Kappers22

© Herman Stal, Digitale bewerking: Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Kappers in Nijmegen 22

Dames en herensalon Barend J. W. Welling. 

Van 1933 tot 1968

Dommer van Poldersveldweg 98

Bij kapsalon Welling aan de Dommer van Poldersveldtweg was de zijmuur gebruikt voor een schildering die de zaak ook vanaf de Van ’t Santstraat zichtbaar maakte.

Kapper worden was er in het begin bij Barend Welling niet bij, zijn hart ging uit naar de zee, dus bleek een opleiding aan de zeevaartschool een goede keus.
Tijdens zijn opleiding moest hij, door huiselijke omstandigheden, terug naar zijn woonplaats Assen. Voordat hij een andere beroepsrichting kiest komt zijn opa met goede raad: “Zoek een baan waar je netjes gekleed je werk kunt doen en niet in een werkplaats op een fabriek met een fluittoon als je mag vertrekken. Ook niet in een met hoge hekken omgeven werkterrein". 
Zo komt het dat hij als 15 jarige in dienst gaat bij een kapper in zijn woonplaats Assen, waar hij begint als leerling herenkapper voor f 2.50 in de week. Na een paar maanden heeft hij het al gezien, dit is niet de zaak waar hij veel kan leren en vertrekt naar Beilen.
Deze kapperszaak is niet alleen voor heren maar er is ook een damessalon aan verbonden. Zodoende krijgt hij naast het herenvak ook de mogelijkheid om iets aan het damesvak en het haarwerken te doen.

Tegenover de zaak waar hij werkt, is het pand van een barbier, waar voornamelijk geschoren wordt en omdat scheren alleen niet genoeg opbrengt heeft deze barbier er een baantje bij via de gemeente Beilen. Tegen de tijd dat het gaat schemeren doet de barbier zijn uniform aan (alleen een rode pet) en ontsteekt de gaslantaarns van de openbare straatverlichting. Nadat hij daar mee klaar is, gaat hij verder met het scheren van zijn klanten en staat dan regelmatig te werken met de rode pet nog op.

Stil zitten zit er bij deze baas in Beilen niet bij, hij kan er verder met het haarwerk zoals het trenzen en vlechten. Knippen van de in de mode zijnde korte kopjes en het leggen van golven leert hij ook binnen het bedrijf. Dat is belangrijk omdat er nog geen kappersvakschool is.
Rond 1920, als de korte kopjes in zijn, verdwijnen de vlechten. Hier krijgt ook Barend mee te maken.
Bij het afkippen van vlechten gaf zijn baas het personeel opdracht om bij twijfel van de klant deze de gelegenheid te geven om terug te komen op haar besluit, en kon de afspraak een week verschoven worden. Was de beslissing eenmaal gevallen, dan was het een plezier om de vlechten er af te knippen en een kort kapsel te creëren. Voor de afwerking van de behandeling waren twee mogelijkheden; in droog haar onduleren met een “Marcel”onduleer ijzer of in nat haar slag leggen en onder de droogkap.

Barend komt in 1933, hij is dan 20, naar Nijmegen en vestigt zich als zelfstandig kapper op de Dommer van Polderveldtweg. Met een inschrijving bij de kamer van koophandel voldoet hij aan de, op dat moment geldende, vestigingseisen. In 1937 werden de regels strenger.

In de Tweede Wereld oorlog ontloopt Barend niet de verplichting van de tewerkstelling in Duitsland en komt te werken in een kapsalon in Mittelwald, waar hij ongeveer twee jaar zal blijven.
Dan vlucht hij terug naar Nederland en komt in aanraking met het verzet.
Als de oorlog afgelopen is wil hij zijn vakkennis op peil brengen en gaat cursussen volgen bij Wella in Duitsland en ‘l Óreal in Frankrijk.
Begin 1950 ontstaat de behoefte van een technische club, en gaat hij met Leo Tummers en Harry Janssen aan de slag.

 

 

In 1952 is dan het moment daar en volgt de opening van de T. C. in een zaaltje van café Union in de Molenstraat. De start is stroef, er zijn te weinig herenkappers die mee willen doen om een goede trainer te kunnen betalen, maar allengs werd het beter. Als de eerste T.C. avond van start gaat, zijn er meer kijkers dan werkers waardoor men de afspraak maakt dat alleen mensen met modellen welkom zijn.

Foto: Barend aan het werk in zijn salon.

In 1955 wordt de naam van de salon, “José “. De herensalon blijft aan de voorkant, en achter komt nu de damessalon en kan het volgende avontuur beginnen.

Vanuit de T. C. gaat Barend meedoen met kapwedstrijden en als resultaat de vereerde uitnodiging om in een van de drie Nederlandse equipes deel te nemen aan de internationale wedstrijden om de Maas-Schelde beker, welke uiteindelijk door de equipe van Frankrijk zou worden gewonnen.
Door deze ervaring krijgt hij ook de nodige publiciteit en gaat zich alsmaar meer toeleggen op de techniek van modieuze kapsels in combinatie met haartinten in mooie, dan in de mode zijnde, zachte pastel kleuren. Samen met o.a. Bruno Grun, kon hij uren achtereen kleuren uitproberen op geblondeerd haar.

Foto: Leden van de herenafdeling van de T. C. met vlnr.:
Welling, Linders, van Bemmel, T. Reijnen en Flip Spoek met hun modellen. 

Maar Barend is ook een sociaal mens en binnen het verenigingsleven kan hij het nodige kwijt. Hij was een actief lid van de Trekvogels (voetbal), en de Bruurdiekers (carnaval). De organisatie met levende olifanten in de optocht door de buurt, was een hoogtepunt.
In de salon voelde hij feilloos aan wat mogelijk was. Een klant die al jaren eczeem had kon haar probleem beter accepteren nadat Barend haar voorstelde een andere coupe en haarkleur te nemen. Door deze verandering werd het accent verlegd van het gezicht naar het kapsel en de klant was overgelukkig.

In 1966 kondigde de eerste tekenen van zijn ziekte aan en vraagt hij zijn dochter Sabine om hem te helpen. In 1968, na 35 jaar werkzaam te zijn geweest in de Dommer, moet hij het kappersvak vaarwel zeggen en omdat er geen opvolgers zijn sluit hij in dat jaar voorgoed de kapperszaak.

© Herman Stal, Nijmegen, februari 2009

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: