Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 39

19-08-81

Modeverschijnselen (1)

De mode had in de tijd van onze ouders, groot- en overgrootouders lang niet zo'n grote invloed op de kleding en haardracht als vlak voor de oorlog en tegenwoordig. Vooral op de ouderen had de mode weinig invloed, terwijl men zich op het platteland (of wat er voor door gaat) er helemaal niets van aantrok. Men kan dat nog wel zien aan onze diverse provinciale klederdrachten die vaak ten koste van heel veel geld en moeite in ere worden gehouden.

Ook al zouden de arbeiders aan de mode mee hebben willen doen dan ontbrak het hen nog altijd aan de nodige contanten die daarvoor nodig waren. Trouwens het volgen van de mode was voor hen niet zo noodzakelijk omdat men toch nooit in die gelegenheden kwam waar daar opgelet werd of het noodzakelijk was. Het enige vertier dat zij wel eens hadden was om naar een toneelvoorstelling te gaan die soms door de arbeidersbonden in de Unitas gegeven werden en daar zaten zij toch meestal als buren en goede kennissen onder elkaar. Daarnaast - als het tenminste lijden kon - brachten zij wel eens een bezoek aan "een of ander buurtcafé in de oude stad waar de regel gold „ons kent ons". Bij deze bezoeken droegen zij zeer eenvoudige kleding die voor de meeste mannen bestond uit een schone blauwe kiel en een manchesterse broek plus een paar gepoetste hoge werkschoenen en een platte- of schipperspet. De vrouwen droegen over het algemeen een heldere lange schort, met smalle, witte en blauwe streepjes over hun donkere jurken, zwarte gebreide kousen en tripjes (dat waren lange, smalle vrouwenklompen met een riempje over de wreef) die regelmatig met zand en water wit geschuurd werden. Als het wat kil was droegen zij ook nog een zwarte wollen omslagdoek over hun schouders en rug. Zo aangekleed gingen zij dan - met glimmende gezichten door het wassen met zachte, groene zeep - boodschappen doen in de stad of even met hun man uit. De vrouwen gingen zelden of nooit naar de kapper of kapster, zijzelf of een van de vrouwelijke kennissen knipten 'n stukje van de meestal héél lange haren af en klaar was „Keja" weer. Permanent Wave kenden de vrouwen niet, de gevlochten haren werden dan zij het met of zonder knotje hoog op gestoken en dan met haarspelden vastgezet. De mannen gingen tweemaal in de week -woensdag en zaterdag - naar de barbier of haarsnijder om zich te laten scheren en eventueel hun snor te laten fatsoeneren. Eens in de zes of acht weken lieten zij hun haar knippen. Mijn vader - die mooi golvend kastanjebruin haar had - had ook een mooie knevel snor waar hij bij tijd en wijle de nodige aandacht aan besteedde. Daarbij hanteerde hij dan een speciaal knevelkammetje en borsteltje, terwijl ik meen te weten dat hij ook wel eens knevelvet heef t gebruikt. Wanneer vader met het verzorgen van zijn uiterlijk klaar was, vormden de haarscherp gedraaide knevelpunten een zuivere horizontale lijn onder zijn neus naar links en rechts. Zijn haar kamde hij altijd zo, dat er midden op zijn voorhoofd een lok onder zijn pet uitkwam - wat in die dagen veel mannen deden - die men ook wel „spuuglok" noemde. 

Als vader zich op die manier opgedoft had, was hij echt een knappe man en zag je bij moeder een trotse gloed in haar ogen komen als zij naar hem keek. Het roken was nog niet zo erg in de mode als nu, maar de mannen - vooral de bootwerkers en zo - gebruikten wel pruimtabak. Dat was een grove, zwaar gesausde tabak waar ze regelmatig een flinke pruim van achter hun kiezen staken. Naast pruimers waren er in die tijd ook veel snuivers en snuifsters. Dat waren mensen die van speciale en tot zéér fijn snuif gemalen tabakssoorten een snuifje namen. Zij namen dan tussen duim en wijsvinger wat snuif uit de doos en brachten dat dan naar de neusgaten om het op te snuiven. Zuiniger en deftiger was het als men de snuif op de rug van de hand legde en het dan daarna opsnoof. De snuif was van een zeer scherpe tabak die de beginnende snuivers hevige niesbuien bezorgden. Mijn grootmoeder - van vaders kant - kon je echt tracteren op een half ons snuif, maar zij was er dan ook als het ware aan verslaafd en hoefde haast nooit te niezen. Iedere bezoeker die bij haar binnen kwam trachtte zij met gulle hand op een snuifje uit haar doos te tracteren. Ik weet nog goed dat ze mij - ik was nog maar een schooljongen - voor de eerste maal met snuif kennis leerde maken. Ik had de snuif flink opgesnoven en tot groot vermaak van de aanwezige volwassenen werd ik door een proestende niesbui overvallen die mij de tranen in de ogen deden schieten. Het snuiven werd niet alleen door de arbeiders gedaan maar ook door de gegoede kringen tot zelfs aan de vorstenhoven toe. De snuifdozen waren vaak van de edelste metalen gemaakt en rijkelijk met diverse motieven en/of edelstenen versierd. Niet alleen dat er nog verschillende families zijn die deze dozen tot hun fraaiste bezittingen rekenen, maar ook in bepaalde musea zijn er hele collecties te bezichtigen. Langzamerhand raakte het pruimen en snuiven van tabak uit de mode zodat het een zeldzaamheid is dat men nu nog iemand tegen komt die nog aan een van beide gebruiken doet. Men ging meer en meer over tot het roken van sigaretten, sigaren en pijptabak, om het maar niet te hebben over de tegenwoordige gewoontes van jongelui die verslaafd zijn aan de levensgevaarlijke verdovende middelen, waardoor er haast dagelijks dodelijke slachtoffers te betreuren zijn. De mensen die deze middelen smokkelen en verkopen moeten toch wel een koud geweten en een hart van steen hebben om zich met dat soort zaken in te laten.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1981 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: