraat. Later werd deze fabriek omgedoopt in „Swift" en verhuisde naar de Muntweg. De vrijgezellen van deze fabriek zouden op de schoenfabriek van Hoffman in Kleef moeten gaan werken. Zelf werkte ik als schilder op de kinderwagenfabriek „Patria" aan de Weurtseweg en de directie daarvan zou arbeidskrachten moeten leveren voor de te bouwen verdedigingswerken aan de Franse kusten. Het waren voor ons geen aanlokkelijk toekomstbeelden om van elkaar gescheiden te worden. We waren nog jong en nog nooit van moeder pappot weggeweest. Wat moesten wij doen? Goede raad was duur. Men adviseerde ons dat het 't beste was om zo spoedig mogelijk te gaan trouwen om daardoor aan het dreigende gevaar te ontkomen. Maar ja, wij waren er niet op voorbereid om op stip en sprong te trouwen. Wij kwamen - evenals het eerder genoemde stelletje - met de problemen en zorgen te zitten van: hoe komen wij zo gauw aan 'n behoorlijk huis(je) en de andere noodzakelijke benodigdheden?
Niet alleen dat wij maar weinig spaargeld hadden maar intussen was ook alles op de bon gekomen. Het zag er allemaal nogal hopeloos uit. 

Maar op 'n dag werd mijn moeder door een bewoonster uit onze straat aangehouden die haar vertelde dat ze ging verhuizen en of het vrij komende woninkje niet iets voor ons was. Wij hadden daar wel oren naar, waarop mijn moeder de Hr. Kleisterlee - dat was de huurophaler in onze wijk - aanhield of die 'n goed woordje bij de woningvereniging kon doen. En dat lukte inderdaad. Wij kregen van de Woningvereniging „Nijmegen" bericht dat wij vanaf 18 augustus over de woning konden beschikken tegen 'n huur van ƒ2.05 per week. Het woninkje was natuurlijk niet erg groot en bestond uit; keuken-huiskamer, één slaapkamer, w.c., kelderkast en 'n klein buitenplaatsje van 'n paar vierkante meter.
Het stond schuin tegenover ons huis in de Kloosterstraat op nr. 36. Omdat het inmiddels al half augustus geworden was moesten wij ons haasten om alle regelingen voor het wettelijk en het kerkelijk huwelijk te treffen, het laatste vooral omdat er in de kerk drie roepen vooraf moesten gaan. Ook moesten wij nog drie avonden in de pastorie op „visite" komen om door de pastoor onderricht te worden over de huwelijkse plichten. Op de laatste van deze avonden begon de pastoor over de bijdrage voor de huwelijksceremonie te praten. Wij werden met stomheid geslagen toen hij uit 'n dik boek de prijzen oplas die aan diverse uitvoeringen van de plechtigheid verbonden waren. Toen ik eindelijk mijn stem terug kreeg en hem vertelde dat wij zegge en schrijven ƒ7.50 konden besteden keek hij erg bedremmeld. Hij stelde nog voor om lopend naar stadhuis en de kerk te gaan en het geld van de koetsen bij de plechtigheid te leggen of desnoods de fotograaf over te slaan. Maar omdat deze onkosten door diverse familieleden betaald werden kon ik daar niet over beslissen. Wij trouwden op 18 september precies op mijn tweeëntwintigste verjaardag, reden waarom ik mijn huwelijksdag nooit zal vergeten; In dezelfde huwelijksmis trouwde nog 'n paartje waarvan het bruidje ook in onze buurt woonde. Na de huwelijksvoltrekking werden mijn vrouw en ik uitgenodigd om in de pastorie een kop koffie en een krentenbroodje te nuttigen. Daarnaast kregen wij 'n klein kruisbeeldje, 'n binnenfoto van de Augustinuskerk en 'n foto van de pastoor. Het andere paartje was niet uitgenodigd, maar werd meteen de kerk uitgeleid. Later hoorden wij van hen dat zij uit armoe geen bijdrage aan de plechtigheid hadden kunnen leveren, omdat zij beiden werkloos waren. Wel wat triest en sneu voor dat paartje, vindt u ook niet?

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1981 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: