Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 15

1979

De Waalkade en de oude stad oefenden niet alleen een geweldige aantrekkingskracht uit op de Nijmegenaren zelf, maar ook op de dagjesmensen en vakantiegangers. Zij genoten niet alleen van het vele natuurschoon in en rond Nijmegen, maar zij namen ook graag een kijkje in de voor hen schilderachtige straatjes en gassen waaraan de oude stad vroeger zo rijk was.

Buiten de vaste bewoners was er altijd een bonte verzameling lieden in de oude stad te vinden waarvan velen zonder vaste woon- of verblijfplaats. Het waren haast allemaal mensen die, door de benarde omstandigheden van die tijd, gedwongen waren van de ene dag in de andere te leven. Zij pakten van alles aan om een karige boterham, 'n schrale hap middageten of een afgedankt kledingstuk te kunnen kopen. Hun onderdak vonden zij meestal in de logementen of de zogeheten burgerkosthuizen, die her en der in het oude stadsgedeelte verspreid waren. De armsten der armsten onder hen zochten hun heil in de onbewoonbaar verklaarde krotten, waar zij, verstoken van licht, water en warmte, hun trieste bestaan doorbrachten. Hun kostje trachtten zij bijeen te scharrelen met het bedelen langs de huizen, winkels en instellingen. Het waren allemaal vogels van diverse pluimage, zoals gehandicapten, ex gedetineerden, zwervers en alcoholisten. Maar ook mensen die wel wilden werken, maar er niet in slaagden werk te vinden; zij probeerden dan als marskramer of als straatartiest op een eerlijke manier aan de kost te komen. Straatartiesten waren onder anderen harmonika- en buikorgelspelers, straatzangers, goochelaars, grondacrobaten en andere kunstenmakers. Onder deze straatartiesten bevonden zich ook verschillende Nijmegenaren die op deze wijze in het onderhoud van hun gezin trachtten te voorzien. Een van de bekendste en schilderachtigste onder hen was wel „De Rooie Tiep Top", die als zogenaamde hardloper zijn brood probeerde te verdienen. Hij trad in de straten op in een geweldig bontgekleurd narrenpak met aan de zijkanten van zijn hoofd van die uitsteeksels die veel op omgekeerde koeihoorns leken. Daarbij was het hele pak vol gestikt met kleine belletjes. Als hij bij ons in de Waalkazërne op ging treden, dan kreeg hij van een melkboer in de Bottelstraat de gelegenheid om zich op de „Deel" in het narrenpak te steken. Wij, jongens en meisjes, stonden dan te wachten op „het grote ogenblik" dat de hardloper naar buiten zou komen en "hét grote spektakel kon beginnen. 

Zijn opgave was dat hij tijdens zijn optreden nooit stil mocht blijven staan, steeds moesten zijn benen in beweging blijven, ook al duurde het soms even voordat er iemand een deur of raam opendeed om hem voor zijn werk een cent te geven. Ook uit de bovenverdiepingen werden er centen naar beneden geworpen, die hij zeer behendig op wist te vangen. Voor deze ontvangsten tikte hij steeds uit dank met zijn rechterhand tegen zijn dwaze narrenkap. Zo huppelde hij dan, steeds maar aan de bellen trekkend, van de ene naar de andere deur, de mensen erop attent makend dat hij in de buurt was. De mensen kregen tijd genoeg om hun bijdrage op te diepen, want nadat hij bij enige huizen had aangebeld, stak hij de straat over om daar met het aanbellen te beginnen, waarna hij weer naar de overkant terugging om zijn verdiende loon in ontvangst te nemen. Het oversteken van de straat ging gepaard met malle huppelpassen en wendingen, waardoor de malle oorflappen aan zijn hoofd op en neer dansten en de vele belletjes hun vrolijk klinkend getinkel lieten horen. Als de hardloper dan zo bezig was, leek hij op een dwaze, blijde clown die dwarrelend door het leven huppelde.
Niets was echter minder waar, want in zijn hart droeg hij de zorgen om het dagelijks bestaan mee. In gedachte worstelde hij steeds met de vraag of hij de wekelijkse huur wel bijeen zou krijgen, of er brood op de plank zou komen en wanneer er zoveel geld binnen zou komen dat zijn vrouw weer eens een flinke pot eten kon koken. Ook moest hij oppassen dat hij niet door een agent betrapt en bekeurd werd.
Wanneer de hardloper zo de hele buurt afgewerkt had, dan liep hij op dezelfde manier terug naar de plaats waar hij zich weer verkleden kon. Even later zag je hem dan als een toevallige voorbijganger door de straat lopen, het pakje waarin zijn narrenpak zat onder de arm, op weg naar zijn huis of naar een andere buurt. Volgende keer weer iets over de andere mensen.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1979 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: