JvG

© Rob Weenink, digitale bewerking 07-02-2020 Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

Alleen de kapsalon bleef

Op zoek naar de verdwenen winkels en bedrijven in de Jan van Goyenstraat

door Rob Weenink

Deel 1: De oneven kant · Deel 2: De even kant · Reacties

Deel 1: De oneven kant
"Kijk", zei Stefke de Kort met wie ik door de Jan van Goyenstraat wandelde op zoek naar de verdwenen middenstand in die straat, "op die hoek zat een bakkerij. En daar heeft een kruidenierswinkel gezeten. Als je goed naar de huizen kijkt, herken je aan de ramen en deuren dat er vroeger winkels en bedrijven in zaten." Voor haar een terug naar haar jeugd, zij woonde van 1945 tot 1966 op de Sterreschansweg, voor mij verbazing in het heden. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en dankzij gesprekken met oud-bewoners kan ik me nu verbeelden hoe het was en loop ik opnieuw de straat in.
Ik start aan de oneven kant op de hoek Museum Kamstraat- Jan van Goyenstraat, maar wacht eens, zag ik in Myra Magers archief niet een foto van een pension op nummer 47, nu eindigt de Jan van Goyenstraat bij nummer 41. Hoe zit dat?


Pension Frisia in 1919 (Myra Mager)


Pension Frisia in 2020




Juist, destijds liep de Jan van Goyenstraat aan de overkant van de Museum Kamstraat verder door. Ook het huis met het embleem van de Jezuïeten (dat eveneens op de gevel van 'Frisia 'staat) stond dus aan de Jan van Goyenstraat. Dat alleenstaande huis was de woning en de werkplaats van het hoofd Groenvoorzieningen van het Canisius College. De familie woonde boven en beneden waren de werkplaats en de stalling van de grasmaaiers e.d.


 


Frisia

Verwoesting in 1944

We gaan de straat weer in, het is nauwelijks meer voor te stellen welke verwoestingen er in september 1944 zijn aangericht. De straat is toen door de Duitse troepen, met name door de Hitlerjugend, deels in brand gestoken en in de frontstadperiode is een groot aantal huizen door granaten verwoest. Dat lot trof ook de omringende straten: Museum Kamstraat, Pater Brugmanstraat, Hugo de Grootstraat, Barbarossastraat en Batavierenweg. Theo Jacobs schreef: "De middenstand in de Jan van Goyenstraat heeft materieel zwaar geleden onder de oorlogshandelingen. Ik schat in dat mijn vader een paar honderd klanten verloren heeft: met de straten waren ook de klanten verdwenen. Helaas werden in de Hugo de Grootstraat 2 scholen gebouwd in plaats van huizen en de Barbarossastraat en de Batavierenweg bleven heel lang onbebouwd."

Op de foto (1944) kijken we door de Rosendaelstraat, nu Hugo de Grootstraat, naar de Berg en Dalseweg, links is de Jan van Goyenstraat en rechts de Ten Hoetstraat.
Henk en haar

Op nummer 21 knipte Henk van Hulst de heren vanaf 1960 tot 1999 toen zijn gezondheid hem in de steek liet. Voordat hij hier met zijn salon in kwam, zat er een andere kapper die ook veel vuurwerk verkocht en daarvoor was het een depot/winkel van Electrolux. Hij was eerst leerling bij kapsalon François op de Bisschop Hamerstraat. De salon aan de Jan van Goyenstraat liep prima, destijds woonden in de omgeving veel gezinnen met kinderen. Van Hulst bouwde een grote, trouwe klantenkring op met welgestelde heren die, ook al verhuisden ze, bleven komen.


Nr. 21 Kapsalon Van Hulst, in 1957?


Nr. 21 in 2019 (Olga Abbing)

Van chocola via sla naar haar

Op nummer 13 zien we nu kapsalon Jacinthe waar mijn kleinkinderen met veel aandacht en geduld geknipt werden. Maar van 1928-1938 was hier banketbakker Maison Frehé gevestigd.


Maison in 1928 (site fam. Frehé)


Maison Frehé in ? (Myra Mager)


De Gelderlander 06-07-1926

Na het vertrek van de maison, die een goede naam had, nam in 1932 Th. Jacobs met zijn melkhandel zijn intrek in het pand. In de jaren 30 had hij een winkeltje in de Ten Hoetstraat dat grensde aan Trianon.


De Gelderlander 06-05-1932

De winkel aan de Jan van Goyenstraat 13 liep uitstekend maar het huis ligt aan de zonkant wat niet bevorderlijk bleek voor de houdbaarheid van de melk en de zuivelprodukten. In 1937 vertrok hij daarom naar de overkant op nummer 14 dat hij kocht voor 7500 gulden. De begane grond werd deels verbouwd tot winkel inclusief koelruimte.


De Gelderlander van 31-03-1937

Vervolgens komt in het pand de winkel van groenteboer Hollemans. Han Lijn vertelt over hem: "Naast zijn winkelnering reed hij 's ochtends vroeg al met zijn 3-wieler pick-up-laadwagentje naar de groenteveiling. Volgens mij stond hij in die tijd ook nog op de groentemarkt. Samen met zijn vrouw runde hij dan ook nog die winkel. Op zaterdag reed ik voor hun alle bestellingen op een bakfiets naar de klandizie in de buurt.
Mevrouw Hollemans stond dan al alle appels en peren in de winkel en etalage met een theedoek op te wrijven zodat het fruit mooi glom. De winkel beschikte over een elektrische aardappelschrapmachine, een indrukwekkend apparaat dat vooral kinderen fascineerde.
Hollemans had in feite 2 winkelpanden, later kwam er een cadeauwinkel in de hoekzijde van de Pater Brugmanstraat, in het linkerdeel (Jan van Goyenstraat) bleef op een kleiner oppervlak hun groentezaak operationeel. Tijdens de verbouwing zat Hollemans tijdelijk in een garagebox naast kapper Van Hulst."

Theo Jacobs (zoon van Th. Jacobs van de melk- en zuivelhandel op nr.14) vertelt over Hollemans: "Hij was hofleverancier van het Wilhelminaziekenhuis en stond bekend om de hoge kwaliteit van zijn groenten en fruit. Het waren bijzonder aardige mensen. Mevrouw had altijd een keurige witte jasschort aan met op de revers haar verpleegstersspeldje. Veel verdriet hebben ze gehad door het vroege overlijden van hun zoon Jan die slechts 18 jaar werd.
De cadeauwinkel werd gerund door een oom van het echtpaar Hollemans. Toen deze winkel opgeheven werd, begon Huub Delgijer samen met zijn vrouw Nettie in de leegstaande winkel een handel in gordijnen, fournituren en vloer- en raambedekking. Ze woonden in een flat aan de overkant in de Pater Brugmanstraat; ze waren zeer betrokken bij het wel en wee van de middenstand.
Hollemans verkocht destijds zijn winkel aan een echtpaar uit het westen van Nederland maar het werd een mislukking waardoor Hollemans hier veel geld aan heeft verloren, heel triest."

Na het vertrek van Hollemans werd de groentezaak overgenomen door Beckers die de winkel maar kort had. Volgens mevrouw Willemse, echtgenote van de kleermaker op nr. 37, is hij verdronken toen hij met zijn auto het Maas-Waalkanaal inreed.

Zo zijn we terug in kapperszaak Jacinthe. De moeder van de huidige eigenaresse, Ria Arts, had in de jaren 60 een eigen zaak in de Mr. Franckenstraat op 21. In 1978 verhuisde ze naar de Jan van Goyenstraat. Met kapper Van Hulst op 21 maakte ze de afspraak elkaar niet in de haren te vliegen over klanten, Ria kreeg de dames en Henk van Hulst de heren. Beide zaken liepen uitstekend. Ria was geliefd in de buurt. [Redactie: lees ook het artikel van Herman Stal over Maison Jacinthe.]



Jacinthe 1988


Nr. 11 in 2010 (Myra Mager)


Nummer 11, vroeger het stucadoorsbedrijf van de heer en mevrouw Jansen. Na het overlijden van mevrouw Jansen werd het pand gekocht door de heer Bartels die er zijn loodgieters- en installatiebedrijf in vestigde. Nu is het huis het domein van kunstenaars Myra Mager (zie haar website http://www.architectuurnijmegenoost.nl/) en Hans Krapels.
Een kinderwagen op het grind

Vervolgens komen we langs nummer 3.


De Gelderlander 23-02-1946

Aan de Houtstraat, op de hoek van de Jodengas op nummer 58, stond voor de oorlog een kinderwagenfabriek. Eigenaar was G.J. Nieuwkamp en het bedrijf heeft bestaan van ongeveer 1914 tot in de jaren 60. De kinderwagens, vouwwagens en poppenwagens die er gemaakt en verkocht werden, waren voornamelijk bestemd voor de lokale markt van Nijmegen en omstreken. Ze werden rechtstreeks vanaf de fabriek verkocht in de eigen winkel maar ook wel via andere winkeliers. Het bedrijf voerde ook reparaties uit. De produktie lag op enkele honderden wagens per jaar.
Het pand in de Houtstraat werd bij het bombardement op Nijmegen op 22 februari 1944 verwoest. Na de oorlog zette Nieuwkamp het bedrijf voort in de Jan van Goyenstraat waar hij de panden 3, 42 en 44 in gebruik had. In nummer 3 woonde ook Nieuwkamp zelf. (ontleend aan Laurens A. ten Horn; digitale bewerking 05-08-2014 Mark van Loon/ stichting Noviomagus)
Bedrijven die uit de stad waren weggebombardeerd kregen voorrang bij herhuisvesting. Nieuwkamp had zijn bedrijf eerst op 44 maar de gemeente wilde daar geen bedrijfsvergunning meer voor geven - in 1937 was er nog een autobekleding – en stoffeerderijzaak in gevestigd - zodat het huis op nummer 3 waar wel een vergunning op lag in aanmerking kwam. Voor en tijdens de oorlog zat daar namelijk fietsenmaker Engelenburg die zowel fietsen verkocht (en repareerde) als sportartikelen.


De Gelderlander 27-03-1934


PGNC 20-09-1937


Na de oorlog kwam Engelenburg niet meer terug en opende elders een winkel.
Nieuwkamp produceerde later stalen meubels en had een smederij, hij maakte o.a. de omheining voor het Mariabeeld op het plein voor de Maria Geboortekerk. De huidige eigenares van Jacinthe vertelde dat haar moeder haar waarschuwde met de kreet: "Kijk uit, daar heb je Nieuwkamp in zijn gele Daf." Han Lijn schrijft: "Nieuwkamp reed voor zijn staalconstructiebedrijf in een Volvo bestelauto, zo'n degelijk model met 2 vlaggenstokken links en rechts op de motorkap. De winkel diende als showroom voor de kinderwagens, daarnaast lag zijn werkplaats. In de etalage lag grind waarop de kinderwagens stonden. Nieuwkamp was een fanatiek oud-strijder/verzetsman en actief voor de Maria Geboortekerk." Volgens Theo Jacobs "was Nieuwkamp inderdaad actief in het verzet. Hij kon niet tegen onrechtvaardigheid, zelfs als hij zag dat een vader met zijn zoon op straat ruzie maakte, sprong hij ertussen. Hij was ook een echte carnavalist, in de carnavalsperiode werd hij vaak opgehaald in een open landauer, gekleed in jacquet en met een hoge hoed op. Een man die zwaar getroffen was door de oorlog en zich vreselijk ergerde aan het feit dat sommige NSB'ers weer mooie functies bij de overheid kregen."


Nr. 3 in 2019 (Olga Abbing)


 

Vlees en frites

Tenslotte arriveren we op de hoek met de Hugo de Grootstraat, in dat pand was Slagerij Derkse gehuisvest, Hugo de Grootstraat 2. Tot 1955 heette het gedeelte vanaf de Berg en Dalseweg tot de Jan van Goyenstraat de Van Rosendaelstraat. (Rob Essers' Stratenlijst van Nijmegen)


Van Rosendaelstraat rond 1930 vanaf hoek Jan van Goyenstraat


 


De slagerij 2019 (Olga Abbing)


Theo Jacobs herinnert zich: "De heer en mevrouw Derkse waren zeer geliefd in de buurt en hadden een goedlopend bedrijf. Een paar keer per jaar kwam de scharensliep de messen slijpen, dat deed hij op slijpmachines die voor de winkel werden geplaatst. Voor de jeugd een evenement. Slager Derkse was ook opleider op de slagersschool en examinator. Mijn broer was chef bij de Hema en moest ook zijn diploma halen voor de verkoop van verse vleeswaren. Derkse was zijn examinator. Ik vermoed dat mijn broer niet al te veel tijd in de lesstof had gestoken. Tijdens het examen lagen stukken vlees en vleeswaren uitgestald en de examenkandidaten moesten aangeven wat voor vlees en van welk dier. Meneer Derkse maakte mijn broer door handgebaren naar zijn eigen lijf duidelijk wat het was, hij kneep dan bijvoorbeeld in zijn eigen wang." Han Lijn voegt eraan toe: "Eind jaren 60 begonnen de buurtwinkels met zogenaamde 'nevenhandel', zo opende slager Derkse een aparte friteshoek." Een manier om de dalende inkomsten door de komst van AH te compenseren.

--o-o-o--

Bakker, kruidenier, drogist en melkhandelaar, verdwenen zijn ze allemaal

Deel 2 over de Jan van Goyenstraat: de even kant.
Bakkerij De Hunnenberg


Rond 1953 (Myra Mager)


Rond 1960 RAN F26728


Nummer 2 in 2019

Van slager Derkse steken we over naar bakkerij De Hunnenberg ("Kwaliteit is onze reclame" stond in 1953 op de gevel) op nummer 2. Het pand is gebouwd in 1901 en in het bouwarchief van de gemeente Nijmegen vinden we een sierlijk ontwerp door architect Hoffman met als opdrachtgever de heer Alb. Verhoeven, bakker.

De bakkerij heette vanaf het begin De Hunnenberg. Overigens is door oorlogsschade en verbouwing de sierlijkheid wel verdwenen. In 1995 werd het pand opgedeeld in 12 wooneenheden in opdracht van woningbouwvereniging 'De Gezonde Woning'.


Jan van Goyenstraat nr. 2 in 1991 (bouwarchief)


Jan van Goyenstraat nr. 2 ontwerp voor de herindeling 1995 (bouwarchief)

Een wooneenheid? Nee, dan had Verhoeven op 21-07-1903 wel iets anders in de aanbieding:


PGNC 21-07-1903 pag. 4

Alb. Verhoeven vraagt in 1907 een r.k. gevorderd bakkersleerling (De Gelderlander 03-03-1907) en op 24-05-1912 deelt het Station voor Maalderij en Bakkerij mee dat o.a. Verhoeven melkbrood levert dat voldoet aan de "eischen" (PGCN) In 1916 vraagt Verhoeven "een nette man of flinke jongen voor de broodbezorging".
Na Verhoeven heeft kennelijk A.H. van Oudvorst de bakkerij overgenomen. In het adresboek van 1920 staat Verhoeven nog vermeld op de Jan van Goyenstraat 2 en Van Oudvorst als bakker op de Lagemarkt 55 maar in De Gelderlander van 29-08-1921 staat een mededeling dat Cornelia, Geertruida van Oudvorst op 42-jarige leeftijd is overleden op de Jan van Goyenstraat 2. In latere jaren zien we vaker advertenties van hem. Ook nog in De Gelderlander van 29-06-1946 pag. 2.


De Gelderlander 02-10-1944 pag. 2

Waarschijnlijk heeft Jan Cloosterman in 1946 de bakkerij overgenomen want in De Gelderlander van 30-07-1946 treffen we deze heuglijke mededeling aan:

De Hunnenberg komt vanaf deze datum in het bezit van het echtpaar Cloosterman. Hun zoon Jan schrijft over zijn ouders: "Tot het bombardement in februari 1944 had mijn vader een bakkerij in de Platenmakerstraat naast het Leger des Heils, bovenaan de Grotestraat. Tijdens het bombardement werd zijn bakkerij totaal verwoest. Hij bevond zich op dat moment in een woning op de Parkweg en had een goed maar vreselijk uitzicht op het bombardement. Na hun ondertrouw en vestiging in de Jan van Goyenstraat hebben mijn ouders een paar jaar met hulp van Van Oudvorst en zijn vrouw de bakkerij gerund. Later namen ze de bakkerij incl. goodwill over. Ik meen dat mijn vader daarvoor een en ander samen deed met zijn broer Albert Cloosterman. Mijn vader had weinig slaapuren, 's Nachts bakken en overdag bezorgen. Mijn moeder stond in de winkel, zij was eigenlijk overal de baas. Ik veegde vrijdags de stoep voor mijn zakgeld.
Flinke concurrentie kwam toen Roding (bakkerij op o.a. de Josef Israëlsstraat) met elektrische karretjes fabrieksbrood ging bezorgen tegen een aanzienlijk lagere prijs dan met vers brood met kleinschalige productie mogelijk was. Roding produceerde o.a. Kingcorn, waar overigens zeer weinig corn in zat. Door deze concurrentie werd al snel productie samen gecoördineerd met andere Nijmeegse (banket) bakkers: brood, gebak, appelflappen, ijstaarten e.d. werden uitgewisseld, barter handel heet dat. Waarschijnlijk aangeleerd tijdens de oorlog. Ik denk niet dat ze de concurrentie met Roding hadden overleefd zonder deze creatieve oplossingen. Ik heb in mijn verdere leven nooit mensen zo hard zien werken als die twee. Na een hartaanval ging mijn vader het rustiger aan doen en werd brood aangeleverd via een andere warme bakker in Lent. Later werd de winkel meer een snoepwinkel, er kwamen naderhand steeds meer snoepautomaten bij. Zelfs panty's verkochten ze. Alles in een mensenleven is een kwestie van timing, niet alleen starten, maar ook op het juiste moment weten uit te stappen. Maar Cloostermannen waren en zijn geen stilzitters. Mijn moeder had er veel plezier in om met klanten te babbelen, dat duurde soms wel wat 'te' lang. Aan roddelen deed ze overigens niet mee."


Bakker Cloosterman leeft ook nog voort in het geheugen van anderen. Geert Hooghof vertelt in een interview: "Wie nog altijd levendig in mijn herinnering staat, is dhr. Cloosterman. Voor het stoken van de oven(s) in de bakkerij, haalde hij geregeld houtkrullen, houtafval e.d. op bij een timmerwerkplaats in de Dominicanenstraat. Alles werd in grote zakken op een handkar geladen waarmee Cloosterman in onze straat geregeld placht te verschijnen. Nu was het een hele klus om de volgeladen kar naar de bakkerij boven aan de straat te duwen temeer omdat de Rosendaelstraat, nu Hugo de Grootstraat, naar boven een beetje schuin opliep.
Zodra wij dhr. Cloosterman onderaan de straat zagen verschijnen met zijn kar, lieten wij ons straatvoetbal direct in de steek en renden er met z'n allen naartoe en vroegen of wij konden helpen met duwen. Onze hulp was altijd welkom en wij hielpen ook mee om de zakken van de kar naar beneden naar de kelder van de bakkerij te brengen.
Wij kregen voor onze behulpzaamheid altijd wat snoep maar waar het ons eigenlijk om te doen was, waren de (oude) gebakjes die beneden in de kelderschappen lagen opgeslagen en die wij stiekem meenamen om buiten op te eten.
Achteraf bezien was hij natuurlijk op de hoogte van wat wij deden maar maakte er geen punt van omdat het oude gebak toch niet meer verkoopbaar was in de winkel."


De herinnering aan mijnheer Cloosterman is één van de herinneringen aan een onbezorgde, voorbije jeugd, een tijd waarin je vrij kon spelen in de lege straten. Tenslotte Han Lijn: "Mevouw stond in de winkel terwijl meneer bakte en daarna met zijn broodfiets de klanten in de buurt bediende. De bakkerij zat in het souterrain onder het woonhuis. De broodfiets werd door Cloosterman elke avond via een sterke railconstructie naar beneden en elke ochtend weer naar boven gereden."

De bakkerij werd in 1969 gesloten en in 1970 verhuisde het gezin naar de Tijgerstraat.
Zie verder bakkerij Cloosterman elders op Noviomagus.nl
De Vivo uitverkocht
In mijn verbeelding een oud gebakje etend kom ik langs de werkplaats van schilder Kuijpers op nummer 6. Deze had zijn hoofdbedrijf in de Rosendaelstraat.


Nummer 6 in 2020

Daarna, op nummer 10-12, stuiten we op de aanbiedingen van Sliepenbeek in zijn Vivo winkel.


Nummer 10-12 in 1979 (Myra Mager)


Nummer 10-12 in 2019 (Olga Abbink)

In
De Gelderlander van 27-09-1950 lezen we op pagina 2 dat de Zuiderkruis op 10 oktober arriveert in de haven van Rotterdam met aan boord uit Indonesië gerepatrieerde militairen onder wie H.J.H.M. Sliepenbeek. Zelf vertelt hij: "Na mijn terugkomst uit Indië met slechts Mulo A + B bleek de zaak de enige oplossing. Niet alleen de oorlog maar ook mijn interesse in sport was daar debet aan. Ik heette een veelbelovende keeper te zijn." De ouders van Harry Sliepenbeek hadden voor de oorlog een melkfabriek op de Barbarossastraat hoek Pater Brugmanstraat. De fabriek werd in september 1944 volledig verwoest. "Na de bevrijding kropen wij in een huis op de Ubbergseveldweg nummer 23 waaruit een NSB-politie-inspecteur op Dolle Dinsdag naar Duitsland was gevlucht." Enige tijd later konden de Sliepenbeeks dat huis kopen en kregen ze een tijdelijke vergunning om de melkhandel voort te zetten. In 1952 zette de gemeente er druk achter de vergunning te beëindigen. Th. Jacobs, inmiddels eigenaar van de melkhandel op nr. 14, kreeg daar lucht van en verkocht de goodwill van zijn winkel aan Sliepenbeek en sloot zijn eigen melkhandel. De aanbouw/schuur, keuken en binnenplaats werden als winkel, magazijn en spoelruimte aan Sliepenbeek verhuurd. Begin jaren zestig kon Sliepenbeek de beneden- en bovenwoning nr. 12-10 kopen en vestigde daar zijn Vivo kruidenierswinkel van maar 68 m2. Kadastraal werd dit deel van het pand Jan van Goyenstaat 12-A. Volgens Han Lijn had Sliepenbeek sr. een 'loopkar' waarmee hij de melk bezorgde maar zijn zoon was voor die tijd al innovatief, hij reed namelijk met een 'elektrische hondenkar'.


(afbeelding Han Lijn)

In 1989 begint de gemeente Nijmegen aan de renovatie van de Hugo de Grootstraat en wil ook het eerste stuk van de Jan van Goyenstraat meepakken. Daar zegt Sliepenbeek over: "ze deden een aanbod dat niet misselijk was indien ik de zaak weer tot woonhuis zou verbouwen. Toen mijn buurman, eigenaar van het voormalige pand van Jacobs, dit hoorde, wilde hij het pand met bovenhuis wel kopen voor het toch wel hoge bedrag dat ik vroeg. Zo begon ik in juni met de uitverkoop en was binnen 14 dagen alles kwijt, zelfs de roestvrij stalen schaaltjes van de vleesvitrine."
Jacobs zat niet stil
Een stap verder komen we langs nummer 14:


PGCN 31-03-1937 pag. 4

In diezelfde PGCN wordt op pagina 1 de zaak beschreven als "modern, hygiënisch en hoogst smaakvol met verchroomde opstanden. Een zaak waarop deze vooruitstrevende zakenman trotsch kan zijn. Een aparte afdeeling met uitsluitend Verkade's artikelen zagen wij ook aanwezig." Vanaf de opening adverteert Jacobs regelmatig in zowel De Gelderlander als de PGNC.


De Gelderlander 28-09-1937 pag. 3

Tijdens een granaatinslag in november 1944 raakt Jacobs zwaar gewond, zijn zoon Theo memoreert: "Op de stoep waar nu banketbakker Looijenga is gevestigd, werd mijn vader geraakt door een granaatscherf in zijn lies. De Amerikanen op de Sterreschansweg werden opgeroepen om met jeeps en brancards naar de Berg en Dalseweg te gaan. Mijn broer Jan reed mee als gids ... de eerste gewonde die hij zag, was zijn eigen vader."


De Gelderlander 15-11-1944 pag. 2

Zijn verwonding was de reden de winkel te sluiten om het kalmer aan te gaan doen en in 1952 verhuurt hij nummer 14 aan drogist Brinkhuis die zijn zaak op 29-08-1953 opent.


De Gelderlander 29-08-1953 pag. 6

Wanneer en waarom de zaak wordt overgenomen door Jac. Spee heb ik niet achterhaald. Theo Jacobs jr. deed in zijn jonge jaren op Spees Berini veel boodschappen: spullen halen bij leveranciers, artikelen naar klanten brengen en maandboekjes incasseren; Spee redde het echter niet en na zijn faillissement neemt drogist Bruins in de jaren 70 de zaak over voor 1000 gulden. Eigenlijk werd het meer een oliehandel waar ook nog wel aspirientjes werden verkocht. In de kelder stonden twee grote olievaten die van tijd tot tijd gevuld werden door oliemaatschappij Caltex via een slang die door het huis liep. In de winkel stond een vat dat door een pomp gevuld kon worden uit de keldervaten. Bruins verkocht vooral aan studenten die allemaal nog een oliekachel hadden. De olie kostte 13 cent per liter. De winkel leverde een dagomzet op van rond 50 gulden, net genoeg voor de huur. Die omzet kelderde toen gaskachels de plaats innamen van oliekachels en Bruins besluit na drie jaar de winkel op te heffen en zich te concentreren op zijn winkels in de Hertogstraat en de Burchtstraat.

Jacobs blijft een ondernemer, zo wordt de voorkamer van nummer 16 verbouwd tot sigarenwinkel waarin mevr. Jacobs de scepter zwaaide; Jacobs had gehoord dat de sigarenwinkel die toen in het huidige pand van banketbakker Looijenga zat, ermee ophield. Daarbij, de broeders van de Mariaschool in de Hugo de Grootstraat rookten veel en graag bolknakken. De heer Jacobs zelf begint een autorijschool.


De Gelderlander 28-07-1956 pag. 6

Aan deze ondernemingen komt een triest einde: in januari 1967 overleed hij plotseling in zijn auto, twee dagen voor zijn 65ste verjaardag. De autorijschool werd toen onmiddellijk opgeheven. De sigarenwinkel is eind 1969 dichtgegaan.


Nummer 16 en 14 in 2019 (Olga Abbink)

Enige troost wat betreft de verdwijnende tijd kunnen we putten uit de ontwikkeling van Martinair (Cargo). Martin Schröder is zijn bedrijf, in eerste instantie reclamevluchten, begonnen op een kamer in de Pater Brugmanstraat; het bedrijf maakt nu deel uit van de KLM - groep.

--o-o-o--

Geraadpleegde bronnen: Noviomagus.nl;
Interviews met (in het bijzonder) Theo Jacobs, Geert Hooghof, Han Lijn, Jan Vogelsang, Mevr. Willemse, Jan Cloosterman en Piet Bruins en een rondwandeling met Stefke de Kort.
Foto's: Regionaal Archief Nijmegen (RAN), Archief Myra Mager, Olga Abbing, Noviomagus.nl

terug naar Gastredactie-overzicht

Winkelde u ook in de Jan van Goyenstraat? Deel uw herinneringen (en foto's) met ons!

Reactiepagina
Reactie 0:

Rob Weenink, 09-02-2020: Jan van Goyenstraat - Alleen de kapsalon bleef
Reactie 0:

Rob Weenink, 03-04-2020: Verdwenen winkels in de Jan van Goyenstraat - deel 2
Reactie 1:

Rob Essers, 10-02-2020: De Jan van Goyenstraat (raadsbesluit d.d. 9 september 1899) eindigde oorspronkelijk bij de Huygensweg. In 1922 werd het middengedeelte verkocht aan het Canisius College en heeft het laatste gedeelte de naam Praetoriumstraat gekregen (raadsbesluit d.d. 20 december 1922). In het verdwenen gedeelte lagen de huisnummers 47 en 49.

Jan van Goyenstraat 47 op de hoek van de Eleonorastraat (raadsbesluit d.d. 22 februari 1896) maakte deel uit van de twee woonhuizen waarvoor op 23 oktober 1900 bouwvergunning werd verleend. Het hoekpand kreeg rond 1922 het adres Eleonorastraat 50. Korte tijd later is de straatnaam gewijzigd in Museum Kamstraat (raadsbesluit d.d. 3 mei 1922). Museum Kamstraat 50 staat sinds 30 maart 1994 op de gemeentelijke monumentenlijst (monumentnummer 1070).

Jan van Goyenstraat 49 was een koetshuis met bovenwoning waarvoor op 21 augustus 1901 bouwvergunning werd verleend. Hoewel dit pand in het verdwenen middengedeelte van de Jan van Goyenstraat lag, werd het adres pas op 7 augustus 1929 gewijzigd in Museum Kamstraat 48. Na de aanleg van het Pater Rubbenspad (raadsbesluit d.d. 10 juni 1992) is het adres gewijzigd in Pater Rubbenspad 2. Ook dit pand staat sinds 30 maart 1994 op de gemeentelijke monumentenlijst (monumentnummer 1069).

Beide gemeentelijke monumenten zijn volgens de redengevende omschrijving ontworpen door architect Willem Hoffmans (lees: Willem Hoffmann). De huizen zijn gebouwd door aannemer en eigenaar Wilhelmus Hermanus Thunnissen (Ubbergen 29 december 1860 – Nijmegen 3 mei 1938). Het koetshuis met bovenwoning is op 11 mei 1903 aangekocht door zijn zwager, huisschilder Jan Hendrikus Kaak (Oisterwijk 19 september 1869 – Nijmegen 17 oktober 1945).

De eerste bewoner van het hoekhuis was sigarenfabrikant Sebastian Augustus Wilhelm Ladner (Coblenz 31 juli 1850 – Nijmegen 2 augustus 1919). Bij de aanleg van de huisriolering waarvoor op 30 september 1910 vergunning werd verleend, was W.H. Thunnissen nog eigenaar van dit pand waarin vanaf circa 1908 Pension HAITES was gevestigd. Sjoerd Haites (Idaarderadeel 5 december 1863 – Nijmegen 22 oktober 1933) verhuisde in of omstreeks 1915 met zijn pension naar de Barbarossastraat.

embleem
Op beide panden staan varianten van een zelfde versiering. Ik ga ervan uit dat deze al bij de bouw is aangebracht en niets te maken heeft met het IHS-embleem van de Jezuïeten. Alleen het pand Jan van Goyenstraat 49 zou vanaf de jaren twintig deel gaan uitmaken van het Canisius College. Museum Kamstraat 50 was destijds een protestants bolwerk. Hier woonden in de periode 1922-1935 achtereenvolgens ds. Willem Christiaan Posthumus Meyjes (Amsterdam 11 december 1880 – Hoogland 24 maart 1947) en ds. Everhard Dirk Spelberg (Nieuwveen 21 mei 1898 – Soest 8 juni 1968).

Redactie: volgens Wikipedia heette de architect voluit Johan Wilhelm Hoffmann, en met die kennis zijn in het embleem de initialen JWH (of IWH) te herkennen.
Reactie 2:

Rob Essers, 10-02-2020: @Redactie - De architect was werkzaam onder de naam Willem Hoffmann. De veronderstelling dat hier sprake is van een JWH-monogram, vind ik wat ver gezocht. Mogelijk zijn het de initialen van Wilhelmus Hermanus Thunnissen of van zijn vader Henricus T(h)unnissen (Kekerdom 2 februari 1819 – Kekerdom 20 maart 1902) die van beroep "visscher" was. Dat zou het gestileerde anker verklaren.
Reactie 3:

Marielle Eykemans-Hubers, 11-02-2020: Mijn vraag is of het huis Museum Kamstraat 50 het huis is dat meteen naast de (oude sportzalen) van het Canisius staat/stond. Mijn familie is opgegroeid op nummer 62. Ik had een vriendin die in het herenhuis woonde en haar ouders hadden daar een pension. De familie Leygraaf. Zij zijn naderhand naar Oosterbeek bij Arnhem verhuisd. Ik kan me de prachtige keuken, gang en kamer herinneren. Haar moeder kon geweldige cakes en taarten bakken.
In de Jan van Goyenstraat tegenover Hollemans was ook een winkel van Jacobs, waar rookmiddelen verkocht werden, daarnaast drogistery Pee(?) and daarnaast de kruidenier Sliepenbeek.
Het huis waar wij woonden was van de Jezuieten. Mijn vader kon het huis uiteindelijk kopen.
Hij werkte 25 jaar als administrateur voor het Canisius College.
Reactie 4:

Rob Weenink, 11-02-2020: Beste Rob, bedankt voor je waardevolle aanvulling. Hoewel ik zag dat er wat wrong met dat embleem zat ik vast in mijn aanname; het huis stond op Canisiusgrond dus.....
Reactie 5:

JAM.Willems, 11-02-2020: Museum Kamstraat nummer 50 is inderdaad het eerste huis tegenover c.q. naast de voormalige en afgebroken gymzalen van het Canisius College aan het huidige Pater Rubbenspad. Volgens de adresboeken van Nijmegen woonde er in 1959 en 1963 een A.A.S. Leijgraf (met 1 a) op de Museum Kamstraat 50.
Zie ook in de beeldbank van het Regionaal Archief de foto's nummer F30438 (het hoekhuis zelf) en DF3789 (het koetshuis annex dienstwoning achter het pand).
Reactie 6:

JAM.Willems, 11-02-2020: Marielle moet dan wel een dochter zijn van Lex Hubers, de voormalig wethouder van Nijmegen.
Reactie 7:

Rob Essers, 11-02-2020: @Marielle Eykemans-Hubers (reactie 3) - In het adresboek van 1959 staat: "Leijgraf, W. J. S., pensionhouder, Museum Kamstraat 50". Daarvoor stond hij vermeld als 'verlofhouder' op het adres Weurtseweg 500 en Sluisweg 85. Volgens het adresboek van 1963 was de pensionhouder nog steeds op het adres Museum Kamstraat 50 gevestigd. In het adresboek van 1966 komt hij niet meer voor.

Wilhelmus Josephus Stephanus Leijgraf (Millingen 24 oktober 1913 – Velp 12 maart 2003), was een neef (oomzegger) van Theodorus Leijgraf (Millingen 4 maart 1895 – Nijmegen 20 september 1944); zie www.oorlogsdodennijmegen.nl.
Reactie 8:

Marielle Eykemans-Hubers, 12-02-2020: Dat is inderdaad de familie Leygraf, heb ik missed spelled Leygraaf.. Nadat ze naar Oosterbeek verhuisd zijn ben ik na een paar jaar contact verloren. Hun dochter Trees was mijn vriendin. Wij verhuisden van de Berg en Dalseweg 77 naar Museum Kamstraat in 1959.
Ik ben inderdaad de oudste dochter van Lex Hubers en woon sinds 1975 in de US, maar kom regelmatig naar Nederland..
Reactie 9:

Rob Essers, 04-04-2020: Waarop is gebaseerd dat bakkerij vanaf het begin De Hunnenberg heette? In ten minste 22 advertenties uit de periode 1905-1948 staat de naam „DE HUNNERBERG”, „De Hunnerberg” of „de Hunnerberg”.

De oudste vermelding van Broodbakkerij „De Hunnerberg” vond ik in de nieuwjaarswens van Alb. Verhoeven in de PGNC van 1 januari 1905. In de Naamlijst voor den telefoondienst 1915 staat:
"184   Verhoeven, Alb., Broodbakkerij „de Hunnerberg,” J. v. Goijenstr. 2."
In de Naamlijst voor den telefoondienst 1921 is de vermelding gewijzigd in
"184   Oudvorst, A. H. v., voorh. Verhoeven, Broodbakkerij, v. Goyenstr. 2."
In de advertentie in de PGNC van 31 december 1926 gebruikte A. H. v. OUDVORST nog altijd de naam „DE HUNNERBERG”. Op archieffoto F6303 (datering 1930) is aan de kant van de Jan van Goyenstraat op de eerste etage een reclameschildering te zien, waarop linksonder de naam van de bakkerij vermeld staat (zonder lidwoord).

Tot nu toe heb ik 13 advertenties gevonden met de naam „DE HUNNENBERG” of „De Hunnenberg”. De eerste advertentie met de gewijzigde naam is de nieuwjaarswens in De Gelderlander van 31 december 1927. Tot eind 1941 was de gewijzigde schrijfwijze blijkbaar gangbaar.
In 1945 werden beide schrijfwijzen gebruikt. Na de advertentie in De Gelderlander van 30 augustus 1946 ben ik de naam DE HUNNENBERG niet meer tegengekomen. Op de foto van J. van Lith (datering 1953) staat aan beide zijden van het hoekpand boven de winkelruit de naam DE HUNNERBERG.
Reactie 10:

Rob Weenink, 05-04-2020: Dat is nergens op gebaseerd want ik wilde juist aangeven dat vanaf de start van de bakkerij de naam De Hunnerberg was. Ik heb me vertypt, mijn excuses daarvoor. Berry Cloosterman mailde dat zijn vader de winkelnaam Hunerberg gebruikte, want zo zei hij, Hunnerberg was toch de naam van de instelling aan de Berg en Dalseweg?
Kennelijk heeft Van Oudvorst op een gegeven moment de naam veranderd of ook hij heeft zich vergist.
Reactie 11:

Rob Essers, 06-04-2020: @Rob Weenink (reactie 10) - De winkelnaam Hunerberg ben ik nergens tegengekomen. De Rijksinrichting (bouwjaar 1905) aan de Berg en Dalseweg werd de Tuchtschool genoemd. Een uitzondering is de aanduiding 76. Gesticht De Hunerberg bij Kuijper, Th., Naar Nijmegen : geïllustreerde gids, met plattegrond, drie wandelkaarten en eenige terreinkaartjes. Deze publicatie verscheen in of omstreeks 1930.

De Hunerberg
Omstreeks 1947 werd de Tuchtschool een Rijksinrichting voor meisjes. Vanaf de jaren vijftig werd de naam 'De Hunerberg' gebruikt. Dagblad Trouw van 10 oktober 1975 meldde: "Rijksinrichting De Hunerberg krijgt andere bestemming". De inrichting werd na een grondige verbouwing weer bestemd voor minderjarige jongens.

De Hunnerberg
De naam 'De Hunnerberg' ben ik voor het eerst tegengekomen in een paginagrote personeelsadvertentie in De Volkskrant van 20 augustus 1994. Daarin staat: "'De Hunnerberg' te Nijmegen is een nieuwe gesloten justitiële inrichting voor maximaal 60 jongens van 12 tot 21 jaar met ernstige gedrags- en/of peroonlijkheids­stoornissen." Zie ook Wijkkrant Nijmegen-Oost van 1 maart 1995.
Reactie 12:

Gerard de Laak, 30-04-2020: Met veel genoegen en tal van herinneringen heb ik het artikel gelezen. Ik zou zo mee kunnen lopen en vertellen over het wel en wee van deze buurt.
Eerst zal ik mij even voorstellen: mijn naam is Gerard de Laak, zoon van Antoon de Laak en Maria Verhulsdonk. Mijn vader had zijn bedrijf aan de Berg en Dalseweg. Voor de oorlog een melkfabriek en zuivelwinkel. Na de oorlog was de fabriek leeggeroofd door de Duitsers. Mijn ouders zijn toen doorgegaan als groothandel in zuivelproducten en grossier van Nutricia voor Nijmegen en omstreken.

Als kleuter kwam ik regelmatig bij mijn oma op bezoek. Zij woonde in de Jan van Goyenstraat no 5 in een bovenhuis. De benedenburen waren de familie Damsma op no 7. Wijzelf woonden voor de oorlog aan de Scheidingsweg te Brakkenstein, daar ben ik ook geboren.

Wat ik mij nog goed kan herinneren is het bedrijf van Gerard Nieuwkamp, deze had veel contact met mijn vader. Beide heren zaten in de commissie voor het realiseren van een Mariabeeld plus een ijzeren omheining. Ik meende dat Lex Hubers ook in deze stuurgroep zat. Wat veel mensen niet weten is dat Gerard Nieuwkamp een verwoede autoliefhebber was. Vaak racete hij op zondag met zijn gele DAF een paar keer de Zevenheuvelen weg op en af.

Een hele bijzondere band was er met slagerij Derkse. Gerrit Derkse was getrouwd met Greta de Laak, de oudste zus van mijn vader. Oom Gerrit was mijn peetoom. Gerrit Derkse kreeg in 1929 toestemming voor het bouwen van een winkelhuis met woning en 2 bovenhuizen, medio 1932 was de woon/winkel gereed. Het slagersechtpaar kreeg 4 kinderen, allen jongens. André runde later met zijn ouders de slagerij, Harry kreeg een goede baan bij de koninklijke marechaussee, Gerard werd vertegenwoordiger bij een kruidenleverancier, Jan was vertegenwoordiger bij een papiergroothandel. Heel erg was het vroege overlijden van André op 40 jarige leeftijd. Een gebeurtenis die mijn oom en tante haast niet hebben kunnen verwerken. Eind 1972 is Gerrit Derkse overleden. Jan, de jongste zoon, heeft toen de slagerij overgenomen. Jan is later ook begonnen met de uitgifte van frites, kroketten en een bal gehakt. Deze snacks werden bereid in de worstkeuken. Deze ingang was om de hoek Rosendaelstraat, Hugo de Grootstraat. Mijn tante is later verhuisd naar een zorginstelling. Jan heeft het niet kunnen bolwerken en heeft de slagerij van de hand gedaan.

In die tijd werden ook streken uitgehaald en gelachen. Rond 1960 is men begonnen om het rioolstelsel te vervangen. Tussen Kloosterman en slagerij Derkse zijn tijdens grondwerkzaamheden attributen gevonden van Romeinse afkomst. Zodra er iets was gevonden werd alles stilgelegd. De opzichter kwam met een grote witte doek om het voorwerp naar Museum Kam te brengen. In samenwerking met mijn oom en zijn beide zoons heeft men een oude stenen pot gevuld met varkens pootjes, deze goed aangestampt met aarde en diep in de grond gestopt. De volgende dag werd alles op afstand gevolgd en ja hoor met veel tam tam is deze pot met inhoud afgeleverd in Museum Kam. Het einde hiervan ben ik helaas niet te weten gekomen. Zo kan ik nog eindeloos doorgaan, vooral tijdens de bezetting.

Er is ook nog veel te vertellen over wat er gaande was aan de overkant van de straat. Het zuivelbedrijf van Theo Jacobs kan ik mij nog goed herinneren. Daar hebben wij heel wat Nutricia-producten afgeleverd. Theo sr. heeft ervoor gezorgd dat ik lid werd van damclub Vriendenkring. Zijn broer Jan die een melkwinkel had aan de Dobbelmannweg was ook lid. Ik denk nog vaak terug aan die tijd. Later kwam Sliepenbeek. Naast bakkerij Kloosterman was een bovenhuis, daar woonde het gezin Pieters. Bart Pieters verkocht daar alleen sigaren, zijn winkel winkel stond in de Ten Hoetstraat of Hugo de Grootstraat en is tijdens het bombardement verwoest. Helaas heb ik hiervan geen documentatie. Wel heeft Pieters na de oorlog zijn zaak opnieuw voortgezet in de Molukkenstraat.

Aansluitend op de Hugo de Grootstraat kwam je terecht in de van Rosendaelstraat. In deze straat waren ook veel middenstandsbedrijven: van kruideniers, schildersbedrijven, kolenhandel, melkboer, cafetaria, etc.

Met veel weemoed kijk ik terug op dit mooie stukje oost-Nijmegen. Hopende dat dit verhaal toch nog een aanvulling mag brengen op het schrijven van mijn voorgangers.
Reactie 13:

Rob Essers, 30-04-2020: @Gerard de Laak (reactie 12) - SIGAREN-MAGAZIJN H.W. PIETERS was gevestigd op het adres Hugo de Grootstraat 1. In de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant van 8 april 1938 staat een advertentie waarin de opening op zaterdag 9 april 1938 wordt aangekondigd. Het toeval wil dat mijn grootouders in hetzelfde pand in de bovenwoning op nummer 3 woonden; zie elders op Noviomagus.nl.

Voordat Hubertus Wilhelm Pieters (Nijmegen 20 oktober 1895 – Nijmegen 4 februari 1972) sigarenwinkelier werd, was hij sergeant in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Op 30 september 1919 was hij getrouwd met Johanna Hendrika de Laak (Hatert 15 december 1893 – Nijmegen 24 juni 1940). Hun twee kinderen zijn in 1928 en 1931 in Ambarawa in Nederlands-Indië geboren. Waarschijnlijk heeft het viertal zich in 1937 definitief in Nederland gevestigd.

In november 1937 verhuisde H.W. Pieters met zijn gezin vanuit Huize Insulinde van de Stichting 'Verblijf voor den Oud-Indischen Militair', Voorstadslaan 270 in Nijmegen naar Keizerstraat 28 in Deventer. In 1938 keerde hij terug naar Nijmegen. Op 24 juni 1940 overleed zijn eerste echtgenote; zie overlijdensadvertentie. Zij werd begraven op de begraafplaats Daalseweg. Ik vrees dat haar graf inmiddels is geruimd.

In mei 1942 hertrouwde hij met Henriette Geertrude Anna Ignatia Vaessen (Apeldoorn 26 juli 1903 – Nijmegen 5 september 1974). Nadat een deel van de Hugo de Grootstraat door oorlogshandelingen was verwoest, woonde het gezin op het adres Jan van Goyenstraat 4. In 1954 verhuisde hij met zijn echtgenote naar Professor Molkenboerstraat 28; zie foto GN4384 (datering 1954) en Street View - jul. 2015. Volgens het adresboek van 1968 was het sigarenmagazijn van H.W. Pieters nog op dit adres gevestigd. Hij is begraven op de begraafplaats Jonkerbos. Zijn tweede echtgenote is in hetzelfde graf bijgezet.
Reactie 14:

Gerard de Laak, 03-05-2020: Beste Rob, allereerst bedankt voor de genealogische uitleg van onze familienaam de Laak alsmede de nauw verbonden namen.
Inderdaad was Hubertus Wilhelm Pieters gehuwd met Johanna Hendrika de Laak. Hun 2 kinderen (1 zoon naam Bertus, 1 meisje naam Hetty) zijn in Nederlands-Indië geboren. Op 24 Juni 1940 is zijn eerste vrouw Jo overleden en begraven op de begraafplaats Daalseweg. Het graf is nog steeds intact. Op Monumentendag bezoeken wij dit graf alsmede het graf van mijn grootouders. In Mei 1942 hertrouwde mijn oom met tante Jet. Regelmatig kwamen wij op bezoek in de Hugo de Grootstraat. Het echtpaar kreeg 2 dochters. Trudie de oudste heeft later de zaak met haar Griekse partner overgenomen in de professor Molkenboerstraat.
Reactie 15:

Fr. B., 03-05-2020: Ik heb eind 70-er jaren gewoond op de bovenetages van Jan van Goyenstraat 4, boven de oude bakkerij, waar beide pianospelende gebrs. Cloosterman beneden woonden.
Vandaar keek ik uit op de winkel/werkplaats van de heer G.J. Nieuwkamp, hierboven al genoemd. Hij had een Daf 44 bestel, die hij regelmatig in en uit de garage onder nr 5 reed. Daarbij moest hij zeer precies te werk gaan, omdat de deuren maar enkele centimeters speelruimte toelieten. Ik heb het nooit fout zien gaan!
De VIVO winkel werd in alle vroegte bevoorraad door de melkfabriek, waarbij de kratten met melkflessen dus al vroeg op de stoep stonden. Sliepenbeek vertelde me ooit dat hij op een bepaald moment merkte dat er flessen werden gestolen. Hij had zich toen, al voor de dageraad aanbrak, verstopt in zijn elektrische melkventwagen die altijd op de stoep stond om op te laden. Zo kon hij de melkdief onverhoeds te grazen nemen! Ik had dat graag gezien!
Reactie 16:

Gerard de Laak, 25-05-2020: Bij wat naslagwerk kwam ik nog 2 bedrijfjes tegen die betrekking hebben op de Jan van Goyenstraat. In de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant van 30-04-1928 staat een advertentie over de verhuizing van Papenhoven's Schoenmakerij van van Rosendaelstraat 3 naar Jan van Goyenstraat 36. In de PGNC van 31-12-1918 staat een nieuwjaarswens van "A.W. Hendriks & Zn. Mr. Stucadoors en Witters Jan v. Goijenstraat 40 b/d. Pater Brugmanstr. 11"

Redactie: PGNC van 04-06-1919 geeft de verhuizing van A.W. Hendriks & Zn. Stucadoors en Witters van Jan van Goyenstraat 40 naar Gorisstraat 24.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: