Zuuk 't mar uut - Wim Janssen

Nimweegse liedjes 7

24-01-1979

In de eerste wereldoorlog (1914-1918) bleef Nederland gelukkig buiten al het oorlogsgeweld. Maar vanwege de hoge prijzen die de oorlogvoerende landen betaalden, werd Nederland door handel, bankwezen en industrie op schaamteloze wijze leeggeplunderd. Prijsopdrijving, voorraadvorming en export van produkten die eigenlijk voor de Nederlandse markt bestemd waren. 

Voor de Nijmeegse arbeidersgezinnen bleef het armoe en ellende. Op papierfabriek Gelderland werkten een 40-tal arbeiders, meestal zonder schafttijd, 12 uur achtereen. Sommigen zelfs 17 a 18 uur per dag. Uit angst voor ontslag of om geen gebrek te lijden. De zondagen werden in de fabriek doorgebracht of in bed, uit vermoeidheid. Men had nauwelijks te eten. 

Op 13 april 1918 trok een 200-tal jongens door de stad, schreeuwende: „Honger, Brood". Bij het huis van de burgemeester, aan de St. Annastraat, werden ze door politieagenten verdreven. Dit soort voorvallen was aan de orde van de dag. Regelmatig werden jongens opgepikt die brood stalen, bijvoorbeeld uit de broodwagen van een bakker. Dit werd dan gelijk opgegeten.

De arme huisvrouw had geen eten voor haar kinderen. Zij had het zwaar te verduren. Uit een gemeenteraadsverslag van 23 februari 1917 blijkt dat in 17 arbeiderswoninkjes geen kooltje vuur was te bekennen. Dat bleek uit een klein onderzoek in één buurt. 

Van de huisvrouw werd ook verwacht dat ze urenlang in de rij stond. Wachtend op bonnen voor brandstof en voedsel. Zij liep alle markten en aanbiedingen af, in en buiten Nijmegen. Zoekend naar de meest goedkope produkten. En bij acute geldnood had ze de ondankbare taak om met wat spulletjes naar de lommerd (van de gemeente) of pandjesbaas (particulier) te gaan. Daarover werd dan gezongen:

Klos-klos-klos met de klumpkes aan, m'n moeder het de schoenen bij de lommerd staan.

 Om de scherpe kantjes van deze wantoestanden af te halen werd ook in Nijmegen een gemeentelijk distributiebedrijf opgericht. Zo verschafte deze voor houders van broodkaarten (de allerarmsten) regeringsrijst voor 10 cent per pond.

Maar er bestond ook nog de uitgebreide zwarte markt. Alléén toegankelijk voor mensen met veel geld. Zo bleek in 1917 dat een grote voorraad kolen, waarvoor de gewone mensen urenlang in de kou hadden gestaan, al verkocht was vóórdat de wagons op het station waren ! ! !
Er ontstond ook een tekort aan brandstoffen... Om energie te sparen besloot de gemeenteraad op 8 december 1917 tot vervroegde winkel- en cafésluiting. Hierover gaat het volgende mobilisatieliedje. 

Wij kregen het (in 1979 red.) van meneer Bosch, d'Almarasweg 159. Daarvoor hartelijk dank.

Rene van Hoften, Franc Jansen, Wim Janssen

Winkelier:

„Na acht uren, geen licht, 
De Nijmeegsche winkels gaan dicht. 
Dan zegt een ieder wel te rusten, 
Met zoo'n gezicht, met zoo'n gezicht. 
Want komt er soms 'n vliegmachien, 
Of een Duitsche Zeppelien, 
Kunnen ze ons hier niet merken, 
Kunnen ze Nijmegen lekker niet zien".

Kastelein:

„Heeren het is jammer, maar mijn plicht, 
Mijn cafeetje gaat dicht. 
Het is tien uur dan moet ik sluiten, 
Met zoo'n gezicht, met zoo'n gezicht. 
Het helpt niets, je moet eruit.
Want volgens Raadsbesluit
Sluit ik mijn cafeetje 
En blaas het liggie uit. (floep)".

auteur: anoniem

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1979 - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: