Nieuwe pagina 1

© copyright Cees de Vos, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Lofdicht aan de Postbode 

Kijkend naar het programma ‘Zembla’ op tv met als item “Einde van de postbode” op zaterdag 16 oktober 2010 deed mij terugdenken naar de tijd dat ons vader zaliger C.N. de Vos sr - na een groot aantal jaren als ‘bonbonmaker’ bij de fabriek van Dungen aan de Groenestraat te hebben gewerkt - in 1943 tot aan zijn pensioen in 1968 als postbesteller in dienst is geweest bij het Staatsbedrijf der Posterijen in Nijmegen.

Met ingehouden trots moet mijn vader in alle vroegte - 05.00 uur in de ochtend - zich gemeld hebben voor zijn ‘eerste werkdag’ aan het Hoofdkantoor aan de Schevichavenstraat. Na door zijn chef te zijn rondgeleid in het statige gebouw en voorgesteld aan zijn collega’s werd hem het PTT- uniform aangemeten; dat zal bepaald geen maatpak geweest zijn. De pet met het PTT-logo (een waldhoorn) maakte het uniform compleet en zo kon mijn vader zich gaan bekwamen als postbesteller in dienst van het Staatsbedrijf der Posterijen.

De eerste taak van vader was - onder begeleiding van zijn collega’s - de binnengekomen postzakken komend van het Staatsbedrijf der Nederlandse Spoorwegen de NS (is ook ter zielen…! ) te ledigen. Daarna volgde het sorteren van de post op wijken en straten om vervolgens in een beweging deze post in de daarvoor bestemde sorteervakken te deponeren. Nadat alle post was gesorteerd en gerangschikt op straat en huisnummer verdween dat gebundeld in de grote fietstassen van de bestellers. Elke besteller had per week zo zijn eigen wijk waaronder; de Binnenstad, de H. Landstichting, de Kwakkenberg, het Willemskwartier, de St. Annastraat en zo meer. Tegen 07.00 uur zag je de bestellers een voor een bepakt en bezakt als in een waaier de Van Schevichavenstraat op rijden om de brieven en pakjes her en der in de stad Nijmegen op de juiste bestemming te brengen. 

Postkantoor aan Schevichavenstraat in 1935. Wat een nog gelukzalige rust en stilte op dit kruispunt aan de Welderenstr., Ziekerstr., van Broeckhuyzenstr. en Schevichavenstraat.  (Bron: Regionaal Archief Nijmegen)

Rechts, tussen de vierde en vijfde boom de in en uitgang van de PTT-postbestellers. Op de eerste verdieping van het gebouw had ik, Cees N. de Vos jr. uit Soest, gedurende vijf jaar (1952-1957) zijn baan als aspirant-monteur bij de Technische Telefoondienst der PTT. Het prachtige gebouw uit 1900…?,fungeert nu als supermarkt van A. H. Wat een teloorgang ..!

“ De geschiedenis van het Staatsbedrijf der Posterijen in vogelvlucht” 

Het eerste postkantoor in Nederland verscheen in 1799. Dit leidde in 1810 tot de eerste Postwet. In 1928 werd de officiële naam “Eerste Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefoon” (PTT) aangenomen. In de beginperiode kregen de huishoudens verschillende keren per dag bezoek van de postbode. In de jaren twintig werd dit langzaam terug gebracht: eerst ging de postbezorging terug van vier naar drie keer per dag. In 1932 verviel de derde postbezorging al in de buitengebieden en na de Tweede Wereldoorlog werd overal in Nederland nog maar twee keer per dag post bezorgd. Rond de jaren zestig bracht de PTT de postbezorging terug naar één bezorging per dag. 

De Nederlandse postkantoren, waarvan de eerste in 1799 haar deuren openden, hebben hun langste tijd gehad. Vanaf 02 januari 1989 was de PTT staatsbedrijf af. Het bedrijf werd geprivatiseerd en omgezet in de NV Koninklijke PTT Nederland. (KPN) Recent maakten de eigenaren TNT post en ING bank bekend dat alle 250 kantoren worden gesloten. De sanering kost 1850 mensen hun baan. De laatste vijftien jaar daalde het aantal postkantoren al van 1300 naar 250. In Soest verdween het postkantoor in juni 2010.

Ik, Cees N. de Vos jr. uit Soest vind het een hoogst merkwaardige zaak, om niet te zeggen idioot, dat men in 2010, ná ruim 200 jaar de postbezorging door goed gemotiveerde postbestellers overboord kiepert. En dat je voor het sturen van een pakje of andere zaken voortaan bij Albert Heijn of elders aan de bel moet trekken. De waanzin ten top…! Wat een maffe wereld..!

“Alles van waarde is weerloos.”, sprak de dichter Lucebert (pseudoniem voor L.J. Swaanswijk)

Tijdens Vaders lange arbeidsverleden, vanaf zijn 12de jaar tot aan zijn pensioen met vijf en zestig, heeft hij het nodige meegemaakt. Hij kon er ook leuk over vertellen. In het “Personeelblad van de PTT” werden in de jaren ’80 ‘n aantal van zijn verhalen voor kinderen geplaatst onder de titel “Toe Opa,vertel eens”, waaronder deze: 

Dreimaal peiperkoek..! 

Hoe je in grote problemen kunt komen door het eten van drie boterhammen lees je in dit waar gebeurd verhaal van opa C. N. de Vos sr.

Van 1940 tot 1945 duurde de ellendige Tweede Wereldoorlog. Er was weinig te eten en de mensen leefden angstig. Ik werkte bij Van Dungen, de chocoladefabriek aan de Groenestraat. In 1943 werd deze fabriek bezet door de Duitsers en stonden we met z’n allen op straat! 
Gelukkig kreeg ik vrij snel daarna een baan bij de PTT. Het was wel een overgang. ‘s Morgens om vier uur moest ik op – vlug wassen, aankleden, een glas melk – en dan de fiets op. Dat fietsen was geen pretje, ik reed niet op luchtbanden; we reden op repen autoband en soms op houten banden. Mijn vrouw, met wie ik bijna een halve eeuw lief en leed heb mogen delen, stond elke morgen met mij op en smeerde dan drie boterhammen voor me…
Dan reed ik vlug naar het kantoor, om de post te sorteren. Op een morgen kwam ik binnen, zei goede morgen tegen ‘mijn collega’ en legde mijn pakje brood op de sorteerkast. “Merge,” zei mijn collega, zo te horen was hij niet in een al te best humeur. Daarna begonnen we met het sorteren van de post.
Het was inmiddels zes uur geworden en mijn maag begon te knorren. Ik zei tegen mijn collega: “Ik neem alvast een boterham, want ik heb honger!” Ik nam mijn pakje boterhammen en keek nieuwsgierig naar het beleg. Stomverbaasd zag ik dat er ham op zat..? Dat was een luxe die wij ons eigenlijk niet konden permitteren! Ik maakte de tweede boterham open en daar lag zowaar metworst op..? En op de derde rookvlees…! “Zit niet zo te spiegelen”, zei mijn collega nog. Enfin, ik begon te eten en het smaakte mij opperbest. Ik dacht dat mijn vrouw die lekkere boterhammen voor mij had gemaakt omdat we de dag daarvoor wat woorden hadden gehad en dat ze het zó weer goed wilde maken!
Toen alles op was en ik mijn mond met het boterhampapier had afgeveegd zei mijn collega: “Nou zal ik óók eens een bemke gaan pakken!” Ik kreeg toen zo’n raar gevoel in mijn buik: wat kwam het papier van zijn pakje brood mij opeens bekend voor…? En jawel hoor, toen het pakje open ging zag ik dat het mijn boterhammen waren! Mijn collega legde de eerste boterham open en zei: “Peiperkoek”..?, da he’k nog nooit gehad!” Hij maakte de tweede open en zei: “Peiperkoek?” en bij de derde “weer Peiperkoek!” Toen keek hij mij aan en zei: ”Hé gij mien brood opgegeten, ja…, da hedde gij gedaan, smerrige beest da ge zeit, a ge een botram wilt hebben, vraag het me dan!”
De anderen collega’s konden het allemaal horen, die hebben zich blauw gelachen. Als ik nu op mijn tachtigste jaar voor een praatje met mijn oud collega’s op het Hoofdkantoor kom, moet ik het nog wel eens horen. 

C. N. de Vos sr - 1903-1992 - (Geschreven m.h.v. kinderboekenschrijfster Leny Grootel/Dibbets)

Mijn vader was apetrots een PTT-besteller en Ambtenaar van het Staatsbedrijf der Posterijen te mogen zijn. “Ik werk bij de TTT ”, pleegde hij als grapje nog wel eens te zeggen. Een en al plichtbesef straalde hij uit naar zijn werk en collega’s. Dat hij elke morgen, van maandag tot en met zaterdag, zomer en winter, in weer en wind om 05.00 uur in de ochtend zich moest melden aan het Hoofdkantoor deerde hem niet, ook al moest hij daarvoor vanaf ons huis aan de Hatertscheveldweg 504 tot aan het Hoofdkantoor in de stad een half uur fietsen. Ga er maar aanstaan vandaag de dag….! Dat is andere peiperkoek…!

Een pijnlijk voorval

Een keer heeft zich volgens mijn vader binnen het Hoofdkantoor aan de Schevichavenstraat een pijnlijk voorval afgespeeld.

Sinds een aantal weken verdwenen er vrij regelmatig waardevolle brieven waar niemand een antwoord op had. Systematisch werd door de postrecherche de mogelijkheden binnen en buiten het gebouw afgevinkt. Uiteindelijk kwam men tot de conclusie dat het binnen het gebouw gezocht moest worden, naar alle waarschijnlijkheid tussen het ledigen van de postzakken en het sorteren van de brieven in de sorteervakken. Dagenlang werden alle sorteerders - waaronder mijn vader – ongemerkt in de gaten gehouden, in principe was iedereen verdacht wat de sfeer op de afdeling bepaald niet ten goed kwam.

Tot de dag des oordeels aanbrak. Een der postbestellers gedroeg zich naar het inzicht van de postrecherche tijdens het sorteerwerk afwijkend: bij het sorteren van de brieven zag men dat de man bepaalde brieven langer bij zich hield dan noodzakelijk. De postrecherche zette een val voor de man uit: men zorgde ervoor dat juist hij een postzak kreeg met een aantal waardevolle brieven. Men wilde de man op heterdaad betrappen! Na geduldig afwachten liep de sorteerder in de val. Men zag op een gegeven moment dat de man een brief in een flits even tegen het licht hield om deze vervolgens in zijn binnenzak te laten glijden. 
De val klapte dicht voor de man. Vriendelijk werd de hevig geschrokken postbesteller gesommeerd met de postrecherche mee te gaan naar het kantoor van de Directeur der Posterijen. Daar moest hij zijn binnenzak ledigen. “De brief die te voorschijn kwam was bepaald niet aan hem geadresseerd..!” De dief werd door de recherche meegenomen naar het politiebureau. Deze postbesteller werd door de leiding van het postbedrijf op staande voet ontslagen. “Boontje komt om zijn loontje..!”

De kinderbijslag

Postbode C.N. de Vos sr. kwam voort uit een groot katholiek gezin met maar liefst zestien kinderen. Men kan gevoeglijk aannemen dat meneer pastoor hier figuurlijk een aardige duit in het balzakje van mijn grootvader C.N. de Vos heeft gedaan. 
Om niet in herhaling te vallen koos mijn vader ervoor om het bij dertien spruiten te laten. Ook hier kwam meneer pastoor zo nu en dan de stand van zaken doornemen. Het is het tijdsbeeld zullen we maar zeggen...!
Het hebben van zoveel kindertjes bracht mee dat papa, naast zijn weekloon, een aardig centje aan kinderbijslag beurde. De kinderbijslag werd bij de PTT tegelijk met het loon uitbetaald, het werd per week uitgerekend. Voor ons grote gezin kwam dat goed van pas, anders gezegd: het was elke week weer broodnodig.
Zo gebeurde het eens dat de chef van de afdeling achter mijn vader stond bij het uitbetalen van het weekloon. Bij het zien van het bedrag dat aan mijn vader werd uitbetaald reageerde de chef met: “Verdomme, die vent verdiend meer met het beleid van meneer pastoor dan ik met mijn handen!” Dit is de gekuiste versie, de chef zei het anders…! Schuddebuikend heeft mijn vader dit verhaal menig keer verteld. 

Foto: Regionaal Archief Nijmegen

Een prachtig plaatje van het Hoofdpostkantoor aan de Schevichavenstraat uit 1909. Kan men zich daar nu nog een voorstelling van maken: samen gezellig babbelen midden op de straat..? Helemaal rechts op deze afbeelding is de in en uitgang van de bestellers goed te zien.

De vieze keurtjes

Mijn vader ging als postbesteller helemaal op in zijn werk. Ik heb hem nooit met de pest in zijn lijf naar zijn werk zien fietsen. 
Het beroep van postbesteller was best zwaar, zeker in de winters van de jaren ’40. Met Kerst en Nieuwjaar was het extra aanbeulen. Met twee overvolle fietstassen aan weerzijde van de bagagedrager achter op de fiets en een kleine bagagedrager voor aan het stuur t.b.v. de pakketpost ging de postbode de weg op. Als extra winterkleding droeg hij een zwart wollige cape om zijn schouders, wat geen pretje was als dat kledingstuk vochtig werd door regen en sneeuw. Met een PTT- lantaarn bengelend aan een van de knopen van zijn cape bezorgde de plichtsgetrouwe postbesteller elke dag weer de post bij de mensen in de stad. 
Om in de winter meer grip te hebben op het bundeltje brieven en kaarten knipte mijn vader de vingertoppen van zijn handschoenen af. Dat was praktisch voor normale brieven en kaarten, maar voor de kleine witte nieuwjaarskaartjes in dito envelopje in het geheel niet. Een gloeiende pest had mijn vader aan die dingen. Mijn vader: “Die vieze stinkkeurtjes haat ik, je kunt ze verdomme haast niet in je klauwen houwen, regelmatig flikkeren die krengen uit mijn handen en vallen ze op de grond en zie ze daar vandaan maar weer eens in je half bevroren vingers te krijgen!”
Gelukkig hebben de postbestellers in 2010 daar geen last meer van, de stinkkeurtjes van mijn vader, met een afmeting van circa 9x4 cm , zijn al jaren de wereld uit. 

PTT-lantaarntje

Het is zó spannend als ik met een geschiedenis als deze bezig ben en middels Internet attributen tegen kom die mij doet herinneren naar de tijd dat mijn vader als postbode aan de PTT verbonden was. Zo ook het PTT-lantaarntje...! Het apparaat is bewaard gebleven, mijn broer "Leonardus Maria de Derde" uit Heusden heeft het lampje geërfd van mijn vader. Dat lampje snaaide ik in de avond nog wel eens uit vaders brieventas om het stiekemjes mee naar bed te nemen zodat ik onder dekens tot diep in de nacht mijn zoveelste boek geleend bij boekhandel Hendricx aan de Groenestraat kon lezen. Een paar jaar later heb ik het aan mijn vader opgebiecht. 
Mijn vader: "O, was jij die rotzak, menigmaal heb ik mij onderweg afgevraagd waarom dat verrekte lempke het weer niet doet en waarom zijn de rot batterijen zo snel leeg...?"

De letter 

Een postbesteller is voor de mens in de straat een vraagbaak en zeker als je de weg kwijt bent. Postboden hebben door hun werk een getraind geheugen, feilloos weten ze uit het hoofd de naam van de bewoner te koppelen aan zijn/haar adres en huisnummer. Een postbode is een dienend mens. Men heeft het vaak over “Dienders”, daar worden dan politiemensen mee bedoeld. Ik zou zeggen: ”Als iemand de naam diender verdiend is het de postbode wel..!” 

De postbode is een vertrouwd persoon die men met een gerust hart kan binnenlaten. Zo gebeurde het eens dat mijn vader tijdens het lopen van zijn wijk in de H. Landstichting hoge nood kreeg en naarstig op zoek moest naar een toilet. Hij belde aan bij een adres met de vraag of hij s.v.p. even van het toilet gebruik mocht maken? Dat werd hem door de vrouw des huizes toegestaan. Het ‘drukje doen’ verliep voorspoedig. Op het moment dat hij zijn broek ophaalde en zijn bretels over zijn schouders wurmde werd er op de wc-deur geklopt? Dat was voor mijn vader wel even schrikken. Vader: “Ja mevrouw wat wenst u..?” De vrouw gaf als antwoord: “Hé postbooi, weet u misschien welke letter er aan de beurt is voor de kinderbijslag?” Op die vraag had mijn vader niet direct een antwoord, maar mijn vader zou mijn vader niet zijn als hij, tijdens deze toch ietwat pijnlijke omstandigheid, daar geen oplossing voor wist te vinden. Om de vrouw niet teleur te stellen verzond hij een list. Hij keek naar het resultaat in de wc-pot waar de oplossing voor dit vraagstuk voor hem nog lag na te roken. Vader tikte op de deur en sprak: “Mevrouw, zijt gij er nog, ik weet het niet helemaal zeker maar ik vermoed dat de letter S aan de beurt is…!” 

Wist u trouwens dat tegenover het Paleis Soestdijk aan de Amsterdamsestraatweg de enige ‘Groene staande brievenbus’ stond. Men, in casu Koningin Wilhelmina, wilde vanuit het paleis niet naar een rode brievenbus kijken. “Tante Post” heeft om die reden de brievenbus maar groen geverfd. 
Na het overlijden van Koningin Juliana en Prins Bernhard in 2004 is deze unieke staande groene brievenbus geruild voor een hangende rode brievenbus, het model dat wij vandaag in het straatbeeld zien. 

In mijn herinnering stond voor de “Boekhandel Hendricx” aan de Groenestraat in Nijmegen een rode staande brievenbus zoals hier staat afgebeeld.

Info: zie voor meer modellen onder “Brievenbussen Nederland – Jeroen Beerens

De oprichting 

Op 15 januari 1799 nam de Staat het beheer over briefpost op zich. Dit leidde in 1810 tot de eerste Postwet, waarin het staatsmonopolie en gestandaardiseerde tarieven waren geregeld en die het postbedrijf schaarde onder het Departement van Financiën. De Postwet uit 1850 zorgde ervoor dat het algemeen belang van een goede afhandeling van het postverkeer het belangrijkste doel van de Posterijen was. In 1913 begon het Rijk met het zich toe-eigenen van telefoonnetten en samen met de Posterijen ontstond zo in 1915 de Administratie der Posterijen en Telegrafieën, wat in 1928 werd vernoemd tot Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT). PTT is de afkorting voor het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie. In Nederland was de PTT het staatsbedrijf dat voor deze taken verantwoordelijk was. In 1989 volgde de verzelfstandiging van de PTT - (Info PTT Nederland)

In de tijd dat C. N. de Vos sr. werkzaam was bij het Staatsbedrijf der PTT had je nog de zekerheid een baan voor het leven te hebben, je hoefde je geen enkele zorg te maken voor de oude dag. Dat sterkte mijn vader in zijn beroep als postbode. Tijdens zijn lange pensionering pleegde hij nog wel eens te zeggen: “De PTT heeft aan mij een hele dure kostganger..!”
Vader was gezien bij zijn collega’s en zijn chef. Naast zijn werk als postbesteller had hij als hobby zingen. Hij was begenadigd met een mooie tenorstem wat al snel bekend werd bij het PTT mannenkoor. Er werd hem gevraagd of hij interesse had om lid te worden van het koor? Dat was voor mijn vader niet tegen dovenmansoren gezegd, hij werd meteen lid en zong de sterren van hemel, soms als solist. 
Vraag mij af of er bij de PTT ook Sint Nicolaasfeesten voor de kinderen werden georganiseerd? Vaag herinner ik mij er iets van, mogelijk dat oud collega’s van mijn vader - hij heeft er in de loop der jaren heel veel meegemaakt - hierover wat meer weten te vertellen..? 

Oproep: Het zou aardig zijn als er via oud PTT-collega’s foto’s boven water komen waarop mijn vader met zijn collega’s staat afgebeeld…? Ik ken ze niet. Mogelijk met het PTT-mannenkoor…? Ook zou het bijzonder zijn als deze oud collega’s anekdotes zouden ophalen over hun baan als: “Postbode van het Staatsbedrijf der Posterijen in Nijmegen” 

“Het is de tijd die voorbij gaat, het is de eeuwigheid die blijft.” (Antoine Bodar) 

Cees N. de Vos jr. - Soest

terug

Reactie 1:

Mario van den Bergh, 16-01-2014: Leuk om te lezen. Jammer dat het postkantoor weg is. Ik zelf ben begonnen op de Roggeweg en later op de Rozenburgweg. 31 jaar als postbode. Nu verzamel ik oude PTT spulletjes (www.onze-verzameling.nl).
Mijn zwager heeft nog gewerkt op de ''van Schevichavenstraat.

Reactiepagina
Reactie 2:

Wil Gerrits, 08-05-2015: Bij de oude postbode denk ik nog vaak aan mijn vader, die in 1946 werd aangenomen als hulp besteller. Na een screening die ook voor de naaste familie gold, kreeg hij in 1949 een vaste aanstelling als postbode, niet voordat we met z'n allen naar de kerk gingen om te bidden voor een goede afloop.
Ons gezin bestond uit elf personen dus een aardig bankje vol, dat moet geholpen hebben.
Als postbode was je een goed, eerlijk en zeer betrouwbaar mens, kreeg je een vriendje die bij de post werkte dan was hij bij voorbaat goedgekeurd.
Mijn vader had ook een sociale functie, bij veel gezinnen kon men lezen noch schrijven. Zo las mijn vader de post voor en schreef ook vaak terug.
Voor en nadelen als postbode: altijd werken in de frisse lucht maar ook in de kou, nat en gladheid; zijn zware wollen cape woog als lood bij nat weer; om vier uur uit bed de post sorteren en bezorgen zodat de heren op kantoor om acht uur de post op hun bureau hadden liggen.
De kinderbijslag en de lonen cash in zakjes van alle medewerkers van Philips werden door mijn vader in de fietstas afgeleverd, zou nu ondenkbaar zijn.
De kleding van de postbode nu en toen is sterk veranderd, zie je nu een postbode soms in korte broek, mijn vader liep in een stijf pak, dikke overhemden met stropdas en de pet zorgde voor een dikke rode striem in z'n hoofd bij warm weer.
Mijn vader is nooit ziek geweest, geen dag, daarom zeg ik: Vader bedankt voor al die jaren dat je voor je grote gezin iedere dag onmensvroeg in weer en wind naar je werk fietste om op tijd de post te bezorgen.
Je dochter Wil.
Reactie 3:

Francien Boomstra, 22-08-2016: Wat een schitterende verhalen! Ik ben geboren in 1955 en heb nooit iets met de post te maken gehad maar herken er toch enkele dingen van: zoals het twee keer per dag bezorgen van post en de prachtige staande rode brievenbussen (waar ik wel eens op klom als klein meisje...)
Reactie 4:

Theo Leether, 16-12-2016: Bijgaand een aanvulling voor : Lofdicht aan de Postbode
Komt uit het Blad de Prins uit 1908

Reactie 5:

Cees de Vos, 16-12-2016: Hartelijk dank heer Theo Leether, voor deze "prachtige aanvulling" aan het verhaal "Lofdicht aan de postbode". Wat een mooi plaatje uit 1908, met de heer P. Chival als eerste directeur..?
Reactie 6:

Rob Essers, 17-12-2016: Pieter Chivat (Zierikzee 13 juli 1856 - Nijmegen 28 september 1937) was van 1905 tot 1916 directeur van het Telefoon- en Telegraafkantoor in Nijmegen. Willem Frederik Viëtor (Winschoten 12 juli 1849 - Tiel 12 november 1919) was in de periode 1907-1914 directeur van het Postkantoor.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: