Zuuk 't mar uut - Wim Janssen

Nimweegse liedjes 16

12-09-1979

Nijmegen is nooit een echte grote industriestad geweest. Grote fabrieken hebben hier nooit gelegen. Pas na 1930 kwam er een fabriek met meer dan 500 arbeiders n.I. de Nyma. Door de afwezigheid van grote fabrieken heeft de werkloosheid in Nijmegen dan ook altijd boven het landelijk gemiddelde gelegen.
De Nijmeegse industrie bestond vooral uit een aantal kleinere fabrieken, waar vaak maar enige tientallen mensen werkten. Eigenlijk verdienden ze de naam fabriek niet, het waren meer grote werkplaatsen. Zo had je de paraplufabriek Meulenberg, de A.S.W., Willem Smit, Honig, Brocades en Alewijnse. De werkomstandigheden in deze kleine fabrieken waren vaak niet al te rooskleurig. Omdat ze zo klein waren konden ze niet concurreren met de grote fabrieken uit Enschede, Tilburg of Rotterdam. Daarom stonden ze steeds op de rand van faillissement, werden de arbeiders/sters vaak onderbetaald en moesten ze werken onder gevaarlijke omstandigheden en met slecht materiaal.
Regelmatig werden er mensen ontslagen, waardoor er vaak van fabriek werd gewisseld. Doordat men regelmatig van werk wisselde waren de slechte werkomstandigheden van de kleine fabrieken bij iedereen bekend. In de volksmond waren het dan ook geen fabrieken, maar keten of op z'n Nijmeegs kieten. Zo had je de Stiefselkiet (Honig), de Nippelekiet (A.S.W.), De Wattekiet (Brocades), de Burstelkiet en de Stoppetent Beurskes. Over de omstandigheden en gebeurtenissen in deze kieten werden door de mensen die er werkten liedjes gezongen. Iedereen breidde er weer nieuwe stukjes aan en ze werden ook als scheldliedjes naar mekaar toe gebruikt. Over de A.S. W. werd b.v. gezongen „die meiden van de Nippelekeet die hebben geen hemd meer aan de reet"
Of over de Honig: „Die jongens van de Stiefselkeet, hali, halo die hebben geen boks meer aan de reet, hali, halo".
Soms waren de liedjes ook veel langer, zoals het volgende liedje, dat we kregen van mevr. Fannie van Esch, Kannunik van Molkenboerstr. 15. Het is op de melodie van „Levenswijsheid".

Rene van Hoften, Franc Jansen, Wim Janssen

De Stoppetent

En de premie zal het zijn,
en de premie zal het wezen,
en kom je op 't einde van de week,
dan krijg je twee kwartjes voor 't pezen.

De ene die soldeert, 
De ander moet melders rijgen, 
de derde die kommandeert, 
wat zal die voor premie krijgen.

Maar eenmaal komt die tijd, 
dat we de rotzooi gaan verlaten, 
vervloekt zij die Stoppetent, 
ik zal 'm blijven haten.

auteur: anoniem

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1979 - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina
Reactie 1:

Martin Verplak, 30-07-2014: Het was niet Nippelkiet, maar NippelKEET. Ik heb nooit een Nijmegenaar nippelkiet horen zeggen. Ik heb ca. 30 jaar op dit bedrijf gewerkt, vanaf 1949.

Redactie: is het KIET of KEET? Wim Janssen schrijft "keten of op z'n Nijmeegs kieten. Zo had je de Stiefselkiet (Honig), de Nippelekiet (A.S.W.), De Wattekiet (Brocades), de Burstelkiet". Was de uitspraak 'kiet' misschien beperkt tot een deel van Nijmegen, of is het misschien een verouderde vorm? Graag uw reactie! Hoe werd het woord uitgesproken? Geef aub ook aan wanneer dat was en door wie, en of u van huis uit Nimweegs sprak.
Reactie 2:

Jan Remis, 30-07-2014: Wat betreft keet of kiet: Aan mijn moeders kant spraken ze altijd plat, maar ik heb nooit kiet gehoord wel KEET. Ze woonden vroeger voor en tijdens de oorlog in de Steenstraat.
Reactie 3:

Rob Voeten, 30-07-2014: Volgens mij is "KIET" dialect voor huis en keet is gewoon Nederlands, betekenis bijgebouw. Zolang als ik mij herinner heb ik nooit keet gehoord/gebruikt wel keten dat deden we veel.
Reactie 4:

Bert Laros, 02-08-2014: Ik heb in de jaren 60, 2 jaar op de bedrijfsschool van de ASW gezeten. En dat was aan de Dr Jan Berendstraat. En ze noemde het de nippelKEET.
Ik woon inmiddels alweer 41 jaar in Groesbeek. Dus het Nimmeegs ben ik een beetje verleerd. Ik heb in mijn jeugd 24 jaar op de Groesbeeksedwarsweg gewoond. Dus ik ben toch nog wel in het Nimmeegse nieuws geïnteresseerd. Vandaar dat ik Noviomagus een zeer toffe site vind.
Reactie 5:

Wim van Megen, 02-08-2014: discussie: Kiet of Keet
Ik ken ook alleen maar de benaming met KEET.
Kiet is mij volkomen onbekend, zelfs ook nooit gehoord.

Ik woon vanaf mijn geboorte (1936) in Nijmegen, lokatie: Rode Dorp, Eikstraat 1.
Zat bij de broeders op school Kelfkensbos en had vriendjes in de stad o.a. Jo Samson (de ouders van Jo Samson hadden toen een cafe aan de waalkade).
Mijn vader was, zoals dat toen heette, zaakvoerder bij de Boerenbond in de Bottelstaat (later Framy) en ook daar was ik veel. Hoorde dus erg veel dialect daar in de onderstad.
Ik spreek wel Nimweegs maar goed dat denk ik niet.
Het woord keeten, als werkwoord, betekent herrie schoppen. Het woord kiet ken ik niet, maar mogelijk is het toch gebruikt, maar nooit gehoord.
Reactie 6:

Toon Peters, 02-08-2014: Ik ben het eens met Rob Voeten. Vroeger hoorde je "ik gao nuir de kiet"
dat was nimweegs voor, "ik ga naar huis"
Is Wim Janssen wel een echte platte nimwegenuir? Ik twijfel daar aan. De genoemde fabrieken werden altijd "KEET" genoemd. Ik vind het zonde dat nimweegs door amateurs op een verkeerde manier wordt uitgelegd!

Redactie: Wim Janssen is afkomstig uit de benedenstad, en schrijver van HET Nimweegs woordenboek 'Zeg 't mar op z'n Nimweegs'. Meer over hem leest u hier.

Toon Peters: ik denk dat Wim Janssen een beetje doordraait in zijn ijver nijmeegs te schrijven, maar het is goed bedoeld! Ik heb de waarheid niet in pacht, maar ik ben wel een echte Nijmegenaar, plat praten mocht thuis niet, maar je leefde er midden in. Dus "butenspeulen" was mijn voertaal. Ik groeide op in de Wolfskuul. De Pastoor Zegerstraat was mijn gebied, en ik ben gehuwd met een meisje uit de benedenstad, die het Nimweegs ook kent. Ik ben nu 82 jaar dus 'vroeger' dat was omstreeks 1932 tot 1945.
Reactie 7:

Johnny Meuleman, 02-08-2014: "Ik gaj naor de hut" of "Ik gaj naor de KIET" werd gebruikt als het ging om de woning. Ging het om een bedrijfspand dan werd het "KEET", als het plat uitgedrukt werd. Er is wel degelijk verschil, het woord "Kiet" heb ik nooit horen gebruiken als het om een bedrijf ging.
Reactie 8:

Rob Essers, 02-08-2014: Net als Wim van Megen ken ik uitsluitend en alleen de benaming 'KEET'. 'Keet' werd volgens mij in het Nimweegs niet alleen gebruikt voor een groot fabrieksgebouw, maar ook grote riante woonhuizen. Bij het grootse karakter van dergelijke bouwwerken hoort een lange ee-klank.

De Stijfselfabriek 'Hollandia' werd Stiefselkeet genoemd. 'Stiefselkiet' komt mij uiterst onwaarschijnlijk voor. Bij de Nimweegse liedjes ben ik alleen het rijmwoord 'reet' tegengekomen. Dat rijmt niet op 'kiet'. "Die jongens van de Stiefselkeet, hali, halo die hebben geen boks meer aan de reet, hali, halo".

Bijna was er in Nijmegen een openbare ruimte met de naam Stiefselkeet geweest... Helaas hebben B&W op 19 mei 2009 besloten deze naam in ontwerp-raadsvoorstel 94/2009 te vervangen door Stiefselweg. De gemeenteraad was hiervan niet op de hoogte toen de gewijzigde naam op 10 juni 2009 werd vastgesteld.

Mijn grootouders van vaders- en moederskant hebben zich in respectievelijk in 1908 en 1926 in Nijmegen gevestigd. Mijn vader is hier geboren (eerste generatie), maar maar bij ons thuis werd geen Nimweegs gesproken.

Onder Nimweegse liedjes 16 (datum: 12-09-1979) staan drie namen: Rene van Hoften, Franc Jansen, Wim Janssen. Mogelijk heeft een van de andere auteurs de plank misgeslagen!? Ook bij de benaming Nippelekeet heb ik mijn bedenkingen. Ik hou het op Nippelkeet.
Reactie 9:

Dirk J. Grul, 08-08-2014: Het is gewoon "nippelkeet" want dat was wat ze maakten. Nippels die op fietsspaken zaten om de velg met de asnaaf vast te zetten. Ze maakten ook veel schroeven en koperen klemmen voor de bovenleiding van de spoorwegen en koperen kranen. ASW, Automic Screw Works, zelf heb ik daar een jaar gewerkt als leerling-gereedschapsmaker van 1946 tot 1947.
Of er op de ASW specifiek Nimweegs werd gesproken kan ik mij niet meer herinneren, wel werd er bij ons thuis ABN gesproken, want daar stond mijn vader op.
Reactie 10:

Eddy Waltman, 09-08-2014: Keet of kiet moet je onder een woord 'dialect' noemen, een dialect is dus een 'streek-taal' die bewoners uit een bepaald gebied spreken. Probeer maar eens om Limburgs, Nimweegs of Frysk door elkaar heen te praten, lukt dus niet. In feite komt het hier op neer volgens van Dale dat Keet in ABN gewoon een 'tijdelijk' gebouwtje is, denk maar aan bouwkeet. Het woord 'kiet' is in dit geval het woord in Nimweegs dialect en keet is hiervan afgeleid. In feite betekenen beide woorden in dit geval dus gewoon 'gebouw' of huis.

Beide uitspraken KEET en KIET werden gebruikt, volgens mij was 't fifty/fifty. Het was denk ik het eerst wat je in je gedachten had, begon de een bijv. met 'He je ut geheurd...' of 'he je nut al heurd van die fik in de wattenkiet...' ga je echt niet zeggen, 'wat was er aan de hand in de wattenkeet?', het was weurd tege weurd... en begrepen alle 2 dat het bij Brocades in de Sperwerstraat was.

In Nijmegen ken ik verschillende fabrieken die verbasterd werden naar het 'produkt' van de fabriek.
De Stiefselkeet/kiet begon dus met het maken van 'stijfsel' uit aardappelmeel, later kwamen de 'bij'producten erbij, vermicelli, macaronie etc.
De Nippelkeet/kiet zijn inderdaad begonnen met de nippels die je in fietswielen ziet. De schroeven en moeren, de kranen en koppelstukken en ook de Fasto geisers zijn van latere datum.
Zo heb je ook nog de Schoppenkeet/kiet aan de Voorstadslaan (net na de Sperwerstraat aan de linkerkant) die voornamelijk begonnen zijn met het maken van schoppen, merendeel 'batsen'. De schop die Nederlandse gemeentes met dozijnen tegelijk afnamen ten behoeve van de vele werklozen die door de Gemeentes in de 'duw' werden geplaatst en meestal tewerk werden gesteld voor onderhoud en aanleggen van parken. Het Goffertstadion en het Amsterdamse bos zijn gemaakt door 'duw' arbeiders. Later maakten de schoppenkeet/kiet o.a.spaden, bijlen en aksen en ook pikhouwelen en mokers.
De Wattenkeet/kiet produceerde in eerste instantie alleen watten, gevolgd door gaasverband, Engels pluksel en pleisters etc.
Dan heb je nog de Botterkeet/kiet aan de Weurtseweg met de hoofdingang aan het straatje voor het parkje richting Kraijenhofflaan. De fabriek werd vooral 'berucht' door de Rama margarine, die bij de meeste mensen huiduitslag en jeuk veroorzaakte, is daarna spoedig uit de handel genomen en nooit meer gezien. Die fabriek behoorde bij de v.d. Bergh en Jurgens Groep. Er werkten twee familieleden: mijn opa als bedrijfsvoerder en zijn zoon, mijn oom dus, als fabrieksmedewerker.
Eerder schreef ik over het zgn. 'Touwkeetje', daar kun je moeilijk 'touwkietje' van maken. Er was in Nijmegen maar 1 touwkeetje langs de spoordijk - Lijnbaanstraat. Dat keetje was iets ruimer dan een gemiddelde WC, 1.30 mtr. X 1.30 mtr. Daar werkte slechts 1 man in. Die kwam 'n paar keer in de week 'touw' maken, meestal een halve dag.
En van het ene keetje komt er weer 'n keetje bij, dat ALGEMEEN het Peemankeetje werd genoemd en nooit geen Peemankietje.

Met groeten van un oud Nimwegeneur Eddy.

PS. Ik kwam niet uit wat je noemt 'n plat' gezin maar 't Nimweegs pikte je 'bute' op en op school. Als ik weer eens te laot thuus kwam en ze vroegen 'waar kom jij nou vandaan' was mijn antwoord altied -van bute- en dikwijks vond ik de hond in de pot....dwz. zonder eten naar bed.
Reactie 11:

Boy van Pelt, 10-08-2014: reactie op Hr Eddy Waltman, over de schoppenkeet, als echte nimwegenaar spraken wij altijd over de schuppekeet. Ook gaf je iemand een schup onder zijn kont en geen schop.
verder leuk verhaal.
vr gr Boy
Toevoeging: De schuppekeet was de Nijmeegse IJzergieterij, het werd altijd als KEET uitgesproken. Overigens spraken wij thuis altijd ABN.
Je had vroeger ook op de Waalkade de Stoppekeet, Beuskers Apparaten Fabriek. De foute zekeringen werden naar de stortplaats op de hoek Weurtseweg/Winselingeseweg gebracht. Mijn broers en ik gingen daar zekeringen rapen en op de ratten gooien, die liepen daar veel. Dat was in de jaren 1950-51.
Reactie 12:

N. Rits, 10-08-2014: wat dacht je van de Schuurlinnenkeet, in de Biezenstraat dacht ik.
Reactie 13:

Eddy Waltman, 11-08-2014: Boy van Pelt heeft gelijk wat de 'Schuppenkeet' betreft, ik wist hiervan maar zoals ik al zei 'ik pikte dat plat Nimweegs buiten en op school op. Maar schuppenkeet was ik ff vergeten.
Dat het orgineel een ijzergieterij was wist ik niet, maar inderdaad buiten de schoppen, spaden en sneeuwschuivers waren de rest van de produkten gegoten zoals bijlen, aksen, mokers en pikhouwelen was gietwerk, ik heb nb zelf een tijdje achter zo'n smeltoven gestaan. maar was blij dat ik naar het 'lakhok' mocht gaan. De voordelen waren dat je uit de damp en rook in de fabriek was, dat ik zelfstandig in een aparte afdeling kon werken met een raampje van 80 bij 40 cm wat als ontluchting diende, de laklucht -cellulose- was gevaarlijk voor je gezondheid -longen- als compensatie daarvoor kreeg ik iedere dag een liter melk van het bedrijf. Dat was toen nog orgineel 'flessenmelk' van melkerij Lent. Ik heb er maar een half jaar gewerkt (ca 1955) maar wel met plezier totdat mijn a.s zwager het beter vond om bij de Robinson te gaan werken. De halve familie Vermeulen werkten op de Robinson, Herman, z'n broer Ben en z'n zuster Marie. Daar heb ik dus 5 jaar gewerkt.
Reactie 14:

Eddy Waltman, 11-08-2014: Dan de Schuurlinnenkeet bij het SCH terrein, dat klopt ook. Als ik naar SCH ging keek ik altijd even naar die immense bergen kapotte flessen, witte, bruine, groene flessen die daar vermalen werden van grof tot zeer fijn glaspoeder.
Het grof gemalen glas kwam wel op vellen maar niet op linnen. Op linnen kwam het fijn tot zeer fijn vermalen glas-poeder. Dat fijne schuurlinnen was bedoeld voor schuurmachines, vierkant voor de hout bewerking en de schijven voor carrosserie bedrijven. Dan had je ook nog de schuurbanden die voor polijstwerken werden gebruikt, in de hout en metaalbewerking. In de schoen industrie waren vellen schuurpapier van 30X20 CM. Dit werd om een rol geklemt voor het schuren van de leren zolen. Daarnaast gebruikte de schoenindustrie ook nog zgn. slijpband op rollen van 6 of 10 mtr. met een breedte van 6 cm, dit om de zijkanten van hakken en zolen te slijpen. De schuurlinnenkeet was wel in de Biezen maar geen Biezenstraat, het was een zijstraatje van de Rivierstraat richting het SCH voetbal terrein.

Na wat spitwerk in oude Gelderlanders en adreslijsten kan ik het volgende toevoegen. Een officieele fabrieksnaam was de Gebroeders Eekhoff Schuurlinnen fabriek, als adres wordt genoemd BIEZENSTRAAT 239. Dus toch Biezenstraat.
Oorspronkelijk gebouwd in de polder onder Hees-Neerbosch. Dus SCH was Sport Club Hees, zoals het hele Westelijke gedeelte van Nijmegen ontstaan is in Gemeente Hees. Dat deel wat bedoeld wordt liep van het huidige Hees-Neerbosch tot aan de Waal en begon Gem. Nijmegen vanaf de Hezelpoort. station, Graafseweg tot aan het Maas en Waal kanaal.
Reactie 15:

Theo Phoelich, 11-08-2014: De Stoppekeet van Beuskers zat niet op de Waalkade zoals Boy van Pelt schrijft maar op de hoek Oude Haven en Oude Havenstraat wij woonden tegen de fabriek aan en mijn slaapkamermuur grensde aan de ruimte waar de doppen gestanst werden op den duur raakte je aan de herrie gewend en hoorde je dat niet meer. Later is de productie verplaatst en kwam er in het vrijgekomen gedeelte een afdeling van Varta accu's in het pand.
ik zelf zei altijd "ik woon naast de stoppetent" maar algemeen werd het de stoppeKEET genoemd, zeer zeker geen stoppekiet. Na een avondje stappen zei je wel als je genoeg had: "ik gaoj nuir de kiet" oftewel naar huis.
Reactie 16:

Jan van Ooijen, 12-08-2014: Voor wat mij betreft is het gewoon KEET, in mijn omgeving heb ik het nooit anders gehoord. Keet spreek je in het Nimweegs uit als de laatste ee in het woord 'café'.
In mijn jonge jaren, een mensenleeftijd terug overigens, heb ik een aantal jaren bij aannemersbedrijf Moed uit Lent gewerkt en daar hobbelde een Bemmelse upperman rond die het altijd over de 'kiet' had als hij de schaftkeet bedoelde. 'Kiet' zou dus best wel eens zijn oorsprong in de Betuwe kunnen hebben.
Het woord Schaftkeet is overigens in de bouwwereld in het hele land als zodanig in gebruik net als 'Keetvrouw/dame' als er de interieurverzorgster mee bedoelt werd die de keet schoonhield en koffie zette voor de uitvoerder, niet voor het werkvolk want die hadden een fles/kruik kouwe thee bij zich.
Reactie 17:

Rob Essers, 13-08-2014: Schuurlinnenkeet. Op 6 februari 1912 werd aan de firma Gebr. Eekhoff vergunning verleend om een gebouw (fabriek) op te richten aan de Biezenstraat. Tot 1949 was het adres van de fabriek Biezenstraat 239. De Biezenstraat liep vroeger door tot de Sluisweg.


Bron: Kompas 1948 (detail)

Het gedeelte ten westen van de Rivierstraat is in 1949 verdwenen waarbij het laatste gedeelte de naam Kreekweg kreeg (Besluit B&W d.d. 30 augustus 1949). De Schuurlinnenkeet 'verhuisde' naar het adres Biezendwarsweg 1. De naam Biezendwarsweg is met ingang van 3 augustus 1965 ingetrokken en het adres van de fabriek is gewijzigd in de Biezen 1. De straat de Biezen (met lidwoord) ligt overigens niet in de wijk Biezen (zonder lidwoord), maar in de wijk Haven- en industrieterrein.
Reactie 18:

Herman Claassens, 15-08-2014: ik ben het met diverse inzenders eens het woord 'kiet' wordt uitsluitend gebruikt als men het woonhuis bedoelde: "ik ga naar de kiet" oftewel "ik ga naar huus".
Reactie 19:

Wim Wesseling , 19-08-2014: Ik heb vanaf mijn 1e geboortejaar zo'n 70 jaar geleden onder de rook van de Honig ofwel de stiefselKEET gewoont en weet niet anders dan dat het gewoon keet was, van kiet heb ik nog nooit gehoord.
Als extra info kan ik u meegeven dat ik in de Pater van Hoofstraat ben opgegroeid, mijn moeder kwam uit Beuningen dus echt Nijmeegs werd er niet gesproken maar zeker geen ABN.

Mijn vader werkte in die tijd op de "Schuppenkeet" aan de Voorstadslaan de echte naam was zover ik weet de NEPEHA ofwel de Nederlands Eerste Pers en Hamerfabriek. Hij werkte daar als luchthamersmid, een beroep dat niet meer bestaat.
Zover ik nog weet zat dit bedrijf in het verlengde van de Roerstraat waar mijn vader en moeder woonden. Hierin waren geen ander bedrijven gevestigd. Als kind ging ik wel eens langs en zag mijn vader achter een grote machine zitten met daarnaast een grote en erg hete oven.
Op het terrein was een grote vijver waar ik, als ik in de schaft bij pa op bezoek ging, allemaal vuile mannen in het gras om die vijver zag liggen. De directeur heette "de lange Vermeer" en ik dacht dat het een Duitser was, ik geloof zelfs dat mijn vader in de oorlog toestemming had om buiten de avondklok over straat te gaan omdat hij voor een Duitser werkte, vat dit niet fout op, hij was ondanks het feit dat hij in Duisburg in de eerste Wereldoorlog geboren was wel een echte Nederlander, zijn ouders trouwens ook.
Wanneer hij daar begonnen is weet ik niet maar hij heeft er gewerkt totdat het bedrijf daar stopte te bestaan ik schat rond de jaren '60 maar dat weet ik niet zeker.
Ik hoop dat u er wat mee kunt, met vriendelijke groet, Wim Wesseling
Reactie 20:

Co van Eldik, 03-09-2014: Waar was de Burstelkeet gevestigd??
Reactie 21:

Eddy Waltman, 04-09-2014: Weer een reactie op 2 reacties.
Reactie 19 van Wim Wesseling over de schuppenkeet, vind ik leuk dat hij als buurjongen vertelt dat zijn vader achter zo'n grote pershamer zat. Het kan zelfs zo zijn dat ik een tijdje de assitent van Wesseling ben geweest, want zoals ik al eerder schreef begon ik als stoker bij de ijzersmelter 'oven' daarna ging het naar de pershamer waar het hete stuk metaal, door middel van zgn. stempels, in de pershamer tot batsen werd geplet. Een stempel of de mal was verwisselbaar, het was dus de vorm van het te maken produkt. Batsen zijn de meest gebruikte schop door boeren, straatmakers, tuin- en parkaanleg. Zover ik weet zijn er zo'n 5 of 6 verschillende mallen, voor de bats, de spade, de schoffel, de sneeuwruimers en de sikkel.

Dan reactie 20. De burstelkeet zat aan de Weurtseweg, gebouwd op het oude 'stort'. De orginele naam was van Vliets kwastenfabriek. Waar dus ook borstels werden gemaakt, schoenpoets borstels, behangerborstels, plumo's etc. Het hoofdprodukt waren dus kwasten van penceel tot verfkwasten.
Reactie 22:

Henk Termeer, 11-03-2016: Dan neem ik aan dat de schuurlinnenkeet van de gebr. Eekhoff ooit voortgezet is als de huidige firma EKI op hetzelfde adres De Biezen 1, waar nu allerlei verpakkings­materialen worden gefabriceerd.
Op hun website www.ekibv.nl staat een fraaie personeelsfoto (twaalf mannen met drie vrouwen in hun midden) ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan (1912-1937). Ik vroeg me al tijden af waar de naam EKI vandaan kwam, en Eekhoff lijkt wel logisch. De EKI moet dan met zijn 104 jaar een van de oudste nog bestaande bedrijven van Nijmegen zijn!
Reactie 23:

Rob Essers, 14-03-2016: De veronderstelling van Henk Termeer (reactie 22) is volgens mij te kort door de bocht. Dat geldt ook voor de informatie op www.ekibv.nl dat EKI B.V. sinds 1912 gevestigd aan de Biezen 1 te Nijmegen. Uit het overzicht van Nijmeegse bedrijven in de Staatscourant (1883-1898) in Zoeklicht 2000 blijkt dat de Gebr. Eekhoff al in 1891 en 1896 een bedrijf hebben opgericht.

GEBRs. EEKHOFF, Papierfabrikanten, Nieuwe Markt
Al in 1896 zijn twee broers een stoom-papierfabriek voor pakpapieren begonnen. Daarvoor is de vroegere boterfabriek van de firma Tjessinga & Co. aan de Nieuwe Markt aangekocht. Eén van de broers is Henri Eekhoff (1865-1922). Hij was in 1891 getrouwd met Jannetje Schut, de dochter van papierfabrikant Paul Jan Schut. Uit de informatie elders op Noviomagus.nl blijkt dat het bedrijf na een paar jaar in andere handen overging.

J.H. EEKHOFF & Zoon, Papierwarenfabriek, Waalkade
Een derde broer begint in dezelfde periode op het adres Grootestraat 69 een fabriek van geplakte zakken. Johannes Hendrik Eekhoff (1855-1906) verplaatst zijn fabriek en papierhandel op 1 augustus 1899 naar Waalkade 61 (bron: De Gelderlander van 16 juli 1899). Het huisnummer is in 1925 gewijzigd. Op de foto van de achterzijde staat nog het oude adres op de gevel van de stoom papierwarenfabriek. Tot 1942 is de papierwarenfabriek gevestigd op het adres Waalkade 100.

GEBRs. EEKHOFF, Fabriek van schuurpapier en schuurlinnen, Biezenstraat 239
Op 6 februari 1912 krijgt firma Gebr. Eekhoff, Nonnenstraat 86, vergunning om een fabrieksgebouw op te richten aan de Biezenstraat. De firma Gebr. Eekhoff had hier al sinds 1908 een beenderenbergplaats. In 1910 werd vergunning verleend het bestaande pakhuis te vergroten. Naast de handel in brandstoffen elders in Nijmegen wordt er vanaf 1912 op deze locatie schuurpapier en schuurlinnen geproduceerd.
De oudste broer Hermanus Albertus Eekhoff (1851-1905) was al voor die tijd overleden. De jongste broer Henri Eekhoff overlijdt op 15 augustus 1922. Het gezamenlijke personeel van de Eerste Nederlandsche Fabriek van schuurpapier en schuurlinnen betuigt in de PGNC van 16 augustus 1922 zijn innige deelneming bij het overlijden van de 'Oud-Patroon'.

vanaf 1942
Uit een bekendmaking d.d. 26 mei 1942 van de aanvraag van een hinderwetvergunning staat dat de firma GEBRs. EEKHOFF, kantoorhoudende Biezenstraat 239, om vergunning vraagt tot het oprichten van een papierwarenfabriek annex drukkerij, in het perceel Biezenstraat no. 237 (bron: PGNC van 27 mei 1942). Uit de adres- en telefoonboeken blijkt dat de Papierwarenfabriek van J.H. Eekhoff is verhuisd naar nummer 237 naast de Eerste Nederlandsche Fabriek van schuurpapier en schuurlinnen van de Gebrs. Eekhoff op nummer 239. Beide fabrieken hebben hetzelfde telefoonnummer.

Na de verdwijning van het laatste gedeelte van de Biezenstraat (Besluit B&W d.d. 30 augustus 1949) is de straatnaam gewijzigd in Biezendwarsweg. In het adresboek 1951 staat vermeld dat op nummer 1 Schuurpapierfabriek 't Molentje en papierwarenfabriek van de Gebr. Eekhoff gevestigd is. Met ingang van 3 augustus 1965 is de straatnaam gewijzigd in de Biezen. De fa. Gebr. Eekhoff, de Biezen 1, krijgt in 1979 vergunning om een bedrijfspand tot portierswoning/kantoor te veranderen. Bij de laatste aanvraag om bouwvergunning in 1991 heet het bedrijf Eekhof Kunstof Industrie BV. De naam Eekhof met één f is mogelijk een verschrijving. Bij de inschrijving van EKI Europe Kunststof Industrie B.V. als Benelux merk is de naam Eekhoff verdwenen.
Reactie 24:

Arjen W. Kuiken, 15-03-2016: Van 1942 t/m 1954 woonde ik in de Dorpsstraat te Hees (nu Schependomlaan). Vier huizen van ons vandaan, op nummer 23, woonde de familie B. Eekhoff – papierhandelaar. De buurt sprak altijd over “Eekhoff van de schuurpapierfabriek”. De familie woonde in het linker deel van het dubbele woonhuis, Jannetje en Johanna. Er was één dochter, Jannetje. Deze huwde in 1948 met veel pracht en praal de marineman Sytse van der Tol. Het echtpaar woonde in bij de ouders van Jannetje. In 1949 werd daar een tweeling geboren, Wilhelmina en Jannetje. Als ik me goed herinner werd Wilhelmina, Wilma genoemd.
Reactie 25:

Rob Essers, 15-03-2016: De "Eekhoff van de schuurpapierfabriek" is Bartholdus Eekhof, geboren in Nijmegen op 15 april 1892, zoon van Henri Eekhoff en Jannetje Schut. Hij trouwde op 1 juni 1918 in Valburg met Wilhelmina Hofman, geboren in Arnhem op 14 november 1892, dochter van Jacob Abel Hofman en Grada Johanna Geertruida Mensink.

Bij de huwelijksakte zit een verklaring van de Eerste Geneesheer aan het Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen te Zutphen waaruit blijkt dat de moeder van de bruidegom aan een "ziekelyke stoornis haarer geestvermogens" lijdt.

Dorpsstraat 9 Hees kreeg op 18 januari 1928 huisnummer 13 en op 31 mei 1933 huisnummer 23. In 1928 ging de vorige bewoner ingenieur A. Beckhoff failliet waarna B. Eekhoff Hzn. met zijn gezin de linkerhelft van het dubbele woonhuis betrok. Op 27 november 1957 is de Dorpsstraat (Hees) omgedoopt in Schependomlaan.

Elders op Noviomagus.nl staat dat het pand is vernoemd naar de vrouw van de huiseigenaar. Dat is blijkbaar niet juist. De echtgenote heette Wilhelmina. Het linker deel is hernoemd naar de moeder en/of de dochter die naar haar grootmoeder was genoemd. Dochter Janneke werd op 27 januari 1923 geboren.
Reactie 26:

Henk Termeer, 16-03-2016: Dank voor je aanvullingen, Rob. Je voegt inderdaad heel wat feitelijke bochtjes aan mijn al te rechtlijnige hypothese toe. Maar die stelling heeft daar dan toch maar mooi toe geleid. Overigens dwalen we nogal af van de 'keet'-discussie en de Nijmeegse liedjes waarmee deze sliert van reacties begon.
Reactie 27:

Coen van der List, 06-04-2016: Ben geboren en getogen aan de Berkelstraat. Vroeger (ong. 55/60 jaar geleden) gingen we altijd schuupen op het industrieterrein o.a. achter de schuurlinnenKEET, grenzend aan een weiland waar nog koeien liepen en achter het huidige SCH terrein waar vroeger nog schapen liepen aan de Rivierstraat, volgens mij van Hartelo (o.a. schillenboer en snoepwinkeltje) hoek Biezenstraat en Rijnstraat. Tegenover de schuurlinnenKEET was een grote zandvlakte met een berg, waar we ook vaak te vinden waren. Het heeft altijd keet geheten.
Reactie 28:

Hans Arts, 04-05-2016: Wat mij betreft is het ...keet.
Met de "kiet" bedoel ik "huis" "hut".
Ook werd er wel gezegd: die lui wonen in een kast van 'n "keet".
Ook hadden we een pis"keet" waarin een pisbak.
Keten: rotzooi trappen.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: