Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 46

1981

Verkering en verloving 5

Wanneer je geen geld genoeg had om bij Piet Bosch binnen frites en/of 'n worstje te eten dan kocht je aan het buitenloket maar iets naar je gading. Zo was het ook eens op een woensdagavond met een druilerige regen. Het was echt geen weer om op een bankje in het Kronenburgerpark over onze toekomstplannen te gaan zitten praten.

Omdat ik nog maar net twee dubbeltjes in mijn zak had besloten wij om aan het loket een portie frites te kopen. Hiermede gingen wij naar de hal van het Luxor Theater om onder het genot van de frites naar de filmfoto's in de vitrines te kijken. Dat was echter maar voor korte duur, want na enige ogenblikken kwam de portier - gekleed in een soort admiraalsuniform - met een nors gezicht naar ons toe om te vertellen dat zijn hal geen eetsalon was en dat wij moesten maken dat wij weg kwamen. In armoede zijn wij toen maar naar huis gegaan. Wij hadden trouwens beter naar de automatiek van van Levitus op de Grote Markt kunnen gaan of naar de Blouwe Hal van bakker Mulder in de Lange Hezelstraat om er zo maar eens 'n paar te noemen. Daar kon je je zelf voor 'n dubbeltje op de heerlijkste lekkernijen trakteren en je stond meteen beschermd tegen de regen. Toen ik enige tijd verkering had ging mijn zakgeld met kleine bedragen geleidelijk omhoog. Dat kwam deels om dat ik meer ging verdienen door dat ik op stukloon was komen te staan en deels omdat mijn ouders aan voelden dat ik door mijn verkering voor hogere uitgaven kwam te staan. Zoals u weet kreeg ik in oktober verkering maar op elf november was mijn meisje jarig dus had ik meteen te zorgen voor een kadootje. Daarna was het St. Nicolaas dus ook weer een kadootje voor mijn meisje en 'n kleinigheid voor haar en mijn ouders. In vergelijking met de prijzen van deze tijd kostte voor de oorlog alles maar 'n habbekrats, maar je moest er toch geld voor hebben. Om 'n voorbeeld te noemen; het eerste St. Nicolaas-kadootje dat ik toen van mijn meisje kreeg was een schaakspel, 'n schaakbord had ik al. Voor dat schaakspel betaalde zij bij V & D één gulden maar als ik u erbij vertel dat zij maar vijftig cent zakgeld per week kreeg dan kunt u zelf wel nagaan dat het bedrag toch nog hard aantikte, nietwaar? Toen wij later plannen gingen maken om met elkaar te trouwen was het helemaal zaak om op de kleintjes te letten want wij wilden langzaam aan wat dingen voor de uitzet aanschaffen. Verlovingen - zoals tegenwoordig - gepaard gaande met feesten en recepties kwamen in onze samenleving van de oude stad niet voor.
Er was wel eens 'n uitzondering als de beide jonge mensen zelf, goed verdienden, de gezinnen niet te groot waren en waarbij de vaders 'n vaste betrekking bij het rijk of de gemeente hadden zodat er van een behoorlijk gezinsinkomen gesproken kon worden. Dan werd er wel eens 'n feestelijke verloving gevierd maar dan zonder receptie en gewoon bij het meisje thuis. Maar nogmaals, dat waren hoge uitzonderingen. 

Verloven hield ook in dat men over gladde ringen moest beschikken want deze moesten meteen dienst doen als trouwringen. De aanschaf van trouwringen was een uitgave die behoorlijk aantikte en die dan ook meestal vlak voor het trouwen gekocht werden. Tenminste als er geld voor was, want het viel niet zelden voor dat een bruidspaartje met geleende ringen ging trouwen. Onze trouwringen hebben bijvoorbeeld drie maal dienst gedaan. De eerste keer zijn de zuster en de zwager van mijn vrouw er mee getrouwd, maar toen zij later in financiële moeilijkheden kwamen te verkeren konden wij deze ringen voor 'n zacht prijsje overnemen. Dus deden ze bij ons voor de tweede keer dienst. Toen ongeveer 'n jaar later 'n zuster van mij ging trouwen - en zij en m'n zwager ook geen geld hadden om ringen te kopen - leende zij onze ringen voor die plechtigheid en dus deden deze voor de derde keer dienst. Wij hebben onze ringen gelukkig nooit hoeven te verkopen en dragen deze nu nog. Ook waren er wel jonge mensen die - uit nood gedreven - bij de Hema, V & D of bij Glaser in de Houtstraat 'n paar goedkope klungel ringen kochten om toch maar enigszins voor de dag te komen. De meeste verlovingen vonden in alle stilte - maar daarom niet minder indrukwekkend - plaats in een van de Nijmeegse parken. Gezeten op een bank in zo'n park (soms beschenen door 'n volle maan) beloofde men elkaar - nog voor er een ambtenaar of geestelijke aan te pas kwamen - eeuwigdurende trouw. Indien het paartje over ringen beschikten dan werden deze teder aan eikaars ringvinger geschoven terwijl dat alles bezegeld werd door een langdurige en tedere omhelzing. Helaas liep de verkeringstijd voor verschillende paartjes niet altijd even prettig af. Door de grote werkloosheid die er voor de oorlog heerste was de kans voor de jongelieden om iets te verdienen nul komma nul waardoor de toekomst uitzichtloos leek. Doordat men 'n vastgesteld aantal werkdagen in moest leveren om recht te hebben op ondersteuning was dat een beletsel om te trouwen, hoe graag men dat ook wilde. Het resultaat was dan eindeloze verkeringstijden. Daardoor leerde het meisje en de jongen elkaar op allerlei gebieden kennen. Eenmaal aan sexueel verkeer begonnen werd het op de lange duur net zo'n gewoonte als bij een getrouwd stel. Menig paartje kwam dan met de „brokken" te zitten wanneer het meisje in verwachting raakte en er ondanks alles toch getrouwd moest worden. Zo'n paartje kreeg dan vier gulden steun en als de baby er was kreeg men één gulden er bij. U zult wel begrijpen dat het dan helemaal armoe troef was.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1981 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: