Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 29

17-01-81

De kolonialen (3)
Een veel bezocht kroegje voor de oorlog was het „Heck's-proeflokaal, tegenover de Passage van V en D, boven aan de Broerstraat. Het was hoofdzakelijk een loopkroegje, dat wil zeggen men ging daar naar binnen, dronk een paar glazen bier en ging dan weer weg om desnoods later weer terug te komen voor meer consumpties.

Het was een smal maar langwerpig kroegje. Als men binnen kwam had men links de tapkast met enkele barkrukken er voor en rechts een blinde muur met enkele smalle tafeltjes en een paar stoelen. In het resterende achtergedeelte stonden ook nog wat tafeltjes en stoelen. Het kroegje stond goed in de belangstelling omdat er voor weinig geld grote glazen lagerbier getapt werden.
Op een zomeravond had de kastelein twee kolonialen zijn café uitgezet omdat zij op ruzieachtige toon de andere bezoekers lastig vielen. Daar voorafgaand had hij die twee al reeds geweigerd verder nog iets te tappen. Ongeveer 'n uur later kwamen er vijf kolonialen binnen met aan het hoofd de twee ruziezoekers. Een van die twee (een grote rozige Amsterdammer) was de woordvoerder en bestelde bij de kastelein een rondje van vijf stuks met de mededeling dat hij niet moest weigeren te tappen anders zou hij wel eens wat meemaken. Hierop antwoordde de kastelein dat de nieuwkomers wel getapt werden, maar de twee ruziemakers niet! Dit had tot gevolg dat er een heftig twistgesprek ontstond op vechten af. Toen een van de bezoekers de twist wilde sussen en tegen de Amsterdammer zei dat er nog meer kroegjes waren waar hij een glas kon drinken, kreeg hij ten antwoord, dat hij zijn bek moest houden anders kon hij een klap voor zijn kop krijgen dat hij niet wist waar hij zou blijven. Meteen haalde de Amsterdammer zijn zware rechtervuist uit om toe te slaan.
De burger, hierop bedacht, dook er onder door en haalde toen zelf uit. De klap was goed raak. Even wist de Amsterdammer zelf niet waar of hij was, maar dat duurde slechts even, toen ging hij weer tot de aanval over. Hij had het echter niet gemakkelijk, om niet te zeggen dat hij het zelfs heel moeilijk had. Hij wist ook niet dat hij tegenover een „beschermheer" (pooier of souteneur) van een der publieke vrouwen stond, die met alle kneepjes van het straatvechten op de hoogte was.
Toen de Amsterdammer assistentie kreeg van een andere koloniaal werd het een ware veldslag, want ook de burger kreeg hulp en dat ging zo verder tot dat er een vechtende kluwen van acht personen ontstaan was. Toen de kolonialen overgingen om met kapotgeslagen bierglazen te vechten, namen de burgers stoelen om zich daar tegen te verdedigen. Toen de kastelein de klaarliggende gummistok nam, was het pleit gauw beslecht. Met de stok kon hij twee kolonialen met 'n paar wel gemikte slagen, voor het gevecht uitschakelen. 

De schermutselingen eindigde net zo plotseling als zij begonnen waren en de kastelein bleef, nadat de kolonialen vertrokken waren, met de brokken zitten. De vloer lag bezaaid met gebroken asbakken, glazen en afgerukte knopen van uniform- en burgerjassen. Er lagen ook nog twee vertrapte kepi's, terwijl er 'n paar stoelen en tafeltjes in brandhout veranderd waren. De bezoekers, die niet aan het gevecht deelgenomen hadden, gingen met vereende krachten aan het werk om de zaak op te ruimen, onderwijl was de kasteleinsvrouw bezig de wonden aan handen en gezichten van de vier die aan het gevecht wel hadden deelgenomen (en haar man) te behandelen. De deur was op slot gedaan, want er werden die avond geen bezoekers meer toegelaten en de eerste dagen geen Kolonialen.
Ik wil hier nogmaals maar dan ook zeer nadrukkelijk verklaren dat het maar een zéér klein groepje was die er op uit waren om relletjes te schoppen en daardoor de jonge recruten en hun instructeurs een slechte naam bezorgde. Wanneer we weten dat er drie compagnieën in de stad gelegerd waren, van ieder ±160 manschappen, dan hoeft er maar 10% fout te zijn om toch nog tot een behoorlijk groepje te komen. De leidinggevende officieren deden alle mogelijke moeite om onregelmatigheden door de recruten te voorkomen. Zo stuurden zij regelmatig patrouilles de stad in om dat soort raddraaiers in de kraag te pakken, op te brengen en in de kazernes in te sluiten. Ook het Nijmeegse politieapparaat deed zijn best om dat soort dingen te voorkomen en in te grijpen bij voorkomende onregelmatigheden, maar zij moesten natuurlijk dan wel ter plaatse zijn, want men had nog geen weet van: radio, mobilofoon, overvalwagens en dat soort dingen. Ook dienen wij in ogenschouw te nemen dat er Nijmegenaren (of zij die er voor doorgingen) waren die er op uit waren om rellen met de recruten uit te lokken. Het was vooral de soldaten van het Koninklijk Nederlands Indies Leger, die hier met verlof of pensioen terugkwamen, een doorn in hun oog. Want dit was niet de geest van hun leger die hier ten toon gespreid werd door bepaalde balstorige jongelieden die nog niets van het zelfrespect van een goede KNIL-soldaat afwisten.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1980 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: