Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 1

13-12-1978

Ons doel om de levensomstandigheden, tradities en voorvallen uit oud-Nijmegen te beschrijven is niet eenvoudig en wel om de volgende redenen:
A. Bij officiële instanties is weinig informatie te verkrijgen, omdat er zeer weinig is beschreven.
B. Wij daardoor af moeten gaan op gegevens van zéér bejaarde mensen die zich vaak niet alles meer goed kunnen herinneren. 
C. Wij verder geïnformeerd worden door jongere mensen, die het weer van hun ouders of bekenden hebben.
Om een begin te maken volgt er een artikeltje dat 'n beetje in het algemeen de vroegere levenswijze beschrijft. De bedoeling hiervan is dat wij iets los willen weken uit uw herinneringen en dat u die aan ons laat weten. Wij staan open voor al uw op- of aanmerkingen vooral over voorvallen en gebeurtenissen van vroeger.
Hoe waren bijvoorbeeld de werkomstandigheden, hoeveel uren moest er per week gewerkt worden, hoe hoog was het uur- of weekloon.
Prijzen van levensmiddelen en andere artikelen, het liefst met ongeveer het jaartal erbij. Over de steun, ziektewet, werkverschaffing enz. enz. enz. Dat alles vanaf ongeveer 1900 tot 1940. Bij voorbaat de dank van ons groepje: René van Hoften, Franc Janssen, Servaes Custer en Wim Janssen.
De bewoners van oud-Nijmegen leefden op een zéér spontane wijze, dat wil zeggen vreugde en verdriet werd volledig beleefd. De saamhorigheid en gemeenschapszin was zeer groot, want viel er in een gezin wat droevigs voor dan was de héle buurt droevig gestemd, maar was er iets vreugdevols te vieren dan voelde de héle buurt zich prettig. Bij bijzondere feestelijke gelegenheden zoals een bruiloft, vooral als er geld voorhanden was, werden de bloemetjes letterlijk en figuurlijk buiten gezet. Men keek dan niet op een glaasje of een hapje. Raakte de drank te vroeg op dan was er altijd wel een van de mannen bereid om een liter jenever óf een krat bier aan te laten rukken, terwijl de vrouwen er niet voor terugdeinsden om voor belegde broodjes of boterhammen te zorgen. Andersom was er vaak grote armoe en is veel honger geleden. Vooral door de ouders die dikwijls het eten uit hun mond spaarden om het aan hun kinderen te geven.
Wanneer de nood, in bijvoorbeeld een door werkloosheid getroffen gezin, het grootst geworden was, kwam er niet zelden toch nog hulp opdagen. Deze hulp werd geboren uit het medeleven van de buurtbewoners. Dan kwam bijvoorbeeld de aardappelenboer 'n halve zak aardappelen met wat groenten brengen. Wie de bestelling gedaan had dat wist hij nou net niet, maar dat er betaald was wist hij toevallig wel. Zijn vrouw of een van zijn kinderen zouden de bestelling wel aangenomen hebben. Of de bakker reikte een of twee broden aan. Wie er betaald had? Dat was hij vergeten. Hij had ook zoveel aan zijn kop. Namen van de buurtbewoners werden er niet genoemd, daar kwam géén borstklopperij aan te pas.
Het gebeurde ook wel dat een moeder haar kinderen om twaalf uur uit school ging halen en onderweg liep te prakkezeren hoe zij haar kinderen aan het verstand moest brengen dat zij geen brood voor hen had, en dan bij thuiskomst 'n pan met eten op tafel zag staan! De meeste voordeuren werden, zeer zeker overdag, haast nooit op slot gedaan, zo er al een slot aanwezig was. Wanneer het eten smakelijk naar binnen gewerkt was, werd de pan netjes afgewassen en weer op de tafel geplaatst. Wanneer zij de kinderen weer naar school gebracht had, en weer thuis kwam, was de pan weer verdwenen. Sprookjes? Nee, realiteit. 
Om de nood enigzins te lenigen werden er vaak pandjes gemaakt. Dat wil zeggen iets van waarde werd dan, bij een particuliere bank van lening, tegen geld in onderpand gegeven, men kreeg er weinig voor, maar de rente was wel 5% per week. Daarbij werd er een datum afgesproken waarop het pandje ingelost moest worden, bleef men in gebreke, dan verloor men het eigendomsrecht en kwam het voorwerp voorgoed in handen van de pandhuishouder. Wanneer dan zo'n vrouw (deze zaken werden meestal door de vrouwen afgehandeld) niets waardevols had om te belenen kwam zij in de knel te zitten. Maar dan kwam er toch wel eens een buurvrouw of een andere vrouwelijke kennis met een pandje op de proppen wat zij dan op haar naam kon verpanden. De termijn van zo'n onderpand mocht men natuurlijk nooit laten verlopen, want dat zou schande over het geholpen gezin brengen. Wanneer het tij keerde en de vader weer wat kon verdienen dan kwam er een feestelijke stemming in het gezin. Dan werden de pandjes afgelost en andere schulden voldaan. Op hun beurt verleenden zij hulp aan andere buren die in hoge nood zaten. Dan konden zij weer eens genieten van de genoegens die het leven bieden kon. Nu moet men niet gaan denken dat daar allemaal engelen en heiligen woonden. Nee, daar woonden mensen! Niets menselijks was hen vreemd. Op heftige wijze werden er ruzies gevoerd en de vrouwen zaten elkander dan ook letterlijk en figuurlijk in de haren, terwijl de mannen 'n hard en ruw gevecht niet uit de weg gingen. Zeer opmerkelijk was dat deze ruzies dezelfde of de andere dag weer bijgelegd werden, terwijl de vrouwen weer hun buurpraatjes hielden, gingen de mannen er een glas op drinken en deden allen of er niets gebeurd was. ,
Dat en nog veel meer is er over vroeger te vertellen, maar daar zijn verschillende artikeltjes voor nodig. Een schrijver zou hier een pracht roman over kunnen schrijven. Ons groepje wacht in spanning uw reacties en aanvullingen af. Vooral wanneer u iets komisch weet te vertellen moet u zeer zeker reageren. U kunt dat doorgeven aan: Wim Janssen.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1978 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: