Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 47

1981

Trouwen

Wanneer 'n paartje trouwen moest omdat het meisje in verwachting was geraakt, kwam het meteen voor de zéér onaangename taak te staan om het de wederzijdse ouders te vertellen. Op z'n zachtst gezegd werd hun die mededeling niet in dank afgenomen en in het gunstigste geval moesten zij dan diverse standjes en terechtwijzingen deemoedig aanhoren. Maar ook konden er weken lang ernstige verwijten, harde woorden en ernstige ruzies voorvallen waardoor de moeder en het meisje door huilbuien geplaagd werden.

Daarbij kwam nog dat zij in 'n zeer korte tijd heel wat te regelen hadden. Zo moesten zij zich zo spoedig mogelijk bij de burgerlijke stand in laten schrijven, het zogenaamde „aantekenen". Het voorgenomen huwelijk werd dan door de gemeente aan de bevolking bekend gemaakt. Het was natuurlijk niet zo dat iedere Nijmeegse ingezetene een brief met deze mededeling thuis gestuurd kreeg.
Nee, het werd schriftellijk bekend gemaakt via 'n klein groen geschilderd kastje dat bezijden de stadhuistrappen aan de gevel bevestigd ,was (nu wordt het in de Burgemeester Hustinxstraat aangeplakt. Dat was (en is nog zo) om hen die bezwaren tegen het huwelijk hadden in de gelegenheid te stellen die aan de gemeente kenbaar te maken). Ook had men vroeger in De Gelderlander enige malen per week een rubriek van de burgerlijke stand waarin geboorte, huwelijk en overlijden kenbaar gemaakt werd. Wilde men tevens het huwelijk kerkelijk in laten zegenen dan moest men de parochie pastoor van het meisje daar tijdig van op de hoogte stellen om de afspraken voor de plechtigheid te maken. In de kerk werd dan vanaf de preekstoel op drie achtereenvolgende zondagen het voorgenomen huwelijk afgelezen onder de noemer van de eerste, de tweede en de derde roep. Dan had men nog vooral de materiële zorgen op de eerste plaats, het zoeken naar een geschikt huisje met een zo laag mogelijke huur. Diverse vrienden, familieleden en kennissen hielden dan speurtochten in de stad om zo'n huisje te helpen vinden. Het bijeenscharrelen van de hoogst noodzakelijke meubelstukken was ook 'n loodzware klus. Om wat meubels bijeen te krijgen ging men - naast vrienden en kennissen - ook de handelaren in tweedehands spullen, de Luizemarkt en de verkopingen af om te kijken of er iets van hun gading te vinden was. Was soms een van de ouderparen lid van „De bond van grote gezinnen" dan kon men ook nog eens 'n bezoek aan „Het Brokkenhuis" in de Houtstraat brengen om daar eens flink rond te neuzen of niet iets voor 'n zacht prijsje op de kop te tikken was.
Het een en ander komt u in deze tijd misschien nogal ongeloofwaardig over, maar het is de zuivere waarheid. U moet namelijk niet vergeten dat zo'n jongelieden vaak jaren aan een stuk werkloos waren dat zij - hoe oud of zij ook waren - geen enkele ondersteuning kregen in welke vorm dan ook. Hadden zij dan de pech dat zij plotseling moesten trouwen dan bezaten zij geen rooie cent. Wanneer zij dan getrouwd waren konden zij hopen 'n ondersteuning van vier gulden in de week te krijgen. Pas wanneer het Kindje geboren was kregen zij één gulden meer uitgekeerd.

U kunt natuurlijk wel begrijpen dat met zo'n uitkering in het verschiet er geen bokkesprongen gemaakt konden worden, maar dat zij een kommer- en zorgvolle tijd tegemoet gingen. Omdat men niet over geld kon beschikken was de huwelijksvoltrekking en de kerkelijke inzegening daarvan heel sober en eenvoudig. In zo'n geval was het natuurlijk ook niet mogelijk om trouwkoetsjes (later auto's) te huren om zich naar 't stadhuis of de kerk te laten vervoeren. Ontelbare paartjes hebben zich met hun ouders en de getuigen onopvallend tussen de winkelende stadsbezoekers naar het stadhuis begeven om daar ijlings naar binnen te glippen, dan na de huwelijksvoltrekking met dezelfde onopvallendheid naar de kerk te gaan. Trouwkoetsjes kon je in diverse prijzen en uitvoeringen huren variërende vanaf ± ƒ 15,- tot meer dan veertig gulden per drie koetsjes. Het eenvoudigste waren drie zwarte koetsjes die getrokken werden door een donker gekleurd paard. Maar je kon ook witte trouwkoetsjes huren, door een of twee witte paarden getrokken, met op de bok 'n deftig geklede koetsier in lange jas of 'n hoge zijden hoed aangevuld met een of meerdere palfreniers (zij fungeerde als tweede koetsier en/of koetsbediende) die zich achter op de bruidskoets staande moest houden door middel van handgrepen, die op het dak bevestigd waren. Ook kon men de paarden speciaal optuigen met kwasten, pluimen en bellen. Met bloemen kon men het inwendige van de koets laten versieren evenals de zweep van de koetsier en het paardenhoofdstel. Maar ja, zoveel luxe was er voor die arme sloebers niet weggelegd.
Ook de gemeente had verschillende tarieven samengesteld waarvan de hoogte bepaald werd door o.a. de dag waarop je wilde trouwen - donderdags was kosteloos - het uitleggen van de loper en dat soort extra dingen meer.
In de kerk was het ook mogelijk om in verschillende prijsklassen het huwelijk in te laten zegenen. Deze prijzen werden bepaald door: 'n mis met één of meer heren, het aantal misdienaars, orgelmuziek, koorzang, het versieren van de kerk met bloemen, de loper uitleggen, het inhalen van het bruidspaar door de priester enzovoort, enzovoort. In wezen was het sluiten van het huwelijk en de inzegening daarvan hetzelfde, ongeacht wat men er voor wilde of kon betalen. Het ging (en gaat) per slot van rekening om de intentie waarmee iemand een huwelijk sluit. Dat is het, en niet anders!

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1981 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: