Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 31

03-1981

Vermaak en ontspanning (1)
In de jaren voor de oorlog waren de vermaaks- en ontspanningsmogelijkheden op iets andere leest geschoeid dan tegenwoordig. Men kende nog geen bromfietsen, discocafés, tv, video-recorders enzovoorts. Nu werden deze mogelijkheden niet gemist, omdat men ze ook niet kende. De diverse behoeftes die wij tegenwoordig hebben zijn vaak kunstmatig door de industrie aangekweekt en wel in die mate dat we er niet meer buiten kunnen.

Om de jeugd toch vooral op zinnige wijze bezig te houden bestonden in diverse wijken z.g. patronaten die tot doel hadden om de jeugd enigszins van de straat te houden. Deze patronaten droegen de naam van de parochieheilige waar ook de parochiekerk naar genoemd was.
Zelf ben ik op het St. Augustinus patronaat geweest. We konden daar dammen, schaken, sjoelen, kaarten, biljarten enzovoorts, terwijl we daar voor twee cent een beker bouillon konden kopen, die gemaakt was van een bouillonblokje in heet water. De meisjes konden zich hier en daar aansluiten bij een handwerkclubje waar zij vaak ook les kregen in verstelwerk en koken. Mogelijkheden om lid te worden van een zang-, muziek-, sport- of toneelvereniging waren er ook aanwezig, maar werden vaak beperkt door geldgebrek. Als lid van een club of vereniging moest men natuurlijk contributie betalen afgezien van bepaalde zaken die men nodig had voor een of andere activiteit zoals voetbal- of gymnastiekschoenen en sportkleding. Dat geldgebrek vaak een beletsel was voor bepaalde aktiviteiten wil ik aan de hand van een klein voorval uit mijn jeugd duideljk maken.
Als negenjarige schooljongen wilde ik dolgraag misdienaar worden. Mijn ouders vonden het goed en dus stapte ik vol goede moed naar de pastorie op de Stikke Hezelstraat. Een van de kapelaans ontving mij in een spreekkamertje waar ik hem mijn wens duidelijk maakte. Na een kort onderhoud bleek mijn verlangen niet vervuld te kunnen worden, omdat ik niet in het bezit was van gymnastiekschoentjes die men op het altaar moest dragen. Daarom kon of mocht ik géén misdienaar worden! Wel erg schril nietwaar? Maar zo ging het er in die tijd aan toe. Nijmegen was in die tijd rijk aan zang-, muziek- en toneelverenigingen waarvan er nu nog verschillende bestaan. Denk maar eens aan het „Nijmeegs Mannenkoor" dat over drie jaar 125 jaar bestaat, terwijl harmonie „Jubal" 50 jaar oud is. Het mannenkoor „Aurora" viert dit jaar het honderdjarig bestaan, toneelvereniging „Genesius" is in 1898 opgericht en komt nog regelmatig met goede stukken op de planken.

Verschillende muziek- en zangverenigingen gaven in de zomer op zondagmiddagen uitvoeringen in de muziektent op het Valkhof. Jammer genoeg bestaat deze tent niet meer alleen het onderstuk is nog intact Als bijzonderheid kan ik nog vermelden dat dit onderstuk is gemetseld van de afgedankte straatklinkers uit de Broerstaat toen deze straat kort na de de eerste wereldoorlog van een nieuw wegdek voorzien moest worden.
De voorstellingen die in die tent gegeven werden trokken veel belangstelling van jong en oud. Onder hen bevonden zich veel jong geliefden die -na zich bijtijds van een goed zitplaatsje verzekerd te hebben - met romantische gevoelens in hun harten, de mooie zang en muziekklanken in zich op zaten te nemen. Ook de toneelverenigingen stonden op een zeer behoorlijk peil zoals: „De Egelantieren", „De Fontein" (hoofdzakelijk bestaande uit onderwijzend personeel) het eerder genoemde „Genesius" en „Thalia" om er maar enkele te noemen.
In die tijd was ook het Sint Franciscusliefdewerk begonnen om zich met de jeugd bezig te houden door de jongens zoveel mogelijk ontspanning te bezorgen. Onder de bezielende leiding van de heer Rem Grol werd er ook een toneelgroepje opgericht waar ik mij ook bij aangesloten had. Later werd Jo v.d. Akker (die heden nog actief is bij Genesius) leider van het groepje. Door de beide heren werden wij in de gelegenheid gesteld om gratis voorstellingen van de stedelijke toneelverenigingen bij te wonen. Zo heb ik het genoegen gehad om Emiel Selbach te zien schitteren in de rol van dorpspastoor in de „Roman van een krantejongen". Ook Henk Kramer was een zeer goede speler en natuurlijk niet te vergeten; Jo v.d. Akker! Nijmegen werd ook regelmatig door beroepsgezelschappen bezocht, terwijl de tweederangs gezelschappen hier vaak en graag optraden. Onze amateurtoneelverenigingen brachten over het algemeen betere stukken dan de laatst genoemde groepen terwijl ook het spel op een hoger peil stond.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1981 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: